ID.nl logo
Huis

Cryptominer op websites: Goed alternatief voor advertenties?

De rappe daling aan inkomsten via online advertenties blijft doorzetten, waardoor websites telkens meer genoodzaakt worden naar alternatieven te zoeken. Zie daar het fenomeen cryptojacking. Een cryptominer op websites, is dat nu een goed idee?

Het is moeilijk te zeggen hoeveel websites op dit moment gebruikmaken van cryptojacking als extra inkomstenbron, omdat zulke scripts op verschillende manieren kunnen worden gevonden. In november berekende de Nederlandse beveiligingsonderzoeker Willem de Groot dat bijna 2.500 websites CoinHive gebruikten, maar een maand later kwam Symantec in een rapport uit op meer dan 30.000 websites. Wat in elk geval duidelijk is: het aantal cryptojackende websites groeit maandelijks met duizenden.

Met cryptomijnen investeren websites zelf geen geld in cryptomunten, maar creëren ze die zelf. In het kort komt het erop neer dat cryptogeld, zoals de bitcoin, ethereum of een van de vele alternatieve munten (altcoins), moet worden ‘gemijnd’. Dat gebeurt door het oplossen van puzzels; hoe meer en hoe sneller een computer puzzels oplost, des te meer munten worden er gemijnd. In het begin zijn dat simpele puzzels, die door praktisch elke computer kunnen worden opgelost, maar hoe meer munten er worden gemijnd, hoe moeilijker de puzzels worden. Na een tijdje zijn de puzzels zo ingewikkeld dat ze onmogelijk nog op te lossen zijn en de volledige voorraad van de cryptomunt dus beschikbaar is.

Voor veel moderne nieuwe munten is het nog steeds erg simpel om te mijnen, omdat de puzzels nog makkelijk op te lossen zijn. Dit in tegenstelling tot de bitcoin, waarbij dat mijnen alleen nog maar kan worden uitgevoerd door professionals die server farms dagelijks duizenden kilowatts laten opstoken. Met altcoins is dat mijnen veel minder intensief, maar nog steeds is het slim om dat via een netwerk van andere computers te doen. Met cryptojacking worden de computers van andere gebruikers ingezet om collectief munten te mijnen. Door die computers allemaal los van elkaar de puzzels te laten oplossen en de resultaten via één script samen te brengen, kunnen websitebeheerders munten mijnen zonder hun eigen computers constant te moeten belasten.

Bitcoin? Monero!

De bitcoin is inmiddels te zwaar voor cryptojacking, maar er is één munt die wél geschikt is voor het proces: de Monero. Dat is een relatief nieuwe munt die in 2014 werd opgezet als privacy-vriendelijk alternatief voor de bitcoin. Hoewel alle cryptomunten over het algemeen relatief anoniem zijn, is het bij de bitcoin nog steeds mogelijk de identiteit van de gebruiker te achterhalen. Dat moet met de Monero een stuk moeilijker zijn, waardoor de munt erg populair is voor illegale handel in kinderporno of drugs op het darkweb.

De Monero heeft echter ook andere voordelen. De valuta maakt gebruik van het Cryptonight-algoritme, dat is ontwikkeld om op normale cpu’s te draaien, terwijl het mijnen van bitcoin vooral interessant wordt bij het gebruik van speciale high-end-gpu’s. Dat betekent overigens wel een significant lagere snelheid. Cryptonight mijnt met een snelheid van 90 hashes per seconde. Ter vergelijking: bij de bitcoin gaat het inmiddels om triljoenen hashes per seconde ... Het belangrijkste verschil is natuurlijk wel dat de Monero nog een relatief nieuwe munt is.

Met het mijnen van de munten zelf ga je dan ook niet rijk worden, maar van de waardestijging misschien wel. De opkomst van ‘cryptocurrency mining’ is een-op-een te verklaren door de gigantische populariteit van de bitcoin. De digitale munt is sinds 2012 gigantisch in waarde gestegen, maar is vooral sinds medio 2016 een duizelingwekkend hoog bedrag waard geworden. In november vorig jaar bereikte de munt de magische grens van 10.000 dollar, eind dat jaar werd de 20.000 aangetikt. Wie bitcoins heeft, wordt daar rijk mee – of dat nu linksom is of rechtsom.

©PXimport

Er is veel te zeggen over de volatiliteit van de munt (de waarde kan per etmaal soms wel 25 procent schommelen) en het praktisch nut ontbreekt nog steeds – je kunt op maar weinig plekken met bitcoins betalen. En omdat een pizza die je vandaag koopt morgen wel 100 euro kan kosten, houden veel gebruikers hun bitcoins veilig bij zich. Ook een groeiend probleem: het energieverbruik van de munt. Eén transactie kost inmiddels zo veel stroom als een klein land in een jaar verbruikt.

Veel altcoins springen daarom nu in het gat dat door de nadelen van de bitcoin wordt veroorzaakt. Nieuwe munten zijn vaak energiezuiniger, schaalbaarder en anoniemer. Sommige floppen en stijgen amper in waarde, maar voor andere munten blijkt zowaar een praktisch nut te bestaan (zoals darkweb-aankopen met Monero), en dat zorgt voor een stijgende waarde. De munt, die heel 2014 niet meer waard was dan zo’n 80 cent, bereikte eind vorig jaar een waarde van 320 dollar per stuk: een stijging van meer dan 2.500 procent – dat is zelfs méér dan de bitcoin.

Coinhive als basis

De stijgende waarde en de lage drempel maken van de Monero een interessante munt die je via een simpel stukje javascript kunt mijnen. Centraal in de gigantische stijging van cryptojacking is een blokje code genaamd CoinHive. De regels javascript zijn te vinden op een overzichtelijke pagina en zijn gemakkelijk in elke website te implementeren. Dat werkt zo goed dat inmiddels duizenden websites het script hebben opgenomen.

Om het hele proces nóg eenvoudiger te maken heeft een enthousiaste ontwikkelaar het CoinHive-script omgebouwd tot een WordPress-plugin, zodat iedereen die een simpele WordPress-site heeft en weinig van code weet de nieuwe methode kan toepassen.

©PXimport

Het is opvallend dat het CoinHive-script de belangrijkste en meest gebruikte methode is om cryptomunten te mijnen, maar ook gevaarlijk. Omdat er gebruik wordt gemaakt van slechts één script, is er ook één single point of failure, en dat werd in oktober vorig jaar voor het eerst uitgebuit toen CoinHive werd gehackt. Aanvallers wisten de dns-records van CoinHive te hacken en zo korte tijd alle mijnoperaties door te sturen naar één specifiek adres.

Het is niet precies bekend hoelang die aanval duurde en hoeveel Monero’s er in die periode zijn gemijnd, maar gezien het stijgende aantal websites dat van CoinHive gebruikmaakt, is het steeds interessanter om een dergelijke hack uit te voeren.

Bezwaren

Het probleem is nu nog te overzien, al is nu al wel duidelijk dat steeds meer (grote) websites en diensten gebruik beginnen te maken van deze alternatieve inkomstenbron. Het zijn bovendien niet alleen websites die cryptomijnen. Onlangs bleek dat enkele Argentijnse vestigingen van Starbucks de methode inzetten via hun gratis wifi-netwerk. Gasten die gebruikmaakten van het netwerk mijnden in de wachttijd van tien seconden een kleine hoeveelheid aan Monero’s. Opvallend is dat het niet eens Starbucks’ intentie was om cryptomunten te mijnen. Het bedrijf besteedt het wifi-beheer namelijk uit aan een externe partij, die de scripts inmiddels heeft uitgeschakeld.

Dat laatste komt steeds vaker voor: hackers weten het CoinHive-script te implementeren op externe websites om op die manier munten te mijnen, maar in veel gevallen wordt CoinHive ook op minder illegale, maar desondanks onethische manieren ingezet. Dat kan via advertentiescripts of door de code mee te leveren in legitieme software – bijvoorbeeld als alternatief voor een toolbar, zoals je dat vroeger zag. Ook gebeurt het dat het CoinHive-script in widgets op mobiele telefoons wordt gebruikt.

Bij een wifi-netwerk in een zaak waar je ook al betaalt voor je koffie zijn de ethische bezwaren van een cryptomijner snel te zien, maar op veel commerciële websites die informatie gratis aanbieden is dat een ander verhaal. Daar beseffen steeds meer gebruikers weliswaar dat alleen een advertentiemodel niet houdbaar is, maar tegelijk doen maar weinig bezoekers iets om daarmee te helpen. Veel beveiligingsonderzoekers classificeren cryptomijners nu al als ‘malware’, maar veel gebruikers lijken dat anders te zien.

Toen The Pirate Bay werd ‘betrapt’ op het gebruik van dergelijke scripts, biechtten de admins dat op in een korte blogpost, maar vroegen daarbij wel aan de gebruikers wat zij van het idee vonden. Uit de reacties op de blogpost is op te maken dat vrijwel iedere gebruiker het een goed idee vindt. “We hebben er geen probleem mee om een paar cpu-processen te delen na alles wat The Pirate Bay voor ons heeft gedaan”, schrijft een reageerder. Daarbij moet wel worden opgemerkt dat torrent-gebruikers (en zeker degenen die een account hebben bij The Pirate Bay én het blog lezen) over het algemeen wel wat technischer onderlegd zijn en bovendien ook wat rebels.

Zelf kiezen

Ook op Reddit zijn de reacties grotendeels positief, al wordt vaak genoemd dat het dan zou moeten gaan om een opt-in- of opt-out-model, waarbij de gebruiker de keuze krijgt voorgelegd. “Ik heb er geen probleem mee om dit als alternatief voor ads te gebruiken, als dat betekent dat ik daarmee minder opdringerige advertenties te zien krijg”, schrijft een gebruiker.

Een ander probleem: degradatie van hardware

-

Sommige beveiligingsbedrijven die schrijven over het probleem noemen een ander probleem: degradatie van hardware. Door een cpu lange tijd op volledige snelheid te laten draaien, ontstaat er sneller gebruiksschade aan de chip of aan het moederbord, en is dat dus sneller aan vervanging toe. Hoe groot de impact daarvan is, is echter moeilijk te zeggen, zeker omdat niet te voorspellen is hoe groot de impact nog gaat worden.

Het probleem ligt dan ook vooral in de toekomst, als de methode populairder wordt en meer websites ervan gebruikmaken. Wat gebeurt er dan? Het CoinHive-script houdt daar rekening mee door het mijnen te verdelen over verschillende websites wanneer het script daar actief is, maar dat houdt ook weer in dat er nóg minder munten worden gemijnd … en dat zijn er al niet heel veel. Het is dan ook moeilijk te voorspellen hoe schaalbaar cryptojacking is en of er een moment komt dat het model niet meer houdbaar is.

Cryptomining blokkeren

In principe is het niet moeilijk om cryptomining tegen te houden. Veel adblock-ontwikkelaars hebben hun software al een update gegeven, zodat dergelijke scripts worden onderschept. Ook add-ons en plug-ins als NoScript zijn handig, omdat die javascript-code standaard al tegenhouden. Een van de adblockers die het hardst tegen cryptomining ingaat is Adguard. Het bedrijf paste al in september zijn code aan om mijn-scripts te blokkeren en schrijft veel blogs tegen cryptojacking, maar ook bekendere adblockers als uBlock Origin en AdBlock Plus hebben inmiddels bescherming tegen cryptojacking ingebouwd.

Het zijn overigens niet alleen adblockers die cryptomining proberen te stoppen. Ook antivirussoftware treedt er harder tegenop: de populaire virusscanner MalwareBytes houdt dergelijke scripts tegen. Maar, vertelt directeur Adam Kujawa in een interview aan Wired, dat komt voornamelijk omdat de techniek nog zo nieuw is. “Ik denk dat het concept achter script-based mijnen een goed idee is. Het kan een goede vervanging worden voor advertentie-inkomsten. Maar op dit moment is er geen opt-in of opt-out en vraagt het veel van de hardware van gebruikers. Daarom blokkeren we het nu.”

Door de opkomende populariteit van cryptomunten, en dan met name het feit dat het steeds makkelijker wordt nieuwe munten op te zetten, lijkt cryptojacking voor websitebeheerders én gebruikers een goed alternatief voor advertenties. Maar dat zou weleens kunnen veranderen als in de toekomst veel meer websites van de methode gebruikmaken.

▼ Volgende artikel
Derde The Last of Us-seizoen is mogelijk de laatste
Huis

Derde The Last of Us-seizoen is mogelijk de laatste

De baas van HBO Max lijkt te suggereren dat het aankomende derde seizoen van de serie The Last of Us de laatste wordt.

In een interview met Deadline werd HBO-baas Casey Bloys gevraagd naar de mogelijkheid dat het derde seizoen van de live-action verfilming van de gamereeks de laatste wordt. Daarop antwoordde hij dat "het er wel op lijkt". Hij voegde echter wel toe dat de showrunners dit uiteindelijk beslissen.

Mogelijk toch een vierde seizoen?

Eerder suggereerde showrunner Craig Mazin al dat de serie mogelijk vier seizoenen zou tellen, en dat er geen manier was om het verhaal uit de tweede game in een derde seizoen te concluderen. Het is niet duidelijk of dat nog steeds het geval is, of dat de plannen misschien zijn gewijzigd.

Wel heeft Mazin altijd gezegd dat hij alleen het verhaal uit de games zou verfilmen, en dat er niet meer bij verzonnen zou worden om de serie langer te laten lopen. Het eerste seizoen van de serie behandelt de gebeurtenissen uit de eerste game, en het vorig jaar verschenen tweede seizoen een gedeelte van de gebeurtenissen uit de tweede game.

Over The Last of Us

De The Last of Us-reeks draait om een wereld waarin een schimmel zich via mensen verspreid, en waardoor de geïnfecteerde mensen zich als een soort gewelddadige zombies op nog gezonde mensen storten. In deze wereld volgen gamers en kijkers Joel, een man die zijn kind heeft verloren en het meisje Ellie door de Verenigde Staten moet vervoeren.

Fans hopen al geruime tijd dat ontwikkelaar Naughty Dog een derde game binnen de reeks maakt, maar dat is vooralsnog niet bevestigd. Wel was er een multiplayergame gesitueerd in de The Last of Us-wereld in ontwikkeling, maar die game werd geannuleerd.

Nieuw op ID: het complete plaatje

Misschien valt het je op dat er vanaf nu ook berichten over games, films en series op onze site verschijnen. Dat is een bewuste stap. Wij geloven dat technologie niet stopt bij hardware; het gaat uiteindelijk om wat je ermee beleeft. Daarom combineren we onze expertise in tech nu met het laatste nieuws over entertainment. Dat doen we met de gezichten die mensen kennen van Power Unlimited, dé experts op het gebied van gaming en streaming. Zo helpen we je niet alleen aan de beste tv, smartphone of laptop, maar vertellen we je ook direct wat je erop moet kijken of spelen. Je vindt hier dus voortaan de ideale mix van hardware én content.

▼ Volgende artikel
Docker op je NAS: zo draai je Plex, Home Assistant en meer
© Andrii - stock.adobe.com
Huis

Docker op je NAS: zo draai je Plex, Home Assistant en meer

Een NAS is voor de meeste gebruikers veel meer dan een netwerkschijf. Je kunt er eenvoudig extra toepassingen op draaien, bijvoorbeeld voor extra back-upmogelijkheden, productiviteit, multimedia en thuisautomatisering. Daarvoor is het vaak ook krachtig genoeg. Toepassingen kunnen bovendien bestanden op je NAS benutten. De makkelijkste manier om toepassingen te installeren en beheren is via Docker. We laten zien hoe je hiermee werkt op een NAS van Synology of QNAP.

In dit artikel

Je leest hoe Docker op een NAS werkt en waar je op moet letten bij Synology en QNAP. Je ziet hoe je images binnenhaalt, containers opzet en opslag goed regelt met bind mounts en volumes, zodat configuratie en data netjes op je NAS blijven staan. Ook leggen we uit hoe poortkoppelingen werken, wanneer Docker Compose handiger is dan losse containers en hoe je met Portainer het beheer overzichtelijker maakt.

Lees ook: Bouw je eigen dashboard met Homepage: al je webapplicaties overzichtelijk op één plek

Je hebt meestal geen zware server nodig voor toepassingen als Plex, Jellyfin, SABnzbd of Home Assistant. Een NAS is meestal krachtig genoeg. Soms is hooguit wat extra geheugen wenselijk. Zo heb je behalve je opslag ook al je toepassingen centraal. Mis je softwareopties op je NAS, bijvoorbeeld voor back-up of synchronisatie, dan is dat óók eenvoudig op te lossen met extra software. Maar hoe installeer je zulke toepassingen? Soms kun je een pakket installeren, bijvoorbeeld van SynoCommunity. Maar je moet dan precies de juiste variant vinden en er kunnen afhankelijkheden zijn, zoals php of Apache. Met Docker ben je veel flexibeler. Toepassingen zijn niet meer afhankelijk van de inrichting van je NAS en worden bovendien sneller bijgewerkt. Maar hoe werk je hier in de praktijk mee op een NAS? In dit artikel laten we dat zien. We beginnen met algemene uitleg over het werken met Docker op een NAS. Daarna behandelen we het downloaden van images en het maken en configureren van containers. We richten ons daarbij voornamelijk op Synology en QNAP. Heb je een NAS van een ander merk, dan zul je merken dat veel principes hetzelfde zijn. Bij het merk Ugreen lijkt de software bovendien sterk op die van Synology.

Containers of virtuele machines

Bij Docker draait een toepassing in een lichte en geïsoleerde container. De image, het uitgangspunt van een container, bevat alles wat de toepassing nodig heeft. Gegevens worden buiten de container opgeslagen, bijvoorbeeld in een gedeelde map op de NAS zelf. Een update is eenvoudig: je herbouwt gewoon de container op basis van een nieuwe image. Er zijn ook alternatieven, zowel bij QNAP als Synology. Zo kun je met virtuele machines werken, via Virtual Machine Manager (Synology) of Virtualization Station (QNAP). Maar in zo'n virtuele machine moet je een heel besturingssysteem installeren. Daar is een NAS niet altijd krachtig genoeg voor. Iets praktischer zijn de lichtgewicht Linux-containers die je bij QNAP kunt opzetten, maar dat vraagt meer technische kennis. Gevorderde gebruikers kunnen daarnaast bij QNAP vaak Kubernetes inzetten voor containerbeheer. Dat biedt veel mogelijkheden voor schaalbare omgevingen, maar is voor de meeste thuistoepassingen onnodig complex. Om snel een toepassing op je NAS te installeren, is Docker vrijwel ongeslagen.

Wat heb je nodig?

Niet alle modellen van Synology en QNAP ondersteunen Docker. Synology vereist een model met x86-cpu van Intel of AMD. Bij ARM-modellen kun je het soms via een omweg installeren, maar dat is niet officieel en ook niet zonder risico's. Verder hangt het van het model af. Vooral de Plus-series (zoals de DS224+ en DS923+) en hogere modellen ondersteunen Docker. Je kunt het eenvoudig controleren door in Synology Package Center te zoeken naar Container Manager (DSM 7.2 of hoger) of (als je een oudere DSM-versie hebt) naar Docker. Bij QNAP is de toepassing, onder de naam Container Station, beschikbaar via App Center. Het is geschikt voor de meeste niet al te oude modellen. Zowel bij Synology als QNAP is 2 GB werkgeheugen aanbevolen, maar we raden minimaal 4 GB RAM aan. Voor dit artikel gebruiken we een wat oudere Synology DS918+ en QNAP TS-453Be. Beide komen nog goed mee en beschikken over recente software.

Container Manager kun je vinden in Synology Package Center.

Opslag bij Docker

Belangrijke gegevens zoals configuratiebestanden, databases en cachebestanden worden in principe buiten een container bewaard. Dat kan op twee manieren. Normaal zal Docker voor de paden in de container die persistent moeten zijn een anoniem volume gebruiken. Dat krijgt een lange hash als naam. Je kunt ook zelf een naam toewijzen. We noemen dat dan een named volume. Die kun je makkelijker herkennen of hergebruiken in andere containers. De tweede optie is een zogeheten bind mount. Je koppelt dan de persistente paden in de container aan mappen op de host (het systeem waarop Docker draait), zoals je NAS. Zeker bij een NAS van Synology is dat het meest praktisch. Synology verbergt in de webinterface namelijk volumes, ook al zijn ze er wel! Bij een bind mount zie je de bestanden altijd netjes in de gedeelde mappen, zodat jij ze zelf kunt raadplegen of back-uppen.

QNAP maakt volumes met opslag voor een container wél zichtbaar.

Opslag bij een NAS

Voor het organiseren van je bestanden op een NAS gebruik je standaard al gedeelde mappen. Ga je met Docker werken, dan zul je óók zo'n map gebruiken voor de opslag voor je containers. Synology maakt die map standaard onder /docker. Bij QNAP is dat (meestal) /Container. Stel dat je WordPress wilt installeren. Het persistente pad in de container is in dit geval /var/www/html. Daar worden alle websitebestanden opgeslagen. Bij Synology zul je dan een map zoals /docker/wordpress maken die je bij de configuratie koppelt aan het container-pad /var/www/html. Er kunnen ook meerdere paden zijn. SearXNG gebruikt in de container bijvoorbeeld /etc/searxng voor de configuratie (zoals settings.yml) en /var/cache/searxng voor data en cachebestanden. Beide kun je dan koppelen met de NAS, bijvoorbeeld onder /docker/searxng/config en /docker/searxng/cache. Gebruik eventueel de bestandsbeheerder (zoals File Station) om de mappen vooraf aan te maken of aangemaakte bestanden te bekijken!

Het is handiger om gegevens van containers in een gedeelde map te bewaren.
Bestanden op je NAS gebruiken

Het mooie van Docker op een NAS is dat je een container toegang kunt geven tot bestanden op die NAS, zoals foto's, video's, documenten en back-ups. Je koppelt daarvoor gewoon de gewenste gedeelde mappen of submappen. Op die manier kun je bijvoorbeeld de muziekspeler NaviDrome direct toegang tot de muziek op de NAS geven. De muziek kun je daarna netjes georganiseerd bekijken en afspelen via de vlotte webinterface. Het werkt ook samen met verschillende bekende apps. Ook bijvoorbeeld voor video's zijn goede toepassingen beschikbaar, zoals Plex en Jellyfin. Of probeer eens een toepassing als Immich of Photoprism voor je fotobibliotheek.

Met NaviDrome kun je heel handig de muziek op je NAS beluisteren.

Werken met poorten

Containers gebruiken vaak één of meerdere poorten voor bijvoorbeeld een webinterface. Een voorbeeld is de webserver nginx met http-poort 80. Bij de configuratie koppel je die interne poort 80 aan een poort op de host en daarmee je lokale netwerk. Je kunt soms hetzelfde poortnummer (in dit voorbeeld 80) kiezen, maar dat hoeft niet. In dit geval is dat ook af te raden. Liever gebruik je een hogere, vrije poort. Let goed op de bezette poorten van de NAS zelf. Dat zijn er vaak best veel. Een voorbeeld is de veelgebruikte poort 8080 die QNAP voor de webinterface gebruikt. Bij Synology zie je een overzicht van gebruikte poorten in Configuratiescherm / Infocenter op het tabje Service. Bij QNAP ga je naar Systeem / Systeemstatus / Systeemdiensten. Een blok als 6000-6999 is bij beide merken een goede optie. Heb je een container gestart, dan moet je deze vaak even de tijd geven om te starten voordat je de webinterface kunt benaderen via de ingestelde poort.

Je maakt een koppeling tussen poorten op de host en poorten in de container.

Docker Compose

Bij een NAS kun je een container relatief makkelijk via een wizard starten. Maar de details die je opgeeft, zoals poorten en volumes, kun je naderhand niet aanpassen. Wil je iets veranderen, dan zul je een nieuwe container moeten maken met de juiste instellingen. Bij zowel Synology als QNAP kun je ook werken met Docker Compose. Bij Synology heet dit een project, QNAP noemt het een toepassing. Je kunt dan de instellingen voor één of meerdere containers beheren in één yaml-bestand, meestal met de naam docker-compose.yml. Een groot voordeel is dat je dan eenvoudiger achteraf de configuratie kunt aanpassen. Het werken met meerdere containers is bovendien veel overzichtelijker. Je groepeert ze samen in één bestand, ook wel 'stack' genoemd. En je kunt alle containers in één handeling starten, stoppen of verwijderen. Bij problemen zul je overigens wel nog steeds de individuele containers moeten inspecteren (zie kader 'Problemen oplossen').

Via een wizard kies je vooraf de gewenste instellingen voor een container.
Problemen oplossen

Heb je een probleem met een container? Open dan het overzicht met containers. Klik vervolgens op de naam van de container. De logboeken die je hier kunt bekijken, geven vaak goede aanwijzingen voor problemen. Ook als je met Docker Compose werkt, zul je bij problemen de individuele containers moeten inspecteren. Soms is het ook weleens handig om opnieuw te beginnen. Stop daarvoor eerst de relevante containers, verwijder de volumes én bestanden die in de gekozen gedeelde mappen zijn gemaakt en start je project opnieuw.

Synology: Docker installeren

Docker is meestal niet standaard geïnstalleerd. Je logt eerst in bij DSM, het besturingssysteem van je NAS. Vervolgens installeer je de toepassing via

Package Center. De toepassing heet Container Manager (sinds DSM 7.2) of (bij een eerdere versie) Docker. Bij de installatie wordt gevraagd om een brugnetwerk te configureren. Dat is het netwerk waarop containers intern communiceren. Je hoeft dit subnet (172.17.0.0/16) niet te veranderen, tenzij dit conflicteert met jouw eigen netwerk (wat heel zeldzaam is).

Installeer de toepassing via de downloadtool van je NAS.

Synology: images downloaden

Om een container met een bepaalde toepassing te starten, heb je een image nodig. Open daarvoor Container Manager en ga naar Register. Hier kun je images op naam opzoeken. Dubbelklik dan op een image om deze te downloaden. Vaak zul je de officiële of populairste optie kiezen. De images van LinuxServer.io zijn ook altijd goed. Omdat ze dezelfde opbouw en documentatie volgen, zijn ze herkenbaar en makkelijk te gebruiken. Je kunt bij het downloaden een tag kiezen. Vaak kies je latest voor de laatste stabiele versie. Alle images die je hebt gedownload, vind je terug onder Image. Als er updates zijn, kun je die daar ook downloaden. Je containers blijven overigens draaien op de versie waarmee ze zijn gemaakt. Pas als je een nieuwe container start, wordt de nieuwe image gebruikt.

Je kunt direct binnen Container Manager de gewenste images downloaden.

Synology: container maken

We gaan als voorbeeld een container voor SearXNG maken, een privacyvriendelijke zoekmachine die live resultaten bij andere zoekmachines ophaalt. Ga hiervoor naar Container en kies Maken. We gebruiken de image searxng/searxng. Bij het maken van de container hoef je bij Algemene instellingen niet veel te veranderen. Wel handig is de optie Automatisch opnieuw starten inschakelen, voor hogere beschikbaarheid. Op het tweede scherm, bij Geavanceerde instellingen, zie je onder het kopje Poortinstellingen dat deze toepassing in de container poort 8080 gebruikt. Bij Lokale poort kies je de lokale poort (op de host), zoals 8080 (of iets anders, als deze al in gebruik is). Na het maken van de container kun je de zoekmachine bereiken via de gekozen lokale poort, zoals http://ip-NAS:8080. Onder het kopje Volume-instellingen maak je zoals eerder toegelicht een bind mount. Koppel /docker/searxng/config met /etc/searxng en koppel /docker/searxng/cache met /var/cache/searxng. Via het venster kun je naar de map op de NAS bladeren om deze aan te wijzen (en eventueel ook aan te maken).

We maken koppelingen tussen gedeelde mappen en volumes in de container.

Synology: lokale bestanden gebruiken

Een van de voordelen is dat toepassingen bestanden op de NAS kunnen gebruiken. We noemden NaviDrome al, een populaire muziekspeler. Bij het maken van deze container koppel je poort 4533 aan de lokale poort, zoals 4533. Bij de volumes moet je opletten. NaviDrome gebruikt /data voor gegevensopslag en /music voor muziek. Koppel bij Volume-instellingen daarom bijvoorbeeld /docker/navidrome/data aan /data. Staat je muziek op de NAS onder /music/albums, dan koppel je precies die map aan /music in de container. Kies hier eventueel voor alleen leestoegang, omdat deze toepassing geen bestanden hoeft te wijzigen. Na het starten van de container zul je het programma even de tijd moeten geven om alle muziek te indexeren.

We geven NaviDrome toegang tot muziek op de NAS.

Synology: project maken

Wil je bij Synology met Docker Compose werken dan ga je naar Project en kies je Maken. Je kunt bij Bron kiezen om zelf een docker-compose.yml te uploaden, maar ook een nieuw bestand maken. Dat laatste heeft meestal de voorkeur. Je kunt de configuratie dan in het venster plakken en meteen nog wat persoonlijke aanpassingen maken. We nemen WordPress als voorbeeld dat twee containers heeft: één voor WordPress zelf en één voor een database (zoals MySQL of MariaDB). Je zet ze samen in één project en beheert ze daarna als geheel, in plaats van als twee losse containers. Bij Naam van project vullen we in wordpress (alleen kleine letters). Bij Pad kiezen we een gedeelde map op de NAS, zoals /docker/wordpress. Bij Bron kiezen we voor het maken van een docker-compose.yml. Hieronder zie je het voorbeeld voor de officiële image voor WordPress, waar we wat aanpassingen in gaan maken voor de NAS:

services:

  wordpress:

    image: wordpress

    restart: always

    ports:

      - 8080:80

    environment:

      WORDPRESS_DB_HOST: db

      WORDPRESS_DB_USER: exampleuser

      WORDPRESS_DB_PASSWORD: examplepass

      WORDPRESS_DB_NAME: exampledb

    volumes:

      - wordpress:/var/www/html

  db:

    image: mysql:8.0

    restart: always

    environment:

      MYSQL_DATABASE: exampledb

      MYSQL_USER: exampleuser

      MYSQL_PASSWORD: examplepass

      MYSQL_RANDOM_ROOT_PASSWORD: '1'

    volumes:

      - db:/var/lib/mysql

volumes:

  wordpress:

  db:

Begin met het maken van een nieuw project.

Synology: configuratie aanpassen

Hoewel de configuratie werkt, zijn enkele aanpassingen wel wenselijk. In het voorbeeld worden twee named volumes gebruikt, terwijl bind mounts handiger zijn, zeker bij Synology. Daarom halen we de onderste drie regels weg. We maken op de NAS de mappen /docker/wordpress/db en /docker/wordpress/html aan. Ten slotte passen we het volume aan voor de twee containers. Voor WordPress wordt dit als volgt:

- /volume1/docker/wordpress/html:/var/www/html

Voor de database passen we het aan naar:

- /volume1/docker/wordpress/db:/var/lib/mysql

Controleer op jouw NAS of de volumenaam volume1 klopt. Kies ook een betere gebruikersnaam en een sterker wachtwoord voor de database. Let wel op: wat je bij WORDPRESS_DB_USER en WORDPRESS_DB_PASSWORD invult, moet hetzelfde zijn als bij MYSQL_USER en MYSQL_PASSWORD. MySQL maakt met die toegangsgegevens de database, terwijl WordPress ze gebruikt om daar toegang toe te krijgen.

Je kunt de configuratie via een YAML-bestand aanpassen.

Nieuwe NAS? Kijk en vergelijk op Kieskeurig.nl

QNAP: Docker installeren

Om Docker te installeren op je NAS van QNAP log je eerst in bij het besturingssysteem QTS. Daarna installeer je de toepassing via App Center. Je vindt het onder de naam Container Station. De installatie wijst zichzelf. Als je de toepassing de eerste keer start, wordt gevraagd waar je gegevens van containers op wilt slaan. Je kunt de standaardmap /Container accepteren.

Installeer de toepassing via de downloadtool van je NAS.

QNAP: image zoeken en gebruiken

Voor het zoeken van een image open je Container Station en klik je op Verkennen. Hier kun je images op naam opzoeken. Voor Docker gebruik je de resultaten van Docker Hub, de centrale verzamelplek voor Docker-images. Kies bij de gewenste image de optie Implementeer. Je kunt dan een tag kiezen (zoals latest). Vervolgens kun je direct de container configureren. Dit behandelen we in de volgende stap. Voor een overzicht van alle gedownloade images kun je naar Installatiekopieën. Wij installeren ook in dit voorbeeld een container voor SearXNG.

Gebruik voor Docker de resultaten van Docker Hub.

QNAP: container configureren

Bij de configuratie van de container kan de optie Standaardpoort voor web-URL wat verwarrend zijn. In feite maakt Container Station op basis van die poort een klikbare link die je in de webinterface ziet om de container te openen in je browser. Je kunt het dus zien als een soort shortcut. Je moet daaronder dus nog steeds de benodigde poorten openstellen. In dit voorbeeld vul je dus achter Host een poortnummer in, zoals 8000 (8080 is bij QNAP bezet!). Verander de poort bij Container (8080) niet. Vul bij Standaardpoort voor web-URL ook 8000 in, zodat de shortcut ook werkt.

Om andere opties in te kunnen stellen, zoals opslag, klik je op Uitgebreide instellingen.

Let bij de configuratie van de container vooral op de lokale poort.

QNAP: opslag configureren

SearXNG heeft in de container de persistente paden /etc/searxng en /var/cache/searxng. Bij QNAP kun je prima met (anonieme of named) volumes werken. In dit voorbeeld zullen we dat doen voor de wegwerpbare cachebestanden. Voor de configuratiebestanden maken we via File Station vooraf een map aan onder /Container/searxng/config. Achter Volume vullen we nu de naam searxngcache in, in het deel waar bij Container het pad /var/cache/searxng staat. Hier wordt dan een named volume voor gemaakt. We verwijderen de andere optie (met het pad /etc/searxng). Via het pijltje achter Voeg volume toe kiezen we Gekoppelde hostlocatie binden. Blader dan achter Host naar de zojuist gemaakte map (/Container/searxng/config). Achter Container vul je het pad /etc/searxng in. SearXNG zal zijn configuratie nu in de gekozen map bewaren en de cache in een named volume. Rond het maken van de container af. Die zal daarna worden gestart. Onder Volumes zie je alle volumes die zijn gemaakt, zoals searxngcache. Merk op dat In gebruik hier betekent dat het volume is gekoppeld aan een container, en dus niets over de status van de container zegt! Je kunt ongebruikte volumes eventueel verwijderen.

We gebruiken een named volume voor cache en een bind mount voor de configuratie.

QNAP: toepassingen

QNAP ondersteunt het werken met Docker Compose. Hiervoor ga je naar Toepassing en kies je Maken. Bij Naam van de toepassing vul je een herkenbare naam in. Daaronder kun je de yaml-code invullen. Voor SearXNG, ingesteld zoals hiervoor met een bind mount voor de configuratiebestanden en een named volume voor cache, vul je het in zoals hieronder. Let op het absolute pad /share/Container/searxng/config. Dat is hoe je naar die map moet verwijzen. De code is als volgt:

services:

  searxng:

    image: searxng/searxng

    container_name: searxng

    restart: unless-stopped

    ports:

      - "8000:8080"

    volumes:

      - /share/Container/searxng/config:/etc/searxng

      - searxngcache:/var/cache/searxng

volumes:

  searxngcache:

Het maken van eventuele aanpassingen is niet heel intuïtief. Je gaat hiervoor naar Toepassingen en klikt achter de toepassing op het instellingenicoontje. Kies dan de optie Opnieuw maken. Je kunt nu de yaml-code bewerken. Na het maken van de aanpassingen zal een nieuwe container worden opgebouwd met deze nieuwe configuratie.

QNAP ondersteunt ook het werken met Docker Compose.
Beheer containers op je NAS met Portainer

Het kan om meerdere redenen praktisch zijn om Portainer te installeren op je NAS, een grafische webinterface voor het beheer van je containers. Het is wat overzichtelijker en er blijft, zeker in vergelijking met Container Manager van Synology, minder verborgen. Je kunt Portainer gewoon via Docker installeren. Het is handig eerst een map te maken voor Portainer, waar het zijn configuratie persistent kan bewaren. Maak dan een project in Container Manager met de onderstaande configuratie:

services:

  portainer:

    image: portainer/portainer-ce:latest

    container_name: portainer

    restart: always

    ports:

      - "9443:9443"   # HTTPS toegang

      - "9000:9000"   # (optioneel, oudere HTTP-poort)

    volumes:

      - /var/run/docker.sock:/var/run/docker.sock

      - /volume1/docker/portainer:/data

Bij QNAP kun je dezelfde configuratie gebruiken, maar vervang dan /volume1/docker/portainer:/data door /share/Container/portainer:/data. Na het starten zie je op https://ip-NAS:9443 (of http://ip-NAS:9000) de webinterface van Portainer. De eerste keer wordt gevraagd om een wachtwoord aan te maken. Portainer heeft (ook) een kleine leercurve, maar het geeft je veel opties, en werkt op elk systeem hetzelfde.

Je kunt nu in Portainer alles rondom Docker beheren, zoals containers en images.