ID.nl logo
Worden eigenaren van zonnepanelen te veel benadeeld?
© MG | ID.nl
Energie

Worden eigenaren van zonnepanelen te veel benadeeld?

Je ziet en hoort het steeds vaker: heb je zonnepanelen, dan word je tegenwoordig niet meer beloond voor het gratis opwekken van stroom. Sterker nog: je moet extra betalen om stroom te mogen terugleveren aan het stroomnet. Hoe zit dat precies?

Vorig jaar kondigde energieleverancier Vandebron als eerste aan om huishoudens die met zonnepanelen stroom terugleveren aan het stroomnet, te gaan laten betalen voor dat terugleveren. Later volgden meer energieleveranciers. De kosten die je per maand betaalt voor het terugleveren zijn per energiemaatschappij verschillend, maar liggen tussen de 15 en 25 euro per maand. Dat lijkt misschien niet zo heel veel, maar reken maar uit wat het je kost over het gehele jaar: je zit dan al gauw op 180 tot 300 euro op jaarbasis.

Lees ook: Bij deze leveranciers betaal je voor het gebruik van zonnepanelen

Kosten eerlijk verdelen

Maar waarom moet je als zonnepaneeleigenaar ineens geld gaan betalen, terwijl je voorheen juist geld terugkreeg voor het leveren van stroom via de zonnepanelen?

Allereerst: je krijgt nog steeds geld terug of de opgewerkte energie wordt nog steeds met je verrekend. Echter, het terugleveren van stroom van zonnepanelen naar het energienet kan zorgen voor piekbelastingen op het nu al overvolle stroomnet. Dat betekent dat energiemaatschappijen moeten investeren in technieken om die pieken op te vangen, bijvoorbeeld door de overtollige opgewekte energie van zonnepanelen ergens op te slaan of tegen een veel lagere prijs te verkopen op de energiemarkt.

Dit kost de energiemaatschappijen dus geld, maar ze willen die kosten niet doorbelasten aan álle klanten, want het zou niet eerlijk zijn als klanten die geen zonnepanelen hebben, ook moeten meebetalen voor de investeringen die energiemaatschappijen hebben gedaan voor de opgewekte stroom van huishoudens mét zonnepanelen.

TERUGLEVERVERGOEDING VERSUS TERUGLEVERKOSTEN Soms kan er wat verwarring ontstaan tussen terugleververgoeding en terugleverkosten; dit zijn twee verschillende dingen:

  • Een terugleververgoeding is het bedrag dat jij terugkrijgt als je meer energie vanuit je zonnepanelen hebt opgewekt dan je afneemt. Dat wordt berekend over het verschil van de teruggeleverde stroom met de bij de energieleverancier afgnomenen stroom.

  • De terugleverkosten zijn de kosten die jij moet betalen aan je energieleverancier voor de stroom die jij via jouw zonnepanelen hebt opgewekt en aan het stroomnet hebt geleverd.

Bovengenoemden heffen elkaar niet op: als jij terugleverkosten betaalt betekent het niet automatisch dat je daardoor geen terugleververgoeding meer krijgt. Wel kan het zijn dat je per opgewekt kilowattuur van je zonnepanelen minder terug krijgt als dit aan het eind van het jaar wordt verekend. Verder staan de terugleververgoeding en de terugleverkosten los van de salderingsregeling.

Salderingsregeling

Een andere reden dat energiemaatschappijen meer geld vragen voor het terugleveren van stroom via zonnepanelen, is een indirect gevolg van de salderingsregeling die in stand blijft. Eigenaren van zonnepanelen kunnen hun opgewekte stroom verrekenen met de kosten van de stroom die is geleverd door de energiemaatschappij.

©MG | ID.nl

Maar omdat de ontvangen stroom van de zonnepanelen minder waard is, maar de energiemaatschappijen toch een vaste saldering toepassen, snijdt een energieleverancier zichzelf in de vingers. Volgens onderzoek van vergelijkingssite Keuze.nl kost het behouden van de salderingsregeling de energiemaatschappij 125 euro per klant. De salderingsregeling is dus wel gunstig voor de eigenaren van zonnepanelen, maar niet voor de energiemaatschappijen. Ook die kosten worden via een of andere manier bij de klant verhaald, en daar zijn de terugleverkosten er een van.

Lees ook: BTW van zonnepanelen terugvragen: hoe werkt dat?

Terugleververgoeding kan minder worden

Energieleveranciers zijn wettelijk verplicht jou te vergoeden voor het aan hen leveren van stroom via je zonnepanelen, zelfs wanneer je terugleverkosten betaalt. De hoogte van de bedragen die je terugkrijgt van je leverancier mogen zij echter wel zelf bepalen. Het kan dus zomaar zijn dat door het in stand blijven van de salderingsregeling, jouw energiemaatschappij je minder gaat teruggeven via de terugleververgoeding. Hoeveel minder dat dan is, is lastig te zeggen, omdat iedere energiemaatschappij andere tarieven hanteert. Op termijn zal overigens een wettelijk minimum aan de terugleververgoeding worden gesteld.

Lees ook: Zo verbruik je zelf meer van je gratis opgewekte zonne-energie

Lastig te vergelijken

Het probleem met al die extra boetes - zo noemen we ze voor het gemak maar even - is dat deze per energieleverancier verschillen en niet allemaal op dezelfde manier worden doorberekend. Soms krijg je als klant geen welkomstbonus meer als je zonnepanelen hebt, betaal je per maand een extra bedrag of wordt de salderingsregeling ineens minder aantrekkelijk of krijg je minder terugleververgoeding.

©Alex Yeung

Er is helaas geen eenduidig beeld en dat maakt het zelfs voor de doorgewinterde energievergelijkingssites lastig om een goede vergelijking te maken, omdat de extra kosten voor zonnepanelen niet altijd worden meegenomen in de vergelijking. Je krijgt dan vaak alleen de 'kale' energieprijs per maand te zien. Als je als consument van plan bent om over te stappen naar een andere energieleverancier, moet je dus per leverancier goed in de voorwaarden duiken om te achterhalen waar je de beste deal krijgt.

Wordt de thuisbatterij de toekomst?

Met al die lastige vergelijkingen, extra boetes en minder waarde van de terugegeleverde stroom is er een andere optie die in de toekomst steeds meer een rol gaat spelen: de thuisbatterij. Met een thuisbatterij kun je de door zonnepanelen opgewekte stroom opslaan en grotendeels voor eigen gebruik inzetten, waardoor je weer wat minder afhankelijk bent van je energieleverancier. Een slim systeem dat goed is ingeregeld kan dan bijvoorbeeld zelf bepalen wanneer het voor jou het beste loont om je opgewekte stroom terug te leveren, deze direct te gebruiken of voor een langere periode op te slaan in je eigen thuisbatterij.

Vraag een offerte aan voor thuisbatterij:

▼ Volgende artikel
Gerucht: Slimme brillen van Meta krijgen gezichtsherkenning
© Vadym - stock.adobe.com
Gezond leven

Gerucht: Slimme brillen van Meta krijgen gezichtsherkenning

Meta zou in de loop van dit jaar gezichtsherkenningstechnologie aan diens slimme brillen willen toevoegen.

Dat claimt The New York Times van bronnen te hebben vernomen. De gezichtsherkenningstechnologie zou ergens later dit jaar naar de slimme Ray-Ban- en Oakley-brillen van het bedrijf komen.

Volgens The New York Times zouden de brillen met de technologie gezichten in de omgeving kunnen identificeren via de ingebouwde camera. Daar zouden de brillen profielen van socialmediaplatforms van Meta, zoals Facebook en Instagram, voor gebruiken. Vervolgens zouden dragers van de bril informatie over de persoon in kwestie krijgen.

Logischerwijs zorgt het gerucht voor wat ophef rondom privacy. Meta zou dan ook nog overwegen dat het alleen mogelijk wordt om de technologie in te zetten bij mensen waar de drager een connectie mee heeft op social media. Maar het is nog niet uitgesloten dat Meta er voor kiest dat met de bril ook vreemden herkend kunnen worden via openbare profielen.

Het lijkt waarschijnlijk dat de functie er komt; The New York Times citeert een interne memo van Meta waarin te lezen valt dat het een goed moment is om de functie te lanceren gezien de huidige politieke onrust. Dit omdat veel organisaties die bezwaar zouden maken tegen dergelijke technologie, het te druk zouden hebben met andere problemen. Meta zelf heeft het gerucht aan The New York Times bevestigd noch ontkend.

▼ Volgende artikel
RAM(p)-scenario: waarom tech in 2026 duurder wordt
© ID.nl
Huis

RAM(p)-scenario: waarom tech in 2026 duurder wordt

Je merkt het aan laptops, smartphones en gameconsoles: de prijzen lopen dit jaar op. Inflatie speelt mee, maar dat is niet de voornaamste reden. Waar chipmakers, vooral de geheugenfabrikanten, tot voor kort vooral produceerden voor de traditionele (consumenten)markt, gaat er nu steeds meer capaciteit naar grote AI-datacenters. Daardoor worden geheugen en opslag schaarser. En als iets schaarser wordt, stijgt de prijs. Hoe dat zit en wat dat voor jou betekent, lees je hier.

AI als Rupsje Nooitgenoeg

Zie de geheugenchipindustrie als een bakkerij met een beperkt aantal ovens. Jarenlang werd de capaciteit van die ovens gebruikt voor standaardbrood: regulier DRAM-geheugen (Dynamic random access memory)en NAND-opslag (flashgeheugen) voor consumententech. Nu vragen AI-servers om een nieuw soort brood: high bandwidth memory (HBM). HBM is speciaal geheugen dat direct naast de rekenchip zit, zodat data veel sneller heen en weer kan. En de vraag is groot: marktanalisten verwachten dat datacenters in 2026 een heel groot deel van de geproduceerde geheugenchips gaan opslokken, met schattingen die richting 70 procent gaan Het gevolg is simpel: als meer ovens worden gereserveerd voor dat 'speciale brood', kan er minder standaardbrood gebakken worden. En dat betekent dus dat gewoon geheugen fors duurder aan het worden is.

©Bron prijsdata: Tweakers

RAM-tekort is niet de enige oorzaak

Dat de prijzen van geheugen en opslag in korte tijd zo gestegen zijn, ga je dus voelen: want dit zijn basis-onderdelen in bijna elke laptop of smartphone. Daar komt nog bij dat ook cpu's tijdelijk lastiger te leveren (en in sommige gevallen duurder) waren. Ook van andere onderdelen (denk: printplaten, batterijen en stroomregelchips) is de prijs omhoog aan het gaan. Daarnaast maken nieuwe standaarden zoals Wifi 7 en USB 4 sommige onderdelen bovendien complexer en daarmee duurder.

Geheugenchip en geheugen, wat is het verschil?

Een geheugenchip is het fysieke onderdeel dat uit de fabriek komt: zo'n klein rechthoekig blokje dat je op een printplaat ziet zitten. Je kunt het zien als bakstenen en een muur. De geheugenchips zijn de bakstenen. Een RAM-module is de muur, opgebouwd uit meerdere bakstenen op één printplaat. Een typische module bevat meerdere chips die samen die 8, 16 of 32 GB vormen. En precies daarom werkt een tekort aan chips zo snel door. Als er minder chips beschikbaar zijn, kun je minder RAM-modules maken, minder ssd's vullen en minder chips plaatsen in laptops, telefoons en tablets.

©Batorskaya Larisa

Laptops, smartphones en consoles: daarom worden ze duurder

De onderstaande tabel laat zien globaal zien welk deel van het budget naar de verschillende onderdelen gaat. Daarbij moet wel aangetekend dat het om een schatting van percentages gaat; harde cijfers hierover zijn moeilijk te vinden.  Hierdoor zie je beter waar de pijn van de huidige geheugen- en chiptekorten het hardst wordt gevoeld.

OnderdeelLaptopSmartphone (premium)Gameconsole (PS5 Pro/Xbox)
Geheugen & opslag10% - 25%10% - 20%35% of meer
Processor (CPU/SoC)15% - 30%25% - 35%30% - 40%
Scherm / Display10% - 20%15% - 25%N.v.t.
Behuizing / Koeling5% - 10%5% - 10%10% - 15%
Batterij5% - 10%5% - 10%N.v.t.

Kijk je puur naar deze tabel, dan zou je verwachten dat vooral gameconsoles heel sterk in prijs gaan stijgen. Maar volgens kenners van de markt zouden consolebouwers hun best doen om in ieder geval voorlopig de prijs gelijk te houden – juist omdat de Switch 2 net uit is en de Xbox Series en PS5 al meerdere prijsverhogingen hebben gehad. De klap daar zal eerder opgevangen worden door alles eromheen: denk aan accessoires en abonnementen zoals PlayStation Plus.

Bij laptopfabrikanten en smartphonemakers ligt dat anders. Die hebben geen andere producten in het ümfeld die ingezet kunnen worden om de kosten van het belangrijkste product niet al te veel te hoeven verhogen. De stijgende kosten van geheugen, opslag en processor zullen daar dus wel impact gaan hebben, zo is de verwachting.

Welke prijsstijgingen kun je verwachten?

Het blijft een inschatting, maar verschillende marktonderzoeken komen grofweg op hetzelfde neer. Voor een nieuwe laptop moet je dit jaar rekening houden met een extra kostenpost van ongeveer 100 tot 200 euro, afhankelijk van het segment en de gekozen configuratie. Bij smartphones gaat het vaker om 50 tot 100 euro per model. Het precieze bedrag verschilt per merk, maar de tendens is duidelijk: als consument ga je meer betalen.

Hogere prijzen of minder waar voor je geld

Die impact heeft grofweg twee smaken. Enerzijds zal vooral premium tech duurder worden, maar krijg je daar wel meer voor terug; anderzijds zullen bij mid-range tech de prijzen waarschijnlijk minder hard stijgen, maar krijg je daar tegelijkertijd minder waar voor je geld. Krimpflatie.

Premiumtech: duurder, maar meer mogelijkheden

Hier spelen twee dingen: niet alleen zijn chips minder goed leverbaar, er wordt tegelijkertijd hard gewerkt aan nieuwe productietechnieken (zoals de 2-nanometer chiptechnologie van marktleider TSMC). De productie van zo'n nieuwe chip is een ingewikkeld en duur proces. Dat drijft de prijs op.

Wel is het zo dat je als consument profiteert van de mogelijkheden van de nieuwste generatie chips. Die kunnen langer hoge prestaties volhouden en toch koeler blijven, simpelweg omdat de chip efficiënter met energie omgaat. Dat merk je echt in de praktijk. Dus ja, je betaalt meer, maar je krijgt er ook meer voor terug.

©StocksJust4You - stock.adobe.com

Mid-range: niet duurder, wel mindere specs

Bij de middenklasse proberen merken de prijs aantrekkelijk te houden. Als onderdelen duurder worden, moeten ze ergens compenseren. Je krijgt dan voor ongeveer dezelfde adviesprijs als het model van vorig jaar een smartwatch of telefoon met minder opslag, minder RAM of trager werkgeheugen dan de generatie van vorig jaar. Of het model wordt uitgekleed: extra's (bijvoorbeeld een snellere opslagvariant, betere camera, luxere afwerking) verdwijnen.

En de budgetmodellen?

Hele goedkope modellen hebben het extra lastig. Daar zit weinig marge op, dus een stijging van onderdelenprijzen hakt er direct in. Het principe is hetzelfde als bij mid-range, maar het pakt hier vaker scherper uit: er is minder ruimte om kosten op te vangen, dus je merkt het sneller in RAM, opslag of snelheid. Daarnaast kunnen fabrikanten in het laagste segment ook kiezen om instapmodellen te schrappen, of om 'nieuwe' modellen uit te brengen die intern weinig veranderen. Dat betekent vaak ook: minder keuze voor jou.

Conclusie

Tech is in 2026 duurder geworden omdat de chipindustrie zich steeds meer richt op AI-datacenters. Daardoor verschuift productiecapaciteit naar specialistisch geheugen, en stijgen de prijzen van standaardgeheugen en opslag.

Het advies voor jou is vooral praktisch: als je nu al weet dat je extra RAM, een grotere ssd of een nieuwe smartphone, laptop of gameconsole nodig hebt, wacht dan niet te lang. De signalen uit de markt wijzen erop dat prijzen en beschikbaarheid voorlopig onder druk blijven staan. Dat maakt vergelijken weer belangrijker dan de afgelopen jaren. Kijk niet alleen naar de prijs, maar kijk extra goed naar de specificaties. En kijk daarbij vooral naar RAM en opslag: daar zie je de effecten van wat er nu speelt het snelst terug.