ID.nl logo
Je eigen website bouwen? Kies je Wordpress of een alternatief?
© Reshift Digital
Huis

Je eigen website bouwen? Kies je Wordpress of een alternatief?

Vraag je aan iemand (met kennis van zaken) wat het beste pakket is voor het bouwen van een website, dan is de kans zeer groot dat het antwoord WordPress is. En terecht, WordPress is een fantastisch en veelzijdig pakket, maar vereist wel wat kennis. Gelukkig zijn er ook heel veel alternatieven, waarvan we er enkele bespreken. Voor de één is wat kennis van websites nodig, voor de ander totaal niet. We zetten een aantal alternatieve zelfbouwsites voor je op een rij.

Tip 01: Joomla!

Lang voor de opmars van WordPress was Joomla! (het uitroepteken hoort erbij) hét pakket dat je gebruikte wanneer je snel een mooie website wilde bouwen. Het marktaandeel is inmiddels geslonken tot 5 procent. Het pakket is net als WordPress helemaal gratis. Het is eenvoudig te installeren door het pakket te uploaden naar je server en je browser naar de installatiepagina te sturen. Het aantal modules en componenten dat je kunt downloaden om het pakket uit te breiden is fors maar niet gigantisch zoals bij WordPress. Joomla! Is erg krachtig en vooral geschikt voor ontwikkelaars. De leercurve is steiler dan bij WordPress en het beheer is lang niet zo gebruiksvriendelijk. Ook is het een relatief zwaar pakket dat je server aanzienlijk kan belasten. Met weinig bezoek op je site maakt dat weinig uit, maar met flinke bezoekersaantallen en veel content ga je dat wel merken. Bovendien zijn niet alle componenten die je downloadt of koopt open source, hetgeen betekent dat je er zelf niets aan kunt veranderen. Een Joomla!-site is net als WordPress eenvoudig van uiterlijk te veranderen met behulp van templates.

©PXimport

Tip 02: Drupal

Drupal is al jaren het op twee-na populairste open-source cms. Hoewel het marktaandeel van 4 procent niet te vergelijken is met de 60 procent van WordPress, zijn er wel degelijk goede redenen om voor Drupal te kiezen. Het cms is net als Joomla! en WordPress heel eenvoudig te installeren en is daarnaast ook nog eens het meest veelzijdige en meest stabiele cms dat er is. Artikelen toevoegen, een pagina inrichten en een template configureren is allemaal best eenvoudig, maar het cms blinkt niet uit in gebruiksgemak. En wil je meer dan de absolute basis, dan kom je niet ver zonder programmeerkennis. Daarom wordt het voornamelijk gebruikt door ontwikkelaars van zware en complexe sites. Het cms heeft ook een krachtige server nodig. Voor privé- en mkb-sites is Drupal dus meestal overkill, maar als je programmeertechnisch onderlegd bent en graag je site compleet wilt kunnen controleren is het wellicht een geschikte keuze.

©PXimport

Je kunt met DocuWiki heel eenvoudig je eigen Wikipedia bouwen

-

Tip 03: DokuWiki

Als je graag artikelen of blogs publiceert, dan is een cms als WordPress, Joomla! of Drupal zeer geschikt. Ben je meer op zoek naar een site als Wikipedia, dan is een dergelijk cms niet de beste keuze. Theoretisch kun je er wel een wiki mee bouwen, maar dat is complex en onnodig, want er zijn pakketten die daarin gespecialiseerd zijn. DokuWiki is daar eentje van. Het interessante van het installeren van een pakket als dit, is dat je in vergelijking met een blog weinig grafische opties hebt en er weinig te configureren valt (afgezien van paginarechten, beheerders, enzovoort). Immers, WikiPedia is ook ooit begonnen met één pagina en van daaruit uitgebouwd tot de immense informatiebron die het nu is. Zo ga jij (en de mensen die je helpen) ook te werk. De installatie is vrij eenvoudig en daarna kun je meteen aan de slag met het aanmaken van pagina’s. Bouwen is dus eenvoudig, maar voordat je écht een goedgevulde wiki hebt, ben je wel duizenden manuren verder.

©PXimport

Tip 04: phpBB

Vóór de opkomst van sociale netwerksites als Facebook en Twitter waren internetfora heel populair om meningen en informatie uit te wisselen. Inmiddels zijn fora een stuk minder populair maar verdwenen zijn ze allerminst. Er bestaan nog steeds allerlei grote en zeer populaire fora op allerlei gebieden. Zeker voor bepaalde niches zijn ze nog altijd heel praktisch. Bijvoorbeeld wanneer je een website runt voor een vereniging en je wil mensen graag van informatie voorzien én ze de mogelijkheid geven om te reageren. Ook opensource-communities maken meestal gebruik van fora. Op dit gebied is er één pakket dat we je aanraden, en dat is phpBB. Qua installatie net zo eenvoudig als WordPress en Joomla (script uploaden en installatie uitvoeren). Daar zeggen we bij dat je niet teveel eisen moet hebben met betrekking tot het uiterlijk, want dan zul je toch echt wat programmeerkennis in huis moeten hebben. Accepteer je wat je krijgt, dan heb je binnen een mum van tijd je eigen forum online en kun je van start met het inrichten ervan in secties en het instellen van diverse gebruikersrechten.

©PXimport

Tip 05: Magento

Dan is er natuurlijk ook nog de webwinkel. WordPress heeft daarin de afgelopen jaren een flinke opmars gemaakt, dankzij WooCommerce, verreweg de meest eenvoudige manier om een webwinkel te bouwen. Fantastisch als je net begint, maar WooCommerce wordt al snel te beperkt om echt een grote, drukke webwinkel te bouwen. En dan is er wat ons betreft maar één alternatief: Magento. Magento is een fantastisch en zeer veelzijdig pakket om een webwinkel mee te bouwen. Het nadeel? Het is ook verschrikkelijk ingewikkeld. Je hoeft er niet voor te kunnen programmeren, maar je zult er wel kennis voor moeten opdoen van werken met een CLI (command line interface). In alle eerlijkheid: dat is lang niet zo moeilijk als het lijkt, maar natuurlijk wel tien stappen verder dan wat je bij een site als WordPress doet. Bij Magento zul je echt hulp nodig hebben, dus is het handig om een provider te kiezen die die hulp ook daadwerkelijk biedt.

©PXimport

Eigen beheer = eigen verantwoordelijkheid

Het zelf ‘bouwen’ en beheren van je website kan heel erg leuk zijn en het kan je veel voldoening geven, maar ook veel stress opleveren. Bijvoorbeeld als je een site hebt gebouwd met veel bezoekers (of beter nog, veel verkoop) en de boel werkt ineens niet meer, bijvoorbeeld na een update. Op dat moment sta je er alleen voor en moet je het zelf zien op te lossen. En als het een zakelijke site of webwinkel betreft is iedere downtime zeer ongewenst. Een goed alternatief – en voor zakelijke sites zelfs aan te raden – is om een site (bij voorkeur in WordPress) te laten bouwen en onderhouden door een professional. Dan heb je geen omkijken naar de techniek, updates en vormgeving. Zo kun je zonder stress de inhoud en eventueel elementaire vormgeving beheren, hoewel je ook dat kunt uitbesteden. Latere visuele en/of functionele aanpassingen zijn ook geen probleem, hoewel daar dan wel een prijskaartje aanhangt.

Tip 06: Wix

Wanneer je gezocht hebt naar manieren om je eigen website te bouwen, zul je Wix ongetwijfeld voorbij hebben zien komen in Google, of in advertenties. Het voordeel van het werken met een pakket als Wix is dat er geen installatieproces is en geen technische zaken die aan jouw kant mis kunnen gaan. Het ontwerpproces is daarbij erg gebruiksvriendelijk. Je maakt een account aan, geeft aan wat voor soort website je wil maken (bijvoorbeeld blog, webshop of restaurant), waarna je kunt kiezen om Wix aan de hand van een aantal vragen je website te laten ontwerpen of dat zelf te doen met de editor. Wij raden aan: kies voor het eerste, het is echt superhandig en je kunt alles later nog aanpassen. Je kunt daarbij zelfs afbeeldingen van een bestaande andere site of vanaf Facebook importeren. Tot slot kies je een stijl, en bam, je website is online. Werken met Wix is gratis, tot je geavanceerdere functies wilt, zoals het koppelen van je eigen domein, geen advertenties van Wix, en meer opslagcapaciteit. Pakketten variëren van 4,50 tot 24,50 euro per maand.

©PXimport

Jimdo geeft je de keus: alles uit handen geven of toch een beetje controle hebben

-

Tip 07: Jimdo

Jimdo is een directe concurrent van Wix, beide partijen bieden een soortgelijke dienst aan en zijn goed met elkaar te vergelijken. Ook op Jimdo maak je eenvoudig en gratis je website. Je meldt je aan of registreert met Facebook en daarna kies je of je een gewone website wilt bouwen of een webwinkel. Het mooie van Jimdo is, dat ze je de keuze bieden tot een website waarin alles voor je is gedaan – en je niets van code hoeft te weten – en een website waarin je zelf zaken kunt veranderen aan de code. Ook mooi is dat Jimdo je laat kiezen tussen het maken van een site voor jezelf/een kleine groep mensen of een site voor iedereen. De koppeling met Facebook en Instagram is bij Jimdo veel groter dan bij WIx, zodat je site direct al veel meer is afgestemd op je wensen. Zo leidt de site van je (eventuele) Facebookpagina af wat voor soort site je probeert te bouwen. De site die Jimdo voor ons bouwde voelde voor ons ook direct meer áf en we werden wat meer aan het handje gehouden bij de configuratie. Ook Jimdo heeft betaalde pakketten, van 9 euro tot 39 euro per maand, waarbij het duurste pakket je onbeperkte opslagcapaciteit geeft.

©PXimport

Tip 08: Mijnwebwinkel.nl

Zoals we al aangaven bij het onderdeel Pakketten, is een webwinkel natuurlijk heel iets anders dan een blog. Waar we bij een blog nog geneigd zijn om te zeggen: “Probeer het installeren van WordPress of Joomla gewoon eens uit”, is het risico bij een webwinkel écht te groot als je geen kennis van zaken hebt. Immers, het gaat hier om klantgegevens, bestellingen, facturen, verplichtingen aan de belastingdienst, daar wíl je gewoon geen gezeur mee hebben. Er zijn gelukkig prachtige diensten die je kunnen ontzorgen, zoals Shopify en Lightspeed. Toch vinden we die diensten niet altijd even gebruiksvriendelijk. Mijnwebwinkel.nl is een platform dat veel meer gericht is op de beginnende online winkelier. Binnen een paar stappen heb je een winkel gebouwd, waarbij je voor de basisversie zelfs helemaal niets hoeft te betalen. Betaalde opties zijn er ook, van 2500 producten voor 19 euro per maand tot een onbeperkt aantal producten plus heel veel extra’s voor 49 euro per maand. Is je webwinkel een doorslaand succes en heb je meer flexibiliteit nodig, dan kun je altijd nog overstappen op bijvoorbeeld Magento. Tot die tijd doe je er echt goed aan om een dienst als deze te gebruiken.

Tip 09: SlimWiki

Bij het onderdeel Pakketten hebben we het al even gehad over het maken van je eigen kleine variant van Wikipedia over een onderwerp dat je aanspreekt. Zoals je een blog kunt maken met behulp van een online platform, kun je dat ook met een wiki doen. SlimWiki is een dienst die je in staat stel om binnen een paar muisklikken je eigen wiki op te zetten. Je hebt dan niets te maken met de installatie van een script, en kunt direct aan de slag. Je flexibiliteit is dan wel een stuk minder en je kunt zelf niets aan de scripts aanpassen. Het maken van een wiki via SlimWiki is helemaal gratis, en de makers zeggen dat dit ook altijd zo zal blijven (al blijft altijd een nogal dubieus begrip als het om internet gaat). De gratis variant biedt je echter niet de mogelijkheid om je eigen domein aan je wiki te koppelen of om meerdere beheerders aan te stellen. Daarvoor zul je dan toch een betaald account moeten nemen, je betaalt daar dan 20 dollar per maand voor en dat is dan weer best veel als het om een hobbysite gaat.

©PXimport

Tip 10: Blogger

Ach, hoe zouden we het oude vertrouwde Blogger kunnen overslaan in dit overzicht. Excuseer ons als dit een tikje nostalgisch klinkt, maar het is nu eenmaal een feit dat Blogger (vroeger Blogspot genaamd) werd opgericht in 1999, jaren voordat Joomla! en Wordpress het levenslicht zagen. Het concept was (en is nog steeds) briljant: je gaat naar de site, maakt een blog aan, en tien minuten later kun je je eerste blog al online hebben. Door de jaren heen is er uiteraard heel veel veranderd. Je hebt nu veel meer invloed op het uiterlijk van je blog dankzij de templates die je kunt toepassen en je kunt eenvoudig geld verdienen met je blog door er een AdSense-account aan te hangen. Daarnaast is het fijn dat je opgenomen bent in het Blogger-netwerk, zodat je niet met een publiek van 0 mensen hoeft te beginnen. En het fijne is dat Blogger na al die jaren nog steeds helemaal gratis is.

©PXimport

Minder flexibel

Wanneer je voor het eerst begint met het maken van een website, raden we je absoluut één van deze diensten aan. Een website aanmaken, inrichten en onderhouden is al intensief genoeg en je wilt je daarnaast niet constant zorgen hoeven maken over alles dat er aan de technische kant mis kan gaan. Dat gezegd hebbende, zul je gaandeweg merken dat de flexibiliteit redelijk beperkt is. Hoewel dit verschilt per partij, zul je merken dat bepaalde zaken gewoon niet kunnen (zoals advertenties plaatsen op een bepaalde plek, samenwerken met affiliate-partijen enzovoort), terwijl je die wel nodig hebt. Dat is dan ook het moment om over te stappen op een pakket als WordPress of één van de andere pakketten die we in dit artikel hebben genoemd. Het enige dat we je in dat geval kunnen aanraden is: back-up, back-up, back-up!

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.