ID.nl logo
Huis

Veiligheidscertificaat https op Apache installeren

In deze workshop laten we zien hoe de installatie en configuratie van Let’s Encrypt werkt in combinatie met de populaire webserver Ubuntu. We kiezen voor een recentere versie van Apache met http/2-ondersteuning.

Hier laten we zien hoe je een certificaat kunt installeren voor een eenvoudige website die draait onder Apache. Als besturingssysteem gebruiken we een minimale installatie van Ubuntu 16.04 LTS (Xenial Xerus). Verder gaan we in deze workshop uit van Apache als webserver. We beginnen met een versie installatie, maar als je Apache al hebt draaien kun je de stappen aanpassen voor je eigen situatie.

We profiteren graag van de extra snelheid van http/2 bij het serveren van pagina’s via https. Hiervoor is minimaal Apache 2.4.17 nodig. Hoewel Ubuntu daaraan voldoet bevat het niet de voor http/2 vereiste mod_http2-module, die nog als experimenteel te boek staat. Er is wel een mogelijkheid om die module toe te voegen, maar gezien enkele kwetsbaarheden is het verstandig om een recentere versie van Apache 2.4.x te installeren, bij voorkeur 2.4.25 of hoger. Die bevat ook meteen de mod_http2-module. Dat is waar we deze workshop dan ook mee beginnen.

Nieuwste versie Apache

Log voor onderstaande stappen in als root, bijvoorbeeld via ssh met Putty. Controleer met

apt-cache policy apache2

apache2 welke versie van Apache eventueel reeds is geïnstalleerd en welke versies beschikbaar zijn via de huidige bronnen. Om over de laatste versie van Apache te beschikken voegen we een veelgebruikte bron toe, ook wel repository genoemd, van een derde partij. Hiervoor zijn enkele tools nodig die je installeert met

apt-get install software-properties-common python-software-properties

Voeg daarna de repository toe met

add-apt-repository ppa:ondrej/apache2

Druk op enter op door te gaan en werk bij met

apt-get update

Een

apt-cache policy apache2

laat zien dat je nu een recentere versie is. Je kunt nu Apache installeren of, als het al eerder is geïnstalleerd, updaten met

apt-get install apache2

Met

apachectl -v

zie je welke versie is geïnstalleerd. Momenteel is 2.4.25 beschikbaar. Vervolg met

apt-get upgrade

om eventuele aanvullende pakketten bij te werken.

Virtual host aanmaken

Apache maakt na de installatie een standaard virtual host aan in de map /var/www/html. Die pagina zie je als je het ip-adres van de server opent in een browser. De configuratie van deze virtual host vind je in 000-default.conf in de map /etc/apache2/sites-available. Daar vind je ook default-ssl.conf voor de ssl-configuratie. Die twee bestanden kun je eventueel als basis voor andere virtual hosts gebruiken, als je meer dan één website wilt activeren.

Je zou voor een https-website zelfs andere content kunnen laten zien dan voor de http-versie door via DocumentRoot naar een andere map te verwijzen. Belangrijk voor die virtual hosts maar ook voor de aanvraag van certificaten is dat je de domeinnaam in dat configuratiebestand zet als ServerName samen met eventuele aliassen. In deze workshop gebruiken we domein.nl als basisdomein en www.domein.nl als alias. Geef dit in 000-default.conf aan met

ServerName domein.nl

met in de regel daaronder

ServerAlias www.domein.nl

of eventueel

ServerAlias *.mijndomein.nl

om meteen alle subdomeinen af te vangen.

Http2-module activeren

Om de http2-module met Apache te gebruiken moet je deze eerst activeren met

a2enmod http2

Activeer ook ssl met

a2enmod ssl

en activeer de virtual host met

a2ensite default-ssl

. Hiermee wordt een symlink aangemaakt in de map /etc/apache2/sites-enabled naar het bestand /etc/apache2/sites-available/default-ssl.conf zodat deze in de actieve Apache-configuratie wordt opgenomen. Herstart daarna Apache met

systemctl restart apache2

om de nieuwe configuratie actief te maken. Test de ssl-verbinding door https://ipadres in de browser te openen. Je krijgt een waarschuwing omdat het self-signed certificaat niet wordt vertrouwd. Zoals je in default-ssl.conf kunt zien gaat het om het certificaat /etc/ssl/certs/ssl-cert-snakeoil.pem. Wil je meer inzicht dan kun je in Chrome met Ctrl+Shift+I naar Hulpprogramma’s voor ontwikkelaars. Het tabblad Security geeft details over het bewuste certificaat. Om van de waarschuwing af te komen gaan we het certificaat vervangen door een certificaat van Let’s Encrypt.

Certbot installeren en certificaat aanvragen

Voor het ophalen van het certificaat heb je een acme-client op je server nodig. Wij kiezen Certbot. De ontwikkelaars houden voor Ubuntu een speciale repository bij met de laatste versie. Het is verstandig die te gebruiken omdat de tool nog actief wordt ontwikkeld. Met

add-apt-repository ppa:certbot/certbot

voeg je deze repository toe. Druk op enter om door te gaan en werk bij met

apt-get update

Installeer vervolgens Certbot met

apt-get install python-certbot-apache

De tool kan voor Apache automatisch een certificaat aanvragen én installeren. We willen dat het certificaat zowel voor het basisdomein domein.nl als voor www.domein.nl geldig is en moeten ze daarom beide opgeven. Dat kan met

certbot --apache -d domein.nl -d www.domein.nl

Begin altijd met het basisdomein, in dit geval domein.nl, gevolgd door alle subdomeinen, met een limiet van 100. Een wildcard zoals je bij sommige duurdere certificaten zien is helaas niet mogelijk bij Let’s Encrypt, je zult dus alle namen op moeten geven. Certbot vraagt vervolgens om je e-mailadres en een paar privacyvoorkeuren.

Als laatste kun je kiezen of je toegang via zowel http als https wilt toestaan of dat http-verzoeken moeten worden omgeleid naar https. We kiezen de eerste optie. In de volgende workshop laten we zien hoe je die tweede optie handmatig activeert zodat je er meer controle over hebt.

Het nieuwe certificaat is direct actief. De bestanden die bij het certificaat horen vind je in de map /etc/letsencrypt/live/domein.nl. Je kunt het proberen door je website via https te bezoeken. De configuratie voor de https-website is opgenomen in /etc/apache2/sites-available/000-default-le-ssl.conf. Je ziet dat Let’s Encrypt de algemene ssl-configuratie in /etc/letsencrypt/options-ssl-apache.conf zet. Die wordt met alle virtual hosts gedeeld, wat wel zo handig is als je enkele aanpassingen wilt maken.

©PXimport

Http/2 aanzetten

We moeten, in 000-default-le-ssl.conf, alleen nog expliciet http/2 aanzetten voor deze website. Daarvoor voeg je de regel Protocols h2 http/1.1 toe. Het bestand ziet er dan als volgt uit. Herstart Apache na de aanpassing.

<virtualhost *:443=""> Protocols h2 http/1.1 ServerName mijndomein.nl ServerAlias *.mijndomein.nl ... </virtualhost>

Je kunt http/2 overigens ook met een globale instelling direct voor iedere site actief maken, maar omdat het nog vrij nieuw is is het verstandig dit per virtual host te doen. Op bijvoorbeeld

https://tools.keycdn.com/http2-test

kun je controleren of http/2 werkt, of je kunt de headers onderzoeken met de hulpprogramma’s van Chrome en Firefox. Hoewel je http/2 ook voor de http-versie kunt aanzetten heeft dat weinig zin, omdat browsers het protocol alleen voor https-verkeer ondersteunen. Een mooi extraatje van http/2 is de push-mogelijkheid waarmee je bestanden, zoals stylesheets of fonts, kunt voorladen.

In een volgende workshop gaan we een en ander verder testen én optimaliseren.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.