ID.nl logo
Review Volkswagen ID.3: Zo had hij vanaf het begin moeten zijn
© Igor Stuifzand
Mobiliteit

Review Volkswagen ID.3: Zo had hij vanaf het begin moeten zijn

Volkswagen heeft de elektrische ID.3 opgewaardeerd naar een kwaliteitsniveau dat meer dan behoorlijk is. Dat kon de auto goed gebruiken. Maar niet alle kritische puntjes zijn verholpen, zo blijkt tijdens een uitgebreide test met de vernieuwde ID.3.

Rampzalig
Conclusie

Volkswagen was er met de ID.3 vroeg bij op de EV-markt. Misschien wel iets te vroeg, want de auto was niet zonder fouten. Maar de Duitsers hebben zich alle kritiek aangetrokken, vooral op het gebied van kwaliteitsbeleving en ‘look and feel’ zijn belangrijke verbeteringen doorgevoerd. Waarmee de ID.3 echter nog niet de beste leerling van de klas is geworden. Er moet snel een software-update komen voor de adaptieve cruise control, terwijl er ook op het gebied van bedieningsgemak nog altijd winst te boeken is. De ID.3 doet eigenlijk heel weinig verkeerd, maar er zijn inmiddels enkele ijzersterke concurrenten die weinig moeite hoeven doen om de Volkswagen-klant in verleiding te brengen. En dan hebben we het niet alleen over de prijsbrekers uit China.

Plus- en minpunten
  • Geslaagde upgrade van interieur
  • Veel ruimte voor de passagiers
  • Energiezuinige en krachtige aandrijflijn
  • Comfortabele reisauto met rijke uitrusting
  • 7 jaar gratis onderhoud
  • Adaptieve cruise control vertraagt/versnelt uit zichzelf
  • Montage van trekhaak niet mogelijk
  • Haptische stuurknoppen zijn te onnauwkeurig
  • Je moet alles via het centrale scherm bedienen
  • Inclusief SEPP-aanschafsubsidie nog steeds relatief duur

In deze review van de Volkswagen ID.3 komen de volgende onderwerpen aan bod: - Eerst even een rondje om de Volkswagen ID.3 - Is de Volkswagen ID.3 een praktische auto? - Wat kost de VW ID.3 en wat heeft de auto voor die prijs allemaal te bieden? - Wat zijn de concurrenten van de Volkswagen ID.3? - De accutechniek en aandrijflijn van de ID.3 onder de loep - Hoe presteert de VW ID.3 op onze standaard verbruiksronde? - En hoe bevalt de Volkswagen ID.3 in de praktijk?

©Igor Stuifzand | ID.nl

Bij een tussentijdse facelift horen nieuwe kleuren en nieuwe wielen.

Eerst even een rondje om de Volkswagen ID.3

De Volkswagen ID.3 is vernieuwd. Niet ingrijpend, slechts in detail. Je herkent de opgefriste versie aan de gladdere voorbumper. Op de buitenste hoeken van de bumper zijn sleuven verwerkt die zogenaamde ‘air curtains’ rond de voorwielen creëren. Daardoor ontstaat minder turbulentie in de wielkuipen. Dat is goed voor de stroomlijn en dus voor het stroomverbruik, zo luidt de theorie. Verder wordt de grote zwarte plak plaatwerk voor de voorruit nu in kleur gespoten, waardoor de auto een wat volwassener uitstraling heeft gekregen. Onze testauto gaat gehuld in de nieuwe lakkleur Dark Olivine Green en staat op 20-inch lichtmetaal, in plaats van standaard 18 inch.

©Igor Stuifzand | ID.nl

Het interieur is er dankzij nieuwe, zachtere materialen zienderogen op vooruit gegaan.

Deze tussentijdse update van de ID.3 betekent vooral een upgrade voor het interieur. Toen de auto in 2020 werd onthuld, kreeg Volkswagen veel kritiek te verduren over de kwaliteitsbeleving. De toegepaste plastics oogden goedkoop en VW onwaardig. De kritiek was niet tegen dovemansoren: de voor de ledematen oncomfortabel harde plastics hebben plaatsgemaakt voor materialen met een zachte(re) oppervlakte. Niet alleen voor de vingertoppen en ellenbogen een hele verbetering, maar ook voor de ogen. Het centrale aanraakscherm heeft nu standaard een diameter van 30,5 centimeter, in plaats van een priegelige 25,4 cm. Als vanouds moet je op het scherm zijn om alle functies te bedienen, want los van een strookje onder het scherm met de ‘sliders’ voor de temperatuurregeling en het volume is nergens een knop te bekennen. Anders nog iets veranderd? Niets ingrijpends.

©Igor Stuifzand | ID.nl

De achterbank van de ID.3 biedt ruim plaats aan twee of drie volwassenen.

Is de Volkswagen ID.3 een praktische auto?

De ID.3 is prima geschikt als gezinsauto, want zowel voorin als achterin heb je veel ruimte. In de kofferbak past 385 liter bagage. Daar zet de Renault Megane Electric, als een van de belangrijkste ID.3-concurrenten, 440 liter tegenover. Dat verschil is terug te voeren op de plaatsing van de elektromotor. Volkswagen heeft bij het modulaire MEB-platform waarop de ID.3 gebaseerd is voor achterwielaandrijving gekozen, voor de motor moest dus laadvolume worden opgeofferd. Onder de vloerplaat van de kofferbak is ruimte voor kleine spulletjes die je liever aan het zicht onttrekt – of voor de laadkabel. Een zogenaamde ‘frunk’, oftewel een extra bagageruimte voorin, heeft de Volkswagen ID.3 niet.

©Igor Stuifzand | ID.nl

Doordat de elektromotor achterin ligt, komt de laadvloer vrij hoog te liggen. Er kan 385 liter bagage achterin.

De testauto heeft een kentekengewicht van 1.715 kilo. Daarmee is hij naar EV-maatstaven beslist niet bovengemiddeld zwaar, maar er zijn elektrische auto’s van vergelijkbaar formaat en met een vergelijkbaar batterijpakket, die minder wegen. Zoals de Renault Megane Electric (1.599 kilo) en de MG 4 Electric (1.660 kilo). Deze modellen zijn tevens geschikt voor het trekken van een 500 kilo wegende aanhangwagen. Onder de Volkswagen ID.3 kan helemaal geen trekhaak worden gemonteerd. Voor veel (kamperende) Nederlanders die op zoek zijn naar een geschikte elektrische auto is dat toch een breekpunt.

©Igor Stuifzand | ID.nl

De vernieuwde ID.3 is herkenbaar aan de luchtsleuven op de hoeken van de voorbumper en de geheel in kleur gespoten voorklep.

Wat kost de VW ID.3 en wat heeft de auto voor die prijs allemaal te bieden?

Een koopje is de Volkswagen ID.3 nooit geweest en daaraan is bij deze vernieuwde versie niets veranderd. Voor de ID.3 heeft Volkswagen twee batterijformaten in de aanbieding: 58 kWh of 77 kWh (nettowaarden). De elektromotor levert altijd een vermogen van 204 pk. De ID.3 met de kleinste batterij is verkrijgbaar als Pro en Pro Business. Voor de 77 kWh-versie heeft Volkswagen de sportievere uitvoeringen Pro S en Pro S Business in het leven geroepen.

©Igor Stuifzand | ID.nl

Prettige comfortstoelen in de Pro en Pro Business, de S-versie heeft standaard sportstoelen.

De basisversie Pro (58 kWh) biedt al een behoorlijk uitgebreide standaarduitrusting. Dat mag ook wel, want de auto heeft een basisprijs van 42.690 euro. Zaken als led-koplampen, automatische airco, een multimediasysteem met draadloze smartphone-integratie (navigeren doe je via Apple CarPlay of Android Auto), adaptieve cruise control, parkeersensoren rondom en Lane Assist zijn bij de prijs inbegrepen. Als tegenprestatie voor de relatief hoge prijs van de ID.3 biedt Volkswagen de mogelijkheid om de auto 7 jaar gratis te laten onderhouden. Goeie deal! De tarieven voor private lease via de VW-organisatie beginnen bij 699 euro per maand.

©Igor Stuifzand | ID.nl

Geïntegreerde navigatie op de Business-uitvoeringen berekent een optimaal laadmoment op de route.

De Pro Business (58 kWh) is 2.300 euro duurder. Een zeer acceptabele meerprijs, want je krijgt 18-inch lichtmetaal (de Pro staat op staal), een achteruitrijcamera, matrix led-koplampen, stoelverwarming, geïntegreerde navigatie, telefoonvoorbereiding, pro-actieve inzittendenbescherming (waarmee bij een dreigend ongeval de gordels worden aangespannen en de ramen sluiten), automatische parkeerhulp en keyless access met verlichte portiergrepen. Met een prijs van 44.990 euro komt de ID.3 Pro Business nog steeds in aanmerking voor 2.950 euro SEPP-aanschafsubsidie.

©Igor Stuifzand | ID.nl

Ook standaard op de ID.3 Business-uitvoeringen: matrix led-koplampen.

Beide uitvoeringen met 77 kWh-batterij zijn te duur voor SEPP. Belangrijkste verschil tussen de Pro S (47.990 euro) en de Pro zijn de 19-inch lichtmetalen wielen en de sportstoelen met elektrische verstelling. Achterin is plaats voor twee personen in plaats van drie. Alle extra’s die we hierboven opsomden voor de Pro Business zitten ook op de Pro Business S. Doordat deze versie op dezelfde 19-inch wielen staat als de Pro S is de meerprijs iets lager: 2.000 euro.

©Igor Stuifzand | ID.nl

Voortaan geven de extensies van de achterlichten op het kofferdeksel van de ID.3 ook licht.

Wat zijn de concurrenten van de Volkswagen ID.3?

De Volkswagen ID.3 opereert in een prijscategorie waar veel aanbod is. Belangrijkste concurrenten zijn de Renault Mégane Electric en de Cupra Born, die met vergelijkbare batterijpakketten voor vergelijkbare prijzen worden aangeboden. Ook de veel goedkopere MG 4 Electric kan als concurrent worden bestempeld, want die auto komt qua formaat heel dicht in de buurt van de ID.3. De elektrische versies van de Opel Astra en Peugeot 308 beschikken over minder motorvermogen, maar kunnen wel als stationwagon worden besteld. En laten we de nieuwe BYD Dolphin niet vergeten, die met een identiek motorvermogen van 204 pk en een iets grotere batterijcapaciteit voor 6.200 euro minder in de prijslijst staat.

©Igor Stuifzand | ID.nl

De testauto staat op 20-inch wielen met brede banden, die voor een iets hoger stroomverbruik zorgen.

De accutechniek en aandrijflijn van de ID.3 onder de loep

Volkswagen zag bij de facelift van de ID.3 geen noodzaak om iets aan de batterij- of aandrijftechniek te veranderen. Zoals gezegd: de achterin geplaatste elektromotor levert een vermogen van 204 en put zijn stroom uit een batterij van 58 of 77 kWh (netto). Wel heeft Volkswagen gesleuteld aan het laadsysteem. Voor de 58 kWh-versie bleef het snellaadvermogen (gelijkstroom, DC) onveranderd: 120 kW. De versie met 77 kWh-batterij kan nu snelladen met een piekvermogen van 170 kW. Opladen van 5 naar 80 procent stroomreserve gaat in 30 minuten, de 58 kWh-versie heeft daarvoor 5 minuten meer nodig. Via de publieke laadpaal of een wallbox met wisselstroom (AC) opladen gaat als vanouds met een maximum kracht van 11 kW. De Renault Megane Electric zet hier standaard 22 kW tegenover.

©Igor Stuifzand | ID.nl

Met de 58 kWh-accu bereikt de ID.3 een hoogste laadkracht van 120 kW. De versie met 77 kWh-batterij haalt 170 kW.

Hoe presteert de VW ID.3 op onze standaard verbruiksronde?

We hebben de kaart erbij gepakt en een testroute uitgestippeld van 170 kilometer, waarop we voor een goede verbruiksindicatie voortaan elke elektrische testauto zullen meten. De route leidt door de stad met veel verkeer en verkeerslichten, via provinciale en secundaire wegen en over enkele snelwegtrajecten, waar we de cruise control zowel op 100 km/h als op 130 km/h vastzetten. We rijden onze verbruiksronde na de avondspits, zodat we bij 130 km/h geen snelheidsovertredingen riskeren en geen last hebben van druk (vracht)verkeer. Invloed op het weer hebben we niet; auto’s die we in het najaar of in de winter rijden, zullen een hoger stroomverbruik noteren dan auto’s die in de lente en de zomer aan bod komen. Belangrijkste verbruiksfactor bij een EV is de rijstijl van de bestuurder. We houden ons bij overal aan de snelheid en maken van de test geen race of recordpoging 'zuinig rijden'. We zetten de airco op 21 graden en schakelen (indien aanwezig) het regeneratief remmen in.

Met de Volkswagen ID.3 legden we onze standaard verbruiksronde af op een licht bewolkte, vrijwel windstille avond, bij een temperatuur van 23 graden. Voor de ID.3 Pro Business met 58 kWh-batterij geeft Volkswagen zelf een gemiddeld energieverbruik op van 15,2 tot 15,5 kWh op 100 kilometer. Het verschil tussen beide waarden wordt onder meer veroorzaakt door de breedte van de banden. Onze test-ID.3 stond op Continentals EcoContact 6 in de maatvoering 215/45 R 20. Volgens de kentekengegevens van de RDW heeft de testauto een genormeerd WLTP-verbruik van 15,4 kWh/100 km. Geholpen door de gunstige weersomstandigheden, waarbij de batterij nauwelijks extra energie verbruikt om op bedrijfstemperatuur te blijven en de airco amper hoeft te werken, noteerden wij tijdens onze testronde van 170 kilometer een verbruik van 15,2 kWh/100 km. Op een volle batterij zou daarmee een actieradius van 382 kilometer haalbaar zijn. Volkswagen geeft zelf een range op van 421 tot 429 kilometer.

©Igor Stuifzand | ID.nl

En hoe bevalt de Volkswagen ID.3 in de praktijk?

Door goed te luisteren naar de kritiek van de klant, heeft Volkswagen een aantal pijnpunten bij de ID.3 verholpen. Maar dat wil niet zeggen dat de auto nu foutloos is. Tijdens de testweek leverde de adaptieve cruise control grote ergernis op. Het systeem stemt de snelheid van de auto af op de verkeersborden naast de weg, maar doet dat geheel op eigen initiatief. De elektronica interpreteerde de toegestane snelheid echter diverse keren volledig fout. Zo ging de testauto een keer uit zichzelf in de remmen nadat de camera een 80 km/h-bord had gezien. Dat bord stond echter op een parallelweg, en niet op de hoofdrijbaan van de snelweg waar op dat moment 100 km/h toegestaan was.

©Igor Stuifzand | ID.nl

Volop veiligheids- en rijhulpsystemen in de ID.3. De adaptieve cruise control past de snelheid aan op basis van verkeersborden die hij meent te zien ...

Het tegenovergesteld maakten we mee bij wegwerkzaamheden: op mobiele matrixborden stond 70 km/h, de cruise control meende echter dat 130 km/h was toegestaan, zodat de auto spontaan begon te accelereren. Het is trouwens niet de eerste keer dat we zoiets meemaken in een Volkswagen. Wij zijn van mening dat beslissingen over de snelheid bij de bestuurder moeten liggen, en niet bij de computer! Die hoort alleen in te grijpen als er een noodsituatie dreigt, of als de bestuurder de controle over de auto dreigt te verliezen.

©Igor Stuifzand | ID.nl

Voortaan is een 30,5 cm multimediascherm standaard. Alle functies worden bediend via het multimediasysteem.

Een ander punt van kritiek bij de ID.3 was de bediening van het multimediasysteem. Alles gaat via het touchscreen, het systeem kent geen fysieke knoppen. De airco en het audiovolume bedien je door je vinger door een gootje te laten glijden. Niet ideaal, die 'sliders'. Nu is de interface ook weer niet zo ingewikkeld ingericht dat je verstrikt raakt in alle aftakkingen van de software. We hebben meer moeite met de aanraakgevoelige oppervlakken in de spaken van de sturen, waarmee de cruise control en audio wordt bediend en waarmee je door het digitale instrumentarium scrolt. Regelmatig doen de haptische oppervlakken meer dingen dan je wenst, of leveren ze helemaal niets.

©Igor Stuifzand | ID.nl

Volkswagen heeft niets veranderd aan de aanraakgevoelige, haptische contactoppervlakken op de stuurspaken van de ID.3.

Volkswagen is dus nog niet klaar met de ID.3. Die trouwens wel erg prettig rijdt. De stoelen zitten fijn, de auto heeft een lichte en nauwkeurig besturing, rijgeluiden blijven binnen de perken (je hoort de brede banden in de verte over het asfalt rollen) en het onderstel biedt een prettige mix van veercomfort en stevigheid. Waarbij we wel moeten aantekenen dat de auto op een slecht wegdek of op kinderkopjes flink door elkaar wordt geschud. Een consequentie van schokdempers die op het zware batterijpakket in de vloer berekend zijn.

©Igor Stuifzand

Nog een paar punten van kritiek, maar door de bank genomen is de Volkswagen ID.3 een erg prettige auto voor dagelijks gebruik.

Ontdek jouw perfecte elektrische auto

Vergelijk en vind de beste deals op Kieskeurig.nl

Heb je een laadpaal nodig voor je elektrische auto? 👇

Vraag een offerte aan voor laadpalen:

▼ Volgende artikel
Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?
© Dennis
Huis

Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?

HDMI 2.1 is de nieuwste standaard voor beeldoverdracht, maar lang niet iedereen heeft de extra bandbreedte ook écht nodig. Vooral voor gamers met een PlayStation 5, Xbox Series X of krachtige pc is het relevant. Kijk je alleen films of televisie? Dan volstaat de oudere aansluiting vaak prima. Wij leggen uit waar de grens ligt.

Als je momenteel op zoek bent naar een nieuwe televisie of monitor vlíegen de technische termen je om de oren. HDMI 2.1 wordt door fabrikanten en winkels vaak gepresenteerd als een absolute noodzaak voor een scherm dat klaar is voor de toekomst. Hierdoor ontstaat de angst dat je een miskoop doet als je kiest voor een model met de oudere HDMI 2.0-standaard. Toch is dat in veel Nederlandse huiskamers een misvatting, want de voordelen zijn nogal specifiek. Veel consumenten betalen onnodig extra voor een functie die ze technisch gezien nooit zullen activeren. Na het lezen van dit artikel weet je precies of jij die snelle poort nodig hebt, of dat je dat budget beter aan een groter scherm of beter geluid kunt besteden.

De kern van het probleem: bandbreedte

Het fundamentele verschil tussen de gangbare HDMI 2.0-standaard en de nieuwere 2.1-versie zit 'm in de digitale snelweg die ze bieden. Je kunt het zien als een waterleiding: door een 2.1-kabel kan veel meer water (of dus data) tegelijk worden gepompt (48 Gbit/s in dit geval) dan door de oudere 2.0-variant (die 'maar' 18 Gbit/s kan verwerken). Die extra ruimte is nodig voor 4K-beelden met een zeer hoge verversingssnelheid (120 beelden per seconde) of voor extreem hoge resoluties zoals 8K.

Een hardnekkige mythe is dat HDMI 2.1 het beeld altijd mooier maakt. Dat is onjuist. Als je naar een Netflix-serie kijkt in 4K, ziet dat er via een 2.0-poort exact hetzelfde uit als via een 2.1-poort. De kabel verandert niets aan de kleuren, de scherpte of het contrast; hij zorgt er alleen voor dat het signaal 'erdoor' past. Pas als er een file op de kabel ontstaat (omdat je te veel beelden per seconde wilt versturen) wordt de nieuwe standaard noodzakelijk. Zolang je dataverbruik onder de limiet van HDMI 2.0 blijft, voegt versie 2.1 niets toe aan de beeldkwaliteit.

Wanneer werkt dit wél goed?

HDMI 2.1 komt pas echt tot zijn recht als je de grenzen van beweging en snelheid opzoekt. Dat is vrijwel exclusief het domein van de fanatieke gamer. Heb je een PlayStation 5 of Xbox Series X in huis en wil je games spelen in de hoogste 4K-resolutie met 120 beelden per seconde (120 Hz)? Dan is een HDMI 2.1-aansluiting op je tv onmisbaar. Zonder deze poort blijft je console steken op 60 beelden per seconde, wat minder vloeiend oogt bij snelle shooters of racegames.

Ook pc-gamers met een zware, moderne videokaart (zoals de NVIDIA RTX 40- of 50-serie) profiteren hiervan als ze hun pc op de tv aansluiten. Naast de snelheid biedt de 2.1-standaard ondersteuning voor Variable Refresh Rate (VRR). Dat zorgt ervoor dat de televisie zijn verversingssnelheid continu aanpast aan de spelcomputer, wat haperingen en 'tearing' (waarbij het beeld in tweeën lijkt te breken) voorkomt. Daarnaast is er Auto Low Latency Mode (ALLM), een signaal waardoor je tv automatisch naar de spelmodus schakelt zodra je de console aanzet. Voor wie de maximale prestaties uit een moderne spelcomputer wil halen, is HDMI 2.1 dus een logische en eigenlijk verplichte keuze.

Oké, maar wanneer werkt dit níet goed?

Voor de gemiddelde kijker is de meerwaarde van HDMI 2.1 nagenoeg nihil. Kijk je voornamelijk lineaire televisie (nieuws, talkshows), sportwedstrijden, films op Blu-ray of series via streamingdiensten als Disney+ en Videoland? Dan kom je nooit in de buurt van de bandbreedte die HDMI 2.0 niet meer aankan. Films en series worden vrijwel altijd gemaakt en uitgezonden in 24, 30 of maximaal 60 beelden per seconde. Een standaard HDMI 2.0-aansluiting kan 4K-beeld op 60 Hz fluitend aan, inclusief HDR (High Dynamic Range).

Ook voor bezitters van een oudere of minder krachtige spelcomputer, zoals de PlayStation 4, de Xbox One of de Nintendo Switch, voegt de nieuwe poort niets toe. Het signaal dat deze apparaten uitsturen is simpelweg niet zwaar genoeg om de bredere snelweg nodig te hebben. Je koopt in dat geval een Ferrari om er vervolgens alleen maar mee in een 30-kilometerzone te rijden. Je betaalt voor capaciteit die ongebruikt blijft, terwijl je dat geld wellicht beter had kunnen investeren in een tv met een beter contrast of hogere helderheid.

Dealbreakers

Er zijn specifieke situaties waarin het blindstaren op HDMI 2.1 je keuze onnodig beperkt of zelfs leidt tot een slechtere aankoop. Dit zijn de harde grenzen:

Je zoekt een televisie in het budgetsegment. In de lagere prijsklassen is de term HDMI 2.1 vaak misleidend. Fabrikanten mogen de term soms gebruiken omdat de tv één specifieke feature ondersteunt (zoals ALLM), terwijl het paneel zelf technisch helemaal geen 120 Hz kan weergeven. Je koopt dan een tv met een 2.1-sticker, maar zonder het daadwerkelijke voordeel van vloeiend beeld. In dit segment is beeldkwaliteit altijd belangrijker dan het versienummer van de poort.

Je wilt alleen beter geluid via een soundbar. Vaak wordt gedacht dat je voor de beste geluidsoverdracht (eARC) per se een volledige HDMI 2.1-tv nodig hebt. Hoewel eARC officieel onderdeel is van de 2.1-specificaties, hebben veel fabrikanten deze functie ook toegevoegd aan televisies die verder gewoon op HDMI 2.0 draaien. Als je doel puur het doorsturen van Dolby Atmos-geluid is, is een volledige HDMI 2.1-poort dus geen harde eis, zolang eARC maar specifiek wordt vermeld.

Je kijkt puur films en series. Als je geen gamer bent, is er geen enkel scenario waarin HDMI 2.1 je kijkervaring verbetert. Het sluit een heleboel uitstekende oudere of goedkopere modellen uit die misschien wel een veel mooier OLED- of QLED-paneel hebben, maar niet de nieuwste aansluitingen. Beeldkwaliteit (zwartwaarden, kleur) wint het voor de filmkijker altijd van bandbreedte.

©DC Studio

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om de juiste keuze te maken, moet je kritisch kijken naar wat er in je tv-meubel staat of komt te staan. De vuistregel is eenvoudig: ben jij iemand die elke frame telt in een online shooter en heb je de hardware om dat te genereren? Dan moet HDMI 2.1 bovenaan je wensenlijst staan; zonder die poort knijp je de prestaties van je dure console af en mis je de soepelheid waarvoor je betaald hebt.

Ben je daarentegen een filmliefhebber die geniet van de hoogste beeldkwaliteit in HDR, of kijk je vooral sport? Richt je dan op het contrast, de helderheid en de kleurweergave van het paneel. Een kwalitatief hoogwaardig paneel met een 'oudere' aansluiting geeft een indrukwekkender plaatje bij films dan een middelmatige tv die toevallig wél een 2.1-aansluiting heeft. Laat je niet gek maken door het idee van toekomstbestendigheid als de beloofde toekomst niet aansluit bij jouw kijkgedrag.

Dus...

HDMI 2.1 is essentieel voor gamers met een PS5, Xbox Series X of krachtige pc die willen spelen in 4K bij 120 Hz. Voor filmkijkers, serie-bingers en tv-kijkers biedt de standaard geen zichtbare beeldverbetering ten opzichte van HDMI 2.0. De extra bandbreedte is puur bedoeld voor zeer hoge framerates die videocontent niet gebruikt. Kies alleen voor HDMI 2.1 als je hardware hebt die deze snelheid daadwerkelijk kan benutten. In alle andere gevallen is de kwaliteit van het beeldscherm zelf veel belangrijker dan het type aansluiting.

▼ Volgende artikel
Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?
© Wildlight Entertainment
Huis

Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?

Op 26 januari kan de wereld aan de slag met Highguard. Het lijkt erop dat iedereen weet wat Highguard is, terwijl tegelijkertijd ook niemand precies weet wát Highguard nou precies is. In dit artikel zetten we dus uiteen wanneer je de game kunt spelen, en waarom deze titel van Wildlight Entertainment zoveel aandacht krijgt.

Releasedatrum van Highguard

Highguard is vanaf vandaag, 26 januari, rond 19:00 uur Nederlandse tijd beschikbaar op pc, PlayStation 5 en Xbox Series X en S. De exacte releasetijd is nog niet bekend, maar vermoedelijk zal de game rond die tijd op alle platforms beschikbaar worden.

Daarbij is het spel free-to-play, dus je hoeft niets te betalen om Highguard te spelen. Daarbij ondersteunt de game crossplay en cross-save, dus je kunt de game samen met vrienden op andere platforms spelen en je progressie op andere platforms meenemen. Het spel is niet te preloaden, maar vereist op pc in ieder geval 25 GB aan beschikbare opslagruimte.

Met de lancering van het spel zendt ontwikkelaar Wildlight Entertaiment om 19:00 uur Nederlandse tijd ook direct een zogenaamde Launch Showcase uit op YouTube - ook hieronder te bekijken. De studio belooft in deze showcase een ‘deepdive in de gameplay’ van Highguard te tonen, de contentplannen voor het eerste jaar uit de doeken te doen en nog ‘veel meer’. 

Watch on YouTube

Wat is Highguard?

Aan team-based PvP heroshooters als Overwatch is geen gebrek, maar Highguard lijkt zich bij die groep te scharen. Het spel wordt ontwikkeld door Wildlight Entertainment, dat weer bestaat uit oud-ontwikkelaars van onder andere Titanfall en Apex Legends. Mensen die dus meer dan prima shooters in elkaar hebben gedraaid, waardoor de interesse toch ietwat gewekt wordt. 

Ieder team in de game bestaat uit drie zogenaamde Wardens, waarvoor verschillende personages gekozen kunnen worden. In de trailer zien we bijvoorbeeld een ridderachtige personage, die met een speciale vaardigheid elektrische stokken rond kan gooien. Ook is er een groot ijsmonster dat schijnbaar muren kan laten verschijnen, een soort cowboy met beestachtige klauwen en een personage dat met messen kan gooien. Ook heeft ieder personage schijnbaar toegang tot geweren om het vijandelijke team mee te bevechten.

Het doel van een potje is namelijk het vinden van de ‘Shieldbreaker’, een soort groot zwaard waarmee je de basis van de tegenstanders open kan breken en uiteindelijk overnemen. Wanneer dit lukt is het potje gewonnen. In de context van de game krijgt jouw team op die manier de controle over het continent. 

©Wildlight Entertainment

Waarom is er zoveel om Highguard te doen?

Wildlight positioneert de game in hun marketing als een “nieuw soort shooter”, maar veel spelers zijn op basis van de trailer nog niet overtuigd. Highguard doet qua opzet van de potjes wel een paar dingen anders dan hero-shooters als Overwatch en Marvel Rivals, maar zoals Concord in 2024 liet zien is de huidige markt voor dit subgenre binnen shooters redelijk verzadigd. Velen zijn simpelweg nog niet overtuigd dat Highguard daadwerkelijk iets vernieuwends met zich mee weet te brengen.

Dit valt ook te verwijten aan een opvallend gebrek aan marketing van de game. Zo’n anderhalve maand voor release hoorden we voor het eerst van Highguard, toen de trailer werd getoond als afsluiter van The Game Awards. Normaliter is de laatste aankondiging van die show een van de hoogtepunten, maar Highguard wist mensen niet te enthousiasmeren. 

De gesprekken rondom Highguard werden echter nog vreemder, toen opviel dat Wildlight geruime tijd niets meer plaatste op sociale media over de game. Na de initiële aankondiging van de game werd er wekenlang niets meer geplaatst op het X-account van Highguard, tot drie dagen voor launch - toen het bedrijf een countdown startte. Ook dit maakte het lastig om enthousiast te worden voor Highguard. 

©Wildlight Entertainment

In de afgelopen dagen doken er berichten en geruchten op die stelden dat Geoff Keighley - de presentator en oprichter van The Game Awards - Highguard specifiek had uitgekozen als afsluiter van The Game Awards, omdat hij hier wel iets in zag. Op 25 januari plaatste Keighley een gif op X, waarin John Hammond uit Jurassic Park zegt: “Over 48 uur accepteer ik jullie verontschuldigingen”. 

Natuurlijk gunnen we iedere game waar tijd en passie in heeft gezeten het beste, maar het is ook niet te ontkennen dat het verhaal rondom Highguard op zijn minst frappant te noemen is. Nou ja, vanaf 19:00 uur kunnen we het spel zelf onder handen nemen. Verwacht daarom binnenkort impressies op onze socials en ID.nl.