ID.nl logo
Wat zijn de kosten en opbrengsten van zonnepanelen?
© Getty Images/iStockphoto
Energie

Wat zijn de kosten en opbrengsten van zonnepanelen?

Zonnepanelen op je dak zijn een goede investering met een terugverdientijd van gemiddeld 5-6 jaar. De terugverdientijd is een vergelijking van kosten en opbrengsten. We helpen je om dit in kaart te brengen

Systeemgrootte

De systeemgrootte is van groot belang voor de prijs van zonnepanelen. Omdat de vaste kosten zoals bijvoorbeeld steigerwerk, bedrading, omvormer installatie en papierwerk sowieso altijd gemaakt moeten worden, zijn kleine systemen relatief duurder dan grote systemen. De prijzen verschillen per merk en per installateur, maar als richtlijn kun je het volgende aanhouden:

  • 2 kWp aan zonnepanelen (6 x 330 Wp) kost ongeveer € 2500

  • 3 kWp aan zonnepanelen (8 x 375 Wp) kost ongeveer € 3250

  • 4 kWp aan zonnepanelen (11 x 360 Wp) kost ongeveer € 4000

N.b. de prijzen van elektra zijn door de energiecrisis aan verandering onderhevig. Deze kunnen behoorlijk schommelen. Hetzelfde geldt voor de energietarieven die gehanteerd worden in de rest van dit artikel.

©acilo

Merk

Het merk is behoorlijk van invloed op de prijs die je betaalt voor zonnepanelen. Over het algemeen zijn budgetpanelen van kleinere Chinese fabrikanten de goedkoopste optie. Het nadeel hiervan is dat je er niet zeker van kunt zijn dat deze bedrijven over 10 of 15 jaar nog bestaan en je dus niet zeker weet of je op de lange termijn aanspraak kunt maken op garantie. Minder risico op garantieverlies hebben de grote Chinese merken (zoals Longi, Trina, Canadian Solar, JA Solar en Jinko) en de grote elektronicaconcerns (zoals AEG en LG), maar deze panelen zijn meestal wat duurder. De duurste optie zijn de hoog-efficiënte panelen (van merken als REC en SunPower) of glas/glas-panelen van bijvoorbeeld Solarwatt. 

De installateur

De installateur is ook van invloed op de verwachte kosten. Sommige installateurs focussen puur op de laagste prijs en geven hun offerte via telefoon en internet, terwijl andere installateurs meer tijd besteden aan een huisbezoek en met een werkelijk op maat gemaakte offerte komen. Tevens kunnen ze omvormers en bevestigingsmaterialen van verschillende kwaliteit gebruiken, wat al snel 5-10 procent prijsverschil kan betekenen. Ten slotte hebben extra’s, zoals een meer geavanceerd uitleessysteem, micro-omvormers of installatie op verschillende dakdelen, een hogere prijs tot gevolg.

Het is vaak te adviseren om een installateur uit de buurt te kiezen. Deze bedrijven kunnen makkelijk langskomen voor een schouw, hebben een naam hoog te houden en kunnen op termijn makkelijker service verlenen.

Soms kan het ook lonen om te vergelijken wat inkoopinitiatieven kunnen betekenen. Je staat als consument redelijk sterk als je met een hele groep mensen tegelijk zonnepanelen koopt, waardoor er scherpe prijzen mogelijk zijn. Daardoor is echter wel minder ruimte voor maatwerk en worden soms concessies gedaan op kwaliteit. Ook zal het niet de eerste keer zijn dat een installateur die zich scherp heeft ingeschreven op een tender voor de plaatsing van duizenden systemen failliet gaat omdat hij zijn beloftes niet kan nakomen.

©zstockphotos

Maak een goede keuze voor je installateur.

Opbrengst van zonnepanelen

De opbrengst van zonnepanelen is sterk afhankelijk van de zonnepotentie van je dak. Wanneer er een goede schatting van de elektriciteitsopbrengst is gemaakt, is de berekening van de opbrengst eenvoudig: je ontvangt de normale prijs per kWh (ongeveer 22 eurocent) tot aan je eigen elektriciteitsverbruik en een lager bedrag voor overproductie (momenteel 7,5 eurocent, tot 10 cent bij specifieke energieleveranciers). Dit heet de salderingsregeling en deze is financieel erg voordelig voor consumenten. Belangrijk om te weten: deze salderingsregeling wordt na 2023 met 9 procent per jaar versoepeld.

Voor een optimaal dak in bijvoorbeeld Utrecht zijn de verwachte opbrengsten binnen het eigen verbruik als volgt:

  • 2kWp-zonnepanelen (6 x 330 Wp) genereren ongeveer 1.800 kWh (€ 400) per jaar

  • 3kWp-zonnepanelen (8 x 375 Wp) genereren ongeveer 2.700 kWh (€ 600) per jaar

  • 4kWp-zonnepanelen (10 x 385 Wp) genereren ongeveer 3.500 kWh (€ 800) per jaar

Overproductie buiten eigen verbruik

Overproductie betekent dat je meer elektriciteit produceert dan je eigen verbruik. Hierdoor gaat je verwachte opbrengst omlaag, omdat je buiten je eigen verbruik niet de normale elektriciteitsprijs (22 eurocent) ontvangt, maar een lagere terugleverprijs (7,5 - 10 eurocent). Je kunt dus het beste een systeemgrootte kiezen waarmee net onder je eigen verbruik geproduceerd wordt. Dit om te voorkomen dat je overproduceert. Ook is de kans groot dat na installatie van zonnepanelen je eigen verbruik daalt, bijvoorbeeld doordat je bewuster gaat worden van je verbruik en je verdere efficiëntiemaatregelen neemt, zoals bijvoorbeeld ledlampen of een betere isolatie.

Terugverdientijd

De terugverdientijd is het aantal jaar dat nodig is om je eigen investering terug te verdienen. Een terugverdientijd van 5-6 jaar is zeker mogelijk met zonnepanelen. Gezien de verwachte levensduur van meer dan 25 jaar betekent dit dat je daarna nog voor 19-21 jaar aan gratis elektriciteit hebt.

Een andere manier om ernaar te kijken, is dat je nu je elektriciteit inkoopt voor de komende 25 jaar en maar voor 5-6 jaar hoeft te betalen, dus voor een derde van de prijs. Bedenk ook dat de elektriciteitsrekening sowieso betaald moet worden, dus na die 5-6 jaar heb je óf gewoon alle normale elektriciteitsrekeningen betaald óf je hebt je zonnepanelen al volledig terugverdiend.

Rendement zonnepanelen als percentage

Het rendement van zonnepanelen is niet goed uit te drukken als een percentage, zoals met rente op je bankrekening of andere investeringen. Dit komt omdat je eerst je originele investering moet terugverdienen. Het percentage is dus de eerste 5-6 jaar negatief en wordt daarna elk jaar beter.

Financiering van zonnepanelen

De meeste installateurs vragen een kleine aanbetaling en laten het restant betalen op de dag van of na de installatie. Het is mogelijk om voor zonnepanelen een persoonlijke lening af te sluiten, al is dit niet erg voordelig. Een persoonlijke lening kost al snel 6-7 procent. Dat betekent dat je ongeveer de helft van de opbrengst van je zonnepanelen aan rente op de lening moet afdragen, hetgeen de terugverdientijd verdubbelt.

Er is een ‘groene lening’ van de overheid beschikbaar met een rente van minder dan 2 procent. Hiervan moet je echter voor een kwart van het geleende geld andere energie-efficiënte maatregelen installeren. Het is ook mogelijk om zonnepanelen bij de hypotheek in te zetten als je gaat herfinancieren. Een hypotheekrente van 2 procent is niet ongebruikelijk, en met hypotheekrenteaftrek betaal je feitelijk minder dan 2 procent rente. Hierdoor betaal je slechts een vijfde van de opbrengst van je zonnepanelen aan rente. Toch blijft vooruitbetaling met spaargeld het aantrekkelijkst.

Ook biedt een groeiend aantal partijen een huur- of leaseconstructie aan. Op deze manier hoef je geen bedrag van tevoren te betalen, maar zit je aan een termijn van ongeveer 10 jaar vast, waarna je de zonnepanelen voor een symbolisch bedrag nog moet overkopen. Het bedrijf waar je de zonnepanelen van least blijft die eerste 10 jaar eigenaar en is verantwoordelijk voor de werking, maar in principe heb je de zelfde veiligheid onder de garantie van de fabrikant en installateur, met de helft van de terugverdientijd.

Btw terugvragen

De btw op de prijs van zonnepanelen is momenteel aftrekbaar van de belasting. Je kunt de volledige BTW van 21 procent terugvragen. Op een systeem van 6000 euro scheelt dat al snel 1000 euro aan btw. Voor het terugvragen moet je een formulier invullen. Er zijn diverse externe partijen die je hierbij kunnen helpen en meestal kan je eigen installateur je ook helpen bij het invullen van het formulier. Dit belastingvoordeel bestaat al sinds 2014 en ook met de huidige wijzigingen in de Kleine Ondernemersregeling (KOR) blijft de mogelijkheid overheid om de btw op zonnepanelen terug te vragen. 

Vraag een offerte aan voor zonnepanelen:

▼ Volgende artikel
Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?
© Dennis
Huis

Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?

HDMI 2.1 is de nieuwste standaard voor beeldoverdracht, maar lang niet iedereen heeft de extra bandbreedte ook écht nodig. Vooral voor gamers met een PlayStation 5, Xbox Series X of krachtige pc is het relevant. Kijk je alleen films of televisie? Dan volstaat de oudere aansluiting vaak prima. Wij leggen uit waar de grens ligt.

Als je momenteel op zoek bent naar een nieuwe televisie of monitor vlíegen de technische termen je om de oren. HDMI 2.1 wordt door fabrikanten en winkels vaak gepresenteerd als een absolute noodzaak voor een scherm dat klaar is voor de toekomst. Hierdoor ontstaat de angst dat je een miskoop doet als je kiest voor een model met de oudere HDMI 2.0-standaard. Toch is dat in veel Nederlandse huiskamers een misvatting, want de voordelen zijn nogal specifiek. Veel consumenten betalen onnodig extra voor een functie die ze technisch gezien nooit zullen activeren. Na het lezen van dit artikel weet je precies of jij die snelle poort nodig hebt, of dat je dat budget beter aan een groter scherm of beter geluid kunt besteden.

De kern van het probleem: bandbreedte

Het fundamentele verschil tussen de gangbare HDMI 2.0-standaard en de nieuwere 2.1-versie zit 'm in de digitale snelweg die ze bieden. Je kunt het zien als een waterleiding: door een 2.1-kabel kan veel meer water (of dus data) tegelijk worden gepompt (48 Gbit/s in dit geval) dan door de oudere 2.0-variant (die 'maar' 18 Gbit/s kan verwerken). Die extra ruimte is nodig voor 4K-beelden met een zeer hoge verversingssnelheid (120 beelden per seconde) of voor extreem hoge resoluties zoals 8K.

Een hardnekkige mythe is dat HDMI 2.1 het beeld altijd mooier maakt. Dat is onjuist. Als je naar een Netflix-serie kijkt in 4K, ziet dat er via een 2.0-poort exact hetzelfde uit als via een 2.1-poort. De kabel verandert niets aan de kleuren, de scherpte of het contrast; hij zorgt er alleen voor dat het signaal 'erdoor' past. Pas als er een file op de kabel ontstaat (omdat je te veel beelden per seconde wilt versturen) wordt de nieuwe standaard noodzakelijk. Zolang je dataverbruik onder de limiet van HDMI 2.0 blijft, voegt versie 2.1 niets toe aan de beeldkwaliteit.

Wanneer werkt dit wél goed?

HDMI 2.1 komt pas echt tot zijn recht als je de grenzen van beweging en snelheid opzoekt. Dat is vrijwel exclusief het domein van de fanatieke gamer. Heb je een PlayStation 5 of Xbox Series X in huis en wil je games spelen in de hoogste 4K-resolutie met 120 beelden per seconde (120 Hz)? Dan is een HDMI 2.1-aansluiting op je tv onmisbaar. Zonder deze poort blijft je console steken op 60 beelden per seconde, wat minder vloeiend oogt bij snelle shooters of racegames.

Ook pc-gamers met een zware, moderne videokaart (zoals de NVIDIA RTX 40- of 50-serie) profiteren hiervan als ze hun pc op de tv aansluiten. Naast de snelheid biedt de 2.1-standaard ondersteuning voor Variable Refresh Rate (VRR). Dat zorgt ervoor dat de televisie zijn verversingssnelheid continu aanpast aan de spelcomputer, wat haperingen en 'tearing' (waarbij het beeld in tweeën lijkt te breken) voorkomt. Daarnaast is er Auto Low Latency Mode (ALLM), een signaal waardoor je tv automatisch naar de spelmodus schakelt zodra je de console aanzet. Voor wie de maximale prestaties uit een moderne spelcomputer wil halen, is HDMI 2.1 dus een logische en eigenlijk verplichte keuze.

Oké, maar wanneer werkt dit níet goed?

Voor de gemiddelde kijker is de meerwaarde van HDMI 2.1 nagenoeg nihil. Kijk je voornamelijk lineaire televisie (nieuws, talkshows), sportwedstrijden, films op Blu-ray of series via streamingdiensten als Disney+ en Videoland? Dan kom je nooit in de buurt van de bandbreedte die HDMI 2.0 niet meer aankan. Films en series worden vrijwel altijd gemaakt en uitgezonden in 24, 30 of maximaal 60 beelden per seconde. Een standaard HDMI 2.0-aansluiting kan 4K-beeld op 60 Hz fluitend aan, inclusief HDR (High Dynamic Range).

Ook voor bezitters van een oudere of minder krachtige spelcomputer, zoals de PlayStation 4, de Xbox One of de Nintendo Switch, voegt de nieuwe poort niets toe. Het signaal dat deze apparaten uitsturen is simpelweg niet zwaar genoeg om de bredere snelweg nodig te hebben. Je koopt in dat geval een Ferrari om er vervolgens alleen maar mee in een 30-kilometerzone te rijden. Je betaalt voor capaciteit die ongebruikt blijft, terwijl je dat geld wellicht beter had kunnen investeren in een tv met een beter contrast of hogere helderheid.

Dealbreakers

Er zijn specifieke situaties waarin het blindstaren op HDMI 2.1 je keuze onnodig beperkt of zelfs leidt tot een slechtere aankoop. Dit zijn de harde grenzen:

Je zoekt een televisie in het budgetsegment. In de lagere prijsklassen is de term HDMI 2.1 vaak misleidend. Fabrikanten mogen de term soms gebruiken omdat de tv één specifieke feature ondersteunt (zoals ALLM), terwijl het paneel zelf technisch helemaal geen 120 Hz kan weergeven. Je koopt dan een tv met een 2.1-sticker, maar zonder het daadwerkelijke voordeel van vloeiend beeld. In dit segment is beeldkwaliteit altijd belangrijker dan het versienummer van de poort.

Je wilt alleen beter geluid via een soundbar. Vaak wordt gedacht dat je voor de beste geluidsoverdracht (eARC) per se een volledige HDMI 2.1-tv nodig hebt. Hoewel eARC officieel onderdeel is van de 2.1-specificaties, hebben veel fabrikanten deze functie ook toegevoegd aan televisies die verder gewoon op HDMI 2.0 draaien. Als je doel puur het doorsturen van Dolby Atmos-geluid is, is een volledige HDMI 2.1-poort dus geen harde eis, zolang eARC maar specifiek wordt vermeld.

Je kijkt puur films en series. Als je geen gamer bent, is er geen enkel scenario waarin HDMI 2.1 je kijkervaring verbetert. Het sluit een heleboel uitstekende oudere of goedkopere modellen uit die misschien wel een veel mooier OLED- of QLED-paneel hebben, maar niet de nieuwste aansluitingen. Beeldkwaliteit (zwartwaarden, kleur) wint het voor de filmkijker altijd van bandbreedte.

©DC Studio

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om de juiste keuze te maken, moet je kritisch kijken naar wat er in je tv-meubel staat of komt te staan. De vuistregel is eenvoudig: ben jij iemand die elke frame telt in een online shooter en heb je de hardware om dat te genereren? Dan moet HDMI 2.1 bovenaan je wensenlijst staan; zonder die poort knijp je de prestaties van je dure console af en mis je de soepelheid waarvoor je betaald hebt.

Ben je daarentegen een filmliefhebber die geniet van de hoogste beeldkwaliteit in HDR, of kijk je vooral sport? Richt je dan op het contrast, de helderheid en de kleurweergave van het paneel. Een kwalitatief hoogwaardig paneel met een 'oudere' aansluiting geeft een indrukwekkender plaatje bij films dan een middelmatige tv die toevallig wél een 2.1-aansluiting heeft. Laat je niet gek maken door het idee van toekomstbestendigheid als de beloofde toekomst niet aansluit bij jouw kijkgedrag.

Dus...

HDMI 2.1 is essentieel voor gamers met een PS5, Xbox Series X of krachtige pc die willen spelen in 4K bij 120 Hz. Voor filmkijkers, serie-bingers en tv-kijkers biedt de standaard geen zichtbare beeldverbetering ten opzichte van HDMI 2.0. De extra bandbreedte is puur bedoeld voor zeer hoge framerates die videocontent niet gebruikt. Kies alleen voor HDMI 2.1 als je hardware hebt die deze snelheid daadwerkelijk kan benutten. In alle andere gevallen is de kwaliteit van het beeldscherm zelf veel belangrijker dan het type aansluiting.

▼ Volgende artikel
Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?
© Wildlight Entertainment
Huis

Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?

Op 26 januari kan de wereld aan de slag met Highguard. Het lijkt erop dat iedereen weet wat Highguard is, terwijl tegelijkertijd ook niemand precies weet wát Highguard nou precies is. In dit artikel zetten we dus uiteen wanneer je de game kunt spelen, en waarom deze titel van Wildlight Entertainment zoveel aandacht krijgt.

Releasedatrum van Highguard

Highguard is vanaf vandaag, 26 januari, rond 19:00 uur Nederlandse tijd beschikbaar op pc, PlayStation 5 en Xbox Series X en S. De exacte releasetijd is nog niet bekend, maar vermoedelijk zal de game rond die tijd op alle platforms beschikbaar worden.

Daarbij is het spel free-to-play, dus je hoeft niets te betalen om Highguard te spelen. Daarbij ondersteunt de game crossplay en cross-save, dus je kunt de game samen met vrienden op andere platforms spelen en je progressie op andere platforms meenemen. Het spel is niet te preloaden, maar vereist op pc in ieder geval 25 GB aan beschikbare opslagruimte.

Met de lancering van het spel zendt ontwikkelaar Wildlight Entertaiment om 19:00 uur Nederlandse tijd ook direct een zogenaamde Launch Showcase uit op YouTube - ook hieronder te bekijken. De studio belooft in deze showcase een ‘deepdive in de gameplay’ van Highguard te tonen, de contentplannen voor het eerste jaar uit de doeken te doen en nog ‘veel meer’. 

Watch on YouTube

Wat is Highguard?

Aan team-based PvP heroshooters als Overwatch is geen gebrek, maar Highguard lijkt zich bij die groep te scharen. Het spel wordt ontwikkeld door Wildlight Entertainment, dat weer bestaat uit oud-ontwikkelaars van onder andere Titanfall en Apex Legends. Mensen die dus meer dan prima shooters in elkaar hebben gedraaid, waardoor de interesse toch ietwat gewekt wordt. 

Ieder team in de game bestaat uit drie zogenaamde Wardens, waarvoor verschillende personages gekozen kunnen worden. In de trailer zien we bijvoorbeeld een ridderachtige personage, die met een speciale vaardigheid elektrische stokken rond kan gooien. Ook is er een groot ijsmonster dat schijnbaar muren kan laten verschijnen, een soort cowboy met beestachtige klauwen en een personage dat met messen kan gooien. Ook heeft ieder personage schijnbaar toegang tot geweren om het vijandelijke team mee te bevechten.

Het doel van een potje is namelijk het vinden van de ‘Shieldbreaker’, een soort groot zwaard waarmee je de basis van de tegenstanders open kan breken en uiteindelijk overnemen. Wanneer dit lukt is het potje gewonnen. In de context van de game krijgt jouw team op die manier de controle over het continent. 

©Wildlight Entertainment

Waarom is er zoveel om Highguard te doen?

Wildlight positioneert de game in hun marketing als een “nieuw soort shooter”, maar veel spelers zijn op basis van de trailer nog niet overtuigd. Highguard doet qua opzet van de potjes wel een paar dingen anders dan hero-shooters als Overwatch en Marvel Rivals, maar zoals Concord in 2024 liet zien is de huidige markt voor dit subgenre binnen shooters redelijk verzadigd. Velen zijn simpelweg nog niet overtuigd dat Highguard daadwerkelijk iets vernieuwends met zich mee weet te brengen.

Dit valt ook te verwijten aan een opvallend gebrek aan marketing van de game. Zo’n anderhalve maand voor release hoorden we voor het eerst van Highguard, toen de trailer werd getoond als afsluiter van The Game Awards. Normaliter is de laatste aankondiging van die show een van de hoogtepunten, maar Highguard wist mensen niet te enthousiasmeren. 

De gesprekken rondom Highguard werden echter nog vreemder, toen opviel dat Wildlight geruime tijd niets meer plaatste op sociale media over de game. Na de initiële aankondiging van de game werd er wekenlang niets meer geplaatst op het X-account van Highguard, tot drie dagen voor launch - toen het bedrijf een countdown startte. Ook dit maakte het lastig om enthousiast te worden voor Highguard. 

©Wildlight Entertainment

In de afgelopen dagen doken er berichten en geruchten op die stelden dat Geoff Keighley - de presentator en oprichter van The Game Awards - Highguard specifiek had uitgekozen als afsluiter van The Game Awards, omdat hij hier wel iets in zag. Op 25 januari plaatste Keighley een gif op X, waarin John Hammond uit Jurassic Park zegt: “Over 48 uur accepteer ik jullie verontschuldigingen”. 

Natuurlijk gunnen we iedere game waar tijd en passie in heeft gezeten het beste, maar het is ook niet te ontkennen dat het verhaal rondom Highguard op zijn minst frappant te noemen is. Nou ja, vanaf 19:00 uur kunnen we het spel zelf onder handen nemen. Verwacht daarom binnenkort impressies op onze socials en ID.nl.