ID.nl logo
Wat is sneller: snelladen of batterij wisselen? Wij zochten het uit!
© Irwin Versteegh
Mobiliteit

Wat is sneller: snelladen of batterij wisselen? Wij zochten het uit!

De kans dat je thuis een setje verse AA’tjes in de lade hebt liggen is een stuk groter dan dat je steeds braaf je oude penlites via het stopcontact een nieuw leven geeft. Batterijen wisselen doen we al minstens 75 jaar, en dat is niet zonder reden. Het is lekker makkelijk, snel en praktisch, en dat is dan ook de reden dat het Chinese automotive- en techbedrijf Nio daar vol op inzet. Maar is het ook echt sneller dan laden?

Watch on YouTube

Download nu GRATIS het EV Duurtest-rapport 2024!

In het EV Duurtest-rapport zijn nieuwe elektrische auto's door verschillende consumenten getest. Alle resultaten vind je terug in dit digitale rapport. Door het invullen van je naam en e-mailadres meld je je aan voor ontvangst van het Kieskeurig EV Duurtest-rapport. Tevens ben je ingeschreven voor de Kieskeurig.nl EV-nieuwsbrief.

Middels Nio’s powerswapstations, waarvan er inmiddels 43 in Europa zijn geïnstalleerd, ‘swap’ je in 3 tot 5 minuten van een lege naar een volle batterij. Om uit te zoeken of dat sneller is dan traditioneel snelladen, besloot Irwin Versteegh van InstaAutoVlog de proef op de som te nemen. Tijdens een retourtje Berlijn nam de Nio ET5 Touring het op tegen de populairste EV van de afgelopen jaren: de Tesla Model 3. Laden of swappen: wat is sneller en welke EV arriveerde als eerste in de Duitse metropool?

©Irwin Versteegh

Vier jaar, 10-miljoen swaps

Ze geloven er bij Nio heilig in. Sterker nog, met nog geen 300.000 auto’s werden er wereldwijd (maar vooral in China) de afgelopen vier jaar maar liefst 10 miljoen batterijen gewisseld. En die swapstations zijn behoorlijk ingenieus: met slechts 21 batterijen zijn er tot dik 400 swaps per dag mogelijk, en in Nederland loopt er zelfs een proef om de stations als buffer te gebruiken om het stroomnet her en der te ontlasten.

Best interessant dus, en bovendien behoorlijk duurzaam, aangezien Nio het oplaadproces zo efficiënt mogelijk laat verlopen. Met een niet al te hoog piekvermogen en niet verder dan 90 procent SoC bijvoorbeeld. Het plaatsen gaat daarnaast volledig autonoom, en ook dat toont de kennis en kunde van de Nio-engineers. 

Zes modellen, ook een Touring

In Nederland verkoopt het merk momenteel de ET5, de ET5 Touring, de ET7, de EL6 en de EL7, stuk voor stuk opererend in het segment van de BMW 3-, 5- en 7-serie. Prijstechnisch is de ET5 de interessantste. Qua formaat en prestaties neemt dit model het op tegen auto's als de BMW i4 en Hyundai IONIQ 6, maar hij is er ook als Touring.

Toch is het voornamelijk één concurrent die deze Nio van de troon moet stoten, en dat is de inmiddels welbekende Tesla Model 3. Een auto die ik voor deze gelegenheid als Long Range Dual Motor met 19-inch lichtmetalen wielen laat aantreden. De test-Nio? Dat is een ET5 Touring in de basisuitvoering en voorzien van het 75kWh-accupakket. Beide auto’s kosten onderaan de streep net geen 52.000 euro.

©Irwin Versteegh

Battery as a service

De ET5 is ondanks dik 450 pk vermogen vrij futloos, want... er zit nog geen accu in. Hiervoor heb je twee keuzes. Je koopt er een voor 12.000 euro(!) of je kiest voor het Battery as a Service (BAAS)-abonnement. Dat laatste is verplicht als je gebruik wilt maken van Nio’s Swapstations. Dat kost 169 euro per maand voor de 75kWh-batterij en 289 euro voor de 100kWh-variant. Nio belooft in de nabije toekomst een 150 kWh sterke solid state-batterij, maar echt concreet zijn deze plannen nog niet. Niet swappen, maar opladen? Dat kan ook, en in dat geval heeft de ET5 een maximaal DC-snellaadvermogen van 140 kW, wat resulteert in een 10-80%-lading in net iets meer dan een halfuur tijd. 

Oosterhout - Berlijn

Tijd om de proef op de som te nemen. We vertrekken vanaf de Tesla-supercharger in Oosterhout, Noord-Brabant. De eindbestemming is voormalig vliegveld Tempelhof in Berlijn. Beide auto’s hebben bij vertrek een voor 97 procent opgeladen accupakket en de Nio beschikt over de meest recente software-update die de routeplanning aanpast aan de hand van het actuele energieverbruik in plaats van de WLTP-normering. De range van beide auto's? De Model 3 Long Range zou met zijn netto 75kWh-batterij 629 km ver moeten komen. De ET5 komt met zijn netto 70kWh-accu 450 km ver; zelfs de 100kWh-versie blijft steken op maximaal 590 km. 

Na het invoeren van de eindbestemming stippelen beide auto’s een route uit via Swapstations of Superchargers. Met ongeveer vier batterijwisselstations op de route van Nederland naar Berlijn zijn er meer dan voldoende voorhanden. Superchargers? Die zijn er in overvloed. Niettemin is de voorspelling direct bijzonder. De Nio plant maar liefst drie swaps, waarvan de eerste al in Nederland. De Tesla adviseert om nog even door te laden naar 100 procent (wat we dus niet hebben gedaan) om vervolgens 40 minuten te laden bij een Supercharger net vóór Hannover. 

©Irwin Versteegh

20 minuten voorsprong

Dan onze testmethode. In Nederland hanteren we een snelheid van maximaal 105 km/u en in Duitsland gaan we niet harder dan 130 km/u – een snelheid die we vaak niet eens halen omwille van de vele Baustellen. Hoe dan ook is er al direct sprake van een verschil, aangezien de Nio bij knooppunt Gorinchem een andere route richting Apeldoorn pakt. Daar wil-ie uiteindelijk zijn eerste swap doen, maar ook de Tesla passeert de Gelderse stad.

Na het swappen van de batterij in Apeldoorn en het überhaupt verlaten van Nederland ligt de Tesla al 20 minuten voor, waarvan 10 minuten vanwege de navigatiefout. De andere tien minuten komen van het ritje naar het swapstation, waarvoor je de snelweg dient te verlaten.

35 minuten...

De Tesla blijkt daarnaast zuiniger dan verwacht en berekent dan ook een nieuwe stop. Ik moet Hannover ditmaal passeren en bij Supercharge-locatie Peine 20 minuten bijladen. Ondertussen is team Nio onderweg naar een tweede swapstation nabij Kirchlengern, een goede 200 km rijden vanaf Apeldoorn.

Na dik 445 km rijden arriveert de Tesla met 8 procent resterende capaciteit bij het V4 Supercharge-station in Peine. De boordcomputer berekent een oplaadpauze van 20 minuten, dus in die tijd kan ik meteen een toiletstop maken (ik was al twee keer eerder voor een korte plaspauze gestopt) en snel een kopje koffie doen op het terras. De Nio is inmiddels onderweg richting Hannover en maakt dus een kleine inhaalslag, al is dat met 35 minuten achterstand ook zeker nodig. 

©Irwin Versteegh

Verschil in tijd én kosten

Na een goede 25 minuten laden (de koffie was erg heet) rijd ik verder en ga ik de laatste 245 km tegemoet. Na wat mild oponthoud in Berlijn arriveer ik na een reis van 7 uur en net geen 700 km in de Duitse hoofdstad. Dat betekent een gemiddelde reistijd van 100 km per uur, en dat is erg netjes. Na een laatste swap net voorbij Hannover arriveert team Nio uiteindelijk 30 minuten later, en ook dat is – voor een volledig elektrische auto – om te beginnen keurig. Maar er is wel sprake van verschil. Om te beginnen in tijd, maar ook zeker qua kosten.  

De prijs voor het enkeltje Berlijn die middels de Supercharger voor de Tesla-kilometers is betaald – en hierbij houd ik rekening met 7,5 procent oplaadverlies – bedraagt in totaal 45 euro. De Tesla had 105 kWh nodig en er werd gemiddeld 0,40 euro per kWh gerekend. Je zit bij het merk daarnaast niet vast aan een maandelijkse fee en de batterij is gewoon van jou.  

Bij de Nio is het belangrijk om te vermelden dat ik rekening heb gehouden met een meerverbruik van 7,5 procent, aangezien de testauto nog op winterbanden reed. Dat zou ongeveer 5 procent verschil betekenen, dus de marge is ruim. Niettemin toont het verschil in accupercentage tussen de ingeleverde en ontvangen batterij een mooi inzicht in het energieverbruik.

Na correctie had de ET5 voor de reis naar Berlijn 150 kWh nodig. Wel reed de ET5 vanwege de drie ‘swap-stops’ iets meer kilometers, en dat brengt het kostenplaatje op 65 euro. Er is echter ook sprake van swapkosten en daarvoor rekent Nio een tientje. Per maand krijg je er twee cadeau, dus voor dit vergelijk noteren we er één, en daarmee komt het totaal dus op 75 euro. Toch? Nou, nee...

©Irwin Versteegh

Vijf jaar accuhuur: 10.000 euro!

Want nu komt het: volgens Nio is het swappen van de batterij dé manier om eerder op jouw plaats van bestemming aan te komen. Net als tanken, maar hiervoor dien je wel het BAAS-abonnement af te nemen; pas dan kun je swappen. Vergeet echter niet dat je over een looptijd van vijf jaar in principe zelf de accu betaalt. Reken maar mee: 60 maanden keer minimaal 169 euro per maand is dik 10.000 euro!

Oké, je loopt dan geen risico op accudegradatie, maar hebt er ook geen een. Na vijf jaar heb je nog steeds een acculoze auto op de oprit staan en dien je het BAAS-abonnement nog altijd aan te houden. Dat is dus wel even iets om je te realiseren. Bovendien toont deze reis naar Berlijn aan dat het wisselen van een batterij het simpelweg aflegt tegen het hoge DC-piekvermogen en de efficiency van een Tesla. Want let wel, de Model 3 nam genoegen met een gemiddeld energieverbruik van 15,1 kWh per 100 km, terwijl de ET5 Touring na correctie 21 kWh per 100 km nodig had. 

Laadtijd is ook rusttijd

Het swappen van de batterij in slechts luttele minuten mag dan aantrekkelijk klinken, het neemt niet weg dat je met een efficiënte, maar ook snelladende EV onderaan de streep beter af bent. Elke kilowattuur dient immers te worden afgerekend, en het comfort van laad/rusttijd is daarnaast zeker een aspect dat je niet dient te onderschatten. Bij Nio moet je vooralsnog in de auto blijven zitten tijdens het swappen, terwijl je deze tijd ook voor een plaspauze of kopje koffie kan benutten. 

▼ Volgende artikel
Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?
© Dennis
Huis

Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?

HDMI 2.1 is de nieuwste standaard voor beeldoverdracht, maar lang niet iedereen heeft de extra bandbreedte ook écht nodig. Vooral voor gamers met een PlayStation 5, Xbox Series X of krachtige pc is het relevant. Kijk je alleen films of televisie? Dan volstaat de oudere aansluiting vaak prima. Wij leggen uit waar de grens ligt.

Als je momenteel op zoek bent naar een nieuwe televisie of monitor vlíegen de technische termen je om de oren. HDMI 2.1 wordt door fabrikanten en winkels vaak gepresenteerd als een absolute noodzaak voor een scherm dat klaar is voor de toekomst. Hierdoor ontstaat de angst dat je een miskoop doet als je kiest voor een model met de oudere HDMI 2.0-standaard. Toch is dat in veel Nederlandse huiskamers een misvatting, want de voordelen zijn nogal specifiek. Veel consumenten betalen onnodig extra voor een functie die ze technisch gezien nooit zullen activeren. Na het lezen van dit artikel weet je precies of jij die snelle poort nodig hebt, of dat je dat budget beter aan een groter scherm of beter geluid kunt besteden.

De kern van het probleem: bandbreedte

Het fundamentele verschil tussen de gangbare HDMI 2.0-standaard en de nieuwere 2.1-versie zit 'm in de digitale snelweg die ze bieden. Je kunt het zien als een waterleiding: door een 2.1-kabel kan veel meer water (of dus data) tegelijk worden gepompt (48 Gbit/s in dit geval) dan door de oudere 2.0-variant (die 'maar' 18 Gbit/s kan verwerken). Die extra ruimte is nodig voor 4K-beelden met een zeer hoge verversingssnelheid (120 beelden per seconde) of voor extreem hoge resoluties zoals 8K.

Een hardnekkige mythe is dat HDMI 2.1 het beeld altijd mooier maakt. Dat is onjuist. Als je naar een Netflix-serie kijkt in 4K, ziet dat er via een 2.0-poort exact hetzelfde uit als via een 2.1-poort. De kabel verandert niets aan de kleuren, de scherpte of het contrast; hij zorgt er alleen voor dat het signaal 'erdoor' past. Pas als er een file op de kabel ontstaat (omdat je te veel beelden per seconde wilt versturen) wordt de nieuwe standaard noodzakelijk. Zolang je dataverbruik onder de limiet van HDMI 2.0 blijft, voegt versie 2.1 niets toe aan de beeldkwaliteit.

Wanneer werkt dit wél goed?

HDMI 2.1 komt pas echt tot zijn recht als je de grenzen van beweging en snelheid opzoekt. Dat is vrijwel exclusief het domein van de fanatieke gamer. Heb je een PlayStation 5 of Xbox Series X in huis en wil je games spelen in de hoogste 4K-resolutie met 120 beelden per seconde (120 Hz)? Dan is een HDMI 2.1-aansluiting op je tv onmisbaar. Zonder deze poort blijft je console steken op 60 beelden per seconde, wat minder vloeiend oogt bij snelle shooters of racegames.

Ook pc-gamers met een zware, moderne videokaart (zoals de NVIDIA RTX 40- of 50-serie) profiteren hiervan als ze hun pc op de tv aansluiten. Naast de snelheid biedt de 2.1-standaard ondersteuning voor Variable Refresh Rate (VRR). Dat zorgt ervoor dat de televisie zijn verversingssnelheid continu aanpast aan de spelcomputer, wat haperingen en 'tearing' (waarbij het beeld in tweeën lijkt te breken) voorkomt. Daarnaast is er Auto Low Latency Mode (ALLM), een signaal waardoor je tv automatisch naar de spelmodus schakelt zodra je de console aanzet. Voor wie de maximale prestaties uit een moderne spelcomputer wil halen, is HDMI 2.1 dus een logische en eigenlijk verplichte keuze.

Oké, maar wanneer werkt dit níet goed?

Voor de gemiddelde kijker is de meerwaarde van HDMI 2.1 nagenoeg nihil. Kijk je voornamelijk lineaire televisie (nieuws, talkshows), sportwedstrijden, films op Blu-ray of series via streamingdiensten als Disney+ en Videoland? Dan kom je nooit in de buurt van de bandbreedte die HDMI 2.0 niet meer aankan. Films en series worden vrijwel altijd gemaakt en uitgezonden in 24, 30 of maximaal 60 beelden per seconde. Een standaard HDMI 2.0-aansluiting kan 4K-beeld op 60 Hz fluitend aan, inclusief HDR (High Dynamic Range).

Ook voor bezitters van een oudere of minder krachtige spelcomputer, zoals de PlayStation 4, de Xbox One of de Nintendo Switch, voegt de nieuwe poort niets toe. Het signaal dat deze apparaten uitsturen is simpelweg niet zwaar genoeg om de bredere snelweg nodig te hebben. Je koopt in dat geval een Ferrari om er vervolgens alleen maar mee in een 30-kilometerzone te rijden. Je betaalt voor capaciteit die ongebruikt blijft, terwijl je dat geld wellicht beter had kunnen investeren in een tv met een beter contrast of hogere helderheid.

Dealbreakers

Er zijn specifieke situaties waarin het blindstaren op HDMI 2.1 je keuze onnodig beperkt of zelfs leidt tot een slechtere aankoop. Dit zijn de harde grenzen:

Je zoekt een televisie in het budgetsegment. In de lagere prijsklassen is de term HDMI 2.1 vaak misleidend. Fabrikanten mogen de term soms gebruiken omdat de tv één specifieke feature ondersteunt (zoals ALLM), terwijl het paneel zelf technisch helemaal geen 120 Hz kan weergeven. Je koopt dan een tv met een 2.1-sticker, maar zonder het daadwerkelijke voordeel van vloeiend beeld. In dit segment is beeldkwaliteit altijd belangrijker dan het versienummer van de poort.

Je wilt alleen beter geluid via een soundbar. Vaak wordt gedacht dat je voor de beste geluidsoverdracht (eARC) per se een volledige HDMI 2.1-tv nodig hebt. Hoewel eARC officieel onderdeel is van de 2.1-specificaties, hebben veel fabrikanten deze functie ook toegevoegd aan televisies die verder gewoon op HDMI 2.0 draaien. Als je doel puur het doorsturen van Dolby Atmos-geluid is, is een volledige HDMI 2.1-poort dus geen harde eis, zolang eARC maar specifiek wordt vermeld.

Je kijkt puur films en series. Als je geen gamer bent, is er geen enkel scenario waarin HDMI 2.1 je kijkervaring verbetert. Het sluit een heleboel uitstekende oudere of goedkopere modellen uit die misschien wel een veel mooier OLED- of QLED-paneel hebben, maar niet de nieuwste aansluitingen. Beeldkwaliteit (zwartwaarden, kleur) wint het voor de filmkijker altijd van bandbreedte.

©DC Studio

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om de juiste keuze te maken, moet je kritisch kijken naar wat er in je tv-meubel staat of komt te staan. De vuistregel is eenvoudig: ben jij iemand die elke frame telt in een online shooter en heb je de hardware om dat te genereren? Dan moet HDMI 2.1 bovenaan je wensenlijst staan; zonder die poort knijp je de prestaties van je dure console af en mis je de soepelheid waarvoor je betaald hebt.

Ben je daarentegen een filmliefhebber die geniet van de hoogste beeldkwaliteit in HDR, of kijk je vooral sport? Richt je dan op het contrast, de helderheid en de kleurweergave van het paneel. Een kwalitatief hoogwaardig paneel met een 'oudere' aansluiting geeft een indrukwekkender plaatje bij films dan een middelmatige tv die toevallig wél een 2.1-aansluiting heeft. Laat je niet gek maken door het idee van toekomstbestendigheid als de beloofde toekomst niet aansluit bij jouw kijkgedrag.

Dus...

HDMI 2.1 is essentieel voor gamers met een PS5, Xbox Series X of krachtige pc die willen spelen in 4K bij 120 Hz. Voor filmkijkers, serie-bingers en tv-kijkers biedt de standaard geen zichtbare beeldverbetering ten opzichte van HDMI 2.0. De extra bandbreedte is puur bedoeld voor zeer hoge framerates die videocontent niet gebruikt. Kies alleen voor HDMI 2.1 als je hardware hebt die deze snelheid daadwerkelijk kan benutten. In alle andere gevallen is de kwaliteit van het beeldscherm zelf veel belangrijker dan het type aansluiting.

▼ Volgende artikel
Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?
© Wildlight Entertainment
Huis

Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?

Op 26 januari kan de wereld aan de slag met Highguard. Het lijkt erop dat iedereen weet wat Highguard is, terwijl tegelijkertijd ook niemand precies weet wát Highguard nou precies is. In dit artikel zetten we dus uiteen wanneer je de game kunt spelen, en waarom deze titel van Wildlight Entertainment zoveel aandacht krijgt.

Releasedatrum van Highguard

Highguard is vanaf vandaag, 26 januari, rond 19:00 uur Nederlandse tijd beschikbaar op pc, PlayStation 5 en Xbox Series X en S. De exacte releasetijd is nog niet bekend, maar vermoedelijk zal de game rond die tijd op alle platforms beschikbaar worden.

Daarbij is het spel free-to-play, dus je hoeft niets te betalen om Highguard te spelen. Daarbij ondersteunt de game crossplay en cross-save, dus je kunt de game samen met vrienden op andere platforms spelen en je progressie op andere platforms meenemen. Het spel is niet te preloaden, maar vereist op pc in ieder geval 25 GB aan beschikbare opslagruimte.

Met de lancering van het spel zendt ontwikkelaar Wildlight Entertaiment om 19:00 uur Nederlandse tijd ook direct een zogenaamde Launch Showcase uit op YouTube - ook hieronder te bekijken. De studio belooft in deze showcase een ‘deepdive in de gameplay’ van Highguard te tonen, de contentplannen voor het eerste jaar uit de doeken te doen en nog ‘veel meer’. 

Watch on YouTube

Wat is Highguard?

Aan team-based PvP heroshooters als Overwatch is geen gebrek, maar Highguard lijkt zich bij die groep te scharen. Het spel wordt ontwikkeld door Wildlight Entertainment, dat weer bestaat uit oud-ontwikkelaars van onder andere Titanfall en Apex Legends. Mensen die dus meer dan prima shooters in elkaar hebben gedraaid, waardoor de interesse toch ietwat gewekt wordt. 

Ieder team in de game bestaat uit drie zogenaamde Wardens, waarvoor verschillende personages gekozen kunnen worden. In de trailer zien we bijvoorbeeld een ridderachtige personage, die met een speciale vaardigheid elektrische stokken rond kan gooien. Ook is er een groot ijsmonster dat schijnbaar muren kan laten verschijnen, een soort cowboy met beestachtige klauwen en een personage dat met messen kan gooien. Ook heeft ieder personage schijnbaar toegang tot geweren om het vijandelijke team mee te bevechten.

Het doel van een potje is namelijk het vinden van de ‘Shieldbreaker’, een soort groot zwaard waarmee je de basis van de tegenstanders open kan breken en uiteindelijk overnemen. Wanneer dit lukt is het potje gewonnen. In de context van de game krijgt jouw team op die manier de controle over het continent. 

©Wildlight Entertainment

Waarom is er zoveel om Highguard te doen?

Wildlight positioneert de game in hun marketing als een “nieuw soort shooter”, maar veel spelers zijn op basis van de trailer nog niet overtuigd. Highguard doet qua opzet van de potjes wel een paar dingen anders dan hero-shooters als Overwatch en Marvel Rivals, maar zoals Concord in 2024 liet zien is de huidige markt voor dit subgenre binnen shooters redelijk verzadigd. Velen zijn simpelweg nog niet overtuigd dat Highguard daadwerkelijk iets vernieuwends met zich mee weet te brengen.

Dit valt ook te verwijten aan een opvallend gebrek aan marketing van de game. Zo’n anderhalve maand voor release hoorden we voor het eerst van Highguard, toen de trailer werd getoond als afsluiter van The Game Awards. Normaliter is de laatste aankondiging van die show een van de hoogtepunten, maar Highguard wist mensen niet te enthousiasmeren. 

De gesprekken rondom Highguard werden echter nog vreemder, toen opviel dat Wildlight geruime tijd niets meer plaatste op sociale media over de game. Na de initiële aankondiging van de game werd er wekenlang niets meer geplaatst op het X-account van Highguard, tot drie dagen voor launch - toen het bedrijf een countdown startte. Ook dit maakte het lastig om enthousiast te worden voor Highguard. 

©Wildlight Entertainment

In de afgelopen dagen doken er berichten en geruchten op die stelden dat Geoff Keighley - de presentator en oprichter van The Game Awards - Highguard specifiek had uitgekozen als afsluiter van The Game Awards, omdat hij hier wel iets in zag. Op 25 januari plaatste Keighley een gif op X, waarin John Hammond uit Jurassic Park zegt: “Over 48 uur accepteer ik jullie verontschuldigingen”. 

Natuurlijk gunnen we iedere game waar tijd en passie in heeft gezeten het beste, maar het is ook niet te ontkennen dat het verhaal rondom Highguard op zijn minst frappant te noemen is. Nou ja, vanaf 19:00 uur kunnen we het spel zelf onder handen nemen. Verwacht daarom binnenkort impressies op onze socials en ID.nl.