ID.nl logo
Thema's, stijlen en sjablonen in Word en Powerpoint
© Reshift Digital
Huis

Thema's, stijlen en sjablonen in Word en Powerpoint

Microsoft Office is ongetwijfeld de populairste kantoorsuite. Veel gebruikers gaan er echter niet altijd even efficiënt mee om. Nochtans beschikt deze suite over een aantal ingrediënten waarmee je niet alleen sneller kunt werken, maar waardoor je werkstukken ook mooier en consistenter worden. Ingrediënten als thema’s, stijlen en sjablonen in Word en Powerpoint, hoe ga je daarmee aan de slag?

Tip 01: Office-thema

Veel Office-gebruikers zijn nauwelijks bekend met het concept van Office-thema’s. Toch is dat een ideale manier om, zelfs als je van meerdere applicaties van de kantoorsuite gebruikmaakt, je werkstukken een consistent en professioneel uiterlijk mee te geven, met bijpassende kleuren, lettertypen enzovoort. De werkwijze in de diverse applicaties (van Office 2016) is vergelijkbaar, maar we focussen ons hier vooral op PowerPoint omdat deze toch wel sterk visueel georiënteerde applicatie de meeste opties biedt.

Om een presentatie van een (ander) thema te voorzien, hoef je maar het tabblad Ontwerpen te openen en op het pijltje rechts onderaan bij Thema’s te klikken: er verschijnt dan een paneel met meer dan veertig thema’s. Het volstaat de muisaanwijzer even boven de miniatuur van zo’n thema te houden om een live voorbeeld te zien. Met een muisklik pas je het thema daadwerkelijk toe, maar desnoods maak je deze beslissing met Ctrl+Z snel weer ongedaan.

©PXimport

Een Office-thema is een uitstekende methode om snel je huisstijl weer te geven

-

Tip 02: Kleurenschema

Het wordt natuurlijk nog leuker en persoonlijker als je je eigen Office-thema ontwerpt, dat bijvoorbeeld goed aansluit bij de huisstijl van jezelf, je vereniging of bedrijf. Aangezien een Office-thema altijd ook een kleurenschema bevat, lijkt ons dat wel een logisch startpunt. Zoals gezegd doen we dat hier in PowerPoint. Open een lege presentatie, ga naar het tabblad Ontwerpen en klik op het pijltje rechtsonder in de rubriek Varianten. Een uitklapmenu duikt op, waar je achtereenvolgens Kleuren en Kleuren aanpassen selecteert – tenzij je huisstijl toevallig al aansluit bij een van de standaard voorgestelde kleurencombinaties.

We gaan er hier echter van uit dat je de typische kleuren van je bedrijf of vereniging wilt gebruiken en dat je over de rgb-waarden van die kleuren beschikt. Je gaat hierbij als volgt te werk. Klik op het pijltje naast een van de themakleuren en kies Meer kleuren. Open het tabblad Aangepast en vul bij Kleurenmodel RGB het procentuele aandeel van de kleuren Rood, Groen en Blauw in. Eventueel kun je hier ook het kleurenmodel HSL kunt selecteren, wat zich laat vertalen als tint (hue), intensiteit (saturation) en helderheid (luminance). Bevestig met OK, voorzie je kleurenschema van een toepasselijke naam en bewaar het met de knop Opslaan.

Kleurenmodellen

Stel dat je wel over de huiskleuren van je vereniging of bedrijf beschikt, maar dat je die aangeleverd hebt gekregen in een kleurenmodel dat niet door Microsoft Office wordt ondersteund, zoals hex, cmyk of ral. Geen nood, dat los je op met behulp van gratis online conversietools. Om hex-kleuren naar het ondersteunde rgb-kleurenmodel over te zetten, kun je gebruik maken van deze webpagina. Je vult hier de hexadecimale kleurencode in (bijvoorbeeld #B68CE0) en je ziet de bijhorende rgb-kleuren verschijnen, in een aangepaste paginakleur (bijvoorbeeld 182,140,224). Om cmyk-kleuren (cyan, magenta, yellow, black) te converteren ga je hiernaartoe en voor een omzettingstabel van het ral-model kun je bijvoorbeeld hier terecht. En wie de kleuren van zijn bedrijf alleen op een afbeelding heeft staan: op www.imagecolorpicker.com kun je het plaatje met de knop Upload your image en Send image doorsturen en vervolgens met de muisaanwijzer de gewenste kleur aanklikken.

©PXimport

Tip 03: Lettertypen

Een huisstijl is natuurlijk meer dan alleen een mooi kleurenpalet. We kunnen ons voorstellen dat je je ook specifieke lettertypen wilt gebruiken. Ook dat is uiteraard mogelijk. Daarvoor open je opnieuw het uitklapmenu bij Varianten (zie tip 2), waar je deze keer Lettertypen / Lettertypen aanpassen selecteert. Er verschijnt een dialoogvenster waarin je het gewenste lettertype voor zowel de koptekst als de hoofdtekst selecteert. Mocht je je gading niet vinden tussen de geselecteerde lettertypen, weet dat er online nog talloze andere, vaak gratis fonts te vinden zijn, zoals op www.dafont.com. Zo’n gedownload lettertype installeren is doorgaans niet moeilijker dan het bestand uit te pakken, het ttf- of otf-bestand met de rechtermuisknop aan te klikken en Installeren te selecteren: het duikt dan op tussen je andere fonts. Let wel, niet alle fonts zijn even kwalitatief hoogstaand; ga tevens na of er geen copyright op rust.

Geef tot slot de themalettertypen een geschikte naam en bevestig met Opslaan.

©PXimport

Tip 04: Achtergrond

Bij een diapresentatie hoort wellicht ook een passende achtergrond(kleur). Je opent opnieuw het uitklapmenu bij Varianten (zie tip 2) waar je Achtergrondstijlen / Achtergrond opmaken kiest. Rechts verschijnt het bijhorende paneel waarin je een geschikte achtergrond selecteert onder de optie Opvulling, zoals Opvulling met kleurovergang of Opvulling met afbeelding of bitmappatroon. Deze laatste optie kan interessant zijn wanneer je een eigen afbeelding, zoals een logo, als achtergrond wilt gebruiken. Onder de aanduiding Afbeelding invoegenuit klik je dan op de knop Bestand of Online, waarna je het gewenste plaatje importeert. Met de schuifknop bij Doorzichtigheid regel je de transparantie en als je een vinkje plaatst bij Afbeeldingen naast elkaar als bitmappatroon is het mogelijk je plaatje als een (bitmap)patroon op de achtergrond te doen verschijnen. Bevestig je keuzes met de knop Overal toepassen.

Voor de volledigheid vermelden we nog de optie Effecten in het uitklapmenu bij Varianten: je vindt hier een collectie van vijftien effecten, maar de zin hiervan ontgaat ons wel een beetje.

©PXimport

Tip 05: Diamodel

Wanneer je in je dia’s graag ook een of ander grafisch element laat terugkeren, dan pas je ook de functie ‘diamodel’ van PowerPoint aan. Dat doe je als volgt. Ga naar het tabblad Beeld en kies Diamodel in de rubriek Modelweergaven. Het tabblad wordt zichtbaar en in het linkerpaneel verschijnt nu helemaal bovenaan het eigenlijke diamodel, met daaronder de gerelateerde dia-indelingen. Je kunt nu dit diamodel naar wens bewerken: je zult merken dat alle aanpassingen zich meteen ook doorzetten in de onderliggende dia’s die op dit model zijn gebaseerd. Op deze manier is het bijvoorbeeld mogelijk een bedrijfslogo in een hoek van al je dia’s te plaatsen. Dat doe je via Invoegen / Afbeeldingen, waarna je de gewenste afbeelding ophaalt en op een geschikte plaats positioneert. Ben je klaar met je aanpassingen, bevestig dan met Modelweergave sluiten, rechts op de knoppenbalk.

Meer (Engelstalige) uitleg over het concept van diamodellen vind je nog via deze link (slide master is de Engels naam van het diamodel).

©PXimport

Tip 06: Thema gebruiken

Je hebt nu zowat alle mogelijke onderdelen van je thema afgewerkt en dus is het tijd om je bewerkingen in één groot thema te vatten. Daarvoor open je het menu Ontwerpen, waarna je op het pijltje rechtsonder de rubriek Thema’s klikt. Helemaal onderaan selecteer je dan Huidig thema opslaan. Voorzie een gepaste naam voor het thema en bewaar het als een Office-thema met de bestandsextensie .thmx met de knop Opslaan. De standaardlocatie voor zo’n thema is C:\Users\[accountnaam]\AppData\Roaming\Microsoft\Templates\Document Themes.

Het thema is nu klaar voor gebruik. Laten we dat eerst even uittesten binnen PowerPoint zelf. Open een nieuwe, lege presentatie via Bestand / Nieuw en klik net onder de titel Nieuw op Aangepast: als het goed is verschijnt hier het thema dat je zonet hebt bewaard. Klik de thema-miniatuur aan en klik vervolgens op Maken om het te openen.

©PXimport

Tip 07: Thema overzetten

We hebben het eerder in dit artikel al aangegeven: zo’n thema is bruikbaar binnen de andere applicaties van Microsoft Office. Als voorbeeld gaan we ons nieuwe PowerPoint-thema in Word gebruiken. Open in Word alvast een nieuw, leeg document. Ga vervolgens naar het menu Ontwerpen en klik op het pijltje onder Thema’s, links in de rubriek Documentopmaak. Bovenaan het uitklapmenu bij Aangepast tref je nu ook je eigengemaakte thema(‘s) aan. Wanneer je vervolgens de diverse onderdelen van het tabblad Ontwerpen bekijkt, merk je meteen op dat onder meer het kleurenpalet en de lettertypen zich op dat thema zijn afgestemd.

Ongeveer hetzelfde werkt het in Outlook: open een nieuw bericht, ga naar het tabblad Opties en selecteer het gewenste thema binnen de groep Thema’s. Bij Excel is dit verhaal vergelijkbaar, alleen vind je hier de thema’s terug op het tabblad Pagina-indeling.

Zo’n Office-thema is echter niet alleen overdraagbaar naar andere Office-applicaties, je kunt het ook met anderen delen. Dat doe je als volgt. Navigeer met Windows Verkenner naar het pad dat we in tip 6 hebben vermeld. Het thmx-bestand van je thema wordt nu zichtbaar en het volstaat dit bestand te kopiëren en het aan de beoogde personen te geven. Zodra die dit bestand op dezelfde locatie op hun eigen pc hebben gezet, kunnen ze er ook meteen mee aan de slag.

©PXimport

Je kunt thema’s en sjablonen ook probleemloos met anderen delen

-

Tip 08: Sjabloon creëren

Het gebruik van Office-thema’s is niet de enige manier om consistentie binnen je documenten en presentaties te krijgen: een sjabloonbestand is een alternatief. Deze aanpak heeft zo zijn voordelen: sommige gebruikers of medewerkers zijn wellicht meer vertrouwd met dit concept en het is ook iets makkelijker om vooraf al bepaalde items, zoals teksten of grafische objecten, in zo’n sjabloonbestand op te nemen.

We tonen in PowerPoint hoe je dat aanpakt. Een pluspunt is alvast dat de initiële werkwijze nagenoeg identiek is aan het creëren van een thema. Tips 1 tot en met 6 kun je dus rustig uitvoeren. Zodra alle bewerkingen achter de rug zijn en je thema is opgeslagen, open je een nieuwe dia in PowerPoint waaraan je dan het thema koppelt, zoals beschreven in tip 6. Je kunt nu eventueel nog allerlei extra inhoud aan de dia toevoegen. Ben je daarmee klaar, open dan het menu Bestand, kies Opslaan als en selecteer in het uitklapmenu de optie PowerPoint-sjabloon (*.potx). Bevestig met Opslaan. Je laat het bestand bij voorkeur terechtkomen in de standaard opslaglocatie: C:\Users\[accountnaam]\Documents\Aangepaste Office-sjablonen.

©PXimport

Tip 09: Sjabloon gebruiken

Uiteraard is het de bedoeling dit sjabloon te kunnen hergebruiken. Moeilijk is dat niet. Start PowerPoint op, kies Bestand / Nieuw en klik net onder de titel Nieuw op Aangepast, waar je dan de map Aangepaste Office-sjablonen opent. Klik het beoogde sjabloon aan en druk op de knop Maken – zowat dezelfde procedure dus als bij het openen van een Office-thema. Uit tip 8 weet je inmiddels ook waar je zo’n sjabloonbestand kunt vinden. Wil je dit sjabloon met iemand delen, dan hoef je die persoon dat bestand maar te versturen, waarna ook hij/zij dat kan gebruiken, nadat die persoon het in de correcte map heeft opgeslagen.

Nu kan het wel gebeuren dat je zo’n sjabloonbestand ontvangt en dat niet alle tekst – die mee in dat sjabloon was opgenomen – in het correcte lettertype blijkt te staan. Dat los je als volgt op: selecteer alle betreffende dia’s in het miniatuuroverzicht in het linkerpaneel, klik je selectie met de rechtermuisknop aan en kies Dia herstellen.

©PXimport

Tip 10: Bestaande sjablonen

Je weet inmiddels hoe je eigen sjablonen creëert, maar zo’n sjabloon van de grond af samenstellen vergt natuurlijk de nodige tijd. Een handig alternatief is dat je van een bestaand sjabloon vertrekt en dat eventueel aanpast in de richting van je eigen huisstijl. Deze keer nemen we Word als voorbeeld. Ga naar het menu Bestand en kies Nieuw: in de rubriek Beschikbaar tref je al meteen een reeks kant-en-klare ontwerpen aan, die je eventueel verder kunt opsplitsen via zoeksuggesties als Presentaties, Zakelijk, Opleiding, Natuur enz. – je vindt die net onder de zoekbalk. Eigen zoektermen intikken kan natuurlijk ook, zoals Geboorte, Receptie, Sollicitatie enzovoort. Afhankelijk van de zoekterm duiken dan aan de rechterzijde verwante categorieën op, telkens met het aantal beschikbare sjablonen. Overigens is het best mogelijk dat je hier ook sjablonen voor Office-applicaties als PowerPoint en Excel krijgt aangereikt. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer je zoekt naar iets als ‘bouwproject’. Ben je van plan een sjabloon vaker te gebruiken, klik dan op het pinnetje rechtsonder het sjabloon: het wordt dan bovenaan vastgepind, zodat je het makkelijker terugvindt.

©PXimport

Tip 11: Sjabloon bewerken

Heb je een sjabloon gevonden dat bruikbaar is als vertrekpunt voor een aangepast ontwerp, selecteer dat sjabloon en kies Maken. Zoals we hebben beschreven in tip 9 kun je dit sjabloon dan naar willekeur aanpassen en het als een eigen sjabloon bewaren. In Word doe je dat via Opslaan als / Word-sjabloon (*.dotx). In Excel gaat dat via Opslaan als / Excel-sjabloon (*.xltx). Maak je gebruik van macro’s in je sjabloon en wil je die behouden, kies dan respectievelijk voor Word-sjabloon met ingeschakelde macro’s (*.dotm) en Excel-sjabloon met macro’s (*.xltm).

Bewaar je de sjablonen in de standaard voorgestelde map, dan vind je die zowel bij Word als bij Excel terug via Bestand / Nieuw / PRIVÉ.

©PXimport

Nog meer sjablonen

Office komt weliswaar al met een aardige collectie sjablonen, maar online vind je er nog meer. Het is bijvoorbeeld mogelijk vanuit de browser in de bibliotheek van Microsoft te struinen. Je kunt hier navigeren op basis van de applicatie (Word, Excel en PowerPoint), maar ook op basis van de categorie (wij telden zestig verschillende categorieën). Om een geschikt sjabloon op te halen, hoef je het maar te selecteren en de knop Downloaden in te drukken. Een uitgebreide collectie vind je ook nog bij Hloom (circa 1700 exemplaren). Nog veel indrukwekkender (naar eigen zeggen meer dan 100.000 presentatiesjablonen) is de verzameling van Smile Templates (jammer genoeg zijn de meeste niet gratis). Wel gratis zijn de PowerPoint-sjablonen op FPPT en de Word-sjablonen op PT. Je komt ook wel een heel eind met een zoekopdracht via Google, maar het is altijd wel aangewezen zo’n sjabloonbestand eerst op potentiële malware te checken met een gratis dienst als www.virustotal.com.

©PXimport

Tip 12: Stijlen

Naast thema’s en sjablonen zijn ook stijlen een handige manier om je documenten een consistentere opmaak mee te geven. Bovendien kun je op basis van stijlen documenten ook een automatische inhoudsopgave laten genereren.

Om Word tot zo’n inhoudsopgave te bewerken, moet je je hoofdstuktitels en je alinea-opschriften wel eerst van een zogenoemde opmaakstijl voorzien. Houd je (nog) niet meteen vast aan eigen stijlen, dan kun je gemakshalve de standaard stijlen gebruiken. Plaats de tekstcursor in een hoofdtitel in je document, open het tabblad Start en klik op het pijltje rechtsonder de rubriek Stijlen, zodat het Stijlen-paneel wordt geopend. Hier selecteer je Kop 1 (waarna automatisch ook Kop 2 zal verschijnen, mocht dat nog niet het geval zijn). Vervolgens is het de beurt aan het kopje van je eerste alinea: hiervoor kies je nu Kop 2 (waarna ook Kop 3 in de lijst opduikt, enz.). Op die manier ga je de hiërarchie van je document af. Telkens de gewenste stijl aanklikken vergt natuurlijk de nodige tijd, maar het kan ook sneller. Stel, je wilt Kop 3 herhaaldelijk toepassen. Klik op een kopje met die opmaakstijl en klik op het tabblad Start, in de rubriek Klembord, het verfkwast-pictogram (Opmaak kopiëren/plakken) aan. De cursor verandert in een kwast en je hoeft de andere kopjes maar aan te klikken. Wanneer je op het pictogram dubbelklikt, blijft de kwast trouwens zichtbaar, tot je het pictogram nogmaals aanklikt.

©PXimport

Een automatische inhoudsopgave vergt wel enige voorbereiding

-

Tip 13: Inhoudsopgave

In feite is alles nu klaar om de inhoudsopgave te genereren, maar wat als je zelf al (andere) stijlen op je titels en kopjes had toegepast? Dan moet je Word wel nog even aangeven welke stijlen die als niveau 1, 2, 3 enzovoort mag interpreteren. Positioneer de tekstcursor in zo’n kop, open het tabblad Verwijzingen, selecteer Tekst toevoegen en kies het gewenste niveau.

Je bent nu klaar voor de inhoudsopgave. Desgewenst voeg je hiervoor een extra pagina in met Ctrl+Enter, waarna je de tekstcursor bovenaan de pagina plaatst. Open vervolgens het tabblad Verwijzingen en klik op Inhoudsopgave. Je hoeft nu maar een geschikte lay-out te selecteren, waarna die op de pagina verschijnt, inclusief paginanummers. Via de optie Inhoudsopgave / Aangepaste inhoudsopgave kun je het uiterlijk van je inhoudsopgave nog op allerlei manieren wijzigen. Om de inhoudsopgave van een gewijzigde tekst up-to-date te maken, open je opnieuw Verwijzingen en kies je Bijwerken / In zijn geheel bijwerken.

▼ Volgende artikel
Nieuwe Resident Evil Requiem-beelden tonen wat je te wachten staat
Huis

Nieuwe Resident Evil Requiem-beelden tonen wat je te wachten staat

Capcom heeft eerder deze week een livestream uitgezonden waarin nieuwe beelden werden getoond van het aankomende horrorspel Resident Evil Requiem. Ook werd er meer informatie gegeven over de game.

Nieuw op ID: het complete plaatje

Misschien valt het je op dat er vanaf nu ook berichten over games, films en series op onze site verschijnen. Dat is een bewuste stap. Wij geloven dat technologie niet stopt bij hardware; het gaat uiteindelijk om wat je ermee beleeft. Daarom combineren we onze expertise in tech nu met het laatste nieuws over entertainment. Dat doen we met de gezichten die mensen kennen van Power Unlimited, dé experts op het gebied van gaming en streaming. Zo helpen we je niet alleen aan de beste tv, smartphone of laptop, maar vertellen we je ook direct wat je erop moet kijken of spelen. Je vindt hier dus voortaan de ideale mix van hardware én content.

Nadat eind vorig jaar al werd aangekondigd dat spelers niet alleen Grace Ashcroft zullen besturen, maar ook Leon S. Kennedy - een bekend gezicht voor mensen die eerdere delen hebben gespeeld - werd er tijdens de livestream uitgebreid gameplay van dit personage getoond.

Twee verschillende hoofdpersonages

Daarbij werd de nadruk gelegd op de verschillende speelstijlen van Leon en Grace. Op verschillende momenten gedurende de game wordt er automatisch tussen deze personages gewisseld, en ze zullen elk compleet andere gameplay bieden.

De segmenten met Leon - onder andere bekend uit Resident Evil 2 en Resident Evil 4 - zijn erg op actievolle schietgevechten gericht. Leon kan daarnaast ook de kelen van vijanden doorsnijden. Hij heeft ook een bijl waarmee hij aanvallen kan afweren. Grace's segmenten zijn juist erg gericht op spanning en horror en draaien vooral om het vermijden van intense gevechten.

Tijdens de livestream werd ook onthuld dat de game niet alleen naar consoles en pc komt, maar dat leden van Nvidia GeForce Now de game ook kunnen spelen. Ook werd er gepraat over de verschillende moeilijkheidsgraden - zo is er een extra makkelijke moeilijkheidsgraad voor mensen die weinig ervaring hebben met dit type spellen.

De complete livestream kan hieronder worden bekeken. In verband met de volwassen inhoud van de livestream kan het mogelijk zijn dat je op de link in de video moet klikken om naar YouTube te gaan en te bewijzen dat je volwassen bent.

Vanaf 27 februari verkrijgbaar

Resident Evil Requiem verschijnt op 27 februari (pre-orderen kan nu al) voor PlayStation 5, Xbox Series X en S, Nintendo Switch 2 en pc. Het is het negende hoofddeel in de horrorserie die al sinds de jaren negentig bestaat. In de loop der jaren is de franchise meermaals flink op de schop gegaan. Zo richtte Resident Evil 4 zich meer op actie, en zijn horrorelementen sinds Resident Evil 7: Biohazard weer teruggekeerd. Resident Evil Requiem lijkt dan ook een combinatie van al deze elementen te gaan bieden.

Op 27 februari zullen overigens ook Resident Evil 7 en Resident Evil Village (het achtste deel) op Nintendo Switch 2 uitkomen. Daarnaast verschijnt Village later deze maand op PlayStation Plus en Xbox Game Pass.

Watch on YouTube
▼ Volgende artikel
Slechte wifi thuis? Dit zijn de 3 grootste wifi-fouten die je signaal verpesten
© chadchai - stock.adobe.com
Huis

Slechte wifi thuis? Dit zijn de 3 grootste wifi-fouten die je signaal verpesten

Je kijkt een spannende serie en opeens bevriest het beeld. Dat bekende draaiende cirkeltje… er zijn weinig dingen zó frustrerend. Gelukkig ligt de oplossing vaak binnen handbereik. De snelheid van je internet hangt namelijk sterk samen met de manier waarop je thuis met je apparatuur omgaat. Door een paar veelgemaakte fouten te vermijden en de juiste techniek te kiezen, merk je vaak direct dat je netwerk stabieler wordt, zonder dat daar een duurder abonnement voor nodig is.

In het kort

In dit artikel lees je welke drie wifi-fouten het vaakst zorgen voor traag internet of haperingen: een onhandige plek voor je router, drukte op 2,4 GHz en verouderde firmware of hardware. Je ziet ook hoe je zelf een rustiger kanaal vindt en wanneer het slim is om te kiezen voor 5 GHz of 6 GHz. Tot slot leggen we uit wat wifi 6 en wifi 7 doen en waarom een netwerkkabel van minimaal cat5e verschil kan maken.

Lees ook: Router of powerline-adapter: wat is de beste keuze voor betere wifi?

Fout 1: De router op de verkeerde plek neerzetten

Een router wint qua looks zelden een schoonheidsprijs. De neiging om het apparaat uit het zicht te plaatsen is daarom groot. Toch is een verkeerde locatie de meest gemaakte fout die je bereik merkbaar (en soms zelfs dramatisch) kan verkleinen.

Dat zit zo.  Je kunt wifi-signalen vergelijken met het licht van een gloeilamp. Als je die lamp in een houten kast of achter een dikke bank zet, blijft de rest van de kamer donker. Obstakels zoals muren, meubels en zelfs grote kamerplanten blokkeren de onzichtbare golven. Vooral metaal en water zijn beruchte boosdoeners; een router naast een aquarium of achter een radiator plaatsen is vragen om problemen.

Ook de hoogte is bepalend. Veel mensen zetten de router op de grond, maar op de grond zit het signaal sneller 'achter' meubels en andere blokkades. Zet het apparaat liever op een kast of boekenplank op ooghoogte voor een vrije weg naar je apparaten.

©ID.nl

Fout 2: Storing door andere apparatuur over het hoofd zien

Je staat er waarschijnlijk niet bij stil, maar veel apparaten in huis gebruiken dezelfde onzichtbare digitale snelweg als je internetverbinding. De magnetron, sommige babyfoons en zelfs de draadloze koptelefoon van de buren vechten om een plekje op de 2,4GHz-band. Ook andere wifi-netwerken in de buurt kunnen voor digitale files zorgen.

De meeste moderne routers ondersteunen gelukkig ook de 5GHz-frequentie. Deze band is veel breder en heeft minder last van andere apparatuur. Het handmatig selecteren van het 5GHz-netwerk levert vaak direct een snelheidswinst op. Heb je een router met wifi 6e of wifi 7, dan kun je soms ook de 6 GHz-band gebruiken. Die is vaak rustiger, maar het bereik is meestal wat kleiner dan bij 5 GHz.

Tip: geef je netwerken duidelijke namen

Veel routers zenden meerdere wifi-netwerken tegelijk uit: 2,4 GHz voor bereik, 5 GHz voor snelheid en soms ook 6 GHz voor extra ruimte in drukke omgevingen. Als al die banden onder één naam vallen, kiest je smartphone of laptop automatisch. Dat gaat vaak goed, maar niet altijd: je toestel kan blijven “plakken” aan 2,4 GHz terwijl 5 GHz op dat moment sneller en stabieler is.

Door je netwerken een herkenbare naam te geven, maak je de keuze simpel. Geef de 2,4 GHz-band bijvoorbeeld de naam thuis-2g, de 5 GHz-band thuis-5g en, als je die hebt, de 6 GHz-band thuis-6g. Dan zie je in één oogopslag welk netwerk je pakt. Zit je ver van de router, dan is 2,4 GHz vaak de veiligste optie. Zit je dichtbij en wil je vooral snelheid, dan ligt 5 GHz of 6 GHz meer voor de hand. Zo kun je bij haperingen of traag internet meteen testen of een andere band het probleem oplost, zonder dat je in instellingen hoeft te graven.

View post on TikTok

Fout 3: Verouderde software en hardware blijven gebruiken

Technologie verandert razendsnel en dat geldt ook voor de beveiliging en snelheid van je netwerk. Veel huishoudens werken nog met de router die ze jaren geleden bij hun eerste abonnement kregen. Deze oude techniek kan de moderne eisen van streaming en videobellen simpelweg niet meer bijbenen. Daarnaast vergeten veel gebruikers om de firmware van hun apparaat te updaten. Fabrikanten brengen deze software-updates uit om prestaties te verbeteren en lekken te dichten. Een verouderd systeem is niet alleen trager, maar ook een makkelijker doelwit voor hackers.


1️⃣2️⃣3️⃣Stappenplan: de beste wifi-kanalen scannen

Als je buren ook allemaal op hetzelfde wifi-kanaal zitten, ontstaat er interferentie. Je kunt dit zelf eenvoudig oplossen door een rustiger kanaal te zoeken.

1) Download een app zoals WiFi Analyzer (Android) of NetSpot (Windows, macOS, Android & iOS).

2) Open de app en bekijk de grafiek van de omgeving. Je ziet hier welke kanalen drukbezet zijn door netwerken in de buurt. Noteer het kanaalnummer dat het minst wordt gebruikt. Vaak zijn kanaal 1, 6 of 11 op de 2,4GHz-band de beste keuzes.

3) Log in op de webinterface van je router via je browser (meestal via een adres als 192.168.1.1). Zoek naar de draadloze instellingen en wijzig het kanaal van 'Automatisch' naar het door jou gekozen nummer. Sla de instellingen op en test of je verbinding stabieler aanvoelt.

Het verschil tussen wifi 6 en wifi 7

Sta je op het punt om een nieuwe router of laptop te kopen? Dan kom je de termen wifi 6 en wifi 7 tegen. Wifi 6 was een grote stap vooruit omdat het beter omgaat met veel apparaten tegelijk op één netwerk. Het zorgt voor een efficiëntere verdeling van de data. Wifi 7 is de allernieuwste standaard en gaat nog een flinke stap verder. Het maakt gebruik van extreem brede kanalen en kan verbinding maken via meerdere frequenties tegelijkertijd. Dit wordt Multi-Link Operation genoemd. Hierdoor is de vertraging merkbaar lager en kun je hogere snelheden halen, vooral op korte afstand en met geschikte apparaten. Voor een gemiddeld huishouden is wifi 6 momenteel een uitstekende keuze, terwijl wifi 7 echt voor de toekomst is gebouwd.

Heel belangrijk: de juiste bekabeling

Draadloos internet begint voor de meeste mensen bij een kabel: heb je een los modem en een losse router, dan vormt de kabel ertussen de basis. Gebruik je hier een oude kabel, dan wordt de snelheid al beperkt voordat het signaal de lucht in gaat. Controleer of er Cat 5e, Cat6 of Cat6a op de kabel staat, dan zit je meestal goed. Cat5 haalt soms maar 100 Mbps door kwaliteit/afmontage. Heb je cat5 liggen? Vervang dat dan in ieder geval door cat5e; dat is een veilige keuze voor gigabit. Een kleine investering in een kwalitatieve netwerkkabel kan een wereld van verschil maken voor de uiteindelijke wifi-snelheid op je telefoon.

Slechte wifi? Oplossen is makkelijker dan je denkt

Alles bij elkaar komt goed wifi minder neer op toeval dan veel mensen denken. Met een slimme plek voor je router, een rustige frequentie en actuele software haal je vaak al verrassend veel winst. Combineer dat met een fatsoenlijke netwerkkabel en je voorkomt dat de dat de verbinding al beperkt wordt voordat het signaal draadloos wordt verspreid. Door deze stappen een voor een toe te passen, los je de meest voorkomende wifi-problemen op zonder dat een duurder internetabonnement nodig is, en maak je van een haperende verbinding weer een stabiele basis voor alles wat je online doet.

Consumenten testen: TP-Link Deco BE25 WiFi 7 mesh set

Op Review.nl, het testplatform waarop consumenten nieuwe technologie uitproberen en hun bevindingen delen, krijgt de TP-Link Deco BE25, een router met dualband wifi 7,  een stevige 8,7 op Review.nl. En dat betekent iets: want omdat op Review.nl producten getest worden door een panel van echte gebruikers, zie je hoe iets in een normaal huishouden presteert.

Wat opvalt is hoe vaak testers terugkomen op de snelheid en stabiliteit. De overstap naar wifi 7 levert volgens veel gebruikers merkbaar meer rust in het netwerk op, vooral in huizen waar voorheen op zolder, in de tuin of achterin de woonkamer nauwelijks een bruikbaar signaal was. De Deco BE25 vult dat soort gaten zichtbaar op. Apparaten blijven stabiel verbonden, streamen gaat zonder haperingen en ook gamers merken volgens de testers dat de latency laag blijft. Wie een gigabitverbinding heeft, ziet die snelheid nu ook daadwerkelijk terug op plekken waar dat eerst niet haalbaar was.

Een tweede punt dat veel lof krijgt, is de installatie. De meeste testers spreken over een proces van enkele minuten. De app begeleidt je stap voor stap, herkent automatisch de nieuwe units en geeft advies over de beste plek voor elk wifipunt. Daardoor voelt het hele systeem toegankelijk, ook voor wie zichzelf niet technisch vindt. Eenmaal ingesteld blijkt het netwerk bovendien weinig onderhoud nodig te hebben: de app verdeelt verkeer slim, laat je apparaten prioriteren en biedt opties voor gastnetwerken en ouderlijk toezicht.

Het ontwerp en de functionaliteit leveren wel discussie op. Een deel van de testers vindt de units wat groot en mist montageopties of extra ethernetpoorten. Ook melden sommige gebruikers dat smartphones niet altijd direct naar het dichtstbijzijnde wifipunt schakelen. Toch wordt dat in de meeste reviews gezien als een detail naast de verbeterde dekking en het gemak van dagelijks gebruik.

Alles bij elkaar laat het testpanel zien dat de Deco BE25 vooral scoort op prestaties waar consumenten echt iets van merken: hogere snelheden, betere dekking en een probleemloos installatieproces. Voor veel huishoudens voelt het als een upgrade die een onrustig wifi-netwerk verandert in een betrouwbaar en snel geheel.