ID.nl logo
Door deze 5G-complottheorieën staan zendmasten in brand
© Reshift Digital
Huis

Door deze 5G-complottheorieën staan zendmasten in brand

“Niemand wil kanker en COVID-19. Stop hiermee of elke mast eindigt zoals deze”. In het nieuws horen we de laatste tijd steeds vaker over 5G-masten die in brand worden gestoken. Nu waren er al groepen mensen die tegen de komst van 5G zijn, maar inmiddels is deze snellere internetverbinding zelfs gelinkt aan het coronavirus. Waarom? We duiken in de 5G-complottheorieën.

5G is de opvolger van 4G, het netwerk dat je smartphone bijvoorbeeld gebruikt om online te kunnen zijn. Met 5G kun je nog sneller, nog grotere bestanden downloaden en kun je op nog betere kwaliteit naar streamingdiensten en televisie kijken. Er wordt heel veel vertraging uit het internet gehaald met 5G, wat bijvoorbeeld belangrijk is voor de medische wereld, waarin elke milliseconde telt. 4G is qua snelheid ongeveer 100 megabit per seconde en 5G haalt 100 keer zoveel. Ook belooft 5G van grote invloed te zijn op de verkeersveiligheid, omdat (zelfrijdende) auto’s zo veel directer met elkaar kunnen communiceren. Sneller dan dat een mens op het rempedaal kan trappen.

De voordelen zijn duidelijk, maar over de nadelen doen diverse verhalen de ronde. Tot op heden is er nog geen wetenschappelijk bewijs dat 5G slechter zou zijn voor de gezondheid dan bijvoorbeeld 4G. Bovendien menen veel wetenschappers dat 4G helemaal geen gevolgen heeft voor de volksgezondheid. Aan de andere kant betekent het feit dat er geen wetenschappelijk bewijs voor iets is op dit moment, niet dat dat er niet wel zal zijn op de langere termijn.

Niet helemaal onterecht?

Anti-5G-activisten waren er al ver voor het coronavirus in onze levens kwam. Hoewel nog geen wetenschappelijk bewijs voor is, wordt 5G vooral door deze groep in verband gebracht met kanker, onvruchtbaarheid en Alzheimer. De grootste theorie over 5G is dus eigenlijk algemener: het idee leeft dat draadloze communicatie gevaarlijk is voor de menselijke gezondheid. Een groep mensen is bang dat de straling schadelijke effecten heeft en probeert zich hiervoor af te sluiten door bijvoorbeeld zelf helemaal geen elektronica te gebruiken. Zo hopen ze elektromagnetische straling zo veel mogelijk te beperken.

Deze mensen zijn er altijd al geweest en de theorieën over straling door wifi en mobiele data is er ook al sinds het begin van deze technologieën. Niet altijd geheel ongefundeerd. Stralingswetenschappers in Australië hebben 2266 studies over straling onderzocht en zagen in 68 procent dat er ‘flinke gezondheidseffecten of biologische effecten’ zijn. De WHO (World Health Organization) heeft elektromagnetische straling in 2011 als ‘potentieel kankerverwekkend’ genoteerd.

5G en COVID-19

De angst is er en het let lijkt erop dat de enorme onzekerheid en onwetendheid rondom COVID-19 extra angst inboezemt. Hierdoor lijkt het aantal mensen dat zich richt tot de theorieën te groeien. In ieder geval wordt er radicaler mee omgesprongen. Nu het coronavirus ongeveer in dezelfde landen heerst als waar de nieuwe 5G-technologie volop wordt getest en uitgerold, denken vooral complotdenkers dat hier een verband tussen zit. Het is heel dubbel, want tegelijkertijd is er een grote groep mensen die meent dat sneller en beter internet er juist voor zorgt dat er eerder kan worden ingegrepen als iemand ziek wordt.

In het Verenigd Koninkrijk was er zelfs een toren in de brand gestoken die een ziekenhuis in Birmingham van communicatie voorziet. Een ziekenhuis waar juist coronaviruspatiënten liggen. Ook in Nederland zijn de gevolgen enorm: zo kan het noodnummer 112 niet worden gebeld als een mast in vlammen opgaat.

©PXimport

De complottheorieën beschrijven onder andere dat het coronavirus slechts een soort afleidingsmanoeuvre is om 5G uit te rollen. Kortom, dat mensen binnen moeten blijven zodat er 5G-masten op allerlei plekken kunnen worden geplaatst waarvan het grote publiek dan geen weet heeft. Er gaan echter vooral theorieën dat de 5G-installaties juist hebben gezorgd voor het virus zelf. Ook zou 5G iets uitstralen wat iets veranderd binnen het menselijk lichaam, waardoor het ontvankelijk zou zijn voor het coronavirus.

Soms komen deze berichten vanuit doktoren, zoals de Belgische Kris van Kerckhoven, maar veelal wordt erover gesproken door mensen via fora, Facebook en YouTube-kanalen. Ook beroemdheden houden zich ermee bezig, zoals acteur Woody Harrelson die een video deelde van een 5G-mast die werd neergehaald, terwijl dit eigenlijk een slimme lantaarnpaal was.

'Kan geen toeval zijn'

Vooral het feit dat Afrika minder coronagevallen lijkt te hebben is koren op de molen van complotdenkers, omdat in dit werelddeel de uitrol van 5G minder snel zou gaan dan in de rest van de wereld. Het gevolg is dat 5G-masten ‘wapens van massamoord’ worden genoemd. Waar dit soort dingen over het algemeen redelijk tot discussies op het internet beperkt blijven, speelt het nu steeds meer in de echte wereld, omdat mensen ook fysiek masten in de brands teken.

Ondertussen is er decennialang onderzoek gedaan naar de invloed van 5G, 4G, 3G of andere vormen van draadloze communicatie. Hier is niet uit naar voren gekomen dat dit een schadelijke invloed heeft op immuunsysteem. Onze overheid is in ieder geval duidelijk over wat men vindt van de branden. Minister Grapperhaus heeft gezegd dat het een aanval is op onze hulpdiensten, en daarmee onze samenleving. De masten die men in brand steekt worden bovendien (nog) helemaal niet gebruikt voor 5G.

5G-straling gevaarlijk?

Het Agentschap Telecom en het RIVM hebben daarnaast onderzocht hoe het zit met de straling van 5G. De testlocaties in Nederland zijn gemeten en deze straling blijft onder de grens die Europa hieraan stelt. Aan de andere kant zijn de meeste mensen aangeven gevoelig voors straling te zijn, ook gevoelig voor bijvoorbeeld 4G, wat al langer in de lucht is. 4G en 5G hebben echter natuurlijk gezien geen heel verschillende specificaties. Aan de andere kant is 5G nieuw en kunnen er op dit moment geen uitspraken worden gedaan op het gebruik voor langere termijn.

Maar, ook als dit wel kon, dan nog zouden er complottheorieën bestaan. Er zijn mensen die overheden niet vertrouwen, er zijn mensen die zelfs denken dat er in een coronavaccin chips zouden zitten. Juist omdat we nog niet alles weten en kunnen weten over het coronavirus én over 5G, is er veel ruimte om hier een eigen draai aan te geven. Net als bij verkiezingen is het makkelijk om nepnieuws de wereld in te slingeren. En nog moeilijker om dit er weer af te halen: het artikel over de Belgische arts waarnaar we net verwezen, was allang offline gehaald, maar er wordt nog steeds over gesproken.

De discussies blijven doorgaan. Zeker op een plek als het internet, waar mensen tegelijkertijd naarstig op zoek zijn naar feitelijke informatie over de grote uitdagingen waarmee we met z’n allen te maken hebben.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.