ID.nl logo
Je tablet weet wat er in je koelkast staat
© Reshift Digital
Huis

Je tablet weet wat er in je koelkast staat

Er zijn vele toepassingen voor je oude (of goedkope nieuwe) tablet. Zo hebben we je eerder laten zien hoe je je tablet in kunt stellen als audiohub, maar er zijn nog veel meer leuke toepassingen. Want wist je dat je je tablet ook heel goed kunt gebruiken om de inhoud van je koelkast én de aanschaf van je boodschappen een stuk efficiënter te maken?

We verspillen wereldwijd, en dus ook in Nederland, heel veel geld aan etenswaren die we niet nodig hebben. Als gevolg daarvan verspillen we ook nog eens heel veel etenswaren die niet eens geconsumeerd worden. Ongelooflijk zonde. Gelukkig biedt de huidige technologie uitkomst, in de vorm van een tablet. Of het nu gaat om een oude gebruikte tablet of een supergoedkoop nieuw exemplaar, dat maakt voor dit doel, koelkastmanager, niet uit.

01 Appie

Slim koelkastbeheer begint natuurlijk met het doen van de boodschappen. Steeds meer supermarkten stellen je in staat om boodschappen online te bestellen en wat ons betreft is dat een uitkomst. Vooral wanneer je dat kunt doen aan de hand van een app, bijvoorbeeld Appie. Je kunt dan je boodschappenlijstje samenstellen terwijl je door je huis loopt om te zien of je bepaalde dingen nog wel in huis hebt en/of houdbaar zijn. Kortom, je opent je koelkast, kijkt wat er ontbreekt, en voegt die dingen toe aan je boodschappenlijstje. Andersom werkt het natuurlijk net zo efficiënt: je opent de app, kijkt wat er deze week in de aanbieding is, en opent de koelkast om te zien of je die producten nodig hebt of dat je er misschien al voldoende van in huis hebt waardoor er meer van kopen betekent dat de helft al is bedorven voordat je het hebt geconsumeerd. Het beste onderdeel van Appie is dat de app ook synchroniseert met je andere apparaten. Dus wanneer je je lijstje invult op de tablet op je koelkast (die uiteraard ook prima op/in je voorraadkast kan hangen), kun je probleemloos met enkel je smartphone naar de winkel om de boodschappen te halen. De app heeft overigens ook een ingebouwde boodschappenscanner voor in de winkel zelf, en dat maakt het verhaal voor ons helemaal af.

©PXimport

02 NoWaste

Het zal je ongetwijfeld zijn overkomen: je hebt een koelkast vol met lekkere producten, maar op het moment dat je de braadworsten pakt, ontdek je dat deze niet goed meer zijn, terwijl de kipfilet die je gisteren at nog minstens een halve week goed zou zijn. Het is heel begrijpelijk dat je het nuttigen van je boodschappen niet verwerkt hebt in een waterdichte strategie, maar het kán wel, en het is nog heel eenvoudig ook. De app die je daarvoor kunt installeren is NoWaste (deze app is helaas alleen beschikbaar voor iOS en is Engelstalig). Het principe is heel simpel: wanneer je iets in je koelkast (of voorraadkast) plaatst, vertel je de app wat je er precies in legt en hoe lang het houdbaar is. Dit kunnen zowel nieuwe producten zijn als restjes van maaltijden die je nog wilt bewaren. Vervolgens laat de app je weten welke producten op het punt staan te bederven, zodat je ze op tijd kunt gebruiken in een maaltijd. Dat klinkt natuurlijk als een flink karwei, en aanvankelijk is dat ook zo. De app heeft echter een ingebouwde streepjescodescanner, waardoor het in principe alleen de eerste keer flink wat tijd kost, daarna scan je simpelweg je producten voor je ze in de (koel)kast zet en ken je er een datum aan toe. Voor Android is Kitchen Inventory een vergelijkbaar alternatief, al is deze app een stuk minder stabiel dan NoWaste.

©PXimport

Tablet bevestigen

Je tablet kun je eenvoudig aan de muur kunt bevestigen met behulp van onder andere 3M Command Strips. Aangezien dit artikel draait om je koelkast en je daar waarschijnlijk heel zuinig op bent, kunnen we ons voorstellen dat je daar geen strips op wilt plakken. Heb je een inbouwkoelkast met een houten deur ervoor, dan kunnen die strips overigens prima, maar heeft je koelkast een metalen deur, dan zijn magneten je beste vriend. Bij Xenos vind je bijvoorbeeld voor slechts tien euro een magnetische houder waar je je tablet in kunt zetten. Niet klemvast, maar het kan dan ook juist handig zijn om je tablet even te kunnen pakken. Zoek je wel een klemvaste oplossing, dan heeft Belkin houders die je op de koelkast kunt bevestigen, maar die maak je, ironisch genoeg, vast met de meegeleverde 3M Command Strips.

©PXimport

03 Epicurious

Weten welke producten je in je koelkast hebt die op korte termijn zullen bederven, wil natuurlijk niet zeggen dat je ook direct weet wat je met die producten moet doen. Precies om die reden raden we je aan om Epicurious te installeren, een gratis app voor zowel Android als iOS. Met Epicurious kun je door een gigantische hoeveelheid recepten bladeren. Er zijn veel meer apps die dat doen, maar het unieke aan deze app is dat je kunt aanvinken welke ingrediënten je in huis hebt. Je kijkt dus even in NoWaste of Kitchen Inventory wat je in huis hebt, voert die ingrediënten in bij Epicurious en vervolgens zoek je naar wat je daarmee kunt maken. De enige manier waarop dat nog efficiënter zou kunnen, is wanneer Epicurious en NoWaste zouden worden samengevoegd tot één app. Een extraatje van Epicurious is dat de app ook laat zien hoeveel procent van de mensen die het recept gemaakt hebben, van plan zijn om het nog eens te maken. Zo kun je dus heel goed het kaf van het koren scheiden.

©PXimport

04 Post-it

Bovenstaande apps, NoWaste en Epicurious, zijn fantastisch, maar we zijn realistisch genoeg om in te zien dat echt niet iedereen bereid is om zo veel energie te steken in een efficiënte strategie voor de koel- en voorraadkast. Gelukkig kan het ook een stuk gemakkelijker, namelijk met behulp van een Post-it-achtige app op je tablet. We zeggen bewust ‘achtige’, omdat er een officiële Post-it app bestaat, maar die is alleen voor iOS, en vooral bedoeld voor professionele toepassingen. Zowel de Google Play Store als de App Store van Apple staan vol met dergelijke apps die je goed kunt gebruiken. Sticky Notes + Widget is de (gratis) app die we zowel voor iOS als Android aanraden, maar weet wel dat dit twee totaal verschillende apps zijn die toevallig dezelfde naam delen. Het werkt heel simpel, je opent de app en laat een ‘sticky note’ achter voor jezelf of de persoon die de boodschappen doet, bijvoorbeeld: de melk is op. De apps beschikken beide over een widget, zodat de sticky notes kunnen worden weergegeven in het overzicht met belangrijke notificaties. Je kunt in principe elke soortgelijke app gebruiken die je wilt, maar zorg er wel voor dat ze kunnen synchroniseren met je smartphone, anders moet je alles handmatig overtikken en dat schiet z’n doel voorbij.

©PXimport

05 Hiiper

Het is enorm handig om de inhoud van je koelkast efficiënt te kunnen beheren, maar als je de tablet ook nog eens kunt gebruiken om geld te besparen, dan is dat natuurlijk helemaal geweldig. Geld bespaar je al door minder producten weg te gooien, maar natuurlijk ook door boodschappen te doen op de plek waar de benodigde items het goedkoopst zijn. Met die gedachte in het achterhoofd is Hiiper ontwikkeld. De app is even briljant als eenvoudig: je controleert in je koelkast en voorraadkast welke producten je nodig hebt en voegt die toe aan je boodschappenlijstje (zoals we dat ook bij de app van Albert Heijn hebben gedaan). Hiiper is echter geen app van een supermarkt, maar een onafhankelijke app die de prijzen in supermarkten met elkaar vergelijkt. Jij vult dus je boodschappenlijstje in, en de app laat je precies zien welke boodschappen je het beste bij welke supermarkt kunt halen om geld te besparen. Dat is geen gimmick, het kan je serieus tientallen euro’s per week opleveren. Hiiper is in theorie gratis beschikbaar voor zowel iOS als Android, maar op het moment van schrijven bleek de Android-app nergens meer te bekennen. We gaan ervan uit dat deze terugkeert, tot die tijd is voor Android Boodschapwijzer een prima gratis alternatief. Let op: Hiiper is officieel een iPhone-app, je kunt de app echter wel op je iPad draaien.

Gebruik een stylus

Normaliter zijn we geen bijzonder groot fan van het gebruik van een stylus wanneer het gaat om tablets. De aanraakinterface van tablets is immers prima, en hoewel een softwarematig toetsenbord nog altijd niet zo lekker typt als een fysiek toetsenbord, kunnen we er prima mee uit de voeten. Maar we hebben toch gemerkt dat wanneer je een tablet gebruikt die aan een oppervlak bevestigd is, zoals een muur of een koelkast, het typen een stuk minder lekker gaat, omdat je normaal gesproken de tablet in je hand houdt en een deel van je vingers daarachter verdwijnen. Een stylus biedt in dit geval dus wél uitkomst. Het is dan wel zo handig dat die stylus altijd voor het grijpen ligt, koop daarvoor voor een paar euro een pennenhouder die je met een magneet of zuignap vastmaakt aan je koelkastdeur. Op Welke.nl vind je een leuke tutorial over hoe je zelf zo’n pennenhouder maakt.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.