ID.nl logo
Review Hisense 55U7HQ – 55 inch voor een zachte prijs
© Reshift Digital
Huis

Review Hisense 55U7HQ – 55 inch voor een zachte prijs

Een degelijke 55 inch televisie voor een zachte prijs, liefst goed uitgerust en natuurlijk met degelijke beeldkwaliteit. We zijn er zeker van dat dat een populaire vraag is in de winkel. De Hisense 55U7HQ lijkt aan die voorwaarden te voldoen, reden genoeg voor een test.

Uitstekend
Conclusie

Dat je voor deze scherpe prijs geen topprestaties krijgt, mag niemand verbazen. Het contrast is eerder matig en het beperkt aantal local dimming zones is niet genoeg om dat betekenisvol te verbeteren. HDR oogt daardoor wat minder intens dan gehoopt. Maar het moet gezegd, de Hisense 55U7HQ is erg ruim uitgerust, en heeft wel degelijk heel wat te bieden. 

Plus- en minpunten
  • Helder beeld met ruime kijkhoek
  • Mooi, ruim kleurbereik
  • Goede kalibratie uit de doos
  • Dolby Vision IQ en HDR10+
  • VIDAA U gebruiksvriendelijke en vlot
  • HDMI 2.1 met alle gamer-features
  • Contrast is matig
  • Matige audiokwaliteit
  • HDR weergave mist impact
  • Lokale streaming-apps ontbreken in VIDAA U

Hisense 55U7HQ

  • Adviesprijs: 799 euro
  • Wat: Ultra HD LCD-tv (FALD, 4x8 zones, Quantum Dot)
  • Schermformaat: 55 inch (139 cm), vlak
  • Aansluitingen: 4x HDMI (2x V2.0, 2x V2.1 eARC/ARC, ALLM, VRR, 4K120), 1x composiet video, 1x stereo minijack, 1x optisch digitaal uit, 2x USB, 1x hoofdtelefoon, 2x antenne, Bluetooth
  • Extra’s: Dolby Vision IQ, HDR10+ Adaptive, HDR10, HLG, WiFi (802.11b/g/n/ac) ingebouwd, VIDAA U6 OS, USB/DLNA-mediaspeler, DVB-T2/C/S2, CI+-slot
  • Afmetingen: 1.233 x 767 x 307 mm (incl. voet)
  • Gewicht: 15,3 kg (incl. voet)
  • Verbruik: SDR 84 (G) / HDR 140 watt (G)

Het oog wil ook wat, en dan hebben we het niet over de beeldkwaliteit. Een tv staat per slot van rekening midden in je woonkamer, dus een fijn design is altijd meegenomen. De 55U7HQ is een relatief slanke verschijning. In profiel bekeken komt dat vooral door de zacht gewelfde rug van het scherm, dat doet het wat dunner lijken dan het werkelijk is. De speels gebogen voet onder het toestel is een leuk accent. 

Het viel ons wel op dat de aansluitingen vrij dicht tegen de rand van het scherm staan. Niet te dicht, maar je leidt de kabels best wel weg via het kabelmanagement in de voet om te vermijden dat ze aan de zijkant zichtbaar zijn. 

Veel aansluitingen

Hisense heeft een goede keuze gemaakt met zijn aansluitingen, ze zijn iets minder rijkelijk dan topmodellen, maar in essentie ontbreekt er niets van onze wenslijst. Naast twee HDMI 2.0-aansluitingen krijg je ook twee HDMI 2.1-aansluitingen met 48 Gbps bandbreedte. Ideaal dus voor next gen-gamers want ze ondersteunen 4K120 (ook in Dolby Vision), ALLM en VRR (HDMI VRR en AMD Freesync) en hebben een input-lag van 8,7 ms in 2K120 en 17,8 ms in 4K60. Een van die aansluitingen dient eventueel voor ARC/eARC. Twee usb-poorten, een composiet video en stereo cinch ingang, hoofdtelefoon en optisch digitale audio-uitgang, ethernet, wifi en bluetooth maken de lijst volledig. 

Op een usb-poort, de ethernetpoort en de optisch digitale audio-uitgang na wijzen de aansluitingen opzij. Deze drie wijzen naar achteren, maar liggen wat dieper in de behuizing, waardoor ze een eventuele wandmontage vermoedelijk niet zullen storen. Met een externe harde schijf kun je live-televisie pauzeren of opnemen, de tv heeft een enkelvoudige DVB-T/T2/C-tuner, een DVB-S/S2-tuner en een CI+-slot.

Helder en kleurrijk, maar met beperkt contrast

De 55U7HQ pakt uit met een piekhelderheid van 480 nits op een 10% venster, die zelfs tot 520 nits ging op een 25% venster. Op een volledig wit scherm stopt de meter op 404 nits. Helemaal niet slecht dus, er zijn toestellen in dit prijsbereik die het met minder moeten stellen, en het zou voldoende moeten zijn om het effect van HDR goed te zien. Zeker aangezien de quantum dots ook voor een prima kleurbereik zorgen van 92% P3. Toch moeten we toegeven dat de HDR-beelden iets minder intens zijn dan we gehoopt hadden. De kleine lichtaccenten zijn vaak te breed uitgesmeerd waardoor ze niet meer echt sprankelen. In heldere beelden verliezen de kleuren wat aan intensiteit waardoor ze fletser en witter ogen. En de beelden missen diepte. In heel helder gemasterde HDR zie je dat allemaal nog veel sterker. Die zaken zijn vrij zeker terug te voeren naar het contrast en het beperkte aantal local dimming zones. Het ADS-paneel levert maar een ANSI-contrast van net 1000:1. a.

Met goede local dimming kan dat sterk verbeteren, maar de 8x4 zones van deze Hisense volstaan daarvoor niet. Het contrast stijgt tot 1400:1 en soms nog wat hoger, maar niet veel verder dan 2000:1. En dat merk je natuurlijk sterk in HDR. Niet alleen zijn de dimming zones vrij groot, het algoritme reageert soms wat traag waardoor je in donkere beelden heel gemakkelijk halo’s ziet. Dat klinkt niet echt goed, maar over het algemeen zijn we nog redelijk tevreden.

Binnen die beperkingen legt de Hisense relatief goede HDR-beelden voor. Uiteraard vooral als die helder zijn, want in donkere beelden verdwijnt er schaduwdetail, en zie je heel snel de local dimming aan het werk. De troef waarmee Hisense nog flink veel waarde aan het toestel toevoegt, is Dolby Vision en HDR10+. Die formaten leveren betere tonemapping en zeker Dolby Vision content ziet er erg goed uit.

In SDR-content vallen die beperkingen allemaal iets minder sterk op, het paneel wordt dan minder hard op de proef gesteld. De Filmmaker mode is zowel in SDR als HDR vrij goed gekalibreerd. De grijsschaal vertoont geen zware afwijkingen en de kleurtemperatuur is goed. In HDR zien we dat de donkerste tinten duidelijk te donker zijn, maar de kleurweergave is prim

Beeldverwerking

We zien nog ruimte voor verbetering in de beeldverwerking, al heeft Hisense daar tegenover vorig jaar wel al stappen vooruit gezet. De belangrijkste zwakke punten zijn de MPEG-ruisonderdrukking en in mindere mate de motion interpolation. Die eerste kan blokvorming ten gevolge van videocompressie niet echt wegwerken. Een lastiger gevolg is dat je ook kleurbanden in zachte overgangen moet tolereren. Zeker in donkere scènes kan dat, gecombineerd met het matige contrast wel storen. 

De bewegingsscherpte van het 120 Hz-paneel is goed, en met ‘Clear Motion’ kun je een minimale hoeveelheid extra detail naar boven halen in snel bewegende beelden ten koste van wat helderheid. We vonden het niet echt de moeite waard, zeker aangezien je dan iets meer risico hebt op een zichtbare dubbele rand. 

Wie erg gevoelig is voor flikkerend beeld kan het mogelijk ook zien, de flikkerfrequentie is 120 Hz. Zonder ‘Clear Motion’ hebben bewegende voorwerpen een vage rand, dat is rustiger voor de ogen. Motion interpolation haalt het schokken uit pan-beelden, maar als de actie te snel is, kan de processor niet volgen, zodat er stotter en beeldfouten zichtbaar blijven.

Deinterlacing en upscaling zijn goed, het zachte beeld kun je een beetje extra detail geven door de scherpte licht op te trekken. Wie het contrast nog een licht zetje wil geven kan ‘Adaptief Contrast’ activeren in de laagste stand. De tv accentueert dan lichtaccenten in donkere beelden. Dat geeft de indruk van beter contrast, en is sowieso een goede zaak als je bij omgevingslicht kijkt. 

Audio overtuigt niet

Het is een oud zeer dat moderne tv’s vaak wat besparen op de audio. Op hogere modellen valt dat deze dagen vrij goed mee, maar in deze prijscategorie merk je het verschil weer. Met 2x 10 watt is de 555U7HQ niet erg sterk uitgerust. Dolby Atmos tracks leveren nog net wat extra, maar je hoort nauwelijks bas en wanneer je het volume nogal enthousiast open draait, hoor je de luidsprekers sterk in vervorming gaan. 

Geen probleem voor gewoon tv-plezier, maar wie prijs stelt op goede audio moet uitwijken naar een soundbar. Er is ongeveer zeven centimeter plaats onder het scherm. De soundbar zal wel voor de voet moeten staan.

VIDAA U, een smart tv-systeem met toekomst

In de smart tv-wereld gebruikt nu bijna elk merk een schermvullende interface. De theorie is dat dat meer ruimte laat voor aanbevelingen en de kijker dus beter helpt bij de keuze van zijn volgende serie of film. In de praktijk durft dat wel tegen te vallen. Door een gebrek aan personalisatiemogelijkheden heb je nauwelijks of geen controle over welke streamingdiensten hun aanbod in de kijker zetten. Maar goed, dat is dus een algemeen probleem en zeker niet uniek voor Hisense.

In zeker zin is VIDAA U nog redelijk conservatief in zijn aanbevelingen. De bovenste helft van het Home scherm is grotendeels leeg, centraal in beeld staat één rij apps. Die kun je wel naar smaak aanpassen.

Sommige apps zoals Netflix tonen een rij aanbevelingen zodra je de tegel selecteert. De aanbevelingen waarover je geen controle hebt zie je vooral als je verder naar onder scrolt, enkel Disney+ is nog zichtbaar op het Home scherm. 

De interface werkt wel vlot en apps openen vrij snel. Dat is een goed punt. Het aanbod is goed, zeker voor internationale diensten waar de belangrijkste spelers beschikbaar zijn. Voor lokale diensten, zeker voor Belgische diensten, loopt Hisense nog wat achter op concurrenten. Maar het beloofde ons wel dat er aan gewerkt wordt.

Dat er flink wat streaming content is, zie je ook aan de afstandsbediening. Die heeft zo maar eventjes twaalf sneltoetsen voor apps. Dat lijkt ons echt wat overdreven, een selectie van vier zou beter zijn, instelbare toetsten die je zelf kan toewijzen nog beter. De afstandsbediening scoort goed op gebruiksgemak, maar ziet er wat goedkoop en ouderwets uit.

Conclusie

Dat je voor deze scherpe prijs geen topprestaties krijgt, mag niemand verbazen. Het contrast is eerder matig en het beperkt aantal local dimming zones is niet genoeg om dat betekenisvol te verbeteren. HDR oogt daardoor wat minder intens dan gehoopt. Maar het moet gezegd, de Hisense 55U7HQ is erg ruim uitgerust, en heeft wel degelijk heel wat te bieden. 

Dolby Vision en HDR10+ zijn goede troeven om toch tot een mooi HDR-beeld te komen. De beeldverwerking en het 120 Hz-scherm zorgen voor fijne sportbeelden en de kijkhoek is ruim. De HDMI 2.1-aansluitingen hebben alles wat een gamer kan vragen. VIDAA U levert flink wat internationale en lokale streamingdiensten, al heeft het op dat laatste vlak nog niet alles in huis. Dit is een fijne familie-tv zonder meer.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.