ID.nl logo
Huis

Drie manieren om geld te verdienen met cryptovaluta

Hoewel er grote kansen en beloningen te vinden zijn in het nieuwe ‘Wilde Westen’ van de cryptovalutamarkt, gaat de zoektocht naar digitaal goud gepaard met enorme risico’s. Er zijn veel manieren om geld te verdienen met cryptovaluta, die grofweg onmder te verdelen zijn in drie categorieën: speculatie, mining (Proof of Work) en staking (Proof of Stake).

Door: Maarten Jacobi

De meest voor de hand liggende (en toegankelijke) manier om geld te verdienen middels cryptovaluta, is door speculatie: koop een x-bedrag van een cryptomunt op een van de vele online exchanges die die munt aanbiedt, bewaar deze eventueel in een eigen wallet en wacht tot de munt in waarde stijgt om hem tot slot weer te verkopen voor een hoger bedrag. Kocht je op 25 augustus 2016 een Bitcoin voor 575,16 dollar en had je die bewaard tot 25 augustus 2017, dan kon je hem verkopen voor 4388,95 dollar … een vermenigvuldiging met ongeveer 7,63(!).

Speculatie

Naast Bitcoin zijn er inmiddels meer dan duizend alternatieve munten (altcoins) om in te investeren, die verspreid over meerdere exchanges verkrijgbaar zijn. Hoewel Bitcoin op het moment van schrijven veruit de grootste en populairste cryptomunt is, valt er vaak op korte termijn veel meer te verdienen (en te verliezen) met de kleinere munten of tokens. Deze kunnen zelfs binnen enkele dagen in waarde vertienvoudigen (of door tien gedeeld worden).

Om te bepalen welke munt het waard is om mee te speculeren op de korte of op de lange termijn, is een grondige analyse noodzakelijk. Hierbij kun je elke munt op twee manieren benaderen: middels een fundamentele en/of technische analyse. Bij een fundamentele analyse staan de kwalitatieve eigenschappen van de munt zelf centraal, inclusief het achterliggende concept. Bij een technische analyse wordt juist enkel gekeken naar de ontwikkeling van de koers zelf.

In beide gevallen begint de zoektocht naar een potentiële munt op coinmarketcap.com: een dataservice-website waarop de belangrijkste informatie over de verschillende cryptovaluta vermeld staat. Denk aan een overzichtelijk koersschema, het volume van de munt, verschillende exchanges waar de munt beschikbaar is en relevante url’s naar de website en socialmedia-pagina’s van de ontwikkelaars.

©PXimport

Het bestaansrecht van een altcoin hangt onder meer af van de mate waarin de munt een unieke toevoeging of variatie biedt op de bestaande blockchain-munteenheden, met name ten opzichte van Bitcoin. Zo functioneert Ethereum bijvoorbeeld niet alleen als een betaalmiddel, maar biedt het als platform mogelijkheden voor ‘smart contracts’, die ook andere toepassingen mogelijk maken – een belangrijke reden dat deze munt inmiddels op nummer twee staat in marktwaarde, achter Bitcoin. Om het bestaansrecht van een munt te bepalen, is het zaak om enkele punten goed in kaart te brengen.

Voor de hand liggend, maar zeker belangrijk, is de officiële website. Is deze up-to-date en wordt het concept er helder uitgelegd? Daarnaast heeft praktisch elke cryptomunt een witboek (white paper), veelal te downloaden als pdf vanaf de officiële website. Hierin staat de technische uiteenzetting en unieke toevoeging van de munt beschreven. Hoewel niet altijd even volledig, is een overtuigende white paper wel een belangrijk marketinginstrument voor de geloofwaardigheid van een munt.

Crypto-koersen volgen

Vaak is op de site ook een roadmap beschikbaar, die laat zien wat de belangrijke aankomende updates en ontwikkelingen zijn in een overzichtelijk tijdspad. Opvallend is bijvoorbeeld dat een succesvolle implementatie van gebeurtenissen op de roadmap vaak zorgt voor stabiliteit onder de gebruikers van de munt, wat veelal een stijging van de muntwaarde tot gevolg heeft. Zo leidde de succesvolle implementatie van de SegWit-techniek in Bitcoin tot een enorme prijsstijging. Ook een geplande rebranding of samenwerking kan een prijsstijging teweegbrengen. Daarnaast laat de roadmap goed de ambitie van de ontwikkelaars zien.

Om te onderzoeken hoe levendig de ontwikkeling van een cryptomunt is, is GitHub een goede raadgever. Hier is de opensource-code van de meeste munten beschikbaar gesteld en wordt meteen zichtbaar hoeveel er gewerkt wordt aan een project en door wie. Een levendige repository op GitHub is een goede indicator voor een gezonde munt.

Dat geldt zeker ook voor een community: de mensen die geloven in de munt zijn belangrijk vanuit marketingoogpunt, er moet immers reclame worden gemaakt om de munt aan de man te brengen en het helpt enorm als een actieve community het evangelie verspreidt. De Reddit-pagina, die vaak op CoinMarketCap vermeld staat bij het Social Media-tabje van de muntpagina, is daarbij belangrijk om in de gaten te houden. Ontwikkelaars van de munt houden hier regelmatig Q&A’s en de community discussieert er gepassioneerd over toekomstige ontwikkelingen en gepubliceerde artikelen.

De markt manipuleren

Tot slot is het goed om te kijken naar de beschikbaarheid van de munt. Bekijk de lijst met verschillende exchanges onder het tabje Markets op de muntpagina op coinmarketcap.com. Vergelijk de beschikbare exchanges met het volume: als de munt relatief veel volume heeft en nog maar op een paar (kleine) exchanges verkrijgbaar is, is het aantrekkelijk voor een exchange om de munt aan te bieden.

Een exchange verdient namelijk aan de transactiekosten tussen de verschillende trades, en veel volume betekent veel circulatie en daarmee ook veel trades. Zeker als een grote exchange de munt ineens aanbiedt, kan dit grote gevolgen hebben voor de prijs ervan. Een goed voorbeeld is de munt Monero, die kort na de legalisering van exchanges in Zuid-Korea ineens van 50 dollar naar bijna 150 dollar steeg.

©PXimport

Hoe lager het volume van een munt, hoe makkelijker er marktmanipulatie kan optreden in verschillende vormen. Op een exchange wordt gehandeld via buy- en sell-orders, die in een orderbook terechtkomen. Iemand met heel veel van een bepaalde munt, kan de prijs manipuleren door bijvoorbeeld een gigantische sell-order te plaatsen, net iets boven de huidige vraagprijs. Hierdoor lijkt het alsof de munt nooit ver boven de vraagprijs uit zal komen, aangezien deze dan in één klap in grote hoeveelheden verkocht zou worden (ook wel een ‘sell-wall’ genoemd), waardoor de munt keldert.

Munthouders die deze sell-order zien staan, kiezen vaak eieren voor hun geld: ze verkopen de munt iets onder de sell-wall, waardoor de prijs van de munt zakt. De manipulator annuleert vervolgens zijn of haar sell-order en koopt de munt goedkoop bij, waarna deze meteen weer stijgt (de grote sell-order is immers verdwenen en er is weer ruimte voor groei). Dit wordt ook wel ‘spoofing’ genoemd en is zelfs strafbaar op de gewone aandelenmarkt.

Pump and dump

Ook een ‘pump and dump’ is een veelvoorkomende vorm van marktmanipulatie in de cryptohandel: een nietszeggend muntje met weinig volume wordt (vaak door een groepje mensen) ineens zo groot ingekocht, dat de prijs met soms wel twintig procent toeneemt in een uur. Andere mensen zien dit en kopen de munt, hopende dat deze nog even doorstijgt.

Dat gebeurt vaak ook nog even, aangezien steeds meer mensen kopen na het zien van de stijging, waarna de initiële groep kopers de munt massaal en plotseling voor een hoge prijs verkoopt. Daarmee zakt het kaartenhuis volledig in elkaar. De slachtoffers: mensen die op de top van dit piramidespel hebben ingekocht in de hoop dat de munt verder zou stijgen.

Belangrijk om te onthouden: hoe meer volume een munt heeft, hoe moeilijker het is om te manipuleren.

Tot slot is het belangrijk om te weten dat men het gros van de altcoins koopt met Bitcoin, waarmee de koers ook via Bitcoin weer teruggerekend moet worden naar euro’s. Dit zorgt voor een hefboomeffect: stijgt een munt met 33 procent en is Bitcoin in de tussentijd 12 procent gestegen, dan ontstaat er een toename in euro’s van 48,96 procent (1,33 x 1,12 minus het investeringsbedrag). Dit kan uiteraard ook flink in iemands nadeel werken: is een munt met 33 procent gestegen maar is Bitcoin 13 procent gedaald, dan is er een winst in euro’s van slechts 15,71 procent.

Houd er ook rekening mee dat hier (afhankelijk welke exchange je kiest) transactiekosten bijkomen per trade. Zo bevatten alle trades op de populaire Bittrex-exchange een commissie van 0,25 procent. Wil je geld terugzetten naar euro’s, dan dien je ook nog eens rekening te houden met de kosten van het Bitcoin-netwerk, die op het moment van schrijven vaak 0,001 BTC in rekening brengen (ongeveer 5 euro).

Tradebots en arbitrage bots

Geen zin om zelf alle koersen en exchanges bij te houden? Je kunt ook gebruikmaken van verschillende tradebots, die via een technische analyse van de koers beslissingen maken namens de gebruiker. Via een API van de exchange kun je een ‘machtiging’ geven aan de tradebot-software om namens jou te handelen. De serieuzere tradebots kosten (periodiek) geld en komen in de vorm van uitgebreide softwarepakketten die grotendeels ook zelf verder te programmeren zijn, op basis van eigen inzichten en tactieken.

Het gebruik van een bot heeft unieke voor- en nadelen. Allereerst de snelheid. Als mens is het moeilijk om binnen een fractie van een seconde een stijgingspatroon te herkennen en erop te handelen, maar een bot zou dit wel kunnen en binnen een fractie van een seconde in- of uitstappen.

Veel tradebots zijn programmeerbaar om bepaalde technische strategieën uit te kunnen voeren, zoals de populaire Regression Slope Cross, MACD, StochRSI of Aroon. Een tradebot handelt zonder tussenkomende emoties (geen paniekreacties) en voorkomt menselijke fouten. Alle punten van de fundamentele analyse die we hierboven besproken hebben, kunnen niet door een tradebot in acht worden genomen, wat voor veel investeerders een groot nadeel is. Een aantal bekende en veelgebruikte tradebots zijn Haasbot, Tradewave (een community waar gebruikers strategieën uitwisselen) en Cryptotrader.

Een andere belangrijke manier om geld te verdienen aan cryptovaluta is via arbitrage, ofwel het verschil in prijs van dezelfde munt op verschillende exchanges. Dit kan enkele dollars per munt schelen, die via een arbitragebot heel snel kunnen worden verhandeld. Met grote aantallen geld kan dit veel rendement opleveren, het wordt ook wel ‘high frequency trading’ genoemd. Een voorbeeld van een populaire opensource en gratis arbitragebot is Blackbird. Deze is gratis te downloaden op GitHub en kan worden gebruikt om middels long- en shortposities Bitcoin op verschillende exchanges te verhandelen.

Geld verdienen aan cryptomining

Veel cryptovaluta’s maken als blockchaintechniek gebruik van mining, ook wel Proof of Work genoemd: een netwerk van computers controleert de transacties middels het uitvoeren van zware rekensommen met behulp van de cpu’s of gpu’s. Later vertellen we je meer over het bouwen van zo'n pc. Voor dit artikel is het vooral interessant om naar het rendement van zo’n mining-rig te kijken. Dit doen we naar aanleiding van een voorbeeld. We gaan uit van een mining-rig van ongeveer 3000 euro (bijvoorbeeld 6x RX470 / RX570 van 800 W) en gemiddelde stroomkosten van 20 cent per kWh.

De eerste stap is dan het uitrekenen van de effectieve stroomkosten: de prijs per kWh × het aantal wattverbruik × het aantal uren dat de rig aan staat per dag. Het is hierbij raadzaam om niet uit te gaan van 24 uur uptime, aangezien er zich ook problemen kunnen voordoen. Veel miners houden rekening met zo’n drie uur per dag downtime als conservatieve kostenberekening. In onze configuratie komen we uit op: 0,20 euro/kWh × 800W × 21 uren = 3,36 euro per dag, oftewel ongeveer 100 euro per maand.

Om effectief te kunnen minen is het noodzakelijk om deel te nemen aan een mining-pool: een groep miners die gezamenlijk op zoek gaan naar de munten. Om deel te nemen aan zo’n pool lever je op het moment van schrijven gemiddeld 2 procent van de opbrengst in. Vervolgens is er ook nog mining-software nodig, die in veel gevallen ook een bedrag vraagt van ongeveer 2 procent of minder van de opbrengst. Samen is dat ongeveer 4 procent die je meteen moet afschrijven als een ‘miningbelasting’.

Tot slot zijn er transactiekosten van de munten om ze in een wallet te krijgen en weer te converteren naar euro’s. Wie momenteel 1 Ethereum verstuurt naar een wallet, betaalt ongeveer 0,002 Ethereum aan transactiekosten. Om deze om te zetten naar euro’s, moet de Ethereum verplaatst worden naar een exchange, wat wederom transactiekosten vergt. Reken daarom (bovenop de eerder berekende kosten) gemiddeld nog eens 4 procent voor alle conversiekosten terug naar euro’s.

Winst uitrekenen

  • Als we deze berekening toepassen op onze mining-rig die volgens whattomine.com gemiddeld 0,0927 Monero per 24 uur oplevert, dan kunnen we de winst uitrekenen. 0,0927 Monero is op het moment van schrijven ongeveer 0,0032 BTC (Bitcoin). De berekening wordt dan: 0,0032 x 0,9 x 0,92 = 0,0026496 BTC, omgerekend 10,48 euro per dag. Hier gaan nog de stroomkosten van 3,36 euro vanaf, waardoor we uitkomen op 7,12 euro winst per dag.

  • Maandelijks kunnen we van onze rig dus een winst van 213,60 euro verwachten. Hierbij zijn sommige belangrijke variabele kosten (zoals de toenemende netwerkcomplexiteit, afschrijving van de rig en mogelijk schommelende koers) nog niet meegenomen.

Proof of Stake

Een steeds populairder wordende wijze van transactie-verifiëring is staking (of Proof of Stake), waarbij de munten in wallets van de gebruiker kunnen worden ingezet om transacties in het netwerk te verifiëren en er dus geen mining nodig is. Simpel gezegd ontvangt de gebruiker bij een stake-munt ‘rente’ voor het beschikbaar stellen van de munt ter controle en verbetering van het netwerk.

Er zijn verschillende modellen van Proof of Stake-munten, waarbij de masternode het populairst lijkt: een groot aantal munten wordt in een aparte node op een server samengevoegd en vastgezet, waarna ze bij het netwerk (via een statisch ip-adres) worden aangemeld om te kunnen worden gebruikt ter controle van transacties en het verder doorvoeren en ontwikkelen van het netwerkprotocol.

Een populaire crpytomunt die deze constructie toepast is Dash, waarbij men 1000 Dash nodig heeft om zelf een masternode te kunnen draaien, met een (constant afnemend) rendement van momenteel gemiddeld 9 procent op jaarbasis.

Wat de toekomst van cryptovaluta te bieden heeft is nog zeer onzeker. Dit hangt sterk samen met de uiteindelijke implementatie van de munten in het dagelijks leven wereldwijd, wat onder andere sterk afhankelijk is van mondiale politieke en technische ontwikkelingen. Hoewel het handelen in cryptovaluta steeds populairder en toegankelijker wordt, is het nog steeds voor een kleine groep pioniers weggelegd, die enorme risico’s durven te nemen met hun investeringen.

Wel kunnen we met zekerheid zeggen dat er in dit Wilde Westen voorlopig nog vele schatten en bandieten op de loer liggen.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.