ID.nl logo
Je eigen stroom produceren vanaf het balkon
© Balkonzon.nl
Energie

Je eigen stroom produceren vanaf het balkon

Als je geen eigen dak hebt om zonnepanelen te plaatsen, kunnen speciale balkonzonnepanelen de oplossing zijn. Het levert een kostenbesparing op, vermindering van de CO₂-uitstoot en je bent minder afhankelijkheid van het elektriciteitsnet, allemaal rechtstreeks vanaf je balkon.

Zonnepanelen op je balkon zijn vooral bedoeld om de ruststroom van de woning te dekken. In vergelijking met de gewone zonnepanelen werken ze niet met een centrale omvormer en ze leveren gewoon stroom via het stopcontact. In dit artikel komt aan bod:

  • Wanneer zijn zonnepanelen tegen het balkon toegestaan?
  • Waaruit bestaat zo’n balkoninstallatie?
  • Via het stopcontact
  • Zelf installeren
  • Prijzen
  • Voor- en nadelen van balkonzonnepanelen
  • Inzicht via een app
  • Ik heb niet de hele dag zon op mijn balkon

Lees ook: ☀️ Zonnepanelen op je camper: altijd en overal energie op zak

Een appartement zonder eigen dak is één mogelijk scenario waarbij het gebruik van balkonzonnepanelen handig kan zijn. Maar ook als al je toekomstige verhuisplannen hebt en de zonnepanelen makkelijk mee wilt kunnen nemen, of als je een volledige dakinstallatie een te grote investering vindt, zou een bescheiden verticale installatie een optie kunnen zijn.

Zijn zonnepanelen tegen het balkon toegestaan?

Verticale zonnepanelen hebben een iets lagere opbrengst dan de traditionele dakzonnepanelen. In Nederland zie je ze nog niet zo vaak, maar in Hamburg of Berlijn zijn ze ondertussen wel ingeburgerd. Verder zijn zonnepanelen voor balkons niet vergunningsplichtig, tenzij je in een monumentaal pand woont. Wie dergelijke panelen overweegt in een appartementsgebouw moet vooraf toch even nagaan of het niet tegen de richtlijnen ingaat van de Vereniging van Eigenaars (VvE). Soms legt zo’n VvE beperkingen op van wat er op het balkon te zien mag zijn en staan ze balkonzonnepanelen niet toe omwille van de esthetiek.

©Balkonzon.nl

De verticale zonnepanelen voor het balkon zijn lichte en dun ().

Waaruit bestaat zo’n balkoninstallatie?

Gewone zonnepanelen aan een balkon bevestigen, is geen goed idee omdat die te zwaar zijn. De balkonoplossingen zijn lichtgewicht panelen van slechts 20,5 kilogram. De dunne zonnepanelen zijn zwart. Balkonzon.nl zegt dat één paneel voor een opbrengst kan zorgen van 260 kWh per jaar. Zoals ieder zonnepaneel produceren ook deze panelen gelijkstroom die moet worden omgezet in bruikbare wisselstroom. Voor een dergelijk installatie gebruikt men een micro-omvormer achter elk paneel die een lagere opstartspanning heeft dan de gebruikelijke omvormer.

Er wordt een roestvrij montagesysteem geleverd om de panelen aan het balkon te bevestigen. In dit systeem zitten de benodigde haken en kabels om alles stevig te bevestigen. De zonnepanelen worden met beugels aan de balustrade vastgemaakt. Er bestaan zelfs ophangsystemen die de panelen in hoek van 9 tot 20 graden laten hellen, zodat ze maximaal het zonlicht opvangen. 

©Solar Power Supply

Deze balkoncentrale bestaat uit zonnepanelen, een micro-omvormer en soms nog een batterij ().

Ook interessant: Review Ecoflow-set – Zonne-energie opwekken op je balkon

In het stopcontact steken

Bijzonder is dat je de balkonzonnepanelen gewoon aansluit op het stopcontact. Op die manier brengen ze de opgewekte stroom in het thuiscircuit. Je mag in Nederland 600 Watt per groep terugleveren. Het risico op een schok is minimaal, de omvormer schakelt namelijk onmiddellijk uit zodra de stekker wordt losgetrokken. Je kunt de installatie ook rechtstreeks aansluiten op een groepenkast die is voorzien van een eigen zekering.

In België is dergelijk plug-and-playsysteem niet toegestaan vanwege veiligheidsredenen. Als je de omvormer niet uit het stopcontact haalt, zou het systeem in principe een net onder spanning kunnen houden en dit vormt een veiligheidsrisico wanneer het stroomnet wordt uitgeschakeld om er bijvoorbeeld aan te werken. 

©Solar Power Supply

De micro-omvormer geeft zijn stroom af via het stopcontact ().

Zelf installeren

Alle balkonsystemen zijn ontworpen zodat de thuisgebruiker ze zelf kan plaatsen. Ook op het vlak van wet- en regelgeving is het zelf installeren toegestaan. De leveranciers van balkonsystemen die wij spraken, werken allemaal met webshops waarbij de klant de panelen zelf plaatst. De klant ontvangt daarvoor handleidingen en installatievideo’s. Een bepaalde leverancier is bereid de panelen te installeren en afgaande op de prijs die hij er voor rekent (90 euro), denken we dat dit geen tijdrovende karwei is.

Prijzen

Voor een installatie van 330 Wp betaal je tussen de 600 en 1400 euro. De prijs is afhankelijk van de capaciteit van de panelen, maar ook de kwaliteit van de panelen en de omvormer speelt een rol. Door relatief lage investeringskosten heb je de installatie na ongeveer zes jaar terugverdiend. Uiteraard hebben factoren als oriëntatie en schaduwval een belangrijke invloed op het rendement van de zonnepanelen.

Ook moet je je energiemaatschappij op de hoogte stellen van de plaatsing. Het best doe je dat vooraf, want het kan zijn dat je meter niet geschikt is om terug te leveren. Je kunt een melding doen via Energieleveren.nl.

Sinds 1 januari 2023 hoef je geen BTW meer meer te betalen bij de aanschaf van zonnepanelen, als deze voor privégebruik zijn. We zagen een productgarantie van 10 tot 12 jaar en de leverancier garandeert 25 jaar opbrengst. 

©Balkonzon

De panelen hangen vast met stevige beugels ().

VAN WATTPIEK NAAR KILOWATTUUR Wattpiek (Wp) is de meeteenheid die men gebruikt om het vermogen van fotovoltaïsche cellen om zonne-energie in elektriciteit om te zetten. Het geeft aan hoeveel elektriciteit de panelen in ideale omstandigheden uit zonlicht kunnen produceren. In Nederland kun je het aantal Wp vermenigvuldigen met 0,9 om het aantal kilowattuur te berekenen. Een zonnepaneel van 330 Wp levert dus op jaarbasis maximaal 297 kWh (330 Wp × 0,9) op. 

Voordelen

  • De balkonzonnepanelen hebben weinig ruimte nodig. Eigenaars van een appartement kiezen er doorgaans voor om slechts twee zonnepanelen te plaatsen. Het balkon hoeft niet eens groot te zijn om deze panelen te installeren.

  • Een volledige installatie met dakzonnepanelen kan stevig in de papieren oplopen. Bij balkonzonnepanelen gaat het om een kleine installatie, dus ook om een lagere prijs.

  •  Deze panelen kun je gemakkelijk zelf monteren. Je bevestigt de panelen aan de balustrade en de stroom die geproduceerd wordt, gaat via een stekker naar het gewone stopcontact.

  • Verder hebben deze zonnepanelen dezelfde voordelen als standaard zonnepanelen. Je wekt zelf duurzame energie op en je bent dus minder afhankelijk van de schommelende energieprijzen.

 Nadelen

  • Je hebt minder mogelijkheden dan bij een dakinstallatie. Als het balkon niet zuidelijk is georiënteerd, zijn de panelen minder rendabel.

  • Je haalt uiteraard niet hetzelfde vermogen als bij een dakinstallatie. 

  • Woon je in een appartement, dan moet je de afspraken van de Vereniging van Eigenaars (VvE) naleven.

©Solar Power Supply

Door de panelen hellend te hangen zullen ze meer zonlicht opvangen ().

Inzicht via een app

In de omvormer is wifi geïntegreerd om zo de opbrengst te monitoren. Alle balkonsystemen kun je dus volgen via een app. Dat betekent dat je de prestaties kunt bekijken. Bovendien kun je de instellingen aanpassen met de smartphone. Het is zelfs mogelijk om een thuisbatterij op de panelen aan te sluiten. 

Ik heb niet de hele dag zon op mijn balkon

De zonnepanelen zijn overgedimensioneerd, waardoor ze een hoger nettovermogen hebben over de hele dag. De micro-omvormer vlakt de piek af, hierdoor levert je balkon zelfs energie op het moment dat niet de volledige zon erop staat. Balkons op het oosten, westen en zuiden zijn geschikt voor balkonzonnepanelen.

©Solar Power Supply

De balkonpanelen moeten de ruststroom van de woning dekken ().

Alle beetjes helpen

Het is vooral de bedoeling dat een balkoncentrale voldoende energie opwekt om de zogenaamde ruststroom van de woning te dekken. Met ruststroom bedoelen we het verbruik van de koelkast, het licht, het stand-byverbruik van apparaten die niet helemaal uitgeschakeld mogen worden, kortom: alles wat er in de woning wordt verbruikt terwijl er eigenlijk niemand verder iets doet. Wat de balkonpanelen meer opwekken, zal het terugleveren aan het netwerk. Dit maakt de balkoncentrale tot een goedkope en bescheiden oplossing die toch efficiënt werkt.

Ontdek alles over zonnepanelen ☀️

Productinformatie, veelgestelde vragen en offertes
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.