ID.nl logo
Alles over de juiste codecs installeren
© Reshift Digital
Huis

Alles over de juiste codecs installeren

Heel wat audio- en videobestanden zijn gecomprimeerd. Dat is vaak ook nodig, want anders zit je met overweldigend grote bestanden opgescheept. Het kan voorkomen dat je de juiste codecs installeren moet, om ze te kunnen afspelen. We leggen hier uit hoe dat zit.

Compressie gebeurt met behulp van speciale software, codecs genoemd. Die term komt volgens sommigen van compressie-decompressie, en volgens anderen van codering-decodering. Bekende ‘lossy’ audiocodecs (hierbij gaat de kwaliteit van het geluid iets omlaag) zijn bijvoorbeeld mp3, wma, ogg en aac. Er bestaat ook zoiets als ‘losless’, dus verliesloze compressie, zoals flac, alac en ape, en er zijn zelfs codecs die helemaal niet comprimeren, zoals pcm in wav-bestanden.

Ook bij video bestaan er zowel verliesgevende als verliesloze codecs: een uitgebreid overzicht van alle codecs vind je op Wikipedia. Om een audio- of videobestand af te kunnen spelen dient je mediaspeler wel met de gebruikte codecs overweg te kunnen. De gratis opensource-mediaplayer VLC-player staat erom bekend een rijkgevuld arsenaal aan codecs te hebben ingebouwd. Windows Media Player is wat dat betreft minder goed voorzien.

Welke codec?

Het gratis MediaInfo kan je vertellen welke codecs een audio- of videobestand precies bevat. Na een eenmalige installatie, waarbij je een vinkje plaatst bij Shell-extensie […], volstaat het voortaan om met de rechtermuisknop op het mediabestand te klikken en MediaInfo te selecteren om alle informatie te zien.

©PXimport

Audiocompressie

Wanneer multimediabestanden gecomprimeerd worden, dan is het wellicht niet zo erg als die daardoor iets aan kwaliteit inboeten: met enkele bescheiden artefacten in video of een iets minder vol geluid valt nog wel te leven. Bepaalde informatie wordt weggelaten - die trouwens vervolgens ook niet meer terug te halen is -, en dat impliceert altijd wel een zeker kwaliteitsverlies.

Om dat verlies aan kwaliteit zoveel mogelijk te beperken laten codecs doorgaans vooral de frequenties weg die het menselijke oor toch niet kan opvangen (psychoakoestiek). Hieronder vind je een audiotest die dat mooi illustreert, met geluid tussen 20 Hz en 20 kHz.

Komt daarbij dat geluiden met een hoge frequentie (15 kHz en hoger) vaak lastig te horen zijn wanneer ze vergezeld gaan van luidere geluiden met een lagere frequentie. Codecs maken in dit geval vaak gebruik van ‘masking’ (maskeren) door het geluid met de hoge frequentie slim weg te laten.

Bij The Ghost In The MP3 vind je de testresultaten van een interessante studie. Je treft hier onder meer een audiosample aan van “Tom’s Diner” (Suzanne Vega) met de geluiden die door een 128 kbps-mp3-bestand werden weggefilterd (zie example 8) uit het ongecomprimeerde origineel (zie example 6).

Codecpack installeren

We zeiden het al: je mediaspeler of apparaat moet met de gebruikte codecs overweg kunnen om de audio of video af te kunnen spelen. Soms kan een update van de software of firmware soelaas brengen, of je installeert de benodigde codecs met behulp van een codecpack, zoals K-Lite. Op Codec Guide zie je wat de diverse versies (Basic, Standard, Full, Mega) van K-Lite precies bevatten; je beslist zelf welke decoders je mee installeert.

Houd er wel rekening mee dat VLC Player niet overweg kan met dit codec-pack; eventueel kies je dan voor de Standard-editie die een geschikte speler (MPC-HC) meelevert. Lukt het je maar niet om een video of audio aan de praat te krijgen, dan is er altijd nog de mogelijkheid om een mediabestand te converteren of te transcoderen. Anders gezegd: andere codec(s) gebruiken en/of omzetten naar een ander containerformaat (lees: met een andere bestandsextensie).

Video converteren met Handbrake

Wat gratis videotranscoders betreft, komt Handbrake in het vizier. Het gaat om advertentievrije, opensource-freeware met heel wat gedetailleerde opties. De tool is zowel beschikbaar voor Windows (64 bit), macOS als Linux, maar is niet de snelste in de klas.

©PXimport

Bij het opstarten kun je kiezen tussen een complete Folder of een enkele File. Je kunt uit talrijke ‘presets’ kiezen, maar je kunt ook zelf alle parameters instellen. Op het tabblad Summary stelt je het gewenste Format alias de container in (MKV of MP4), waarna je op het tabblad Video en Audio respectievelijk de video- en audiocodecs aanduidt. Afhankelijk van je keuze vind je hier nog bijkomende opties terug als Framerate (FPS), Quality en Avg bitrate. Je krijgt bijkomende feedback wanneer je de muisaanwijzer even boven zo’n optie houdt.

Klik Preview, Live Preview om het resultaat (na de voorlopige transcodering) op basis van je instellingen te bekijken en te beluisteren. Via Browse leg je de doellocatie vast en met Start Encode start je de definitieve (trans)codering.

Audio converteren metVSDC Free Audio Converter

Ook voor audiobestanden bestaan tenslotte heel wat converters. Eén van de betere, gratis tools is VSCD Free Audio Converter. Let er wel op dat je tijdens de installatie geen ongewenste extra’s installeert.

Je haalt eerst alle gewenste audiobestanden op, je legt de doellocatie vast en vervolgens geef je het beoogde audioformaat aan: mp3, wma, aac, m4a, amr, ogg, au, aiff of wav – keuze genoeg dus. Er komen nu automatisch een aantal profielen (presets) beschikbaar met kwaliteitsindicaties als Highest, High, Normal, Least en Mobile

Je hoeft deze echter niet te gebruiken; via de knop Edit profiles kunt je je eigen profielen toevoegen gebaseerd op allerlei opties, zoals Audio bitrate, Frequency en Channels. Heb je eenmaal het gewenste profiel gekozen, dan start je de conversie door op Convert files te klikken.

©PXimport

▼ Volgende artikel
Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard
Huis

Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard

Het Zuid-Koreaanse zou een shooter gebaseerd op Starcraft in ontwikkeling hebben voor IP-eigenaar Blizzard.

Dat claimt The Korean Economic Daily. Een team binnen Nexon dat gespecialiseerd is in shooters zou zich op dit moment volledig richten op de nog onaangekondigde game. De ontwikkeling zou nog niet lang geleden zijn gestart, en dus zou de shooter nog lang op zich laten wachten.

Verdere details zijn er nog niet, behalve dat Choi Jun-ho ook bij het project betrokken zou zijn. Hij maakte eerder de populaire Shinppu-mapmod voor Starcraft.

Starcraft

Er gaan al langer geruchten over een shooter gebaseerd op Starcraft. Vorig jaar meldde Bloomberg-journalist Jason Schreier al in zijn boek 'Play Nice: The Rise, Fall and Future of Blizzard Entertainment' dat Blizzard aan een shooter zou werken. Volgens Schreier is de shooter van Nexon echter niet gerelateerd aan de shooter van Blizzard - het zouden om twee afzonderlijke projecten gaan.

De Starcraft-reeks bestaat uit real-time strategygames. De eerste verscheen in 1998, en een vervolg kwam in 2010 uit. Blizzard heeft al vaker geprobeerd shooters gebaseerd op de Starcraft-franchise te maken, maar die werden vooralsnog altijd geannuleerd.

Mogelijke onthulling op Blizzcon

Voor het eerst in enkele jaren organiseert Blizzard op 12 en 13 december de Amerikaanse beurs Blizzcon, waar alles rondom de uitgever wordt gevierd. Het is mogelijk dat één van de hierboven genoemde shooters daar wordt onthuld.

▼ Volgende artikel
Review: Mario Tennis Fever is een leuke set
Huis

Review: Mario Tennis Fever is een leuke set

Je vraagt je bij elke Mario-sportgame toch weer af: bereikt het de highs van die oeroude Game Boy-games van Camelot, zoals Mario Tennis en Mario Golf)? Het antwoord is, wat mij betreft, steevast  ‘nee’. Maar tussen ‘perfect’ en ‘niet perfect’ zit nog altijd een breed spectrum aan kwaliteit. En Fever? Die nestelt zich moeiteloos aan de betere kant van dat spectrum.

De drie toernooien die deze game rijk is, daar ben je een uurtje zoet mee. Waarschijnlijk zonder een set te verliezen. De Adventure Mode? Een paar uurtjes meer dan dat, en hoewel ook die nergens uitdagend wordt vertelt het wel een vermakelijk verhaal over Mario en Luigi die als baby’s hun tennis-skills moeten oppoetsen vanwege… bijzondere redenen.

Er zijn ook drie Challenge Towers met allerlei unieke uitdagingen die eventjes vermaken. In mix-up vinden we tennis, maar dan met regels en omstandigheden die alleen het Mushroom Kingdom kan bieden, en dat was het wel zo’n beetje. Wie Mario Tennis Fever alleen speelt is een weekend zoet en heeft zich prima vermaakt. Maar sportgames zijn er, natuurlijk, om je competitieve aard los te laten op vrienden, familie, kroost of online uitdagers.

Leuk

Daarom wil ik het ook niet al te uitgebreid over die singleplayermodi hebben. Ja, Nintendo heeft z’n best gedaan. Ja, er is weinig aan te merken op de minigames en kleine tussenscènes die de Tennis Academy te bieden heeft en de ontwikkelaars verdienen het dat het hier even aangestipt wordt. Nooit sla je stijl achterover van briljante ideeën of concepten, en er wordt geen druppeltje zweet gemorst van de spanning. Maar ‘leuk’ is eigenlijk een perfect, allesomvattend begrip om deze kant van de game te omschrijven.

De echte graadmeter echter, is de kern van de gameplay. Hoe speelt het? Hoe diep gaat het? Hoeveel personages, gekke rackets en super-power-mega-skillmoves zijn er in dit pakketje gepropt en hoe verhouden die zich tot elkaar? Na mening middag ballen overslaan of in dubbelspel terugslaan met mijn zoontje van 9, zijn we eruit: Mario Tennis Fever heeft ontzettend lekkere gameplay.

Content is king

Content is in de eerste instantie de name of the game. Er zitten bijna veertig personages in de game, meer dan een dozijn verschillende banen en de hoofdattractie is de aanwezigheid van tientallen Fever-rackets, die elk hun eigen unieke skill met zich meebrengen. De bananentros die Donkey Kong een ‘racket’ noemt strooit bananen over de baan, met het vulkaanracket plopt er een (je raadt het nooit) vulkaan op uit de baan en het Thwomb-racket zorgt ervoor dat het iconische stenen blok uit de Mario-serie plots uit de lucht valt – hopelijk op een tegenstander. Een zogeheten Fever-shot is verder ook geen hogere wiskunde. Om de zoveel tijd is je metertje vol en ram je dat ding over de baan heen.

Extra fijn is dat het gros van dit alles vrij te spelen is waar je maar wil. Laat je de singleplayermodi links liggen en speel je gewoon wat potjes tegen elkaar? Geen probleem, om de zoveel potten krijg je een nieuw racket, personage, of kleurtjes voor je favoriete tennissers.  

Watch on YouTube

Plak er een voldoende op

Enfin, tot zover de uitleg en alles wat hier te vinden is. Leuk spelletje, plak er een voldoende op en klaar, toch? Nou nee, want hoewel alles hierboven zijn eigen rol speelt, zijn het de diepere lagen daaronder die Mario Tennis  Fever tot grotere hoogten dan ‘plak er even een voldoende op’ stuwen. Al die personages? Die beschikken over hun eigen stats en eigenaardigheden. Wario laadt z’n powershots razendsnel op, Bowser Jr. legt veel meer precisie in z’n topspincurve dan anderen en Shy Guy slaat zijn topspins zonder gehinderd te worden door zijn positie op de baan.

En die banen? Die hebben elk hun eigen ondergrond, waar ballen anders op stuiteren en doorschieten, terwijl spelers zelf ook sneller of minder snel zijn, gebaseerd op het gras of het hardcourt waar ze op spelen. Die Fever-rackets? Oprecht allemaal een andere smaak. Ook daar merk dat extra stukje diepgang waar een wat luiere Mario-sportgame niet aan zou denken: wanneer je een Fever-shot terugslaat vóórdat op jouw zijde van het net landt, kun je met een stuit op de helft van de tegenstander zomaar eens het bijbehorende effect teruggeven. Prettig vervelend als je denkt die koter een modderplas op zijn helft te bezorgen, om ‘m vervolgens zelf om je oren te krijgen als hij de bal vakkundig over je heen lobt en ‘ie alsnog op jouw achterveld terecht komt. Een (modder)koekje van eigen deeg noemen ze dat geloof ik.

Mario Tennis Fever

Slide
Slide
Slide
Slide

Geen Lego, wel Duplo

Al die extra aandachtspuntjes en omstandigheden zijn ook nog eens gebouwd op een fundering van onkreukbare basisgameplay. Topspins, slices, curveballen, lobs en powershots: alles wat je van een tennisgame mag verwachten zit erin. De grote maar is alleen: het gebeurt allemaal zonder de nuance van een échte topgame. Vergelijk het een beetje met Lego en Duplo. Zelfde principe, zelfde soort blokken, maar iets vets bouwen met Lego hit net even anders dan iets vets bouwen met die grote Duplo-blokken. Zo verhoudt deze game zich ook tot de toppers uit het tennisgenre, zoals Virtua Tennis en Topspin. Is veelgevraagd, ik weet het, maar het is wel het verschil tussen goed of geweldig. En Mario Tennis Fever eindigt in het eerste kamp.

Is mijn zoontje naar school, dan heb ik namelijk geen enkele reden om Mario Tennis Fever verder te spelen. Zoals gezegd is al die singleplayercontent niet meer dan ‘even leuk’. En computergestuurde tegenstanders geven zelfs op het hoogste niveau nooit écht tegengas. Bovendien zijn de personages net te groot voor deze banen om het volgende niveau van verfijning te bereiken. Top, zo’n lob. Maar vanwege de dus relatief kleine banen blijft het geen zekerheidje dat je iemand ermee verschalkt die tegen het net aan staat. Aanzienlijke kans dat ie gewoon op tijd de achterlijn haalt, als ie ook maar een klein beetje inzicht heeft. Het zorgt ervoor dat Mario Tennis Fever een absoluut geslaagde game is, met heerlijke multiplayer. Maar wie de eindeloze diepgang en speeluren van, bijvoorbeeld, een Mario Kart World hier zoekt, staat sneller dan gewenst buitenspel. Oh wacht, verkeerd sport…

Mario Tennis Fever is vanaf 11 februari beschikbaar voor Nintendo Switch 2.

Goed
Conclusie

Mario Tennis Fever barst van de content. De vele personages, banen en rackets geven unieke, diepere lagen aan de gameplay en multiplayerpotjes gaan met grote glimlach en een berg vertier gespeeld worden. Jammer voor de wat volwassenere spelers dat die volgende laag diepgang nét niet geraakt wordt. Daarvoor is het singleplayeraanbod niet genoeg, de tegenstanders niet uitdagend genoeg en ontbreekt er hier en daar net wat finesse. Maar ga zo door, Nintendo. Mario Tennis Fever zit namelijk wél in de richting van die tijdloze Camelot-klassiekers waar we zo naar hunkeren.

Plus- en minpunten
  • Flinke hoeveelheid content en modi
  • Sterke basisgameplay
  • Uiteenlopende Fever-rackets
  • Nog altijd sterke multiplayer
  • Daagt je nooit écht uit
  • Diepgang niet eindeloos