ID.nl logo
Windows 11: nu al een nieuwe pc of laptop kopen?
© Reshift Digital
Huis

Windows 11: nu al een nieuwe pc of laptop kopen?

Windows 11 stelt nogal bijzondere systeemeisen aan computers. Het betekent dat je op dit moment erg uit moet kijken met de aanschaf van een nieuw systeem. Voorkom een miskoop!

Alles over Windows 11

Windows 11 is onderweg. We hebben alle artikelen, al het nieuws en alle tips voor je verzameld op één handige pagina. Hier vind je 'm

Ben je langzaamaan op zoek naar een nieuwe computer en moet dat per se een Windows-systeem zijn? Dan is het wellicht beter voorlopig even de kat uit de boom te kijken. Veel winkels verkopen nu nog ‘oude’ desktops en laptops. Daarin zit soms wel en soms niet een TPM, in al even soms wel en soms niet geactiveerde vorm. Met de processor-eis – niet ouder dan een jaar of drie – zal het bij deze systemen meestal wel in orde zijn. Toch moet je oppassen met aanbiedingen. Veel leveranciers willen hun oude voorraad graag kwijt. Nu is het op zich geen drama om in dit stadium een nieuw systeem te kopen, als je je maar bewust bent van ’t feit dat daarop wél het (veelal meegeleverde) Windows 10 draait en straks niet Windows 11. Hetgeen betekent dat je nog iets van vier jaar vooruit kunt met je aankoop. Kortom: stel dat je een aanbieding vindt voor een Windows 10-computer van €400, dan kost die computer je in bruikbare Windows-jaren ongeveer €100 per jaar, wat te overzien is. Een veel duurder systeem kun je wellicht beter links laten liggen. Behalve dan weer als je 100 procent zeker weet dat de beoogde nieuweling Windows 11 kan draaien. En om daar helemaal zeker van te zijn is in dit stadium nog wat te vroeg.

Wachten!

Microsoft heeft laten weten dat de eerste Windows 11-systemen eind dit jaar in de winkels zijn te verwachten. Kortom: als je een paar maanden geduld hebt, weet je zeker dat jouw nieuwe computer Windows 11 draait, want meegeleverd. Waarbij je ook dan trouwens weer een slag om de arm moet houden qua verwachte levensduur. Het is maar de vraag welke systeemeisen Microsoft gaat stellen aan volgende Windows-versies die – voor zover nu bekend – in een jaarlijkse cadens moeten uitkomen. Hier en daar gaan zelfs al geruchten dat de softwaregigant wel iets voelt voor een tweejarige ondersteuning, want – zo wordt geredeneerd – dat zijn consumenten immers ook van smartphones gewend. Kortom: heb je een werkend Windows 10-systeem, dan lijkt het ons verstandig om de komende jaren eens rustig de kat uit de boom te kijken, als dat technisch kan (en je computer nog in goed bruikbare staat verkeerd).

Pas op met refurbished

Nu we het dan toch over die ‘goed bruikbare staat’ hebben: de markt van refurbished systemen zal flinke klappen krijgen door de TPM- en CPU/GPU-eisen die Windows 11 stelt. De afgelopen jaren was het verdraaid interessant om voor een bescheiden bedrag een refurbished werkstation te kopen. Die dingen waren en zijn meestal prima in staat om Windows 10 te draaien. Eventueel zelf nog wat RAM en een SSD toevoegen en je hebt een computer die meer dan uitstekend in staat is om de dagelijks voorkomende klussen uit te voeren. Daarbij maakte het niet uit of zo’n apparaat drie of vijf jaar oud was. Dat begint nu wél een probleem te worden. 

Ten eerste vanwege de processorleeftijd en natuurlijk de TPM-chip. In een deel van de aangeboden refurbished systemen afkomstig uit het bedrijfsleven zal deze inmiddels gewraakte chip aanwezig zijn. Maar of je een systeem kunt vinden dat én een TPM én een vereiste (qua leeftijd) CPU aan boord heeft die ook nog eens – wat video betreft – met DirectX 12 (nog een systeemeis van Windows 11) overweg kan? De mogelijkheid is er, maar vergt wel gedegen uitzoekwerk. En de enige ‘zekerheid’ die je op dit moment kunt krijgen qua compatibiliteit is de Microsoft Windows 11 controletool. 

Maak dan ook altijd een duidelijke afspraak met een leverancier (ook betreffende nieuwe computers trouwens), dat je het systeem terug kunt brengen als de controletool het niet geschikt acht voor Windows 11. Kun je die afspraak niet maken, laat de computer dan gewoon staan.

©PXimport

Pas op met tweedehandsjes

Verder wordt het – vanzelfsprekend – de komende jaren oppassen met aanbiedingen op veilingsites, met name die van particulieren. Veel Windows-gebruikers zullen hun systemen tegen een liefst zo hoog mogelijke prijs willen verkopen. Zeker degenen die onlangs een computer hebben gekocht die niet compatibel blijkt te zijn met Windows 11. Navragen of Windows 11 op het beoogde systeem werkt zal lang niet altijd tot een eerlijk antwoord leiden. Best is het om de Windows 11 controletool live op een door een particulier aangeboden computer te laten draaien. Blijkt dat het systeem dan niet geschikt is voor 11: laat maar.

Is Windows écht nodig anno 2021?

Voor thuisgebruikers is de komst van Windows 11 een goed moment om eens even op de rem te trappen. En jezelf af te vragen of je echt nog een Windowscomputer nodig hebt. Grote kans dat je je pc of laptop tegenwoordig nog hoofdzakelijk gebruikt voor browsen op internet, mailen (vaak via een webinterface in de browser) en af en toe eens wat teksten tikken. Ben je meer avontuurlijk aangelegd, dan doe je er misschien ook nog wat aardige hobbydingen bij als – om maar wat te noemen – programmeren van microcontrollers en dergelijke. Stuk voor stuk allemaal zaken waar géén Windows voor nodig is. Gebruik je af en toe Office, dan zijn er genoeg al dan niet gratis alternatieven te verzinnen die ook onder andere besturingssystemen draaien.

Tweedehands computer kopen? Let hierop!

Alternatieven genoeg

Want dat laatste is iets wat beslist het overwegen waard is. Het was nog nooit zo aantrekkelijk en makkelijk om over te stappen naar iets anders dan Windows. Denk aan een macBook (als je dan toch dat Office per se wilt blijven gebruiken), een Chromebook (who needs Microsoft Office!) of Linux (LibreOffice kan alles wat Microsoft Office ook kan). Met name Linux is nu extra interessant, omdat je hiermee je ‘oude’ computer nog vele jaren draaiende houdt. Voor Gamers is er keuze genoeg uit consoles, daarvoor hoef je ook allang geen onhandige Windows-pc meer in huis te halen; gamen op laptops was sowieso altijd al wat behelpen. De knoop doorhakken en Windows vaarwel zeggen kan je op termijn een hoop geld besparen. Denk goed na voor je weer je portemonnee trekt de komende tijd.

©PXimport

Zakelijk

Ook kleinere bedrijven en zelfstandigen doen er goed aan om eens kritisch naar hun automatiseringsbehoeften te kijken. Wederom geldt dat je daar eveneens steeds meer in de cloud werkt. Desnoods af en toe op een virtueel Windowssysteem dat ergens in de cloud of op een lokale server draait. Kan iedere werknemer via een remote desktop bij, het systeem waarmee de verbinding gemaakt wordt maakt niet uit. Kan een Chromebook zijn of gewoon een oude pc met Linux. Denk zeker ook eens aan Macs, die gaan lang mee (ook qua support) en hebben een uitstekende staat van dienst. Zakelijk gezien eveneens dus meer dan genoeg opties.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.