ID.nl logo
Bowers & Wilkins presenteert draadloze koptelefoons
© Reshift Digital
Zekerheid & gemak

Bowers & Wilkins presenteert draadloze koptelefoons

Bowers & Wilkins onthulde gisteren in London hun nieuwe wireless headphone-lijn. Bestaande uit de in-ears PI3 en PI4, de on-ear PX5 en de over-ear PX7. Met AptX Adaptive-technologie beloofd deze lijn hoogste resolutie bluetooth-streaming aan te kunnen. In dit artikel de eerste indruk over deze nieuwe producten. Daarnaast liet B&W een nieuwe additie zien voor hun Formation line-up. Dit in de vorm van de Formation Flex, Bowers & Wilkins hun versie van een bluetooth-speaker. Volledig te koppelen aan de andere Formation-producten.

Bowers & Wilkins PI3 & PI4

Allereerst de in-ears, beginnend met de PI3. Dit is een klein sportief model met een siliconen nekbank. Hij is erg licht. Je kan er acht uur mee doen en hij is erg snel op te laden via USB-C. Met een quik-charge van een kwartier kan de hoofdtelefoon met dubbele drivers 2 uur mee. De hybride dubbele drivers moeten voor een erg goed geluid zorgen. De PI3 legt het af tegen zijn broer de PI4. De PI4 kan volledig opgeladen 10 uur mee en bezit noise cancelling. Nog een handige feature is dat de muziek pauzeert wanneer je de magnetische dopjes tegen elkaar aan doet.

De in-ear koptelefoons zijn erg handzaam en uitermate geschikt voor sporten of gebruik op het kantoor. De koptelefoons liggen beide erg goed in de nek. Ik zag eerder niet de voordelen van een in-ear draadloze koptelefoon, maar de handzaamheid en handige features als het pauzeren hebben mij doen overtuigen. Je zou kunnen zeggen dat de prijs (€ 199,99 voor de PI3 en € 299,99 voor de PI4) aan de hoge kant ligt. Bowers & Wilkins heeft zich altijd gepositioneerd op het duurdere segment van de markt en de geluidskwaliteit verantwoord dit dan ook. De PI3 wordt in oktober verwacht, de PI4 komt in januari van 2020.

©PXimport

©PXimport

Bowers & Wilkins PX5

De PX5 is een Wireless on-ear hoofdtelefoon met actieve noise cancellation. Het is een erg licht model. Hij weegt zo’n 30 gram minder dan de PX (voorganger) van B&W en dat merk je duidelijk. De PX5 beschikt over 35mm drivers en kan in tegenstelling tot de in-ear headphones een stuk langer mee. De hoofdtelefoon heeft een batterijduur van 25 uur en met de quick-charge functie kan het apparaat drie uur mee. De koptelefoon onderscheid zich door de zes ingebouwde microfoons. Deze zorgen ervoor dat je omgevingsgeluid kan filteren zonder dat je hard gaat praten.

Tijdens de luistersessie kregen we een nummer te horen die was opgenomen in een kerk in New York. Bij sommige headphones lijkt het al snel of het muziek uit de bovenkant van je hoofd komt, bij de PX5 is dit niet het geval. De instrumenten komen goed via de linker- en rechterkant binnen. De stem onderscheid zich duidelijk van de gitaren, bas en drums. De PX5 is bedoeld om mee te nemen in het openbaar vervoer of tijdens lange reizen. Hij is klein en erg ligt. Het feit dat het een on-ear hoofdtelefoon is maakt het echter wel wat minder geschikt voor brildragers zoals mij. Je krijgt al snel hoofdpijn, omdat de cups je bril op je slaap drukken. De PX5 is half oktober te verwachten en zal € 299,99 gaan kosten.

©PXimport

Bowers & Wilkins PX7

Om dat probleem te verhelpen zou je een kijkje kunnen wagen naar de PX7. Dit is de grotere, superieure variant van de PX5 en is het vlaggenschip van deze serie. De PX7 heeft 43mm drivers in plaats van de 35 mm van de PX5. Door de grotere over-ear schelpen wordt het omgevingsgeluid nog beter gefilterd en de soundstage is zeer goed. De PX7 gaat 30 uur mee en is met de quick-charge vijf uur te gebruiken. Wanner je de hoofdtelefoon boven je hoofd houd of de schelpen op tilt wordt het geluid gepauzeerd. Erg handig als je tussendoor even wat wilt vragen. Je kunt zo weer verder met het beluisteren van je muziek. Om nog even het nummer in de kerk aan te halen, met de PX7 kon je het kraken van de kerkvloer zelfs horen. Als je bedraad luisteren prefereert zijn de PX5 en PX7 ook via een 3.5mm jack aan te sluiten op je apparaten. Het vlaggenschip van de serie is ook half oktober te verkrijgen en heeft een kostprijs van € 399,99.

©PXimport

De nieuwe lijn maakt gebruik van de aptX Adaptive sync voor een stabiele, hoge kwaliteit bluetooth sync en maakt het mogelijk om te streamen op 24/48-bits kwaliteit. Wie de beste audiokwaliteit zoekt is echter beter af met bedrade aansluitingen of wifi.

Formation Flex

Naast de hoofdtelefoons liet Bowers & Wilkins hun nieuwe toevoeging aan de Formation-familie zien: een eigen multiroom-audiosysteem. Dit is de Formation Flex. Een bluetooth speaker die ook koppelbaar is in stereo. Dit was een toevoeging die nog miste tijdens de eerste aankondiging van de Formation-serie eerder dit jaar. De Flex kan aangesloten worden op de andere Formation producten zoals de Bar en de Wedge. Het is nu mogelijk om een 5.1 set-up te creëren met de Formation-lijn. Je kan ook twee Flexen koppelen voor een stereo ervaring.

De Flex heeft een 25mm driver voor de hoge frequenties en een 100mm driver unit voor de bass en mid-range. De output is 2x 50W. Daarnaast ondersteund het streaming-platformen als Roon, Apple AirPLay en Spotify. Er is helaas nog geen directe ondersteuning voor bijvoorbeeld Tidal. Dit wil B&W in de toekomst wel ondersteunen. De Flex is afhankelijk van een stroomkabel en kan dus niet worden meegenomen onderweg. De Flex heeft een adviesprijs van € 449,00 en is nu beschikbaar.

▼ Volgende artikel
Column: A Knight of Seven Kingdoms is wat Game Of Thrones nooit durfde te zijn
© HBO Max
Huis

Column: A Knight of Seven Kingdoms is wat Game Of Thrones nooit durfde te zijn

Game of Thrones kennen we als een reeks brute, grootschalige verhalen, maar A Knight of Seven Kingdoms is het tegenovergestelde. Wat blijkt? Met een schattig, kleinschalig verhaal voelt Westeros alleen maar groter.

Het regent. Op een heuvel, onder een boom, zien we een kast van een vent in de weer met een schop. Een ridder, lijkt het. Hij graaft een graf. Tegelijkertijd praat de ridder in zichzelf: er is in de buurt een toernooi, en we kijken waarschijnlijk naar de winnaar. De muziek zwelt op, terwijl onze held vastberaden in de verte staart. De iconische Game of Thrones-muziek lijkt ons te gaan overspoelen, klaar om naar een prachtig geanimeerde intro te gaan. In plaats daarvan, knippen we naar een shot waarin onze held achter een boom staat te poepen.

Watch on YouTube

De boodschap is duidelijk: de serie heeft schijt aan de verwachtingen die je van Game of Thrones hebt. De serie stond er ooit immers om bekend dat het brak met de conventies van mainstream fantasy. Nu de reeks daar inmiddels zelf toe behoort, is het aan A Knight on Seven Kingdoms om er weer een flinke draai aan te geven.

Een ridder van de heg

Nog een spin-off? George R. R. Martin is toch die schrijver die nooit schrijft? Tja, dat valt wel mee. Hoewel de beste man zich al tien jaar uit een hoekje probeert te schrijven met het langverwachte Winds of Winter, heeft hij een hoop andere verhalen in Westeros verteld.

Zo komen de verhalen van House of the Dragon uit het boek Fire and Blood, waarin we volgen hoe de Targaryen-familie zichzelf met generaties aan ruzies ten val brengt. Maar George R. R. Martin heeft de schaal ook wel eens flink verkleind: in het korte boek The Hedge Knight, dat nog stamt uit de vorige eeuw, volgen we een ridder en zijn schildknaap.

©HBO Max

Daarin volgen we de ridder Dunk - niet onze eigen Dunke, maar Ser Duncan The Tall. Hij is een ‘hagenridder’: een ridder zonder verwantschap aan een heer. Of, in andere woorden: een freelancer die, als hij niet werkt, in de heg mag slapen. Dunk blijft niet lang een zzp’er: hij ontmoet de kale stadsjongen Egg, die dolgraag zijn schildknaap wil zijn.

Vrede!?

De verhalen van dit geliefde tweetal bieden de basis van A Knight of the Seven Kingdoms. De twist? Er is vrede in Westeros - ja, het kan echt - en we volgen een nobody, dus er is ineens ruimte voor een gezellig, klein verhaal. Dat wordt gereflecteerd in de afleveringen: geen dik uur, maar een comfortabel halfuurtje.

©HBO Max

De ridder Dunk wil dolgraag bewijzen dat hij een eervolle ridder is, maar dat is in het brute Westeros best een uitdaging. Al helemaal als je een lompe lieverd als Dunk bent. Dan komt zo’n slimme, wereldwijze schildknaap als Egg ineens goed van pas.

Het wordt al helemaal lastig als je niet eens kan bewijzen dat je een ridder bent. Dan mag je namelijk niet eens meedoen aan een toernooi - eentje waarbij Dunk overigens zijn paard en zijn spullen kwijtraakt, mocht hij verliezen.

Meneer, mag ik meedoen?

Met dat toernooi wordt een van de Game of Thrones-clichés lekker op zijn kop gezet. In de oorspronkelijke serie zagen we in aflevering vier een heftig toernooi en House of the Dragon opende er zelfs mee: het is vaak een goede manier om zonder grote verhaalconsequenties te laten zien hoe gewelddadig Westeros is.

©HBO Max

In A Knight of the Seven Kingdoms komen we dat toernooi niet eens bínnen. Eerst moet Dunk maar eens bewijzen dat hij een ridder is, uitzoeken hoe zo’n toernooi werkt en een heer overtuigen hem te helpen - maar ook dansen, touwtje trekken en een poppenspel aanschouwen. Het is een fantastische stap terug van al die grootschalige oorlogen.

Doordat het verhaal zo’n piepkleine focus heeft, begin je om iedereen te geven: iemand die z’n paard verkoopt in A Knight of Seven Kingdoms is vele malen pijnlijker dan een draak die wordt doodgeschoten in Game of Thrones. We bevinden ons nog steeds in de brute wereld, maar het komt allemaal wat harder aan omdat we ook zien hoe grappig en gezellig het kan zijn.

©HBO Max

Een fossiele brandstof

Toch loopt ook A Knight of Seven Kingdoms een zeker risico. De kwaliteit van Game of Thrones kelderde toen de makers het bronmateriaal inhaalden. Ook die van House of the Dragon nam wat af, toen showrunner Ryan Condal besloot George R.R. Martin niet langer te raadplegen en de grote climax werd doorgeschoven naar het volgende seizoen.

Er zijn momenteel drie korte boeken rondom Dunk en Egg, waarvan dit eerste seizoen het eerste boek beslaat. George R.R. Martin zegt nog twaalf verhalen in zijn hoofd te hebben, maar volgens HBO-baas Casey Bloys moeten de seizoenen van A Knight of Seven Kingdoms jaarlijks verschijnen: dat klinkt goed, maar dan mag Martin wel even doorschrijven. Zijn verhalen voelen nu als een fossiele brandstof: het is een enorm waardevolle bron, maar die wordt niet echt meer aangevuld.

©HBO Max

Gelukkig lijken showrunner Ira Parker en George R.R. Martin goed bevriend. De schrijver heeft Parker een outline gegeven van de twaalf verhalen, dus in theorie kan de serie daarmee verder - maar laten we niet vergeten dat dit bij de laatste seizoenen van Game of Thrones óók het geval was.

Bombastisch gefluit

Toch verdient Ira Parker ons optimisme, want A Knight of Seven Kingdoms is een fenomenale toevoeging aan de wereld van A Song of Ice and Fire. Verhalen hebben contrast nodig: door het klein te houden, voelt de wereld groot. Door het lief te houden, komen de gemene momenten keihard aan.

©HBO Max

De muziek is hier een spectaculair voorbeeld van. De bombastische muziek wordt ons aan het begin als wortel voorgehouden, maar dat is het ook wel - in plaats daarvan moeten we het doen met een gezellig gitaartje, iemand die fluit en het gezang van de vogeltjes.

Als het balletje dan eenmaal gaat rollen, neemt de muziek toch een bombastischer formaat aan - maar op dat moment voelt het verdiend. En, het allerbelangrijkste: in die epische muziek zit óók gewoon nog dat schattige gefluit.

Afleveringen van A Knight of Seven Kingdoms verschijnen wekelijks op HBO Max.

▼ Volgende artikel
Doctor Sleep-regisseur gaat Stephen King-verhaal The Mist verfilmen
Huis

Doctor Sleep-regisseur gaat Stephen King-verhaal The Mist verfilmen

Mike Flanagan, die eerder onder andere de Stephen King-verhalen Doctor Sleep en The Life of Chuck verfilmde, gaat zich weer bezighouden met een film gebaseerd op een boek van de horrorschrijver. Ditmaal gaat het om The Mist.

Dat is opvallend, omdat The Mist in 2007 ook al verfilmd werd. Toen was het Frank Darabont die de film regisseerde, nadat hij eerder al naam maakte met Stephen King-verfilmingen The Shawshank Redemption en The Green Mile. De in 2007 uitgekomen verfilming van The Mist viel al goed in de smaak, dus sommige fans vragen zich dan ook af of het verhaal nog een verfilming nodig heeft.

Hoe dan ook is Flanagan tegenwoordig een expert op het gebied van Stephen King-films. Zoals gezegd heeft hij al bewerkingen van verhalen als The Life of Chuck, Doctor Sleep en Gerald's Game geleverd, en werkt hij ook aan een miniserie gebaseerd op Carrie. Daarnaast gaat hij de zevendelige Stephen King-epos The Dark Tower omtoveren tot een serie, al is niet bekend wanneer dat gaat gebeuren.

Over The Mist

Het in 1980 verschenen boek The Mist draait om een mysterieuze mist die een dorpje in zijn ban houdt. De mist maakt mensen niet alleen dood, er zitten ook allerlei monsters in die mist uit een andere dimensie. Overigens kwam tien jaar geleden ook een serie gebaseerd op The Mist uit, maar zonder veel succes. De eerdere verfilming uit 2007 wordt wel gezien als een succesverhaal - in ieder geval op kwalitatief gebied.

Mike Flanagan

Flanagan is overigens niet alleen bekend voor zijn verfilmingen van Stephen King-boeken. Hij heeft ook veel succes met zijn horrorseries op Netflix, waaronder The Haunting of Hill House, The Haunting of Bly Manor, Midnight Mass en The Fall of the House of Usher.