ID.nl logo
iOS 7: Apple's nieuwe besturingssysteem volledig doorgelicht
© Reshift Digital
Huis

iOS 7: Apple's nieuwe besturingssysteem volledig doorgelicht

Sinds gisteravond is de zevende versie van Apple's besturingssysteem voor de iPhone, iPad en iPad touch beschikbaar. iOS 7 zou volgens Apple zelf een nieuw perspectief werpen op het mobiele besturingssysteem. Biedt dit vernieuwde perspectief voldoende reden tot overstappen?

Om deze vraag te beantwoorden ben ik aan de slag gegaan met het nieuwe besturingssysteem. Mijn bevindingen heb ik in deze review opgesomd. De review baseer ik grotendeels op het gebruik op mijn iPhone 5, maar uiteraard zullen de bevindingen hierbij grotendeels ook opgaan voor de iPad en iPod touch.

Het thuisscherm van iOS 7

Het lijkt bijna onvermijdelijk om deze review af te trappen met het vernieuwde thuisscherm van iOS 7. Zo heeft Apple sinds de introductie van de eerste iPhone in 2007 nauwelijks radicale wijzigingen aangebracht in de vormgeving hiervan. Met iOS 7 komt daar dus verandering in.

Apple heeft er hierbij voor gekozen om de algehele vormgeving van het homescreen een stuk strakker te maken. Zo zijn veel schaduwen, details en driedimensionale vormen vervangen voor strakke lijnen en platte onderdelen. Dit wordt gecombineerd met de nodige verzadiging van kleuren in het besturingssysteem. Gelukkig is wel de vertrouwde indeling van iOS 6 behouden gebleven.

Waar de voorgaande versies van het besturingssysteem nog redelijk neutraal waren, zijn de kleuren van iOS 7 alles behalve dat. Zo zul je op het thuisscherm alleen al worden verwelkomt door knallende kleuren waar je niet omheen kan. De kleuren kwamen op mij in het begin wat kinderlijk over, maar na verloop van tijd lijkt dit wel iets minder te worden. Zelf ervaar ik zelfs na een korte testperiode dat bij een vergelijking met iOS 6, nu pas duidelijk wordt hoe erg de vormgeving hiervan was gedateerd. Hiermee denk ik dat het voornamelijk een kwestie van tijd is voor ik de nieuwe vormgeving van het thuisscherm niet meer los kan laten.

©PXimport

Het nieuwe homescreen van iOS 7 is behoorlijk kleurrijk

Apps in iOS 7

Ook alle standaardapps van Apple hebben een volledig nieuwe vormgeving gekregen. Hierbij valt op dat er, net al bij het thuisscherm, voor is gekozen om functies en de indeling grotendeels te behouden. Zo lijkt het op het eerste gezicht alsof de apps volledig vernieuwd zijn, maar wanneer je kritisch kijkt, zul je zien dat het voornamelijk de schil is die een metamorfose heeft doorgemaakt.

Dat Apple zich bij deze apps voornamelijk op de vormgeving heeft gericht, lijkt overigens niet af te doen aan de bedoeling die het bedrijf hiermee heeft gehad. Zo moet er in iOS 7 meer harmonie zijn in het gehele besturingssysteem. Dit komt voornamelijk terug bij de vormgeving van de standaardapps van Apple.

Hierbij laat het gebruik van consistente kleuren en strakke vormen duidelijk zien dat deze apps onderdeel uitmaken van een geheel. Bij bepaalde apps, zoals Safari en het kompas is de vormgeving in mijn ogen iets te minimalistisch, maar dit zal wellicht deel uitmaken van het gewenningsproces van iOS 7. Bij apps als de App Store, Herinneringen en Foto's kan overigens alleen maar worden gezegd dat deze apps er echt heel erg op vooruit zijn gegaan.

Animaties in iOS 7

Naast de visuele verbetering van statische objecten, worden er met iOS 7 ook nieuwe animaties in het besturingssysteem verwerkt. Een voorbeeld hiervan is dat je nu echt het gevoel hebt om door apps heen te vliegen wanneer je een app of map opent of sluit. Een andere vernieuwing is dat de achtergrond op je thuisscherm nu meebeweegt met de bewegingen van het apparaat. Tijdens de keynote van iOS 7 wist deze functie me behoorlijk enthousiast te maken, maar in de praktijk moet worden geconstateerd dat dit vooral een gimmick is die je na een paar uur al niet meer opvalt.

Het controlecentrum van iOS 7

Een nieuwe functie die Apple heeft toegevoegd, is het Controlecentrum. Deze functie maakt het mogelijk om snel instellingen te raadplegen. Het Controlecentrum kan tevoorschijn worden gehaald door vanaf de onderkant van het scherm naar boven te vegen. Met deze beweging zal er een soort Berichtencentrum tevoorschijn komen in de onderkant van je beeldscherm. In het Controlecentrum zijn onder andere knoppen voor wifi, Bluetooth en automatische rotatie aanwezig. Ook heeft Apple enkele nieuwe functies in het Controlecentrum geïmplementeerd, waaronder een zaklamp en AirDrop.

Ik moet eerlijk zeggen dat het Controlecentrum een functie is die ik al lang miste in iOS. Zo hebben veel Android-toestellen bijvoorbeeld al wel de mogelijkheid om snel instellingen aan te passen. Het moet dus worden gezegd dat Controlecentrum misschien niet de meest originele toevoeging is aan iOS 7, maar het is zeker wel een van de handigste. Het oproepen van het Controlecentrum werkt intuïtief en eenmaal opgeroepen heb je het gevoel volledige controle over je iPhone te hebben. Dit maakt het des te meer onvoorstelbaar dat we deze functie nu pas terugzien in iOS.

©PXimport

Het Controlecentrum is vanaf het eerste gebruik onmisbaar

Apple's AirDrop

AirDrop maakt het sinds enkele jaren mogelijk om snel bestanden uit te wisselen tussen computers met het Mac OS X-besturingssysteem. Met de introductie van deze dienst in iOS 7 wordt het nu ook mogelijk om bestanden uit te wisselen tussen bijvoorbeeld een iPhone en Mac of een iPhone en iPad. Zo kan je nu bijvoorbeeld snel foto's, video's of andere bestanden delen met anderen, zonder dat je hiervoor afhankelijk bent van een actieve internetverbinding.

Het gebruik van AirDrop op mijn iPhone doet me erg denken aan de tijd waarin ik Bluetooth gebruikte om bestanden te delen met vrienden. iOS heeft deze functionaliteit nooit standaard aan boord gehad, waardoor ik de laatste jaren mijn e-mail heb gebruikt als vervanging van Bluetooth voor het verzenden van bestanden.

Aangezien AirDrop over wifi werkt, zijn de snelheden waarmee je bestanden kan versturen erg hoog. Hiermee heeft Apple dus een prima functie in handen. Het enige nadeel is wel dat AirDrop alleen kan worden gebruikt bij apparaten van Apple. Voor andere apparaten zul je dus nog steeds gebruik moeten maken van een alternatieve oplossing, zoals e-mail.

De vernieuwde camera-app in iOS 7

Anders dan de meeste apps in iOS 7, heeft de camera app ook enkele nieuwe functies gekregen. Zo is het nu mogelijk om foto's met gelijke verhoudingen te maken en ook zijn er filters toegevoegd aan de app. Vooral dit laatste is een leuke toevoeging, aangezien je foto's nu dus direct kan voorzien van een filter en dit niet later in een andere app moet doen. Overigens heb ik wel moeten ervaren dat de filters nu niet zo bijzonder zijn als veel filters die in apps van derden terugkomen. Het is dus nog steeds nuttig om ook deze apps te blijven gebruiken.

©PXimport

De nieuwe camera app heeft verschillende leuke filters

Prestaties van iOS 7

Uiteraard blijft het na een update van iOS altijd de vraag of dit geen negatieve effecten heeft op de prestaties van jouw iPhone, iPad of iPod touch. Ik heb voor deze review geen uitvoerige accu- of snelheidstest uitgevoerd, maar het lijkt erop dat iOS 7 weinig tot geen invloed heeft op de prestaties van mijn iPhone 5. Uiteraard kan ik niet met zekerheid zeggen of dit ook geldt voor andere iOS apparaten.

Conclusie

iOS 7 is een besturingssysteem dat elke iPhone, iPad of iPod touch in een volledig nieuw jasje steekt. De nieuwe vormgeving is strak en zorgt voor veel consistentie over de hele breedte van het besturingssysteem. Helaas zijn de gebruikte kleuren in mijn ogen wat kinderlijk en soms is het minimalisme iets te ver doorgeslagen. Gelukkig heeft iOS 7 meer te bieden dan enkel cosmetische verbeteringen, want voornamelijk het Controlecentrum en AirDrop bieden iOS gebruikers handige functionaliteit die vanaf het eerste gebruik onmisbaar is. Naar mijn mening maakt dit alles bij elkaar de update meer dan waard.

Uitstekend
Conclusie

Apple iOS 7 ----------- **Beschikbaar voor**: iPhone 4, 4S & 5, iPad 2, iPad van derde & vierde generatie, iPad Mini en iPod Touch van de vijfde generatie. **Beschikbaar via** iOS-apparaat en iTunes

Plus- en minpunten
  • Strakkere vormgeving
  • Meer consistentie
  • Onmisbare functies
  • Soms te minimalistisch
  • Kinderlijk
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.