ID.nl logo
Huis

Werken met Windows extern bureaublad

Het op afstand bedienen van een computer is handig onderweg, nuttig op het werk en een uitkomst wanneer een verre vriend of kennis om hulp bij een computerprobleem vraagt. U kunt een pc benaderen via het thuisnetwerk maar ook via het internet. In deze Basiscursus leest u hoe u te werk moet gaan.

Dit artikel bestaat uit drie pagina’s:

Pagina 1

- Een extern bureaublad?

- Extra veilig

- Een vast ip-adres

Pagina 2

- Wachtwoord verplicht

- Andere gebruikers selecteren

- Verbinding maken

Pagina 3

- Inloggen zonder wachtwoord

- Handigheidjes

- Verbinden via het internet

- Gebruikerservaring

- Een pc op afstand uitschakelen

Een extern bureaublad?

Windows ondersteunt meerdere manieren om op afstand een computer over te nemen. De meest uitgebreide is de optie Verbinding maken met extern bureaublad. De naam zal er mede debet aan zijn dat maar weinig mensen deze functie kennen en gebruiken. Maar niet alleen de naam speelt een rol: om deze functie via het internet te kunnen gebruiken, moet u de netwerkconfiguratie aanpassen gelukkig is dit zo gepiept.

Standaard staat een computer namelijk geen externe verbindingen toe en is het niet mogelijk een pc op afstand over te nemen. Om dit wel toe te staan, moet u de Windows-configuratie aanpassen. Klik op Start en daarna met de rechtermuisknop op Computer. Kies voor Eigenschappen. Een snellere optie is rechtsklikken op het pictogram voor Computer als dat al op het bureaublad staat. Klik op Instellingen voor externe verbindingen en wijzig bij Extern bureaublad de standaard keuze in Verbindingen met computers toestaan, ongeacht de versie van Extern bureaublad (minder veilig).

©PXimport

Door de opties voor de externe verbinding aan te passen, wordt het mogelijk een pc op afstand over te nemen.

Extra veilig

Als u het maken van externe verbindingen toestaat, hebt u de keuze uit twee opties. Een daarvan wordt door Microsoft al direct ‘minder veilig’ genoemd. De tweede is veiliger, dat is de optie Alleen verbindingen toestaan met computers waarop Extern bureaublad met netwerkniveauverificatie wordt uitgevoerd. Het belangrijkste verschil is dat de veiligere optie alleen is te gebruiken als de computer waarmee u de verbinding maakt, is voorzien van Windows 7. Weet u dat niet zeker of wilt u werkelijk vanaf iedere computer ter wereld uw thuiscomputer kunnen overnemen, dan is deze veiligere optie niet mogelijk. Weet u zeker dat u alleen vanaf een Windows 7-machine de verbinding met uw thuiscomputer zult maken, dan is het aan te bevelen zeker de veiligste methode te kiezen.

©PXimport

Alleen van Windows 7 naar Windows 7 of Vista kunt u deze veiligere optie gebruiken.

Niet elke Windows

Helaas kan niet elke versie van Windows op afstand worden overgenomen. De software om een andere pc over te nemen, de ‘remote desktop cliënt’, staat weliswaar op elke Windows-pc, maar de mogelijkheid een externe verbinding toe te staan, ontbreekt in een groot aantal versies van het besturingssysteem. Zo is het onder Windows XP alleen mogelijk een pc met Windows XP Professional op afstand over te nemen, en onder Windows Vista alleen Vista Business en Vista Ultimate. In Windows 7 geldt dit voor Windows 7 Professional en Ultimate. Waarom Microsoft dit niet ook toestaat in de Home Premium-versies, vraag het ons niet. Wij hebben het ook nooit begrepen.

Een vast ip-adres

De computer waarmee u een verbinding wilt maken, moet altijd hetzelfde ip-adres hebben. Het ip-adres kan veranderen omdat de meeste computers ingesteld zijn om DHCP te gebruiken. Dat werkt voor alledaags gebruik prima, maar niet wanneer u de computer wilt kunnen overnemen. Om er zeker van te zijn dat u de pc altijd kunt benaderen, klikt u met de rechtermuisknop op het netwerkpictogram naast de klok in de Windows Taakbalk. Kies Netwerkcentrum openen. Klik op Adapterinstellingen wijzigen en klik met de rechtermuisknop op de actieve LAN-verbinding. Selecteer in de lijst met onderdelen Internet Protocol versie 4 (TCP/IPv4) en Eigenschappen. Selecteer Het volgende IP-adres gebruiken en typ dan bij IP-adres, Subnetmasker en Standaardgateway het juiste ip-adres met bijbehorend subnetmasker en standaardgateway. Voer bij Voorkeur DNS-server en Alternatieve DNS-server eveneens deze gegevens in en bevestig met tweemaal een klik op OK.

©PXimport

Gebruik liever geen DHCP maar geef de netwerkschijf een vast, eigen ip-adres op het netwerk.

Een correct ip-adres vinden

Het biedt veel voordelen de computer van een eigen ip-adres te voorzien. Maar hoe bepaalt u dat adres? Open eerst op uw eigen computer een opdrachtprompt (via Start / Alle Programma’s / Bureau-accessoires). Typ het commando ipconfig /all en druk op Enter. Noteer het ip-adres, het Subnetmasker, de Standaardgateway en de DNS-servers. Het is nu mogelijk deze gegevens één op één over te nemen en te gebruiken om het ip-adres vast op de computer te configureren.

©PXimport

Een ip-configuratie laat zich het snelst via de DOS-prompt opvragen.

Een ip-adres buiten de DHCP-scope

Door het huidige ip-adres op te vragen en daarna ‘vast’ op de computer te configureren, neemt u eigenlijk een ip-adres uit de reeks adressen die door de DHCP-server worden gebruikt. Dat is niet per se verkeerd, maar het is handiger voor een adres buiten die reeks getallen te nemen. In de meeste gevallen zal de router ook de DHCP-server zijn. De router is het apparaat dat uw thuisnetwerk met het internet verbindt. Uw benadert uw router door in uw webbrowser het ip-adres van de Standaardgateway te voeren. De router is namelijk de Standaardgateway van uw netwerk. Login met gebruikersnaam en wachtwoord en zoek in de router naar de ip-configuratie van het netwerk en naar de reeks die wordt gebruikt voor de DHCP-server. Vaak is dat een kleiner deel of staat er een maximum aantal van bijvoorbeeld tien adressen die via DHCP worden uitgegeven. Kies een adres buiten deze DHCP-adressen, maar wel in hetzelfde netwerk. Heeft de router bijvoorbeeld adres 192.168.1.1 en geeft de router via DHCP de adressen 192.168.1.100 tot en met .150 uit, kies dan een adres tussen 192.168.1.1 en 192.168.1.100 of tussen 192.168.1.151 tot 255. Dat zijn de twee delen van alle ip-adressen in het netwerk die echter niet door DHCP worden gebruikt. Controleer of het gekozen adres niet al in gebruik is door een ander apparaat in het netwerk via het commando ping gevolgd door een spatie en het gekozen ip-adres. Krijgt u dan geen antwoord, dan is het adres vrij en kan het gebruikt worden als nieuw ‘vast’ adres van de computer die u op afstand wilt overnemen. Gebruik verder hetzelfde subnetmasker, dezelfde Standaardgateway en dezelfde nameservers als u al via het commando ipconfig /all had gevonden. Vragen? U vindt hulp op ons online forum.

©PXimport

Gebruik liever geen adres uit de DHCP-reeks.

Wachtwoord verplicht

Alleen een computer configureren om op afstand te kunnen worden overgenomen is niet voldoende. Zelfs niet wanneer beide computers in hetzelfde thuisnetwerk zitten en er geen routers en firewalls in het spel zijn. Gebruikers moeten rechten krijgen om de computer over te nemen en bovendien moet hun account voorzien zijn van een wachtwoord. Een wachtwoord instellen voor een account kan via Start / Configuratiescherm / Gebruikeraccounts en Ouderlijk Toezicht. Klik op Uw Windows-wachtwoord wijzigen / Een wachtwoord voor uw account instellen. Typ dan een wachtwoord in de regel Nieuw wachtwoord en herhaal het daarna in de regel Bevestig het nieuwe wachtwoord. Bevestig via Wachtwoord instellen.

Belangrijk! Het gebruikersaccount, het wachtwoord en de rechten de computer over te nemen moeten geconfigureerd zijn op de computer die u wilt overnemen op afstand. De computer die u gebruikt om de andere computer op afstand mee over te nemen speelt in geen rol - zolang er maar Windows XP, Vista of 7 op staat.

©PXimport

Alleen wanneer een account beveiligd is met een wachtwoord, kan het gebruikt worden om op afstand in te loggen.

Andere gebruikers selecteren

Verder moet de gebruiker beschikken over de juiste rechten. Standaard hebben alle gebruikers die ook Administrator of Beheerder zijn, overigens al de benodigde rechten. Om de gebruikers te selecteren die een computer op afstand mogen overnemen, klikt u met de rechtermuisknop op Computer in het menu Start en kiest u voor Eigenschappen. Kies Instellingen voor externe verbindingen en vervolgens Gebruikers selecteren. Klik op Toevoegen. Je zou verwachten een lijst met mogelijke gebruikers voorgeschoteld te krijgen, maar het venster dat nu verschijnt lijkt zo uit een serverversie van Windows weggelopen te zijn. Typ in het vak Geef de objectnamen op de naam van het gebruikersaccount van de gebruiker die u op afstand de computer wilt laten overnemen. Klik op Namen controleren. De naam worden gezocht en hopelijk gevonden. De notatie van de naam wordt aangepast in COMPUTERNAAM\Gebruikersnaam, maar dit bevestigt alleen maar dat de gebruiker is gevonden. Herhaal dit voor alle gebruikers en klik op OK.

©PXimport

Voeg gebruikers die de computer op afstand mogen overnemen toe aan de lijst met gebruikers met toegang tot extern bureaublad.

Verbinding maken

Nu de computer en gebruikers zijn geconfigureerd, kunt u een verbinding met een andere computer maken. Het is aan te bevelen dit altijd eerst in het thuisnetwerk van de computer te proberen, en pas daarna eventueel via het internet. Werkt het binnen het thuisnetwerk al niet dan is proberen of het via het internet wel werkt, zinloos. Om een andere computer in het eigen netwerk over te nemen, klikt u op Start / Alle Programma’s / Bureau-accessoires / Verbinding met ­extern bureaublad. Typ in de regel ‘Computer’ het ip-adres van de pc die u wilt overnemen en klik op Verbinden. In het volgende venster voert u een gebruikersnaam en wachtwoord in. Bij een eventuele vraag over het niet ­kunnen vaststellen van de identiteit van de externe computer, klikt u op Ja.

©PXimport

Snel een eerste verbinding maken met een andere computer.

Inloggen zonder wachtwoord

Het venster voor het maken van een externe verbinding kent een groot aantal opties. Standaard zijn die verborgen, maar met een klik op Opties zijn ze snel zichtbaar. Met de opties geopend is het mogelijk al direct de Gebruikersnaam op te geven. Ook kunt u het inloggen vereenvoudigen door de optie Mijn referenties mogen worden opgeslagen aan te vinken. Dan wordt ook uw wachtwoord bewaard en is de volgende keer alleen het opstarten van de verbinding voldoende om direct ingelogd te worden. Vink deze optie natuurlijk alleen aan als de computer waarmee u de verbinding maakt van u is en volledig vertrouwd.

©PXimport

Bewaar de referenties als u zeker weet dat anderen niet ook deze computer gebruiken en de opgeslagen credentials zullen misbruiken.

Handigheidjes

Om problemen bij de weergave van het Bureaublad van de andere computer te voorkomen, bijvoorbeeld doordat de computer die op afstand wordt overgenomen een veel hogere resolutie heeft, kunt u het venster schalen. Dit doet u via de optie Weergave configureren op het tabblad Weergave.

Als u de externe computer gebruikt, kan het handig zijn om de harde schijf in de eigen computer te gebruiken. Of de eigen printer. Dat kan ook door op het tabblad Lokale bronnen bij het onderdeel Lokale apparaten en bronnen een vinkje te zetten bij de Printers. Klik op Meer en op het plusje voor Stations en zet een vinkje bij de schijven die u wilt delen met de sessie op de computer op afstand. Wilt u alle schijven gebruiken, zet dan een vinkje voor Stations. Via de andere opties in dit scherm kunt u het Klembord delen en configureren hoe gebruikte toetscombinaties van de computer waarachter u zit en geluid van de computer op afstand, wordt gebruikt.

Snel een computer op afstand overnemen? Klik op Start en typ in het zoekvenster de letters mstsc. Druk op Enter en de functie voor het starten van een verbinding voor extern bureaublad wordt geopend.

Klaar? Sluit af met een klik op het rode kruis. Netter is het om de gebruiker uit te loggen op de computer op afstand. Klik in het venster van de externe verbinding op Start en via de pijl naast Afsluiten op Verbinding verbreken.

©PXimport

Met de weergaveopties regelt u de grootte van het scherm op afstand.

Werken met favorieten

Gebruikt u de mogelijkheid om een computer op afstand over te nemen vaak? Open het venster voor het maken van een verbinding voor extern bureaublad. Stel alle instellingen correct in. Klik dan op Opslaan als en bewaar het als bestand. Deze bestanden hebben de bestandsextensie .rdp. Kopieer ze naar een aparte map in (bijvoorbeeld Mijn Documenten) en maak snelkoppelingen op het Bureaublad.

©PXimport

Bewaar de instellingen van iedere externe verbinding voor gemakkelijk hergebruik.

Meerdere gebruikers?

Anders dan vaak gedacht, is het niet mogelijk met een Externe Verbinding een computer met meerdere mensen tegelijk te gebruiken. Wanneer u via een externe bureaublad-verbinding inlogt op een computer die al door iemand wordt gebruikt, krijgt u een waarschuwing te zien. Ook de persoon die al op die computer is ingelogd krijgt een melding en kan dertig seconden lang besluiten u geen toegang te geven. Daarna wordt automatisch de persoon die al ingelogd was, uitgelogd en kunt u op afstand de computer gebruiken. Omgekeerd, wanneer u op afstand bent ingelogd en iemand anders probeert de computer te gebruiken, krijgt u in uw sessie-op-afstand de melding dat iemand de computer gaat gebruiken. Dan hebt u 30 seconden om te zeggen dat u ingelogd wilt blijven.

Verbinden via het internet

Werkt het overnemen van de computer probleemloos via het thuisnetwerk, maak dan de stap naar internet. Blader in de router naar de firewall of, zoals het vaak genoemd wordt, naar PortForwarding of Toepassingen en Games. Configureer een verbinding voor TCP-poort 3389 naar het ip-adres van de computer die u via het internet wilt kunnen overnemen.

Om de verbinding vanaf het internet ook daadwerkelijk te maken, hebt u het ip-adres van uw netwerk nodig. Log in op de router en zoek het ip-adres van de router op de WAN-kant. Gebruik dit adres om vanaf elke plek op aarde uw thuiscomputer over te kunnen nemen.

©PXimport

Om via de router een externe verbinding te maken maken vanaf internet, moet de router-configuratie worden aangepast.

Gebruikerservaring

Voor een externe bureaubladverbinding is de uploadsnelheid van een internetverbinding belangrijk. Deze bepaalt namelijk veel meer dan de downloadsnelheid wat er met de externe verbinding mogelijk is. En bij veel internetverbindingen is de uploadsnelheid veel lager dan de downsnelheid. Het is dan ook slim om via het tabblad Gebruikerservaring de opties uit te schakelen die wel mooi eruit zien, maar erg veel bandbreedte vergen. Om het uzelf gemakkelijk te maken, kunt u bij Selecteer de juiste verbindingssnelheid voor de beste prestaties direct een profiel kiezen dat bij de internetverbinding past. De meest logische instellingen worden dan geselecteerd.

©PXimport

Deel apparaten op de eigen computer met de computer op afstand.

Een pc op afstand uitschakelen

Via het menu Start is het niet mogelijk een pc op afstand uit te schakelen. Om dit toch te kunnen doen, moet op de op afstand bestuurde pc een Opdrachtprompt worden geopend. Typ het commando shutdown –s gevolgd door een druk op Enter. Om een machine waarmee u verbinding hebt gemaakt opnieuw op te starten, typt u shutdown –r.

©PXimport

Schakel een computer op afstand uit via de DOS-prompt.

▼ Volgende artikel
Je NAS veilig bereiken via een VPN-server, Tailscale of Cloudflare-tunnel
© ER | ID.nl
Huis

Je NAS veilig bereiken via een VPN-server, Tailscale of Cloudflare-tunnel

Wil je een NAS op afstand gebruiken, dan doe je dat liefst natuurlijk veilig. Bijvoorbeeld door een VPN-server op te zetten, of een tunnel met extra toegangscontrole. Hiervoor zijn diensten als Tailscale en Cloudflare heel geschikt. In deze masterclass nemen we de beste opties met je door. We leggen uit wat de voor- en nadelen zijn en hoe je ze kunt gebruiken in combinatie met een NAS.

Een NAS is breed inzetbaar en bij veel huishoudens de spil in het netwerk. Je kunt niet alleen je documenten centraal bewaren, maar ook bijvoorbeeld media streamen naar je tv, foto’s bekijken op je tablet en talloze extra toepassingen installeren. Heb je (een deel van) deze toepassingen ook af en toe op afstand nodig? Het openzetten van een poortje in de router of het gebruik van een reverse proxy kan daarvoor een prima optie zijn. Maar publieke toegang is niet altijd nodig. Er zijn betere opties als je vooral voor jezelf goed beveiligde externe toegang tot je NAS nodig hebt. Een eenvoudige optie is een cloudservice van de fabrikant, zoals Synology QuickConnect. Betere en veiligere opties zijn een VPN-server met een protocol als OpenVPN of WireGuard, Tailscale (dat op de achtergrond met WireGuard werkt) of een Cloudflare-tunnel. In deze masterclass leggen we uit hoe je ze gebruikt. Wat je kiest, hangt ook af van je doel. Bij elke optie behandelen we de eventuele beperkingen. Voordat je begint, is het ook verstandig de beveiliging van je NAS nog even door te lichten (zie kader).

Optimale beveiliging voor je NAS

Bij het openstellen van je NAS is een goede beveiliging extra belangrijk. Ongeoorloofde toegang tot je NAS zul je altijd willen voorkomen. Gebruik altijd sterke wachtwoorden voor je gebruikersaccounts. Deactiveer bovendien de algemene accounts zoals admin en guest. Zet tweestapsverificatie aan. Hierbij wordt na het inloggen om een extra toegangscode gevraagd die je kunt genereren met een app op je smartphone. Op vertrouwde apparaten hoef je dat maar één keer te doen. Bij Synology vind je deze opties in je configuratiescherm, onder Beveiliging / Account. Je kunt kiezen voor welke gebruikers dit moet worden ingeschakeld. Bij QNAP ga je hiervoor in je configuratiescherm naar Systeem / Beveiliging. Open dan het tabblad Verificatie in 2 stappen. Maak ook gebruik van de ingebouwde firewall van je NAS, waarin je toegangsregels kunt instellen! In deze masterclass geven we daar tips voor. Zorg ten slotte dat je een goede back-upstrategie hebt voor de bestanden op je NAS.

Het is verstandig om tweestapsverificatie aan te zetten op je NAS.

Wat is een cloudservice?

Via een cloudservice kun je toegang tot een NAS vereenvoudigen door een soort tunnel op te zetten. Bij Synology heet dit QuickConnect, QNAP noemt het myQNAPcloud link. Hierbij wordt vanaf de NAS een uitgaande verbinding opgezet met een server, waardoor het firewalls omzeilt (ook die in je NAS!). De NAS geef je een herkenbare naam, ook wel QuickConnect ID of QNAP ID genoemd, die je ook gebruikt om te verbinden. Hierbij wordt eerst geprobeerd rechtstreeks verbinding te maken, wat ook het meest efficiënt is. Als dat mislukt, wordt de verbinding automatisch omgeleid via een relayserver, die als tussenpersoon het verkeer doorstuurt. De snelheid kan dan minder hoog zijn. We noemen hieronder alleen de dienst van Synology, omdat het een betere bescherming biedt en een betere reputatie heeft dan myQNAPcloud link. Zorg wel altijd zelf voor een goede basisbeveiliging. Overweeg veiligere methoden zoals een VPN of Tailscale. Het is veiliger en je bent niet afhankelijk van andere partijen (zoals een relayserver).

Diensten als myQNAPcloud link creëren een soort tunnel naar je NAS.

Synology QuickConnect

Bij Synology QuickConnect koppel je eerst je NAS aan een Synology-account. Daarna kun je een QuickConnect ID kiezen. Je NAS is daarna bereikbaar vanuit de Synology-apps of een browser via het adres https://quickconnect.to/ met daarachter de QuickConnect ID. Dit werkt ook bij een dynamisch ip-adres, dus je hoeft niet apart een Dynamic DNS-functie (DDNS) te gebruiken. Om QuickConnect te gebruiken open je Configuratiescherm. Ga dan naar Externe toegang. Zet een vinkje bij QuickConnect inschakelen. Hierna moet je je aanmelden met je Synology-account of een nieuw account maken. Vervolgens kies je een QuickConnect ID. Via de instellingen kun je nog kiezen of de relayserver mag worden gebruikt en welke toepassingen via QuickConnect toegankelijk zijn.

Via de instellingen kies je welke toepassingen toegankelijk moeten zijn.

Wat is VPN?

Door een VPN-server te installeren, heb je een ideale voorziening om op afstand je netwerk te bereiken en alle apparaten op dat netwerk, zoals je NAS, netwerkprinters en camera’s. Je installeert de VPN-server op één systeem, zoals een router, server, Raspberry Pi of je NAS. Bij Synology kun je bijvoorbeeld standaard met OpenVPN werken en QNAP ondersteunt het snellere WireGuard. We laten zien hoe je deze opties gebruikt. Na inloggen heb je volledige toegang tot je netwerk en alle toepassingen in het netwerk, alsof je rechtstreeks op het netwerk zit. Voor toegang tot bestanden op je NAS werken daarom alle protocollen als smb, nfs en WebDAV en toepassingen als Synology Drive en QNAP File Station. Je hoeft geen poorten in je router open te zetten, behalve een enkele poort naar de VPN-server.

Bij QNAP kun je standaard werken met WireGuard.

OpenVPN op Synology

Om je Synology-NAS als VPN-server in te zetten, kun je de toepassing VPN Server installeren via Package Center. Gebruik je een firewall, controleer dan of de benodigde poorten toegankelijk zijn. Bij de installatie kun je die aanpassing via een venster direct doorvoeren. Afhankelijk van het protocol moet je ook nog één of meerdere poorten doorsturen van je router naar je NAS. De toepassing ondersteunt PPTP, OpenVPN en L2TP/IPSec. Eigenlijk is vooral OpenVPN interessant. Het is veilig en stabiel, maar niet zo snel als WireGuard. Ook geeft het soms wat uitdagingen bij het opzetten van de verbinding.

Synology ondersteunt meerdere protocollen, waaronder OpenVPN.

Activeren OpenVPN

Om OpenVPN te gebruiken open je VPN Server. Ga dan naar OpenVPN. Zet een vinkje bij OpenVPN-server inschakelen. Bij Dynamisch ip-adres zie je het subnet dat OpenVPN gebruikt. De verbonden clients krijgen een ip-adres in dat bereik. Bij Poort en Protocol zie je dat standaard udp-poort 1194 wordt gebruikt. Die poort moet je doorsturen van je router naar je NAS. Controleer of de poort toegankelijk is in de firewall van je NAS. Voor een goede balans tussen snelheid en veiligheid kun je bij Codering bijvoorbeeld AES-128-CBC kiezen en bij Verificatie de optie SHA256. De optie Compressie op de VPN-koppeling inschakelen mag uit, omdat het weinig snelheidswinst geeft. Zet de optie Clients toegang geven de LAN-server aan, zodat je andere apparaten in je thuisnetwerk kunt bereiken. Zet ook de optie Verifieer TLS auth-sleutel aan. Klik op Toepassen om de instellingen te activeren. Je kunt nu clients gaan configureren.

Bij OpenVPN kun je zelf nog enkele instellingen kiezen.

Profiel voor OpenVPN

Ga naar OpenVPN en kies Configuratie exporteren om het configuratiebestand te exporteren als zip-bestand. Hierin vind je een .ovpn-bestand dat je nodig hebt voor toegang. Je hebt ook een gebruikersaccount nodig bij het inloggen. Onder Rechten kun je aanvinken welke gebruikers toegang hebben en via welke protocollen. Maak eventueel een nieuwe gebruiker voor alleen de VPN-verbinding! Open het bestand VPNConfig.ovpn met een teksteditor. Omdat je de VPN-server extern wilt gebruiken, verander je in onderstaande regel YOUR_SERVER_IP naar je ip-adres van je internetverbinding of de hostnaam als je bijvoorbeeld Dynamic DNS gebruikt. Synology ondersteunt ook Dynamic DNS en geeft bijvoorbeeld een naam.synology.me-adres. Je kunt het activeren in je configuratiescherm onder Externe toegang / DDNS. Het gaat om deze regel:

remote YOUR_SERVER_IP 1194

Je ziet ook de onderstaande optie. Haal hier eventueel het commentaarteken weg als je wilt dat ál het verkeer, dus ook het normale internetverkeer, via de VPN-server gaat. Dat geeft minder goede prestaties, maar is wel veiliger als je bijvoorbeeld een openbare wifi-hotspot gebruikt. Dit is de regel waar je het commentaarteken weg kunt halen:

#redirect-gateway def1

Gebruik dit profiel om verbinding te maken vanaf andere apparaten. Zet hierbij de optie aan dat zonder certificaat verbinding mag worden gemaakt.

WireGuard op QNAP

We zullen laten zien hoe je WireGuard op je QNAP-NAS gebruikt in combinatie met een Windows-client. Voor meer informatie over WireGuard en het opzetten van een aparte VPN-server verwijzen we je naar een eerder artikel dat je kunt lezen via www.kwikr.nl/wgvpn waarin dat uitgebreid aan bod komt. Zorg bij QNAP dat de toepassing QVPN Service is geïnstalleerd via App Center. Open dan de toepassing en ga naar WireGuard. Zet een vinkje bij WireGuard VPN-server inschakelen. Vul een naam in achter Servernaam. Klik achter Persoonlijke sleutel op Codeparen genereren. Noteer de waarde bij Openbare sleutel: die is straks nodig bij de configuratie van clients. Achter Luisterpoort zie je de poort (udp) die je moet doorsturen in de router. Bij DNS Server vul je een openbare DNS-server in (zoals 8.8.8.8) óf een DNS-server in je lokale netwerk. Klik op Toepassen om de instellingen te bewaren. Klik op Peer toevoegen. Hier kun je clients toevoegen (zie volgende stap).

De instellingen voor WireGuard bij een NAS van QNAP.

Client instellen

Elk apparaat dat verbinding met WireGuard maakt, is een zogenoemde peer. Voor het toevoegen van een apparaat kies je bij QNAP de optie Peer toevoegen. Vul een herkenbare naam in. De waarde bij Openbare sleutel komt bij deze ‘peer’ vandaan, die gaan we nu eerst instellen. Installeer en open de Windows-client en kies de optie Add Empty Tunnel. Er worden een privé- en openbare sleutel gegenereerd. Er opent een configuratiebestand met de privésleutel waarin je onder andere deze twee regels ziet:

[Interface]

PrivateKey = +MSQ3D2+M71SotRrWC3hnPyzYSTWNuaxWwc920=

Vul deze configuratie verder aan zoals in het voorbeeld hieronder. Bij Address kies je een vrij ip-adres binnen het VPN-subnet, dat nog niet door een andere peer wordt gebruikt. Je kunt dit voor elke client ophogen, dus 198.18.7.2/32, 198.18.7.3/32, en zo verder. Belangrijk is dat je bij PublicKey de openbare sleutel die QNAP laat zien invult. Bij Endpoint vervang je ipadres door het ip-adres (of de hostnaam) van je internetverbinding thuis. Dit is de configuratie die je moet aanpassen:

[Interface]

PrivateKey = +MSQ3D2+M71SotRrWC3hnPyzYSTWNuaxWwc920=

ListenPort = 51820

Address = 198.18.7.2/32

DNS = 1.1.1.1

[Peer]

PublicKey = KsCc+cRucH4F8T3VdyatvZXjqvunEerBZapulE=

AllowedIPs = 0.0.0.0/0

Endpoint = ipadres:51820

Bewaar de configuratie met Save. Kopieer nu de waarde bij Public key van deze client. Je leest deze af in het hoofdvenster van WireGuard (zorg dat de bewuste tunnel is geselecteerd). Plak deze in QNAP bij Openbare sleutel bij de configuratie van deze peer. Je kunt nu verbinding maken met je Windows-client!

Voltooi de configuratie voor de Windows-client voor WireGuard.

Firewall instellen voor je NAS

Een firewall op je NAS biedt extra bescherming. Bij Synology open je daarvoor Configuratiescherm. Ga dan naar Beveiliging en open het tabblad Firewall. Zet een vinkje bij Firewall inschakelen en kies Toepassen. Bij Firewallprofiel kun je een profiel kiezen of bewerken. Kies Regels bewerken om het huidige profiel aan te passen. Begin met een regel die alle apparaten op het lokale netwerk toestaat. Kies bij die regel bij Poorten de optie Alles. Bij Bron-IP kies je Specifiek ip. Klik daarachter op Selecteren en kies Subnet. Je moet hier het netwerkbereik van je router kennen. In veel gevallen is dat iets als 192.168.1.0 met subnetmasker 255.255.255.0. Dit omvat dan alle adressen van 192.168.1.0 t/m 192.168.1.255. Voeg hierna nog specifieke regels toe voor toepassingen die van buitenaf toegang moeten hebben. In dit voorbeeld staan we bijvoorbeeld SSH toe vanaf een bepaald ip-adres. Heel belangrijk is dat je als laatste een regel toevoegt die alles blokkeert. De regels worden namelijk van boven naar beneden doorlopen en bij de eerste match stopt de verwerking. Het configuratiescherm van QNAP biedt ook een firewall, maar dat is meer een soort toegangsfilter. Voor uitgebreidere opties kun je QuFirewall installeren via App Center.

Het is raadzaam om de firewall op je NAS te gebruiken voor toegangsbeperking.

Wat is Tailscale?

Met Tailscale kun je een virtueel privénetwerk maken tussen al je apparaten. Dit gebeurt op basis van identiteit, met bijvoorbeeld een standaard Google-account voor autorisatie. Je kunt alle toegevoegde apparaten benaderen via een intern ip-adres of de toegekende hostnaam. Tailscale gebruikt dezelfde technologie als WireGuard, wat het snel, veilig en betrouwbaar maakt. Je hebt geen centrale server nodig en hoeft ook geen poorten in je router open te zetten. Wel moet je elk apparaat in principe afzonderlijk aan je privénetwerk toevoegen. Dat is eenvoudig, ook voor een NAS, zoals je hieronder ziet. Als alternatief kun je Tailscale ook op één apparaat in je netwerk installeren en dat apparaat als subnetrouter instellen, zodat je via dat ene systeem toegang hebt tot alle andere apparaten in je netwerk. In dat geval hoef je Tailscale niet op elk afzonderlijk apparaat te installeren. Meer uitleg over Tailscale vind je in dit artikel.

Met Tailscale kun je een privénetwerk voor je apparaten maken.

Eerste stappen

Ga naar https://tailscale.com en kies de optie Get started. Log in met een van de ondersteunde identiteitsproviders, bijvoorbeeld een standaard Google-account of een van de andere opties. Hierna wordt automatisch je Tailscale-netwerk, of kortweg tailnet, gemaakt. Dat is een soort privé-VPN-netwerkje waar jouw apparaten deel van uit gaan maken. Als je op een ander apparaat inlogt met datzelfde account, is het bereikbaar vanuit je andere apparaten in dit tailnet. Een gratis account ondersteunt tot drie gebruikers en honderd apparaten.

Log in bij Tailscale met bijvoorbeeld je Google-account.

Apparaten toevoegen

Het toevoegen van apparaten is eenvoudig. Het volstaat om de software te installeren en in te loggen met dezelfde identiteitsprovider. Om Tailscale bijvoorbeeld op een iPad te gebruiken, installeer je eerst de toepassing via de App Store. Hierbij wordt een VPN-configuratie voor je iPad gemaakt. Daarna log je in en zie je een lijst met apparaten in je privénetwerkje, waarbij je ook de namen af kunt lezen.

Op een iPad maakt Tailscale een VPN-profiel aan.

Tailscale op je NAS

Je kunt Tailscale ook op een NAS installeren. Bij Synology zoek je daarvoor in Package Center naar Tailscale. Bij QNAP kun je in App Center terecht. Installeer en open de toepassing. Er wordt gevraagd om in te loggen, waarbij je weer hetzelfde account als hiervoor gebruikt. Zet daarna de verbinding op via Connect. Als je nog een keer de Tailscale-app opent, kun je details zien over het bewuste apparaat, zoals het ip-adres en de hostnaam die je kunt gebruiken om verbinding te maken.

Tailscale is als pakket beschikbaar voor Synology en QNAP.

Wat is een Cloudflare-tunnel?

Bij een Cloudflare-tunnel installeer je op één systeem in je netwerk (bijvoorbeeld je NAS) een klein programma, dat van binnenuit een versleutelde verbinding opzet naar Cloudflare. Daarna kun je toepassingen individueel toevoegen die deze tunnel mogen gebruiken. Daarbij kun je elke toepassing een eigen subdomein geven, zoals nas.domein.nl voor je NAS. De tunnel laat geen netwerkprotocollen zoals SMB en NFS door en WebDAV is een uitdaging. Het is vooral bedoeld voor webverkeer. Je kunt incidenteel wel bijvoorbeeld DS File gebruiken, voor het browsen door je bestanden en kleine uploads of downloads.

Bij Cloudflare kun je gratis een tunnel opzetten voor toegang op afstand.

Domein registreren

Log in bij Cloudflare met een bestaand account of maak een nieuw gratis account. Registreer een domeinnaam via Add / Register a domain of voeg een bestaand domein toe via Add / Connect a domain. In dat laatste geval moet je de DNS-instellingen bij je huidige provider aanpassen, zodat de nameservers naar die van Cloudflare verwijzen. Afhankelijk van de extensie betaal je bij Cloudflare vanaf zo’n 6 dollar per jaar (circa 6 euro) per domein. Je kunt een domein eventueel direct voor meerdere jaren registreren of voor automatische verlenging kiezen. Betalen kan met creditcard of PayPal. In je dashboard vind je je domein terug onder Domain registration / Manage domains.

Registreer tegen lage kosten een domein bij Cloudflare.

Tunnel voorbereiden

Ga via het menu aan de linkerkant naar Zero Trust. Klik dan op Networks en kies Tunnels. Klik op Create a tunnel. Selecteer de optie Cloudflared. Geef je tunnel een naam. Vervolgens moet je een zogeheten connector installeren op één systeem in je netwerk om een tunnel te maken. Alle toepassingen die je straks via de Cloudflare-tunnel gaat publiceren, moeten bereikbaar zijn vanaf dat systeem. Dat is meestal alleen een probleem bij gescheiden netwerken of strikte firewallregels. Installeer Cloudflared volgens de instructies op een systeem dat altijd aanstaat. Dat kan een server of Raspberry Pi zijn, maar óók je NAS, zoals we hieronder toelichten. Hierna komt de tunnel automatisch online.

Maak een tunnel via de website van Cloudflare.

Tunnel op Synology-NAS

Voor de installatie op een NAS heeft Cloudflare geen instructies, maar de procedure is relatief eenvoudig. Kopieer de opdracht die je ziet bij bijvoorbeeld de Windows-installatie en plak deze in een editor. Je ziet hierin een lange string van 184 tekens die meest begint met eyJh…. Dat is de benodigde token. Om Cloudflared op een Synology-NAS te installeren open je Package Center. Ga naar Gemeenschap en kies Cloudflare Tunnel. Klik op Installeren. Nu wordt om de token gevraagd. Je hoeft geen geavanceerde opties te kiezen. Na het voltooien van de installatie is je tunnel klaar voor gebruik.

Vul de token in bij de installatie van de software op je Synology-NAS.

Tunnel bij QNAP

QNAP biedt geen softwarepakket, maar je kunt Cloudflare wel vrij eenvoudig via Docker configureren en starten. Het is het makkelijkst om met Docker Compose te werken. Installeer indien nodig Container Station en open het programma. Ga dan naar Toepassingen en klik op Maken. Bij Naam van de toepassing vul je een herkenbare naam in, zoals cloudflared. Bij YAML-code vul je de onderstaande code in. Achter TUNNEL_TOKEN vul je uiteraard jouw token in. Klik dan op Maken om de tunnel te maken. Dit is de benodigde code:

version: "3"

services:

  cloudflared:

    image: cloudflare/cloudflared:latest

    container_name: cloudflared

    restart: unless-stopped

    network_mode: "host"

    command: tunnel run

    environment:

      - TUNNEL_TOKEN=eyJh...

Bij QNAP kun je Cloudflared het beste via Docker installeren.

Toepassing toevoegen

Je kunt nu elke toepassing via de tunnel beschikbaar maken met een uniek subdomein. Om zo’n zogeheten route aan te maken, ga je binnen Zero Trust naar Networks / Tunnels. Bij Status geeft het systeem als het goed is aan dat de tunnel gezond is. Open het menu (via de drie puntjes) en kies Configure. Ga dan naar het tabblad Published application routes. We nemen de webinterface van een NAS die lokaal bereikbaar is op https://10.0.10.200:5001. Bij Subdomain vul je bijvoorbeeld nas in. Bij Domain kies je een domein. Bij Type kiezen we HTTPS en bij URL vullen we 10.0.10.200:5001 in. Bij de optie HTTPS moet je oppassen. De NAS heeft in ons geval geen echt certificaat. Daarom is het belangrijk om onder Additional application settings / TLS de optie No TLS Verify aan te vinken. Cloudflare zal dan negeren dat het certificaat niet ondertekend is. Klik op Save. Er zal automatisch een DNS-record worden gemaakt en je kunt vrijwel direct op afstand je NAS benaderen.

We maken een route voor de NAS.

Extra beveiliging bij Cloudflare

Na het openstellen van een toepassing via een subdomein kan in feite iedereen die dat adres kent de toepassing benaderen, zoals de webinterface van je NAS. Of ze ook binnenkomen, hangt af van je beveiliging. Een NAS kun je zelf extra beveiligen, bijvoorbeeld met tweestapsverificatie. Maar je kunt toegang óók beperken via Cloudflare zelf. Je kunt bijvoorbeeld regelen dat alleen jij bij de tunnel mag, via een tijdelijke code die je per e-mail ontvangt, of door te verplichten dat je eerst moet inloggen met een specifiek Google-account.

▼ Volgende artikel
Actieve versus passieve speakers: welke luidsprekers passen bij jou?
© jipen
Huis

Actieve versus passieve speakers: welke luidsprekers passen bij jou?

Twijfel je tussen actieve en passieve luidsprekers? Het verschil zit in de versterker. In dit artikel leggen we uit wat de voor- en nadelen zijn, zodat je precies weet welk systeem het beste klinkt in jouw woonkamer. Geen gedoe, gewoon helder advies.

Als je op zoek bent naar beter geluid, vliegen de termen je om de oren. Het onderscheid tussen actief en passief is misschien wel de belangrijkste technische keuze die je moet maken, maar wordt vaak onnodig ingewikkeld gemaakt. Veel mensen denken dat het puur om geluidskwaliteit gaat, terwijl het vooral draait om gebruiksgemak en apparatuur. Na het lezen van dit stuk weet je precies of je voor alles-in-één gemak moet gaan of voor de vrijheid van losse componenten.

De kern: waar zit de krachtbron?

Het technische verschil is eigenlijk heel simpel: het draait allemaal om de locatie van de versterker. Een luidspreker kan namelijk geen geluid maken zonder stroom en aansturing.

Bij een actieve speaker is de versterker ingebouwd in de behuizing van de luidspreker zelf. Je herkent dat direct aan de achterkant: er zit een stroomkabel aan die het stopcontact in moet, en vaak knoppen voor volume of toonregeling. Je sluit je telefoon, pc of platenspeler direct aan op de speaker.

Bij een passieve speaker zit er géén elektronica in de kast die het geluid versterkt. De speaker heeft geen stekker voor het stopcontact, maar alleen aansluitingen voor luidsprekerdraad. Je hebt altijd een losse versterker of receiver nodig die het signaal krachtig genoeg maakt voordat het naar de speaker gaat. Een veelvoorkomend misverstand is dat 'passief' betekent dat ze slechter of zwakker zijn. Integendeel, de allerduurste hifi-systemen zijn bijna altijd passief.

©jipen

Wanneer is actief de slimste keuze?

Kies voor actief als je houdt van een opgeruimd huis en gebruiksgemak (dit soort speakers zijn meestal plug & play). Omdat de fabrikant de ingebouwde versterker helemaal heeft afgestemd op de luidspreker, ben je verzekerd van een goede match zonder dat je technisch inzicht nodig hebt. Dit is bij uitstek geschikt voor minimalisten die geen losse apparaten of een wirwar aan kabels in de woonkamer willen. Een soundbar is hier het bekendste voorbeeld van; dat is bijna altijd een actieve speaker. Ook voor een werkplek of gaming-setup op een bureau is dit de standaard, omdat je ze direct in je pc plugt zonder tussenkomst van een extra apparaat. Daarnaast zie je deze techniek terug in slimme multiroom-systemen met wifi of bluetooth (zoals die van Sonos), waarmee je direct vanaf je telefoon muziek streamt.

De beperking van alles-in-één

Het grote nadeel van actieve speakers is dat je vastzit aan het totaalpakket. Gaat de versterker in de speaker kapot? Dan doet je hele luidspreker het niet meer, ook al zijn de speaker-units zelf nog prima.

Daarnaast ben je minder flexibel in de toekomst. Bij passieve systemen kun je over vijf jaar besluiten om alleen een nieuwe versterker met de nieuwste streamingfuncties te kopen, terwijl je je geliefde speakers behoudt. Bij een actief systeem moet je bij veroudering van de software of aansluitingen vaak meteen de hele set vervangen. Daarnaast is het uitbreiden van een stereoset naar een volledige thuisbioscoop met actieve speakers vaak lastiger of beperkt tot één specifiek merk.

©Aboltin

Wanneer moet je absoluut niet voor actief kiezen?

Er zijn specifieke situaties waarin je een actief systeem beter links kunt laten liggen. Als je bijvoorbeeld al een prima werkende versterker of receiver hebt staan, is het zonde van je geld om actieve speakers te kopen. Je betaalt dan immers dubbel voor versterking die je niet gebruikt.

Ook als je speakers wilt wegwerken in het plafond of de muur is passief de enige logische route. Je wilt namelijk geen stroompunten bij elke inbouwspeaker aanleggen, en je kunt sowieso niet makkelijk bij de elektronica als er eenmaal iets stuk gaat.

Tot slot kun je in grote ruimtes, zoals een hal of showroom, beter met passief draad werken. Luidsprekerkabels zijn over lange afstanden veel makkelijker te trekken en te verlengen dan de combinatie van stroom- en signaalkabels bij actieve speakers.

Check je kabels en je kastruimte

Om de knoop door te hakken, kijk je eerst goed naar je eigen situatie. Heb je in je tv-meubel ruimte voor een los apparaat van ongeveer 44 cm breed (de standaardmaat voor receivers)? En vind je het leuk om zelf je set samen te stellen? Dan is passief jouw route naar topgeluid op maat.

Heb je daarentegen geen zin in gedoe, wil je met één afstandsbediening klaar zijn en heb je een hekel aan zichtbare apparatuur? Dan is een actief systeem of een actieve set boekenplank-speakers de moderne oplossing die je zoekt.

Kortom: eenvoud versus controle

Het verschil tussen actief en passief is een keuze tussen gemak en flexibiliteit. Actieve speakers bieden een alles-in-één oplossing: stekker erin en spelen, ideaal voor wie weinig ruimte of geduld heeft. Passieve speakers vereisen een losse versterker, maar geven je de vrijheid om je systeem oneindig aan te passen, te repareren en te upgraden. Kijk dus niet alleen naar het geluid, maar vooral naar hoeveel apparaten je in huis wilt halen.