ID.nl logo
Huis

Intel: 'Gebruikers moeten meer verantwoordelijkheid nemen bij IoT-aankopen'

Gebruikers moeten veel meer verantwoordelijkheid bij het kopen en gebruiken van online apparaten. Dat zegt Raj Samani, Chief Technology Officer bij Intel Security. Het bedrijf heeft zijn McAfee-beveiligingssoftware in een aantal routers weten te verwerken, maar het ligt nog vooral aan de gebruikers om goed op te letten als het gaat om 'slimme' apparaten, zegt Samani.

Intel staat dit jaar op het Mobile World Congress in Barcelona om te praten over de beveiliging van Internet of Things-apparatuur. Die is namelijk nog steeds niet op orde. Vorig jaar in november wist een botnet van IoT-apparaten een groot deel van het internet offline te halen, door te zoeken naar tienduizenden onbeveiligde verbonden apparaten zoals beveiligingscamera's en slimme thermostaten. Het bedrijf probeert dat tegen te gaan door een eigen securityscanner in te bouwen in een router, die het in samenwerking met een aantal fabrikanten maakt. Zo moeten catastrofes als Mirai in de toekomst worden voorkomen.

Concreet gevaar

"Mirai was een wake-up-call voor veel fabrikanten, maar veel gebruikers hadden er uiteindelijk niet zoveel last van. "Hun uploadsnelheid ging wat omlaag en ze konden hun favoriete websites niet meer bekijken, maar uiteindelijk is dat niet zo erg. Daarom was Mirai geen grote ramp voor veel consumenten."
 

"Het gevaar van slecht beveiligd IoT is op dit moment voor consumenten niet duidelijk"

Samani noemt het voorbeeld van het stelen van iemands creditcardgegevens. "Als ik nu een pistool trek en je je kaart afhandig maakt, heeft dat impact. Als je gegevens gestolen worden via internet wordt dat al minder, want dan bel je even naar je bank en blokkeer je die kaart. Echte identiteitsdiefstal lijkt nóg abstracter, maar dat levert uiteindelijk wel de grootste schade op."
 

Ontbrekende urgentie

Dat is precies het probleem met de huidige staat van IoT, zegt Samani. De urgentie ontbreekt. "Als gebruikers geen concrete gevaren zien zijn ze niet zo bezig met security." Dat betekent volgens Samani overigens niet dat kopers de beveiliging van hun IoT-apparaten niet belangrijk vinden. "Consumenten willen vooral gebruiksgemak, dus dat alles gewoon meteen werkt zonder dat het ingewikkeld moet zijn. Maar daar zit beveiliging wel in. Gebruikers willen heus wel dat hun gekochte apparaat veilig is - ze willen er alleen zelf niet mee bezig hoeven zijn."
 

Wachtwoord veranderen

In de praktijk betekent dat dat veel verbonden apparaten nog steeds een standaard wachtwoord hebben zoals 'root' of 'admin'. In veel gevallen is dat niet te veranderen, al zou dat al veel problemen schelen volgens Samani. "Fabrikanten moeten de grens zoeken tussen gebruiksgemak en veiligheid. Zorg bijvoorbeeld dat gebruikers tijdens het installeren meteen een eigen wachtwoord kiezen. Dan ben je al ver.
 

Grote rol voor tech

Het Internet of Things is veel meer dan een paar al dan niet zinloze gadgets die toevallig met internet zijn verbonden. "Het gaat om je auto, die nu al deels 'connected' is. Als je een pacemaker draagt ben je blij dat het goed is voor je hart, maar waarschijnlijk is ook dat apparaat op de één of andere manier verbonden. Hetzelfde geldt voor smart-tv's die steeds goedkoper worden, en het feit dat huishoudens gemiddeld meer slimme apparaten krijgen. Alles is connected, slim, verbonden. Dát bedoelen we met het 'internet of things', dat is allang geen hype meer."

"Technologie bepaalt alles in ons leven"

Dan gaat Samani op een wat filosofische toon verder. "Technologie raakt aan alles in ons leven. Het bepaalt hoe we onze kinderen opvoeden of hoe we werken. Als we niets doen aan de beveiliging daarvan, dan bepaalt de technologie straks hoe we leven. Dat wil je niet.
 

Bewust van data

'Data is het nieuwe olie', is een populaire nieuwe uitdrukking die steeds vaker klinkt, en volgens Samani is dat inderdaad zo. We beseffen het ons alleen niet vaak genoeg. "Nu al is de handel in gegevens een miljardenindustrie als je kijkt naar hoeveel bedrijven eraan verdienen. In de toekomst gaat het zelfs om triljoenen. Daar moeten consumenten meer rekening mee houden." Hij geeft het voorbeeld van een proef waarbij mensen op straat hun emailadres moesten afgeven om een gratis reep chocolade te krijgen. "Als je dat meemaakt, moet je de afweging maken wat de reep waard is. Dat is veel minder dan de persoonlijke data die je ermee afstaat, dus 'betaal' je eigenlijk meer dan het product waard is. Dan moet je als consument zeggen: 'Hou je chocolade maar bij je'."
 

"Stel vragen"

Volgens Samani moeten consumenten ook hun verantwoordelijkheid nemen als het gaat om het kopen van nieuwe apparaten. "Vraag je af hoe het zit et de beveiliging van het apparaat dat je koopt. Neem het voorbeeld van de Jeep van Chrysler die vorig jaar werd gehackt. Als je nu van plan bent een Jeep te kopen, vraag dan aan Chrysler hoe dat zit. 'Hoe kan ik jullie nog vertrouwen?' En als het antwoord je niet aanstaat, moet je die auto dan wel kopen?"
 

Verantwoordelijkheid

"De markt reageert niet op beveiliging"

Overigens is dat makkelijker gezegd dan gedaan, zet Samani. De markt reageert bijvoorbeeld helemaal niet op beveiliging. "Als fabrikant A voor 50 euro een slimme deurbel maakt, en fabrikant B voor 65 euro een deurbel die een half jaar later uit komt maar die wel veel meer aandacht heeft voor beveiliging, dan blijven mensen de eerste, goedkopere deurbel kopen." Samani denkt dan ook dat fabrikanten en 'de industrie' beter moeten nadenken over hoe zij beveiliging een standaard-onderdeel kunnen maken van 'connected' apparatuur.
 

Toekomstwens

Of dat gaat gebeuren, is maar de vraag. Al jaren blijkt dat consumenten hun beveiliging alleen op papier hoog in het vaandel hebben staan. Bij iedere databreach zijn "123456" en "password" nog steeds de meestgebruikte wachtwoorden. Ziet Samani dat in de toekomst ineens anders worden? Hij blijft er wat vaag over. "Het is belangrijk dat wij als industrie beter laten zien wat de concrete gevaren zijn van datalekken en slecht beveiligde apparaten. Daar gaan we de komende maanden veel meer van laten zien, met video's waarin we concrete aanvallen laten zien en hoe die consumenten kunnen raken."

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.