ID.nl logo
7 laagdrempelige duurzame voornemens voor 2024
© encierro - stock.adobe.com
Energie

7 laagdrempelige duurzame voornemens voor 2024

Bij een nieuw jaar horen goede voornemens. Misschien wil je in 2024 meer doen voor het klimaat, maar weet je niet waar je moet beginnen. In dat geval: geen zorgen. Deze laagdrempelige duurzame gewoontes zijn makkelijk vol te houden én je verkleint je ecologische voetafdruk er drastisch mee.

Duurzaam leven hoeft niet ingewikkeld te zijn. Met kleine veranderingen maak je al een grote impact. Kies een paar van de volgende goede voornemens voor 2024 en draag moeiteloos bij aan een gezondere planeet.

  1. Eet minder vlees
  2. Leg een moestuin(tje) aan
  3. Eet met de seizoenen mee
  4. Pak wat vaker de fiets
  5. Reis met de trein
  6. Shop duurzaam
  7. Pak groene hobby's op

Goede voornemens hebben vaak te maken met gezondheid. We willen bijvoorbeeld meer bewegen, afvallen en meer ontspanning in ons leven brengen. Wist je dat veel duurzame gewoontes deze aspecten al in zich dragen? Ga maar na: wie een middagje in de moestuin scharrelt, is lekker zen bezig. En wie vaker de fiets pakt in plaats van de auto, verbrandt meteen een hoop calorieën. Vang dus twee vliegen in één klap met deze duurzame goede voornemens en maak jezelf, maar ook de planeet blij.

Voornemen 1: Eet minder vlees

Heerlijk, een slavinkje bij de aardappels of een paar plakjes rookworst door de stamppot. Maar al het vlees dat we in Nederland consumeren is niet bepaald gunstig voor het klimaat. Gemiddeld eten we maar liefst zo’n 40 kilo vlees per persoon per jaar – iets vaker experimenteren met plantaardige alternatieven kan dus absoluut geen kwaad. Verruil je hamburger bijvoorbeeld eens voor een bonenburger: bij de productie hiervan wordt tot wel zeven keer minder CO2 uitgestoten en acht keer minder water gebruikt. Eet je vrijwel iedere dag vlees en vind je plantaardig eten een uitdaging? Begin dan bijvoorbeeld met één vleesvrije dag per week en probeer dit uit te breiden naar meerdere dagen.

©Magdalena Bujak

Voornemen 2: Leg een moestuin(tje) aan

Veel van het eten dat we in de supermarkt kopen, heeft honderden tot wel duizenden kilometers afgelegd voordat het in de schappen belandde. Al dat transport over water, wegen en via de lucht veroorzaakt ontzettend veel broeikasgassen in de atmosfeer. Om dit (deels) te voorkomen, kun je ervoor kiezen om zelf je eten te verbouwen. Voor het aanleggen van een moestuin hoef je echt geen gigantische achtertuin te hebben; in een bak van één vierkante meter kun je al een hoop groenten, fruit en kruiden kwijt. Moestuinieren is daarnaast heerlijk ontspannend. Je voelt je meer verbonden met de natuur, je bent lekker actief bezig en het verbouwen van je eigen voedsel geeft een voldaan gevoel. Het moestuinseizoen begint op 1 maart, dus zorg dat je goed voorbereid van start gaat. De Makkelijke Moestuin is een toegankelijk systeem om mee te beginnen.

Voornemen 3: Eet met de seizoenen mee

Ben je niet gezegend met groene vingers en is moestuinieren dus niet voor je weggelegd? Probeer dan als alternatief zoveel mogelijk met de seizoenen mee te eten. Voor de verbouwing van seizoensgroenten en -fruit is minder warmte en energie nodig, waardoor deze producten voordelig op eigen bodem kunnen groeien en dus niet uit het buitenland hoeven komen. Nog een voordeel van seizoensgroenten is dat ze in hun ‘eigen’ seizoen een stuk verser en dus lekkerder zijn. Kies je voor seizoensgroenten, dan steun je ook nog de lokale economie. Heb je geen idee wanneer welke groenten in het seizoen zijn? Het Voedingscentrum heeft een handige kalender voor seizoensgroenten- en fruit opgesteld.

Met een smart garden kweek je in alle seizoenen kleinere groenten en kruiden.

Zet hem ergens in huis, water erin, stekker inpluggen en KLAAR!

Voornemen 4: Pak wat vaker de fiets

De auto is in Nederland het populairste vervoermiddel. Zelfs voor korte ritjes (tot 7,5 kilometer) pakken we doorgaans de auto. Zonde, want door vaker te fietsen werk je aan je gezondheid en help je meteen het klimaat een handje. Kijk bijvoorbeeld eens of de afstand naar kantoor niet ook op de fiets te overbruggen is. Voor een kleine boodschap naar de supermarkt? Kan prima op de fiets (eventueel met stevige fietstassen op je bagagedrager). De auto wat vaker op de oprit laten staan heeft ook financiële voordelen: volgens Milieu Centraal bespaar je er gemiddeld zo’n 120 euro per maand mee. Moet je een wat langere afstand overbruggen? Dan kun je kijken of het openbaar vervoer toereikend is.     

©BGStock72 - stock.adobe.com

Voornemen 5: Ga op vakantie met de trein

Het is voor velen van ons vanzelfsprekend dat we in de zomer per vliegtuig naar een zonnig oord vertrekken. En dat terwijl het vliegtuig in verhouding het meest milieuvervuilende vervoermiddel is. Zo belast een vliegreis het milieu maar liefst 8 tot 12 keer zoveel als dezelfde reis per trein. Er zijn talloze verrassende en zonnige bestemmingen die met de trein bereikt kunnen worden. Met zo’n reis ben je niet alleen duurzaam bezig, maar je geniet ook een stuk meer van de heenweg. Wist je dat je vanuit Amsterdam met slechts één overstap naar Barcelona reist? De Franse Côte d’Azur bereik je al met twee overstappen. 

Voornemen 6: Shop duurzaam

Ook shoppen doen we vaak zonder erbij na te denken, maar voor de productie van kleding en spullen zijn veel grondstoffen en energie nodig. Stel jezelf daarom voor een leuke uitdaging en probeer bijvoorbeeld het hele jaar alleen te shoppen bij tweedehands- en kringloopwinkels - wie weet hoeveel pareltjes je daarmee op de kop tikt. Je kunt het ook wat radicaler aanpakken en met jezelf afspreken dat je slechts één kledingstuk per kwartaal of halfjaar koopt. Kun je het toch niet laten om nieuwe kleding te kopen? De app Good On You vertelt je welke merken hun kleding op duurzame wijze produceren.

©FedericoC

Voornemen 7: Pak groene hobby’s op

Moestuinieren is zoals we al schreven een geweldige manier om meer voor het klimaat te doen en ook zelf meer ontspanning te ervaren. Zo zijn er nog veel meer leuke ‘groene’ hobby’s. Wat dacht je van ouderwets breien en haken? Wanneer je de kunst van het breien en haken eenmaal onder de knie hebt, kun je hier allerlei unieke artikelen mee maken: van mutsen tot sjaals en van schattige babysokjes tot een lekkere winterse trui voor jezelf. Naaien is overigens ook weer helemaal hip; daar kun je nóg meer kanten mee op. Als je graag in de keuken staat, kun je je eens verdiepen in wecken en inmaken: twee eeuwenoude technieken waarmee je voedsel maanden tot wel jaren kunt bewaren. Leuk om te doen en zo hoef je geen voedsel meer te verspillen.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.