ID.nl logo
Energiemeter kopen, aansluiten en aflezen
© Reshift Digital
Huis

Energiemeter kopen, aansluiten en aflezen

Via je energieleverancier weet je wat je totaalverbruik is. Dat is een goed uitgangspunt, maar je wilt natuurlijk weten wat in huis de grootverbruikers zijn. Op die manier kun je juist daar beginnen met besparen. Het is tijd om de afzonderlijke apparaten eens onder de loep te nemen. Wil je een energiemeter kopen, aansluiten en aflezen? Lees dan verder.

Energiemeters, ook bekend als energiekostenmeters, zijn er in verschillende uitvoeringen. De simpelste vorm is de stekkeradapter: een apparaatje dat je in het stopcontact steekt. De stekker van het apparaat dat je wilt meten, steek je vervolgens in de adapter. De meeste stekkeradapters hebben een display waarop je het actuele verbruik in watt kunt aflezen; een momentopname dus. Ook het totaalverbruik in kilowattuur (kWh), dus over de periode dat je hebt gemeten, wordt altijd weergegeven.

Afhankelijk van je meetstekker kun je andere waarden uitlezen, zoals de netspanning en de stroomsterkte. In een enkel geval heeft de adapter geen display. Je moet hem dan via bluetooth met je smartphone verbinden. Daarna kun je de waarden via een app bekijken.

©PXimport

Energiemeter kiezen

Bij de meeste (online) elektronicawinkels vind je een ruim aanbod. Bekende merken zijn onder andere Basetech, Brennenstuhl, ELV en Voltcraft. De prijzen lopen uiteen van een 10 tot 60 euro. Kijk behalve naar de prijs ook naar het meetbereik. Doorgaans loopt dat van iets meer dan 0 tot ongeveer 3600 watt.

Er zijn ook energiemeters die bijvoorbeeld beginnen bij 4 of meer watt. Dat betekent dat je daarmee apparaten die heel weinig verbruiken niet kunt doormeten. Ook het sluipverbruik (zie kader) kun je dan niet in kaart brengen. Kijk in de specificaties van de meter verder naar de nauwkeurigheid. Dat staat aangegeven in procenten. Hoe lager het percentage, hoe beter. Kijk ook of de meter een geïntegreerde batterij heeft. Als dat niet zo is, kun je hem vaak alleen aflezen als hij in het stopcontact zit en dat is nogal onhandig.

Sluipverbruik

Ook op de momenten dat je apparaten niet gebruikt, kunnen deze stroom verbruiken. Denk aan een televisie die je in stand-by zet en dus niet uitschakelt. Door nieuwe ecodesignrichtlijnen is het sluipverbruik van nieuwe apparaten wel heel klein. Winst behaal je dus vooral op oude apparaten (ongeveer van voor 2010), zoals een oude magnetron, televisie, cv-ketel of wasmachine.

Met een goede energiemeter kun je dit sluipverbruik meten en aan de hand van de cijfers maatregelen nemen. Gebruik een stekkerdoos met een aan-uitknop voor apparatuur die bij elkaar hoort, zoals je computer en printer, of je televisie en mediabox met harddiskrecorder en dvd-speler. Je kunt alles dan in één keer uitzetten. Ook kun je een tijdklok gebruiken om apparaten tijdelijk uit te zetten.

Extra functies

Soms kan de adapter ook de kosten van de verbruikte stroom berekenen. Hiervoor moet je zelf wel eerst de stroomprijs hebben ingevoerd. Sommige meters bieden zelfs de mogelijkheid om zowel dag- als nachttarief te gebruiken. Ook logging is een functie die van pas kan komen. Beschikt je meter hierover, dan worden de gemeten data opgeslagen in het intern geheugen of op een geheugenkaartje. Je kunt de data dan overhevelen naar je pc en zo makkelijk(er) analyseren.

Energiemeter gebruiken

Hoe gebruik je nu zo’n energiemeter? Steek de adapter in het stopcontact en de stekker van het te meten apparaat in de adapter. Daarbij is het wel belangrijk dat je de handleiding volgt. Daarin kan bijvoorbeeld staan dat je het apparaat dat je wilt meten, eerst moet uitzetten voordat je dat aansluit. Ook staat in de handleiding beschreven welke instellingen er allemaal mogelijk zijn, hoe je de data afleest en hoe de data worden bewaard.

Apparaten met hoog verbruik

Met een energiemeter kom je apparaten op het spoor die veel energie verbruiken. Denk aan een wifi-router, wifi-versterker of decoder. Maar ook energieslurpers als een aquarium, waterbed, elektrische kachel, elektrische boiler of oude koelkast. Of, minder voor de hand liggend, een deurbel, de cv-ketel of pomp voor vloerverwarming.

Op www.milieucentraal.nl vind je nog meer grootverbruikers van stroom. Sommige apparaten met een hoog verbruik kun je niet met een standaardmeter doormeten, omdat deze niet met een standaardstekker zijn aangesloten. Dat geldt bijvoorbeeld voor een grote elektrische boiler, ventilatiesysteem, inductiekooplaat of elektrische vloerverwarming.

Duur van de meting

Sommige apparaten zijn afgebakend wat betreft gebruikstijd. Wil je bijvoorbeeld meten wat je waterkoker eigenlijk verbruikt, dan ben je snel klaar. Je meet dan gedurende de tijd die het duurt tot het water kookt en het apparaat afslaat. Bij een wasmachine voer je de meting uit tijdens een door jou gekozen wasprogramma. Wil je een nog beter beeld, dan zou je verschillende wasprogramma’s kunnen meten en bijvoorbeeld het ecoprogramma kunnen vergelijken met standaardprogramma’s. Bij moderne wasmachines hangt de hoeveelheid verbruikte stroom overigens ook af van hoe vuil je wasgoed is. Ga je meten, doe dat dan met een lading wasgoed die voor jou gebruikelijk is.

Er zijn ook apparaten die niet constant dezelfde hoeveelheid stroom verbruiken. Denk aan een koelkast waarvan de compressor af en toe aanslaat of een computer waarvan tijdens zware belasting de ventilatoren gaan draaien. Kies dan voor een langere meetperiode, bijvoorbeeld een paar uur of zelfs een paar dagen. Na afloop deel je het totaalverbruik dan door het aantal uur om te zien wat het gemiddelde gebruik is.

Bij je koelkast en vriezer hangt het trouwens wel af van het seizoen waarin je meet: in de zomer, als de omgevingstemperatuur hoger is, verbruiken deze apparaten meer stroom. Idealiter zou je daarom in meerdere seizoenen een meting moeten uitvoeren.

Wil je sluipverbruik meten? Kies dan ook een langere periode, bijvoorbeeld een nacht lang. Zorg dan wel dat je het apparaat in kwestie niet gebruikt. Je zou bijvoorbeeld je televisie een paar uur kunnen doormeten, terwijl je aan het kijken bent, om daarna, als je naar bed gaat, een nachtje het sluipverbruik te meten. Noteer per apparaat de exacte tijdsperiode en het aantal kilowattuur dat in die tijd is gemeten.

©PXimport

Cijfers begrijpen

Nu je de cijfers van je afzonderlijke apparaten hebt achterhaald, wordt het tijd om die eens nader te bekijken. Wat zeggen ze over je verbruik? Hoe kunnen ze je helpen om energiezuiniger te worden?

We beginnen met je totaalverbruik. Of dat hoog of juist laag is, is lastig te zeggen. Dat hangt vooral af van het soort huis waarin je woont (hoe groter, hoe meer gas), en het aantal mensen in je huishouden (hoe meer mensen, hoe meer elektriciteit). Volgens Milieu Centraal verbruikt een Nederlands huishouden per jaar gemiddeld 2.741 kilowattuur elektriciteit en 1.239 kubieke meter gas.

Wil je weten of je energieverbruik hoger of lager is dan vergelijkbare huishoudens? Dan kun je bij Milieu Centraal een online-advies op maat krijgen. Je vult een aantal vragen in en ziet meteen hoe je scoort ten opzichte van andere huishoudens.

Cijfers CBS

Je kunt ook kijken naar de cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). In de tabel zie je wat in 2020 het gemiddelde verbruik voor een aantal verschillende huishoudens en woningen was. Wil je deze cijfers kunnen gebruiken, dan moet je wel in een door aardgas verwarmd huis wonen. In Nederland geldt dat voor ruim 88 procent van de woningen.

©PXimport

©PXimport

Landelijk gemiddelde

Elke situatie is anders; daarom zullen jouw verbruikscijfers hoogstwaarschijnlijk wel wat afwijken van de landelijke gemiddelden. Zo maakt het nogal wat uit of je met z’n tweeën woont of dat je een gezin hebt met drie kinderen. Verbruik je minder, dan ben je al goed bezig, maar het kan natuurlijk altijd beter. Verbruik je meer, dan is het belangrijk om uit te zoeken hoe dat komt. Zie je dat vooral je gasverbruik (veel) hoger is, dan kan dat bijvoorbeeld komen doordat je huis niet goed is geïsoleerd. Zo’n 80 procent van het gas dat je gebruikt, gaat namelijk op aan verwarming.

Is juist je stroomverbruik aanzienlijk hoger, dan moet je uitzoeken waar dat door komt. Heb je notoire grootverbruikers in huis, zoals een waterbed, een airconditioner of een oude tweede koelkast? Dan kan het lonen om die te vervangen door apparaten die zuiniger zijn of door je gebruik aan te passen.

Historisch verbruik

Als je een slimme meter hebt, kun je in de webportal van je energieleverancier (of in het energierapport dat je periodiek krijgt) goed zien hoeveel energie je bijvoorbeeld een jaar geleden verbruikte. Heb je geen slimme meter, dan heb je hier uiteraard de eindafrekeningen van je leverancier voor.

Ook hier geldt: minder is altijd goed. Is je verbruik hoger, kijk dan eerst naar wat er in je omstandigheden is veranderd. Verbruik je meer gas dan in voorgaande jaren, dan kan dat komen door een koude winter of doordat je meer bent gaan thuiswerken en de kachel dus vaker aan staat. Ook kan het zijn dat de cv-ketel onderhoud kan gebruiken.

Een hoger stroomverbruik kan een aantal aanwijsbare redenen hebben. Het eerdergenoemde thuiswerken bijvoorbeeld. Of misschien heb je wel nieuwe elektrische apparatuur in gebruik genomen, of laad je een elektrische auto thuis op.

©PXimport

Meter ijken

Als je geen logische verklaring kunt vinden voor het toegenomen verbruik, dan zou het eventueel kunnen dat je meter defect is. Je kunt dan aan je netbeheerder vragen of die een metercontrole wil uitvoeren. Als er inderdaad iets met de meter mis is, wordt deze vervangen en hoef je niets te betalen.

Is de meter niet defect, dan draai jij op voor de ijkingskosten. Die lopen al snel op tot honderden euro’s. Sluit dus eerst alle mogelijke andere oorzaken uit. Je kunt daar onder andere de wizard van netbeheerder Liander voor gebruiken.

Afzonderlijke apparaten

Wanneer je een energiemeter hebt gebruikt of een schatting hebt gemaakt aan de hand van het energielabel, weet je ongeveer wat een apparaat per dag of per keer aan energie verbruikt. Die getallen zelf kunnen vaak best abstract lijken. Je moet ze dus omrekenen naar iets waarmee je verbruik voor jezelf duidelijker wordt.

We geven je een aantal rekenvoorbeelden. We gebruiken daarbij een fictief tarief van 24 cent per kilowattuur. Fictief, omdat die kosten afhangen van je provider en van het soort contract dat je hebt (vast of variabel).

Apparaten: altijd aan

Je koelkast, vriezer of elektrische boiler zijn voorbeelden van apparaten die altijd aan staan. Belangrijk dus om te weten wat die aan stroom verbruiken. Heb je een energiemeter gebruikt en heb je die 24 uur laten draaien, dan weet je het verbruik per etmaal.

Stel dat je koelkast 0,8 kilowattuur per etmaal verbruikt. Op jaarbasis is dat dan 365 × 0,8 = 292 kWh × € 0,24 = € 70,08 per jaar. Eventuele seizoensinvloeden, die we al eerder hebben genoemd, laten we hier even buiten beschouwing.

Je kunt ook naar het energielabel kijken. Heb je een apparaat dat altijd aan staat, dan is daarvoor zowel het oude als het nieuwe energielabel bruikbaar; je ziet daar het verbruik per jaar staan. Vermenigvuldig dat met € 0,24 om op het jaarbedrag uit te komen.

Heb je het energielabel niet meer? Kijk dan of je online kunt terugvinden wat de specificaties zijn. Je zult daar een wattage zien staan, bijvoorbeeld 200 watt. Dat betekent dat dit apparaat na vijf uur draaien 1 kWh heeft verbruikt (5 × 200 = 1000). Weet wel dat deze manier van berekenen niet erg nauwkeurig is: de wattage geeft aan wat een toestel maximaal verbruikt, bijvoorbeeld een koelkast waarvan de thermostaat nooit afslaat. Dat zal in de praktijk dus altijd lager zijn.

©PXimport

Apparaten: niet altijd aan

Bij apparaten die niet altijd aan staan, is werken met een energiemeter de meest betrouwbare manier, vooral bij oudere apparaten. Dat zit zo: op het nieuwe energielabel van wasmachines, vaatwassers, was-droogcombinaties en televisies staat tegenwoordig aangegeven wat het verbruik is na honderd draaibeurten of (bij televisies) duizend uur. Op de oude labels werd een verbruik per jaar aangegeven. Terwijl jij misschien twee keer zo veel wast als je buurman, of veel minder naar de televisie kijkt. Heb je dus een ouder apparaat, dan is de energiemeter de beste optie. Je berekening maak je dan zoals uitgelegd bij de paragraaf ‘Apparaten: altijd aan’.

Heb je een nieuw apparaat met een nieuw energielabel, dan is het makkelijk. Je weet het verbruik per honderd wasbeurten of per duizend uur televisiekijken. Als je weet hoe vaak je per jaar wast of hoe vaak je naar de televisie kijkt, kun je dat omrekenen. Stel dat op een nieuw wasmachinelabel staat dat het verbruik bij honderd wasbeurten 130 kWh is, dan is dat per wasbeurt dus 1,3 kWh. Was jij één per week, dan is jouw jaarverbruik dus 52 × 1,3 = 67,6 kWh. Per jaar kost je dat 67,6 × € 0,24 = € 16,22.

Ook hier: denk om sluipverbruik!

Houd wel rekening met sluipverbruik. Voor een wasmachine gaat dat niet op, maar voor een televisie die je nooit echt uitzet waarschijnlijk wel. We hebben al eerder uitgelegd hoe je dat sluipverbruik meet. Als het goed is, heb je na het meten twee verschillende waarden. Die moet je met elkaar combineren.

Een fictief voorbeeld: in stand-by verbruikt je televisie 0,0005 kWh per uur. Tijdens het televisiekijken loopt dat op naar 0,11 kWh. Je televisie staat vier uur aan en verbruikt dan dus 0,44 kWh. De overige twintig uur verbruikt de stand-bystand 0,01 kWh (20 x 0,0005 kWh). Per etmaal kom je dan uit op 0,45 kWh. Met dat getal kun je het verbruik per jaar en de kosten per jaar berekenen: 365 × 0,45 × € 0,24 = € 39,42.

Meer weten over de kosten drukken van je hoge energierekening? We raden de Cursusbundel Automatisch energie besparen aan. Hierin leer je onder meer hoe je met slimme apparaten de energiekosten binnen de perken houd, zodat je er zelf minder op hoeft te letten!

▼ Volgende artikel
Nintendo 2026 voorspeld - Bonuslevel
Huis

Nintendo 2026 voorspeld - Bonuslevel

Het is een gekke aflevering. We voorspellen Nintendo's complete jaar en gaan volledig van de rails, maar hebben het ook over het afscheid van Power Unlimited. Dank voor alle begripvolle reacties, en veel plezier met de aflevering.

Kom bij onze Discord. Via ⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠deze link⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠ ⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠kan je met ons en andere luisteraars kletsen over games, deals, nieuws en meer.

Wil je zelf ook een vraag insturen of heb je iets leuks om te melden? Dat kan! Stuur een mailtje naar bonuslevelcast@gmail.com (of bonuslevelkast@gmail.com of bonuslevelqast@gmail.com) en wellicht hoor je jezelf terug in de volgende aflevering!

▼ Volgende artikel
Voordelig foto’s bewerken: deze tools zijn beter en betaalbaar
© kalchenko - stock.adobe.com
Huis

Voordelig foto’s bewerken: deze tools zijn beter en betaalbaar

Gratis of tegen een kleine vergoeding foto’s bewerken kan prima, maar niet elk programma past bij elke klus. In dit artikel helpen we je kiezen tussen Canva, Photopea, GIMP en Fotor: vier populaire opties voor Windows, zowel met software als via de browser. We focussen op een aantal populaire handelingen en benoemen per scenario waarvoor je het betreffende programma kunt gebruiken zonder te hoeven bijbetalen.

Fotobewerking is bijna altijd freemium. Dat betekent dat basistaken kosteloos zijn, terwijl geavanceerde (AI-)functies en exportFopties vaak beperkt zijn of achter een proefperiode of abonnement zitten. Achtergrond verwijderen met één klik is vaak beperkt. Zo krijg je advertenties in Photopea en is bij Canva een betaalde versie nodig. GIMP is volledig gratis en opensource, zonder betaalmuren, en sinds 16 maart 2025 is versie 3.0 stabiel beschikbaar. Fotor biedt een gratis collage-maker en basisbewerking, terwijl AI-functies zoals de achtergrondverwijderaar en HD-export bij betaalde varianten horen. Door de beperkingen te begrijpen, voorkom je dat je klusje stokt op het moment dat je op de downloadknop klikt en pas dan ontdekt dat je credits of een abonnement nodig hebt.

Wil je de achtergrond van een foto als deze verwijderen met Fotor, dan heb je een betaald abonnement nodig.

Achtergronden weghalen

Wil je een onderwerp uit een foto op een transparante achtergrond zetten? Dan werk je binnen Windows bijvoorbeeld in de Canva-desktop-app of in de browser (www.canva.com). Open je afbeelding via Uploads of sleep het bestand in je ontwerp. Klik de foto aan en kies bovenin Openen in editor. Start nu Achtergrond wissen en wacht de analyse af. Om deze functie gratis uit te proberen, ga je naar de functie Achtergrondverwijderaar. Werk de randen bij met Wissen en Herstellen en pas zo nodig de Penseelgrootte aan. Als je klaar bent, klik je op Delen / Downloaden, kies je PNG en, indien beschikbaar, de optie voor een transparante achtergrond. In de gratis versie is het verwijderen van de achtergrond doorgaans eenmalig te proberen; onbeperkt gebruik en transparant exporteren vallen onder de Pro-versie. Daarom is het slim om vooraf de uitsnede te plannen en het meteen in één keer goed te doen.

In Canva krijg je één gratis achtergrondverwijdering, dus zorg dat je die meteen goed doet.

Photoshop-functies in je browser met Photopea

Photopea (www.photopea.com) werkt in de browser en voelt vertrouwd aan als je eerder met lagen, maskers en slimme selecties hebt gewerkt. Open je foto, maak eerst een kopie van de achtergrond met Laag / Dupliceren en ontgrendel eventueel het sloticoon in het lagenpaneel. Voor een automatische selectie kies je Selecteren / Onderwerp of Select / Remove BG.

Verschijnt er een melding, dan kun je een advertentie bekijken om de functie te kunnen gebruiken. Je kunt altijd handmatig selecteren met Magisch knippen, daarna de selectie verfijnen met Selecteren / Aanpassen / Doezelaar of Selecteren / Rand verfijnen.

Verwijder de achtergrond door Bewerken / Wissen of de Delete-toets. Maak wel eerst een raster met Laag / Rastermasker als de laag een zogenoemd Smart Object is. Dat is een speciale laag waarin je een afbeelding, tekst of zelfs meerdere lagen kunt insluiten, en die niet direct wordt aangepast als je bijvoorbeeld schaalt, roteert of filters toepast. .Voeg een nieuwe achtergrond toe via Bestand / Openen en plaatsen... en breng die naar achteren met Laag / Ordenen / Naar achtergrond.

Een fijn pluspunt is dat Photopea lokaal in de browser werkt en brede ondersteuning biedt voor onder meer psd, AI, pdf, svg, HEIC en diverse raw-formaten, wat deze dienst ideaal maakt voor snelle klussen zonder installatie.

Photopea laat je soms een advertentie zien, maar de gratis functie werkt verder prima.

Welke tool kies je wanneer?

Als je zonder installatie snel wilt werken, start je in Photopea: je opent psd’s, AI/SVG- en raw-bestanden rechtstreeks in de browser en behoudt lagen en maskers. Voor simpele webafbeeldingen of social visuals met sjablonen en merkkleuren begin je in Canva; je knipt eenmalig gratis een achtergrond weg, zet tekst en elementen neer en exporteert een png.

Wil je helemaal zonder betaalmuren en offline werken, kies dan GIMP 3.0.

Voor collages waarmee je in een paar minuten klaar wilt zijn, is Fotor de meest directe route; je kiest een lay-out, sleept foto’s in vakken en downloadt ze in de trialversie zonder watermerk.

Combineer desgewenst: maak in Photopea of GIMP een nette uitsnelde, sla die op als png en maak de foto af in Canva of Fotor. Zo benut je per gewenste bewerking de sterkste gratis opties.

Nauwkeurig uitsnijden met GIMP

GIMP 3.0 (www.gimp.org) is binnen Windows gratis te installeren en biedt vergeleken met eerdere versies een modernere interface en nieuwe mogelijkheden, maar klassieke technieken voor nauwkeurig uitsnijden blijven goud waard. Open je foto en activeer de voorgrondselectie met Gereedschap / Selectie / Voorgrond selecteren. Teken grofweg rond je onderwerp, druk op Enter om de voorvertoning te starten en verfijn door met de penseelcursor over het onderwerp te schilderen.

Als de voorvertoning goed is, bevestig je met Selecteren en maak je de achtergrond doorzichtig met Selecteren / Inverteren en daarna Aanpassen / Clear. Voor zachtere randen kun je Selecteren / Selectieranden verzachten gebruiken of een laagmasker toevoegen via Laag / Masker / Laagmasker toevoegen en met zwart-wit de overgang subtieler schilderen.

Het uitgebreide programma GIMP is voor veel mensen de freewareversie van Photoshop.

Maak strakke collages met Fotor

Fotor (www.fotor.com) blinkt uit in laagdrempelige collages. Binnen Windows kun je via de website of desktop-toepassing aan de slag via Photo Editing Tools om Collage Maker te kiezen. Vervolgens selecteer je een lay-out in het linkervenster en sleep je elke foto in een vak. Je wisselt van opmaak met Templates en maakt desgewenst een tekstlaag. Klaar? Download je werk via Download rechtsboven en kies PNG of JPG; bij gratis gebruik is exporteren zonder watermerk mogelijk, voor hogere resoluties en extra AI-functies schakel je over op (het betaalde) Pro.

Voor een simpele voor-en-na-collage kies je een tweevakslay-out en zet je de beelden er een voor een bij. Wil je een panoramisch effect, selecteer dan een compositie met smalle marges, zodat de overgang strak oogt, en houd een vaste horizon aan terwijl je met de pijltjestoetsen het kader per foto verfijnt.

Met Fotor kun je in een handomdraai professioneel ogende collages maken.

Onderwerp vrijstaand maken en netjes plaatsen

Je kunt met alle vier tools een onderwerp vrijstaand maken en in een nieuw beeld plaatsen. In Canva open je het doelcanvas, sleep je het vrijstaande png-object in de compositie en positioneer je het met de muis. In Photopea plak je het onderwerp in een document met de juiste afmetingen, zet je het op een eigen laag en verfijn je de rand via Selecteren / Laag verfijnen. Als de rand te hard oogt, activeer je de laagmaskerselectie en gebruik je Selecteren / Aanpassen / Doezelaar met een kleine waarde, waarna de overgang natuurlijker wordt.

In GIMP voeg je het onderwerp als nieuwe laag toe, maak je een Laagmasker, schilder je zachte overgangen langs haar of textuur en stel je indien nodig de maskerdekking bij. Fotor kan ook achtergronden verwijderen, al moet je wel een trialabonnement nemen om het beeld te downloaden.

Positioneren van een foto zonder achtergrond is makkelijker als je met lagen werkt.

Export, transparantie en valkuilen bij verwijderen

Transparantie in een afbeelding blijft een bron van misverstanden. Exporteer vrijstaande beelden altijd als png (of webp waar ondersteund) als je de doorzichtige achtergrond wilt behouden; jpg vult transparantie op met een standaardkleur. Photopea geeft met een schaakbordpatroon aan dat pixels leeg zijn; je bereikt dat door het alfakanaal te behouden en via Bewerken / Wissen te wissen. Een alfakanaal is een extra kanaal dat geen kleur bevat, maar informatie over transparantie of een selectie opslaat.

In GIMP moet je eerst Laag / Transparantie / Alfakanaal toevoegen gebruiken, anders zal Delete het beeld vullen met de achtergrondkleur van de laag in plaats van de achtergrond transparant te maken.

Bij Canva en Fotor controleer je bij Download welke exportopties je programma ondersteunt; transparant png of extra kwaliteit kan Pro vereisen. Loop je tegen een limiet bij één-klik-functies in Photopea aan, kies dan een handmatige selectie plus Rand verfijnen of Doezelaar en exporteer alsnog als png. Met die basiskennis voorkom je zwarte vlakken, witte randen of ongewenste artefacten.

In GIMP moet je eerst een alfakanaal maken voordat je de achtergrond goed kunt verwijderen.

Werk je lokaal, of in de cloud?

Niet iedereen wil beelden naar de cloud sturen. GIMP draait volledig lokaal; niets verlaat je pc zolang jij dat niet zelf doet. Photopea werkt in de browser, maar verwerkt beelden lokaal in het tabblad; je hoeft bestanden niet te uploaden naar een externe server om te kunnen bewerken, wat prettig is voor gevoelige foto’s. Canva en Fotor werken primair in de cloud en synchroniseren projecten tussen apparaten, wat handig is voor samenwerken en doorwerken op een andere pc. Voor vertrouwelijke beelden kun je overwegen eerst lokaal te anonimiseren, of te werken in GIMP en het eindresultaat daarna pas te delen. Controleer bovendien altijd je exporteer-instellingen.

Desktop-app, browser-app of iets ertussenin?

Binnen Windows kun je Canva als desktop-app installeren en zo los van je browser werken, wat soms stabieler aanvoelt. Photopea draait in de browser, maar je kunt het als zogeheten Progressive web-app installeren. Lukt het installeren niet, controleer dan of de dienst al eerder geïnstalleerd is en verwijder het via de app-beheerfunctie van je browser; daarna verschijnt de optie opnieuw. Dit werkt in Chrome en Edge; andere browsers kunnen beperkingen hebben.

GIMP installeer je klassiek met een Windows-installer en werkt volledig lokaal, handig voor offline bewerkingen en grotere projecten. Fotor biedt zowel een webversie als een Windows-app.In alle gevallen loont het om updates bij te houden, omdat bugs of tijdelijk niet-beschikbare functies geregeld via server- of app-updates worden verholpen.