ID.nl logo
Huis

Cryptominer op websites: Goed alternatief voor advertenties?

De rappe daling aan inkomsten via online advertenties blijft doorzetten, waardoor websites telkens meer genoodzaakt worden naar alternatieven te zoeken. Zie daar het fenomeen cryptojacking. Een cryptominer op websites, is dat nu een goed idee?

Het is moeilijk te zeggen hoeveel websites op dit moment gebruikmaken van cryptojacking als extra inkomstenbron, omdat zulke scripts op verschillende manieren kunnen worden gevonden. In november berekende de Nederlandse beveiligingsonderzoeker Willem de Groot dat bijna 2.500 websites CoinHive gebruikten, maar een maand later kwam Symantec in een rapport uit op meer dan 30.000 websites. Wat in elk geval duidelijk is: het aantal cryptojackende websites groeit maandelijks met duizenden.

Met cryptomijnen investeren websites zelf geen geld in cryptomunten, maar creëren ze die zelf. In het kort komt het erop neer dat cryptogeld, zoals de bitcoin, ethereum of een van de vele alternatieve munten (altcoins), moet worden ‘gemijnd’. Dat gebeurt door het oplossen van puzzels; hoe meer en hoe sneller een computer puzzels oplost, des te meer munten worden er gemijnd. In het begin zijn dat simpele puzzels, die door praktisch elke computer kunnen worden opgelost, maar hoe meer munten er worden gemijnd, hoe moeilijker de puzzels worden. Na een tijdje zijn de puzzels zo ingewikkeld dat ze onmogelijk nog op te lossen zijn en de volledige voorraad van de cryptomunt dus beschikbaar is.

Voor veel moderne nieuwe munten is het nog steeds erg simpel om te mijnen, omdat de puzzels nog makkelijk op te lossen zijn. Dit in tegenstelling tot de bitcoin, waarbij dat mijnen alleen nog maar kan worden uitgevoerd door professionals die server farms dagelijks duizenden kilowatts laten opstoken. Met altcoins is dat mijnen veel minder intensief, maar nog steeds is het slim om dat via een netwerk van andere computers te doen. Met cryptojacking worden de computers van andere gebruikers ingezet om collectief munten te mijnen. Door die computers allemaal los van elkaar de puzzels te laten oplossen en de resultaten via één script samen te brengen, kunnen websitebeheerders munten mijnen zonder hun eigen computers constant te moeten belasten.

Bitcoin? Monero!

De bitcoin is inmiddels te zwaar voor cryptojacking, maar er is één munt die wél geschikt is voor het proces: de Monero. Dat is een relatief nieuwe munt die in 2014 werd opgezet als privacy-vriendelijk alternatief voor de bitcoin. Hoewel alle cryptomunten over het algemeen relatief anoniem zijn, is het bij de bitcoin nog steeds mogelijk de identiteit van de gebruiker te achterhalen. Dat moet met de Monero een stuk moeilijker zijn, waardoor de munt erg populair is voor illegale handel in kinderporno of drugs op het darkweb.

De Monero heeft echter ook andere voordelen. De valuta maakt gebruik van het Cryptonight-algoritme, dat is ontwikkeld om op normale cpu’s te draaien, terwijl het mijnen van bitcoin vooral interessant wordt bij het gebruik van speciale high-end-gpu’s. Dat betekent overigens wel een significant lagere snelheid. Cryptonight mijnt met een snelheid van 90 hashes per seconde. Ter vergelijking: bij de bitcoin gaat het inmiddels om triljoenen hashes per seconde ... Het belangrijkste verschil is natuurlijk wel dat de Monero nog een relatief nieuwe munt is.

Met het mijnen van de munten zelf ga je dan ook niet rijk worden, maar van de waardestijging misschien wel. De opkomst van ‘cryptocurrency mining’ is een-op-een te verklaren door de gigantische populariteit van de bitcoin. De digitale munt is sinds 2012 gigantisch in waarde gestegen, maar is vooral sinds medio 2016 een duizelingwekkend hoog bedrag waard geworden. In november vorig jaar bereikte de munt de magische grens van 10.000 dollar, eind dat jaar werd de 20.000 aangetikt. Wie bitcoins heeft, wordt daar rijk mee – of dat nu linksom is of rechtsom.

©PXimport

Er is veel te zeggen over de volatiliteit van de munt (de waarde kan per etmaal soms wel 25 procent schommelen) en het praktisch nut ontbreekt nog steeds – je kunt op maar weinig plekken met bitcoins betalen. En omdat een pizza die je vandaag koopt morgen wel 100 euro kan kosten, houden veel gebruikers hun bitcoins veilig bij zich. Ook een groeiend probleem: het energieverbruik van de munt. Eén transactie kost inmiddels zo veel stroom als een klein land in een jaar verbruikt.

Veel altcoins springen daarom nu in het gat dat door de nadelen van de bitcoin wordt veroorzaakt. Nieuwe munten zijn vaak energiezuiniger, schaalbaarder en anoniemer. Sommige floppen en stijgen amper in waarde, maar voor andere munten blijkt zowaar een praktisch nut te bestaan (zoals darkweb-aankopen met Monero), en dat zorgt voor een stijgende waarde. De munt, die heel 2014 niet meer waard was dan zo’n 80 cent, bereikte eind vorig jaar een waarde van 320 dollar per stuk: een stijging van meer dan 2.500 procent – dat is zelfs méér dan de bitcoin.

Coinhive als basis

De stijgende waarde en de lage drempel maken van de Monero een interessante munt die je via een simpel stukje javascript kunt mijnen. Centraal in de gigantische stijging van cryptojacking is een blokje code genaamd CoinHive. De regels javascript zijn te vinden op een overzichtelijke pagina en zijn gemakkelijk in elke website te implementeren. Dat werkt zo goed dat inmiddels duizenden websites het script hebben opgenomen.

Om het hele proces nóg eenvoudiger te maken heeft een enthousiaste ontwikkelaar het CoinHive-script omgebouwd tot een WordPress-plugin, zodat iedereen die een simpele WordPress-site heeft en weinig van code weet de nieuwe methode kan toepassen.

©PXimport

Het is opvallend dat het CoinHive-script de belangrijkste en meest gebruikte methode is om cryptomunten te mijnen, maar ook gevaarlijk. Omdat er gebruik wordt gemaakt van slechts één script, is er ook één single point of failure, en dat werd in oktober vorig jaar voor het eerst uitgebuit toen CoinHive werd gehackt. Aanvallers wisten de dns-records van CoinHive te hacken en zo korte tijd alle mijnoperaties door te sturen naar één specifiek adres.

Het is niet precies bekend hoelang die aanval duurde en hoeveel Monero’s er in die periode zijn gemijnd, maar gezien het stijgende aantal websites dat van CoinHive gebruikmaakt, is het steeds interessanter om een dergelijke hack uit te voeren.

Bezwaren

Het probleem is nu nog te overzien, al is nu al wel duidelijk dat steeds meer (grote) websites en diensten gebruik beginnen te maken van deze alternatieve inkomstenbron. Het zijn bovendien niet alleen websites die cryptomijnen. Onlangs bleek dat enkele Argentijnse vestigingen van Starbucks de methode inzetten via hun gratis wifi-netwerk. Gasten die gebruikmaakten van het netwerk mijnden in de wachttijd van tien seconden een kleine hoeveelheid aan Monero’s. Opvallend is dat het niet eens Starbucks’ intentie was om cryptomunten te mijnen. Het bedrijf besteedt het wifi-beheer namelijk uit aan een externe partij, die de scripts inmiddels heeft uitgeschakeld.

Dat laatste komt steeds vaker voor: hackers weten het CoinHive-script te implementeren op externe websites om op die manier munten te mijnen, maar in veel gevallen wordt CoinHive ook op minder illegale, maar desondanks onethische manieren ingezet. Dat kan via advertentiescripts of door de code mee te leveren in legitieme software – bijvoorbeeld als alternatief voor een toolbar, zoals je dat vroeger zag. Ook gebeurt het dat het CoinHive-script in widgets op mobiele telefoons wordt gebruikt.

Bij een wifi-netwerk in een zaak waar je ook al betaalt voor je koffie zijn de ethische bezwaren van een cryptomijner snel te zien, maar op veel commerciële websites die informatie gratis aanbieden is dat een ander verhaal. Daar beseffen steeds meer gebruikers weliswaar dat alleen een advertentiemodel niet houdbaar is, maar tegelijk doen maar weinig bezoekers iets om daarmee te helpen. Veel beveiligingsonderzoekers classificeren cryptomijners nu al als ‘malware’, maar veel gebruikers lijken dat anders te zien.

Toen The Pirate Bay werd ‘betrapt’ op het gebruik van dergelijke scripts, biechtten de admins dat op in een korte blogpost, maar vroegen daarbij wel aan de gebruikers wat zij van het idee vonden. Uit de reacties op de blogpost is op te maken dat vrijwel iedere gebruiker het een goed idee vindt. “We hebben er geen probleem mee om een paar cpu-processen te delen na alles wat The Pirate Bay voor ons heeft gedaan”, schrijft een reageerder. Daarbij moet wel worden opgemerkt dat torrent-gebruikers (en zeker degenen die een account hebben bij The Pirate Bay én het blog lezen) over het algemeen wel wat technischer onderlegd zijn en bovendien ook wat rebels.

Zelf kiezen

Ook op Reddit zijn de reacties grotendeels positief, al wordt vaak genoemd dat het dan zou moeten gaan om een opt-in- of opt-out-model, waarbij de gebruiker de keuze krijgt voorgelegd. “Ik heb er geen probleem mee om dit als alternatief voor ads te gebruiken, als dat betekent dat ik daarmee minder opdringerige advertenties te zien krijg”, schrijft een gebruiker.

Een ander probleem: degradatie van hardware

-

Sommige beveiligingsbedrijven die schrijven over het probleem noemen een ander probleem: degradatie van hardware. Door een cpu lange tijd op volledige snelheid te laten draaien, ontstaat er sneller gebruiksschade aan de chip of aan het moederbord, en is dat dus sneller aan vervanging toe. Hoe groot de impact daarvan is, is echter moeilijk te zeggen, zeker omdat niet te voorspellen is hoe groot de impact nog gaat worden.

Het probleem ligt dan ook vooral in de toekomst, als de methode populairder wordt en meer websites ervan gebruikmaken. Wat gebeurt er dan? Het CoinHive-script houdt daar rekening mee door het mijnen te verdelen over verschillende websites wanneer het script daar actief is, maar dat houdt ook weer in dat er nóg minder munten worden gemijnd … en dat zijn er al niet heel veel. Het is dan ook moeilijk te voorspellen hoe schaalbaar cryptojacking is en of er een moment komt dat het model niet meer houdbaar is.

Cryptomining blokkeren

In principe is het niet moeilijk om cryptomining tegen te houden. Veel adblock-ontwikkelaars hebben hun software al een update gegeven, zodat dergelijke scripts worden onderschept. Ook add-ons en plug-ins als NoScript zijn handig, omdat die javascript-code standaard al tegenhouden. Een van de adblockers die het hardst tegen cryptomining ingaat is Adguard. Het bedrijf paste al in september zijn code aan om mijn-scripts te blokkeren en schrijft veel blogs tegen cryptojacking, maar ook bekendere adblockers als uBlock Origin en AdBlock Plus hebben inmiddels bescherming tegen cryptojacking ingebouwd.

Het zijn overigens niet alleen adblockers die cryptomining proberen te stoppen. Ook antivirussoftware treedt er harder tegenop: de populaire virusscanner MalwareBytes houdt dergelijke scripts tegen. Maar, vertelt directeur Adam Kujawa in een interview aan Wired, dat komt voornamelijk omdat de techniek nog zo nieuw is. “Ik denk dat het concept achter script-based mijnen een goed idee is. Het kan een goede vervanging worden voor advertentie-inkomsten. Maar op dit moment is er geen opt-in of opt-out en vraagt het veel van de hardware van gebruikers. Daarom blokkeren we het nu.”

Door de opkomende populariteit van cryptomunten, en dan met name het feit dat het steeds makkelijker wordt nieuwe munten op te zetten, lijkt cryptojacking voor websitebeheerders én gebruikers een goed alternatief voor advertenties. Maar dat zou weleens kunnen veranderen als in de toekomst veel meer websites van de methode gebruikmaken.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.