ID.nl logo
De beste benchmark-software om je systeem te testen
© Reshift Digital
Zekerheid & gemak

De beste benchmark-software om je systeem te testen

Je hebt net een nieuwe game of een veeleisende videobewerker geïnstalleerd, maar echt lekker draait het niet. Zit de bottleneck in het geheugen, de processor, de grafische kaart of de schijf? Benchmarktools leggen je systeem op de testbank en vertellen je haarfijn hoe goed elke component presteert. We zetten de beste benchmark-software in de spotlight.

De term ‘benchmark’ betekent maatstaf of ijkpunt. Met het afgeleide begrip ‘benchmarking’ bedoelt men dan het systematisch meten van de prestaties van een bepaald product, waarna dat op basis van een referentiepunt met gelijkwaardige producten kan worden vergeleken. In de computerwereld maken we een onderscheid tussen synthetische en ‘real world’ benchmarking.

De eerste categorie tools voorziet in een reeks ingebouwde artificiële tests die de eigenschappen van bepaalde toepassingen tracht na te bootsen, waarop vervolgens een prestatiescore wordt berekend. De tweede categorie maakt effectief gebruik van bestaande apps om de prestaties in kaart te brengen. In dit artikel stellen we een uiteenlopende reeks populaire en overwegend gratis benchmarktools uit beide categorieën voor. Sommige tools combineren trouwens synthetische en real world-methoden.

UserBenchMark

We beginnen met een erg veelzijdige benchmarker die de prestaties van diverse systeemcomponenten meet: UserBenchMark (UBM). In het welkomstvenster van UBM lees je af welke onderdelen worden getest: Processor, Graphics, Fixed Drives, Memory en USB Drives. Bevestig met Run en laat je pc verder ongemoeid. Maak je firewall desgevraagd duidelijk dat het om bonafide software gaat. Een tweetal minuten later verschijnen de testresultaten in je browser.

Met plastische classificaties van Tree trunk en Yacht tot Nuclear submarine en zelfs UFO, maakt UBM duidelijk hoe je systeem presteert als Gaming pc, Desktop en Workstation. Voor elk type pc hanteert UBM namelijk een andere criteriamix. Voor Desktop bijvoorbeeld is dat 25%CPU+50%GPU+15%SSD+10%HDD.

©PXimport

Deze classificaties geven je al een aardig idee over de systeemprestaties, maar UBM verschaft je nog andere interessante informatie. Wat lager op de pagina krijg je detailgegevens over alle belangrijke systeemcomponenten en lees je af wat er zoal bij elk onderdeel werd getest. Bij Drives vind je bijvoorbeeld drie grote testonderdelen terug (Sequential, Random 4K en Deep queue 4K), telkens met de bijbehorende tests (zoals Read, Write en Mixed). Klik op het vraagteken naast zo’n testonderdeel voor extra feedback.

Nog lager op de pagina, bij Custom PC Builder, kun je op Explore upgrades for this PC klikken. Dat is vooral interessant als je bereid bent te investeren in krachtiger systeemcomponenten. Je ziet hier welke alternatieven zoal beschikbaar zijn, hoeveel prestatiewinst je daarvan mag verwachten en tegen welke kostprijs je dan aankijkt. Deze PC Build Comparison-pagina is opgebouwd uit twee delen: linksboven de initiële onderdelen van je eigen systeem, rechtsboven de onderdelen van een mogelijk alternatief.

Om een onderdeel te wijzigen, open je links eerst het gewenste tabblad (CPU, GPU, SSD, HDD, RAM en MDB), waarna je via Change […] aangeeft welke upgrade je eventueel voor je systeem overweegt

SiSoftware Sandra Lite

Voordat we overgaan tot de meer specifieke benchmarkers stellen we je ook graag nog SiSoftware Sandra Lite. Deze tool geniet al jaren grote populariteit en mikt vooral op de wat gevorderde gebruiker.

Naast een uitgebreide module voor systeeminformatie, met zowel hardwarematige als softwarematige feedback, tref je hier ook een indrukwekkende reeks benchmarktools. Die vind je netjes verzameld op het tabblad Benchmarks. In tegenstelling tot UBM beslis je hier zelf welke tools je wilt draaien.

©PXimport

Er zijn verschillende tests, opgedeeld in rubrieken als Processor, Video Adapter, Storage Devices, Memory Controller en Network. Helemaal bovenaan tref je echter de knop Overall Computer Score aan. Klik op het groene vinkje, plaats een vinkje bij I have read […] of verwijder het vinkje bij Enable certification […] en klik nogmaals op het groene vinkje. Het benchmarkproces start meteen.

Houd er rekening mee dat de hele procedure flink wat tijd in beslag kan nemen en dat je pc af en toe lijkt te bevriezen. Na afloop krijg je een score uitgedrukt in (de huiseigen eenheid) kPT, zowel globaal als per gemeten onderdeel. Op zich zegt deze indicatie weinig, maar het is dus wel de bedoeling dat je die score(s) vergelijkt met andere, gelijkwaardige systemen.

Cpu-benchmark met Cinebench en CPUID CPU-Z

Met een tool als Cinebench zijn we bij de specifieke benchmarkers aangekomen. Cinebench gaat de prestaties van je cpu na door een 3D-afbeelding in hoge kwaliteit te renderen. Dat doe je door de tool op te starten en op de knop Run bij CPU te klikken. De score volgt na de test en de prestaties van je cpu verschijnen in een vergelijkende tabel.

Je kunt nog iets gedetailleerder te werk gaan via File, Advanced Benchmark. Klik je bij CPU (Single Core) op de Run-knop, dan meet Cinebench de snelheid van de afzonderlijke cpu-kernen. Bij MP Ratio lees je de verhouding tussen single en multi core af.

©PXimport

CPUID CPU-Z is een andere bekende tool voor het benchmarken van je cpu, weliswaar op een andere leest geschoeid dan Cinebench. Zo krijg je hier erg gedetailleerde technische informatie over je processor – en trouwens ook over je moederbord, geheugen en gpu. De eigenlijke benchmarks vind je terug op het tabblad Bench. Met de knop Bench CPU start je de benchmark, zowel Single Thread als Multi Thread, waarbij je zelf het aantal simultane threads kunt instellen.

In het uitklapmenu bij Reference kun je een andere processor selecteren, waarvan de score dan naast je eigen resultaat wordt gezet. Let op de knop Stress CPU: die belast je processor maximaal, wat overigens wordt bevestigd vanuit het Windows-taakbeheer, dat je kunt oproepen met Ctrl+Shift+Esc.

Videokaart-benchmark met 3DMark en Unigine Heaven

3DMark is dan weer bedoeld voor het benchmarken van gpu’s, ofwel videokaarten. De Basic Edition kun je gratis inzetten voor het testen van DirectX10, 11 en 12. De tool detecteert je hardware en stelt zelf de aangewezen test voor, maar je kunt ook een andere test selecteren.

Ook de multiplatformtool Unigine Heaven is een populaire gpu-benchmarker, waarvan je de Basic-versie gratis kunt gebruiken. Die toont een paar tientallen grafisch veeleisende scènes die je met behulp van diverse parameters, zoals resolutie en anti-aliasing, nauwgezet kunt instellen. Het resultaat is een gemiddelde, minimale en maximale fps-waarde (frames per second), evenals een globale score die je met andere systemen kunt vergelijken.

We vermelden graag ook nog even Bandicam. Deze tool toont in realtime de fps terwijl je een willekeurige game aan het spelen bent.

©PXimport

RAM-benchmark met PassMark Performance Test

De hoeveelheid werkgeheugen speelt uiteraard vaak een belangrijke rol, maar ook de prestaties van dat geheugen hebben een invloed, en de ene ram-module is de andere niet. Er zijn echter enkele benchmarkers die specifiek het geheugen in het vizier hebben. Naast het al vermelde UBM en Sandra Lite is er bijvoorbeeld nog PassMark Performance Test (30 dagen gratis proef).

Start de geïnstalleerde tool op en druk bij Memory Mark op de knop. Hiermee start je een benchmarkmodule op die lees- en schrijftests op het geheugen uitvoert, evenals een latentiecheck en een paar intensieve database-operaties. Een minuut of wat later krijg je de uitslag en kun je door het aanklikken van enkele pictogrammen het resultaat afzetten tegen vergelijkbare ram-modules.

©PXimport

Hdd en ssd-benchmark met ATTO Disk Benchmark en AS SSD

Bij applicaties waar veel data worden ingelezen of weggeschreven, blijkt de schijf wel vaker een vervelende bottleneck. Hoe goed je harde schijf (hdd) of ssd presteert, kom je snel te weten met ATTO Disk Benchmark. Deze benchmarker kan met diverse soorten schijven overweg, zoals hdd’s, ssd’s en raid-arrays.

Na de installatie start je de tool op en druk je op de Start-knop. Stelselmatig vult het venster zich met de vastgestelde schrijf- en leessnelheden voor diverse blokgroottes (I/O Size genoemd).

©PXimport

Deze blokgroottes zijn echter instelbaar (tot 64 MB), evenals de grootte van het testbestand (tot 32 GB). Je kunt tevens de Queue Depth instellen, het maximumaantal lees- en schrijfcommando’s dat je op een gegeven moment kunt uitvoeren. Plaats een vinkje bij Direct I/O, dan maakt de benchmarker geen gebruik van systeembuffering of caching. De ingebouwde helpfunctie verschaft hierover meer uitleg.

Heb je specifiek ssd’s op het oog, al dan niet aangestuurd door het nvme-protocol, dan kun je ook de tool AS SSD overwegen. Aan de hand van enkele synthetische benchmarks brengt de tool mooi de sequentiële en random lees- en schrijfprestaties van je ssd in kaart.

▼ Volgende artikel
Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?
© Dennis
Huis

Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?

HDMI 2.1 is de nieuwste standaard voor beeldoverdracht, maar lang niet iedereen heeft de extra bandbreedte ook écht nodig. Vooral voor gamers met een PlayStation 5, Xbox Series X of krachtige pc is het relevant. Kijk je alleen films of televisie? Dan volstaat de oudere aansluiting vaak prima. Wij leggen uit waar de grens ligt.

Als je momenteel op zoek bent naar een nieuwe televisie of monitor vlíegen de technische termen je om de oren. HDMI 2.1 wordt door fabrikanten en winkels vaak gepresenteerd als een absolute noodzaak voor een scherm dat klaar is voor de toekomst. Hierdoor ontstaat de angst dat je een miskoop doet als je kiest voor een model met de oudere HDMI 2.0-standaard. Toch is dat in veel Nederlandse huiskamers een misvatting, want de voordelen zijn nogal specifiek. Veel consumenten betalen onnodig extra voor een functie die ze technisch gezien nooit zullen activeren. Na het lezen van dit artikel weet je precies of jij die snelle poort nodig hebt, of dat je dat budget beter aan een groter scherm of beter geluid kunt besteden.

De kern van het probleem: bandbreedte

Het fundamentele verschil tussen de gangbare HDMI 2.0-standaard en de nieuwere 2.1-versie zit 'm in de digitale snelweg die ze bieden. Je kunt het zien als een waterleiding: door een 2.1-kabel kan veel meer water (of dus data) tegelijk worden gepompt (48 Gbit/s in dit geval) dan door de oudere 2.0-variant (die 'maar' 18 Gbit/s kan verwerken). Die extra ruimte is nodig voor 4K-beelden met een zeer hoge verversingssnelheid (120 beelden per seconde) of voor extreem hoge resoluties zoals 8K.

Een hardnekkige mythe is dat HDMI 2.1 het beeld altijd mooier maakt. Dat is onjuist. Als je naar een Netflix-serie kijkt in 4K, ziet dat er via een 2.0-poort exact hetzelfde uit als via een 2.1-poort. De kabel verandert niets aan de kleuren, de scherpte of het contrast; hij zorgt er alleen voor dat het signaal 'erdoor' past. Pas als er een file op de kabel ontstaat (omdat je te veel beelden per seconde wilt versturen) wordt de nieuwe standaard noodzakelijk. Zolang je dataverbruik onder de limiet van HDMI 2.0 blijft, voegt versie 2.1 niets toe aan de beeldkwaliteit.

Wanneer werkt dit wél goed?

HDMI 2.1 komt pas echt tot zijn recht als je de grenzen van beweging en snelheid opzoekt. Dat is vrijwel exclusief het domein van de fanatieke gamer. Heb je een PlayStation 5 of Xbox Series X in huis en wil je games spelen in de hoogste 4K-resolutie met 120 beelden per seconde (120 Hz)? Dan is een HDMI 2.1-aansluiting op je tv onmisbaar. Zonder deze poort blijft je console steken op 60 beelden per seconde, wat minder vloeiend oogt bij snelle shooters of racegames.

Ook pc-gamers met een zware, moderne videokaart (zoals de NVIDIA RTX 40- of 50-serie) profiteren hiervan als ze hun pc op de tv aansluiten. Naast de snelheid biedt de 2.1-standaard ondersteuning voor Variable Refresh Rate (VRR). Dat zorgt ervoor dat de televisie zijn verversingssnelheid continu aanpast aan de spelcomputer, wat haperingen en 'tearing' (waarbij het beeld in tweeën lijkt te breken) voorkomt. Daarnaast is er Auto Low Latency Mode (ALLM), een signaal waardoor je tv automatisch naar de spelmodus schakelt zodra je de console aanzet. Voor wie de maximale prestaties uit een moderne spelcomputer wil halen, is HDMI 2.1 dus een logische en eigenlijk verplichte keuze.

Oké, maar wanneer werkt dit níet goed?

Voor de gemiddelde kijker is de meerwaarde van HDMI 2.1 nagenoeg nihil. Kijk je voornamelijk lineaire televisie (nieuws, talkshows), sportwedstrijden, films op Blu-ray of series via streamingdiensten als Disney+ en Videoland? Dan kom je nooit in de buurt van de bandbreedte die HDMI 2.0 niet meer aankan. Films en series worden vrijwel altijd gemaakt en uitgezonden in 24, 30 of maximaal 60 beelden per seconde. Een standaard HDMI 2.0-aansluiting kan 4K-beeld op 60 Hz fluitend aan, inclusief HDR (High Dynamic Range).

Ook voor bezitters van een oudere of minder krachtige spelcomputer, zoals de PlayStation 4, de Xbox One of de Nintendo Switch, voegt de nieuwe poort niets toe. Het signaal dat deze apparaten uitsturen is simpelweg niet zwaar genoeg om de bredere snelweg nodig te hebben. Je koopt in dat geval een Ferrari om er vervolgens alleen maar mee in een 30-kilometerzone te rijden. Je betaalt voor capaciteit die ongebruikt blijft, terwijl je dat geld wellicht beter had kunnen investeren in een tv met een beter contrast of hogere helderheid.

Dealbreakers

Er zijn specifieke situaties waarin het blindstaren op HDMI 2.1 je keuze onnodig beperkt of zelfs leidt tot een slechtere aankoop. Dit zijn de harde grenzen:

Je zoekt een televisie in het budgetsegment. In de lagere prijsklassen is de term HDMI 2.1 vaak misleidend. Fabrikanten mogen de term soms gebruiken omdat de tv één specifieke feature ondersteunt (zoals ALLM), terwijl het paneel zelf technisch helemaal geen 120 Hz kan weergeven. Je koopt dan een tv met een 2.1-sticker, maar zonder het daadwerkelijke voordeel van vloeiend beeld. In dit segment is beeldkwaliteit altijd belangrijker dan het versienummer van de poort.

Je wilt alleen beter geluid via een soundbar. Vaak wordt gedacht dat je voor de beste geluidsoverdracht (eARC) per se een volledige HDMI 2.1-tv nodig hebt. Hoewel eARC officieel onderdeel is van de 2.1-specificaties, hebben veel fabrikanten deze functie ook toegevoegd aan televisies die verder gewoon op HDMI 2.0 draaien. Als je doel puur het doorsturen van Dolby Atmos-geluid is, is een volledige HDMI 2.1-poort dus geen harde eis, zolang eARC maar specifiek wordt vermeld.

Je kijkt puur films en series. Als je geen gamer bent, is er geen enkel scenario waarin HDMI 2.1 je kijkervaring verbetert. Het sluit een heleboel uitstekende oudere of goedkopere modellen uit die misschien wel een veel mooier OLED- of QLED-paneel hebben, maar niet de nieuwste aansluitingen. Beeldkwaliteit (zwartwaarden, kleur) wint het voor de filmkijker altijd van bandbreedte.

©DC Studio

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om de juiste keuze te maken, moet je kritisch kijken naar wat er in je tv-meubel staat of komt te staan. De vuistregel is eenvoudig: ben jij iemand die elke frame telt in een online shooter en heb je de hardware om dat te genereren? Dan moet HDMI 2.1 bovenaan je wensenlijst staan; zonder die poort knijp je de prestaties van je dure console af en mis je de soepelheid waarvoor je betaald hebt.

Ben je daarentegen een filmliefhebber die geniet van de hoogste beeldkwaliteit in HDR, of kijk je vooral sport? Richt je dan op het contrast, de helderheid en de kleurweergave van het paneel. Een kwalitatief hoogwaardig paneel met een 'oudere' aansluiting geeft een indrukwekkender plaatje bij films dan een middelmatige tv die toevallig wél een 2.1-aansluiting heeft. Laat je niet gek maken door het idee van toekomstbestendigheid als de beloofde toekomst niet aansluit bij jouw kijkgedrag.

Dus...

HDMI 2.1 is essentieel voor gamers met een PS5, Xbox Series X of krachtige pc die willen spelen in 4K bij 120 Hz. Voor filmkijkers, serie-bingers en tv-kijkers biedt de standaard geen zichtbare beeldverbetering ten opzichte van HDMI 2.0. De extra bandbreedte is puur bedoeld voor zeer hoge framerates die videocontent niet gebruikt. Kies alleen voor HDMI 2.1 als je hardware hebt die deze snelheid daadwerkelijk kan benutten. In alle andere gevallen is de kwaliteit van het beeldscherm zelf veel belangrijker dan het type aansluiting.

▼ Volgende artikel
Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?
© Wildlight Entertainment
Huis

Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?

Op 26 januari kan de wereld aan de slag met Highguard. Het lijkt erop dat iedereen weet wat Highguard is, terwijl tegelijkertijd ook niemand precies weet wát Highguard nou precies is. In dit artikel zetten we dus uiteen wanneer je de game kunt spelen, en waarom deze titel van Wildlight Entertainment zoveel aandacht krijgt.

Releasedatrum van Highguard

Highguard is vanaf vandaag, 26 januari, rond 19:00 uur Nederlandse tijd beschikbaar op pc, PlayStation 5 en Xbox Series X en S. De exacte releasetijd is nog niet bekend, maar vermoedelijk zal de game rond die tijd op alle platforms beschikbaar worden.

Daarbij is het spel free-to-play, dus je hoeft niets te betalen om Highguard te spelen. Daarbij ondersteunt de game crossplay en cross-save, dus je kunt de game samen met vrienden op andere platforms spelen en je progressie op andere platforms meenemen. Het spel is niet te preloaden, maar vereist op pc in ieder geval 25 GB aan beschikbare opslagruimte.

Met de lancering van het spel zendt ontwikkelaar Wildlight Entertaiment om 19:00 uur Nederlandse tijd ook direct een zogenaamde Launch Showcase uit op YouTube - ook hieronder te bekijken. De studio belooft in deze showcase een ‘deepdive in de gameplay’ van Highguard te tonen, de contentplannen voor het eerste jaar uit de doeken te doen en nog ‘veel meer’. 

Watch on YouTube

Wat is Highguard?

Aan team-based PvP heroshooters als Overwatch is geen gebrek, maar Highguard lijkt zich bij die groep te scharen. Het spel wordt ontwikkeld door Wildlight Entertainment, dat weer bestaat uit oud-ontwikkelaars van onder andere Titanfall en Apex Legends. Mensen die dus meer dan prima shooters in elkaar hebben gedraaid, waardoor de interesse toch ietwat gewekt wordt. 

Ieder team in de game bestaat uit drie zogenaamde Wardens, waarvoor verschillende personages gekozen kunnen worden. In de trailer zien we bijvoorbeeld een ridderachtige personage, die met een speciale vaardigheid elektrische stokken rond kan gooien. Ook is er een groot ijsmonster dat schijnbaar muren kan laten verschijnen, een soort cowboy met beestachtige klauwen en een personage dat met messen kan gooien. Ook heeft ieder personage schijnbaar toegang tot geweren om het vijandelijke team mee te bevechten.

Het doel van een potje is namelijk het vinden van de ‘Shieldbreaker’, een soort groot zwaard waarmee je de basis van de tegenstanders open kan breken en uiteindelijk overnemen. Wanneer dit lukt is het potje gewonnen. In de context van de game krijgt jouw team op die manier de controle over het continent. 

©Wildlight Entertainment

Waarom is er zoveel om Highguard te doen?

Wildlight positioneert de game in hun marketing als een “nieuw soort shooter”, maar veel spelers zijn op basis van de trailer nog niet overtuigd. Highguard doet qua opzet van de potjes wel een paar dingen anders dan hero-shooters als Overwatch en Marvel Rivals, maar zoals Concord in 2024 liet zien is de huidige markt voor dit subgenre binnen shooters redelijk verzadigd. Velen zijn simpelweg nog niet overtuigd dat Highguard daadwerkelijk iets vernieuwends met zich mee weet te brengen.

Dit valt ook te verwijten aan een opvallend gebrek aan marketing van de game. Zo’n anderhalve maand voor release hoorden we voor het eerst van Highguard, toen de trailer werd getoond als afsluiter van The Game Awards. Normaliter is de laatste aankondiging van die show een van de hoogtepunten, maar Highguard wist mensen niet te enthousiasmeren. 

De gesprekken rondom Highguard werden echter nog vreemder, toen opviel dat Wildlight geruime tijd niets meer plaatste op sociale media over de game. Na de initiële aankondiging van de game werd er wekenlang niets meer geplaatst op het X-account van Highguard, tot drie dagen voor launch - toen het bedrijf een countdown startte. Ook dit maakte het lastig om enthousiast te worden voor Highguard. 

©Wildlight Entertainment

In de afgelopen dagen doken er berichten en geruchten op die stelden dat Geoff Keighley - de presentator en oprichter van The Game Awards - Highguard specifiek had uitgekozen als afsluiter van The Game Awards, omdat hij hier wel iets in zag. Op 25 januari plaatste Keighley een gif op X, waarin John Hammond uit Jurassic Park zegt: “Over 48 uur accepteer ik jullie verontschuldigingen”. 

Natuurlijk gunnen we iedere game waar tijd en passie in heeft gezeten het beste, maar het is ook niet te ontkennen dat het verhaal rondom Highguard op zijn minst frappant te noemen is. Nou ja, vanaf 19:00 uur kunnen we het spel zelf onder handen nemen. Verwacht daarom binnenkort impressies op onze socials en ID.nl.