ID.nl logo
Sparen voor je kinderen: op jouw naam of op de naam van je kind?
© joke24@gmail.com
Zekerheid & gemak

Sparen voor je kinderen: op jouw naam of op de naam van je kind?

Door elke maand wat spaargeld opzij te zetten, kun je je kinderen een goede start geven. Bijvoorbeeld door middel van hulp bij de aankoop van een woning, maar ook met een studie of autorijlessen. Wat is slimmer? Sparen op jouw naam of op de naam van je kind? We zetten de voor- en nadelen van beide opties voor je op een rij, zodat jij een weloverwogen beslissing kunt maken.

In dit artikel vertellen we je:

Sparen op naam van je kind

Open je een spaarrekening (of beleggingsrekening) op de naam van je kind, dan krijgt je kind automatisch het beheer van deze rekening in handen zodra het 18de levensjaar wordt bereikt. De vraag is echter of je dit moet willen. Het antwoord daarop zal voor iedereen anders zijn. 

In hoeverre kun je aan je kind van 18 met een groot geldbedrag toevertrouwen? Denk maar eens terug aan de tijd toen je zelf zo jong was. Wat zou jij met het geld gedaan hebben? Spaar alleen op naam van je kind als je er vertrouwen in hebt dat hij of zij de berg met geld niet lukraak zal uitgeven zodra het geld vrijkomt.

Wat zitten er nu allemaal voor voordelen en nadelen als je op naam van je kind gaat sparen Doordat de spaarrekening al op naam van je kind staat en je 18 jaar lang kleine beetjes geld opzij hebt gezet, kun je gebruikmaken van een jaarlijkse schenkingsvrijstelling. Jaarlijks mag je als ouders gezamenlijk maximaal 6035 euro belastingvrij aan je kind schenken. Zolang je onder dat bedrag blijft, betaal je dus geen schenkbelasting over de som die je voor je kind spaart. Daarnaast mag je eenmalig een belastingvrije schenking aan je kind doen van 28.947 euro (in 2023). Ook voor het financieren van een studie of huis gelden vrijstellingen.

Hoewel je geen schenkbelasting hoeft te betalen over dit bedrag, wil dit niet per definitie zeggen dat je helemaal geen belasting hoeft te betalen. Tot de 18de verjaardag van je kind, telt de Belastingdienst het spaargeld op zijn of haar rekening op bij je eigen spaargeld. Wanneer het totale bedrag hoger is dan het heffingsvrij vermogen, moet je dus belasting betalen over het verschil. In 2023 ligt het heffingsvrij vermogen zonder fiscale partner op 57.000 euro. Mét fiscale partner is dit 114.000 euro.

©nareekarn

Daarnaast heeft sparen op naam van je kind als voordeel dat het geldbedrag in welke situatie dan ook van je kind is. Mocht je overlijden voor de 18de verjaardag van je kind, dan hoeft er geen erfbelasting te worden betaald over het geldbedrag. Bovendien blijft het spaargeld eigendom van je kind als jij en je partner scheiden of uit elkaar gaan. 

Ook als je werkzaam bent als zzp'er is het geld van je kinderen veilig in het geval van een faillissement. Als zelfstandige ben je namelijk persoonlijk aansprakelijk. Staat het geld al op naam van je kind, dan kan het niet in beslag genomen worden. 

Sparen op naam van je kind heeft wel een risico dat vaak wordt vergeten. Alles wat je overmaakt is nu van je kind. Indien je eerder geschonken geld terugboekt naar je eigen rekening, kan je kind dit later laten terugvorderen. De geldoverdracht is dus definitief. 

Een kleine bijkomstigheid is dan weer dat een kinderspaarrekening meestal een iets hogere rente biedt dan een standaard rekening. Ook ontvangen kinderen vaak een welkomstcadeautje, bijvoorbeeld in de vorm van een geldbedrag of een spaarpot. Aan de andere kant moet je soms een minimaal startbedrag inleggen om een spaarrekening op naam van je kind te openen.

Hoewel de spaarrekening doorgaans vanaf de 18de verjaardag eigendom wordt van je kind, zijn er uitzonderingen mogelijk. Zo kun je bij sommige banken onder bewind schenken, zoals bij de Rabobank en ABN-AMRO. Je bepaalt dan zelf wanneer je kind over het spaargeld mag beschikken. Dit kan ook na de 18de verjaardag zijn. 

Ook wordt er een bewindvoerder aangewezen die geld mag opnemen van de rekening. Dit kan ook jijzelf zijn. Het is wel belangrijk om te weten dat je kind na zijn of haar 18de verjaardag bij de rechter kan verzoeken om het bewind te laten vervallen. Een adviseur van de bank kan je precies uitleggen waar je op moet letten bij een schenking onder bewind.

Sparen voor je kind op je eigen naam

Je kunt er ook voor kiezen om iedere maand geld opzij te zetten op een eigen spaarrekening. Je kunt hiervoor een extra spaarrekening openen op jouw naam of een spaarpotje aanmaken op je huidige spaarrekening via je bankieren-app. 

Sparen op je eigen naam heeft als groot voordeel dat jij daar de volledige zeggenschap over hebt. Je bepaalt zelf hoeveel geld je overmaakt naar je kind en waar je kind dit aan mag uitgeven. Denk bijvoorbeeld aan het financieren van een studie, rijlessen of de inrichting van een eerste huis. Je hoeft dus niet bang te zijn dat het geld wordt uitgegeven aan de (volgens jou) verkeerde dingen.

Wil je voorkomen dat je te maken krijgt met schenkbelasting, dan is sparen voor je kind op je eigen naam daarvoor minder geschikt. De kans is namelijk groter dat je in één keer een groter bedrag overmaakt naar je kind en dus al snel boven de schenkvrijstelling zit. Vanaf dat je kind 18 wordt, schenk je het (resterende) bedrag bovendien in één keer. Hierover betaal je meer schenkbelasting dan als je het bedrag over meerdere jaren verspreidt.

©JenkoAtaman

Een ander nadeel van sparen op je eigen naam kan zijn dat je mogelijk in de verleiding komt het geld op te nemen voor eigen gebruik, bijvoorbeeld om een nieuwe keuken of badkamer te financieren. Omdat het geld op je eigen naam staat, mag je immers zelf beslissen wat je ermee doet. Een dergelijke beslissing kan er echter voor zorgen dat je het spaardoel dat je voor je kind voor ogen had uiteindelijk niet kunt waarmaken. 

Een gedeeltelijke oplossing hiervoor kan zijn om het spaargeld vast te zetten in een deposito, bijvoorbeeld voor 5 of 10 jaar. Vaak ontvang je dan ook een iets hogere rente. Het nadeel hiervan is dat tussentijds opnemen van het geld tot een boete kan leiden.

Daarnaast is het belangrijk om te weten dat het spaargeld onder je eigen vermogen valt, ook na de 18de verjaardag van je kind. Dat betekent dat je in box 3 vermogensbelasting betaalt over het heffingsvrije vermogen. 

Een ander flink nadeel is dat potentiële schuldeisers in geval van faillissement aanspraak kunnen maken op al je spaargeld, dus ook het deel dat je opzij hebt gezet voor je kinderen. Kom je te overlijden, dan komt het geld in nalatenschap terecht, waardoor je kind erfbelasting over het bedrag moet betalen.

(Om je bankier-app op te zetten 👇)
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.