ID.nl logo
Tien jaar iPhone: een overzicht
© Reshift Digital
Huis

Tien jaar iPhone: een overzicht

Op 9 januari 2007 kondigde Steve Jobs de allereerste iPhone aan. Een, voor die tijd, revolutionaire smartphone, die door critici met veel gehoon werd ontvangen, omdat Apple er nogal eigenaardige gedachten op nahield. Tien jaar later en heel wat iPhones verder is duidelijk dat Apple heel wat teweeg heeft gebracht.

Voordat Apple met de iPhone kwam, hadden smartphones geen aanraakschermen, en wilde het maar niet lukken om betaalde apps te realiseren. Mensen wilden niet betalen voor apps, bovendien was daar geen goede methode voor, én er was geruzie over de verdeelsleutel: ging het meeste naar de ontwikkelaars van de app, de fabrikant, of de provider? Apple bracht daar verandering in. We zetten tien jaar iPhones voor je op een rij.

iPhone (2007)

Hoewel voor die tijd revolutionair, zouden we de allereerste iPhone nu allesbehalve indrukwekkend vinden. Het was de eerste smartphone die het toetsenbord achterwege liet en ging voor bediening via een aanraakscherm. Het was ook de eerste smartphone waarop degelijk internet mogelijk was (afhankelijk van je verbinding). iPhone bevatte wel apps, maar die kwamen allemaal van Apple zelf. In Nederland is de originele iPhone nooit uitgebracht.

©PXimport

iPhone 3G (2008)

De eerste iPhone die in Nederland te koop was, was de iPhone 3G. Vergelijkbaar met het oorspronkelijke model uit 2007, maar nu met ondersteuning voor 3G én met GPS ingebouwd. Waar de eerste iPhone vooral populair was onder early adopters, was het de iPhone 3G die het toestel mainstream maakte. Dat kwam niet in de laatste plaats door de lancering van de App Store, waarmee ontwikkelaars in staat werden gesteld om apps te verkopen voor de iPhone. Providers ontvingen hier geen cent van, en waren daar allesbehalve blij mee.

©PXimport

iPhone 3GS (2009)

De iPhone 3GS was het eerste toestel waarbij de beroemde ‘s’ werd gebruikt, welke door de jaren heen bekend zou worden als het ‘tussentoestel’. Dit hield in: geen grote veranderingen aan het ontwerp, wel een aantal handige nieuwe functies. De ‘s’ stond overigens voor Speed. De camera kreeg een upgrade naar 3 megapixels en het was nu voor het eerst ook mogelijk om video te schieten. De 3GS was ook het model dat het eindelijk mogelijk maakte om teksten te kopiëren en plakken, een functie die belachelijk laat verscheen op een smartphone van dit kaliber.

©PXimport

iPhone 4 (2010)

De iPhone 4 was de eerste écht grote stap in de ontwikkeling van het toestel sinds de lancering van het eerste model drie jaar daarvoor. Het ontwerp was strakker, moderner en met een metalen rand die moest dienen als antenne. Die rand zorgde nogal voor wat ophef omdat het signaal weg zou vallen als je hem ‘verkeerd’ vasthield, hetgeen leidde tot de beroemde Apple quote: ‘you’re using it wrong’. De iPhone 4 was het eerste toestel met een Retina display en daarnaast had het een veel krachtigere processor. De camera kreeg een upgrade naar 5 megapixels, mét flitser. Ook was dit de eerste iPhone met een gyroscoop. De iPhone 4 kwam met iOS 4 (voorheen iPhone OS) waardoor multitasking mogelijk werd en, inmiddels niet meer weg te denken: FaceTime).

©PXimport

iPhone 4S (2011)

2011 was weer een s jaar, en hoewel dat in principe staat voor minimale upgrades, kreeg de camera een flinke metamorfose: namelijk 8 megapixels. Belangrijker dan de hardware, was in dit geval de software: iOS 5. Niet langer was het nodig om je iPhone te synchroniseren via je pc, Apple knipte het draadje door en vanaf dat moment zou alles draadloos zijn. Daarnaast was iOS 5 de versie waarin iMessage verscheen, en de spraakassistent Siri, al moesten we daar in Nederland nog wat langer op wachten. Een dag na de aankondiging van het toestel, overleed Apple-oprichter Steve Jobs.

©PXimport

iPhone 5 (2012)

Het volgende toestel, de iPhone 5, zorgde voor een flinke verandering, omdat Apple het toestel langer maakte; iets dat redelijk omstreden was, omdat Steve Jobs altijd had geroepen dat niemand een grotere iPhone nodig had. Tim Cook, die de leiding van het bedrijf inmiddels over had genomen, en de zijnen, dachten daar blijkbaar anders over. De iPhone 5 had nog steeds een 8 megapixelcamera, maar nu ook een HD camera voor Facetime aan de voorkant. Ook was het toestel weer vele malen sneller dan z’n voorganger, iets dat langzamerhand minder relevant begon te worden, omdat de toestellen al razendsnel waren. Met de komst van de iPhone 5 kwam ook iOS 6: de introductie van Apple Maps (Google Maps werd de deur gewezen), Passbook en meer functies voor Siri (waar wij op dat moment nog steeds geen drol aan hadden in Nederland).

©PXimport

iPhone 5C (2013)

2013 was het jaar waarin Apple besloot dat de release van één iPhone niet genoeg was, en het toestel kwam daarom met maar liefst twee toestellen. De iPhone 5C was in principe gewoon de iPhone 5 in een goedkoper nieuw jasje. Hiermee probeerde Apple kopers te paaien die wat minder konden of wilden uitgeven aan een smartphone.

©PXimport

iPhone 5S (2013)

Naast de iPhone 5C was er ook weer het beroemde S model. De iPhone 5S had een 64-bit A7 processor en een M7 Motion processor, waardoor de iPhone veel beter werd in het bijhouden van gegevens, voor, bijvoorbeeld, fitness apps. Ook de 5S moest het helaas nog steeds doen met een 8 megapixelcamera. Nieuw aan dit toestel was de vingerafdruksensor in combinatie met Touch ID, waardoor het mogelijk werd om je iPhone te ontgrendelen met behulp van je vingerafdruk.

©PXimport

iPhone 6 (2014)

Ook de iPhone 6 zorgde wederom voor een verandering in het ontwerp: het display zou voortaan een afmeting hebben van 4,7 inch. De 6 was ook het eerste model waarin NFC werd ingebouwd, om betalen mogelijk te maken via Apple Pay. Hoewel wij inmiddels van Siri konden genieten in Nederland, is Apple Pay iets dat tot op de dag van vandaag nog niet mogelijk is in Nederland. De camera kreeg ook eindelijk weer een upgrade, maar het aantal megapixels bleef nog steeds op 8 staan.

©PXimport

iPhone 6 Plus (2014)

De echt grote innovatie van 2014 schuilde echter in de iPhone 6 Plus, het eerste toestel van Apple met een display van maar liefst 5,5 inch. Tijdens de aankondiging werd het toestel dan ook meer dan eens gekscherend de iPad nano genoemd. De iPhone 6 Plus bevat alle specificaties van de iPhone 6, maar heeft een batterij die vele malen langer meegaat, én bevat een beeldstabilisator, waardoor video’s die je met het toestel schiet een stuk minder schokken.

©PXimport

iPhone 6S (2015)

Het was weer tijd voor een ‘s’ jaar, en dit jaar besloot Apple om weinig veranderingen door te voeren. Het ontwerp van de 6s is daarom vrijwel identiek aan dat van het voorgaande model. Het toestel introduceerde voor het eerst Force Touch, een technologie waarbij het aanraakscherm voelt hoe hard je drukt, waardoor er een hele nieuwe navigatielaag werd toegevoegd aan iOS. Ook werden hier voor het eerst de Live Photo’s geïntroduceerd, foto’s die bewegen wanneer je ze ingedrukt houdt. De camera heeft een flinke upgrade gekregen: 12 megapixels om precies te zijn, mét ondersteuning voor 4K video.

©PXimport

iPhone 6S Plus (2015)

Over de iPhone 6S Plus is eigenlijk niet zo heel veel interessants te melden. Het toestel is, wederom, identiek aan de iPhone 6S, met als verschil het 5,5-inch display en het feit dat de camera optische beeldstabilisatie bevat.

©PXimport

iPhone SE (2016)

Dit was een toestel dat eigenlijk niemand had zien aankomen. Het toestel werd gelanceerd in maart, in plaats van in september en het kan worden gezien als de opvolger van de iPhone 5S, met daarin een aantal van de technische snufjes uit de iPhone 6 (de processor, de iSight-camera, Live Photos enzovoort. De prijs van dit toestel lag een stuk lager dan die van de 6s.

©PXimport

iPhone 7 (2016)

Qua ontwerp is ook aan de iPhone 7 niets spectaculairs veranderd ten opzichte van z’n voorganger, met uitzondering van de gloednieuwe kleur: Jet Black (een kleur die stiekem gewoon doet denken aan het zwart van de iPhone 3GS. Nieuw aan dit toestel is ook het feit dat de Thuisknop geen fysieke knop meer is, maar softwarematig wordt aangestuurd. Hierdoor zou deze minder snel kapot moeten gaan. De iPhone 7 is ook het eerste toestel met stereo luidsprekers en heeft daarnaast een betere 12 MP sensor, met meer lichtgevoeligheid. De FaceTime-camera is in dit model gepromoveerd van 5 MP naar 7. Omstreden in dit toestel is het weglaten van de analoge koptelefoonuitgang. Koptelefoons moeten voortaan worden aangesloten via de Lightning-sensor, draadloos óf met de door Apple meegeleverde Dongle.

©PXimport

iPhone 7 Plus (2016)

Dit keer maakt het Plus-model wel degelijk verschil. Uiteraard krijg je wederom het grotere display én een batterij die langer meegaat voordat je moet opladen, maar anders aan dit toestel is ook de dubbele camera. Door deze camera kun je eenvoudig foto’s van ver en dichtbij nemen, maar daarnaast heeft Apple de Portret-functie toegevoegd. Met deze functie kun je foto’s maken waarbij (dankzij de twee camera’s) scherptediepte wordt gesimuleerd. Het is trucage, maar het effect is bijna niet van echt te onderscheiden.

©PXimport

En dan nu..

De iPhone 7s? 8? Edition? X? De geruchten gaan al weken, maar het wachten is op het Apple Event. Dan zullen we weten hoe de nieuwe iPhone heet, wat hij kan, wanneer we hem kunnen kopen en hoeveel we daarvoor moeten neerleggen.

Alvast nieuwsgierig wat je (waarschijnlijk) kunt verwachten? Je leest het hier!

▼ Volgende artikel
Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard
Huis

Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard

Het Zuid-Koreaanse zou een shooter gebaseerd op Starcraft in ontwikkeling hebben voor IP-eigenaar Blizzard.

Dat claimt The Korean Economic Daily. Een team binnen Nexon dat gespecialiseerd is in shooters zou zich op dit moment volledig richten op de nog onaangekondigde game. De ontwikkeling zou nog niet lang geleden zijn gestart, en dus zou de shooter nog lang op zich laten wachten.

Verdere details zijn er nog niet, behalve dat Choi Jun-ho ook bij het project betrokken zou zijn. Hij maakte eerder de populaire Shinppu-mapmod voor Starcraft.

Starcraft

Er gaan al langer geruchten over een shooter gebaseerd op Starcraft. Vorig jaar meldde Bloomberg-journalist Jason Schreier al in zijn boek 'Play Nice: The Rise, Fall and Future of Blizzard Entertainment' dat Blizzard aan een shooter zou werken. Volgens Schreier is de shooter van Nexon echter niet gerelateerd aan de shooter van Blizzard - het zouden om twee afzonderlijke projecten gaan.

De Starcraft-reeks bestaat uit real-time strategygames. De eerste verscheen in 1998, en een vervolg kwam in 2010 uit. Blizzard heeft al vaker geprobeerd shooters gebaseerd op de Starcraft-franchise te maken, maar die werden vooralsnog altijd geannuleerd.

Mogelijke onthulling op Blizzcon

Voor het eerst in enkele jaren organiseert Blizzard op 12 en 13 december de Amerikaanse beurs Blizzcon, waar alles rondom de uitgever wordt gevierd. Het is mogelijk dat één van de hierboven genoemde shooters daar wordt onthuld.

▼ Volgende artikel
Review: Mario Tennis Fever is een leuke set
Huis

Review: Mario Tennis Fever is een leuke set

Je vraagt je bij elke Mario-sportgame toch weer af: bereikt het de highs van die oeroude Game Boy-games van Camelot, zoals Mario Tennis en Mario Golf)? Het antwoord is, wat mij betreft, steevast  ‘nee’. Maar tussen ‘perfect’ en ‘niet perfect’ zit nog altijd een breed spectrum aan kwaliteit. En Fever? Die nestelt zich moeiteloos aan de betere kant van dat spectrum.

De drie toernooien die deze game rijk is, daar ben je een uurtje zoet mee. Waarschijnlijk zonder een set te verliezen. De Adventure Mode? Een paar uurtjes meer dan dat, en hoewel ook die nergens uitdagend wordt vertelt het wel een vermakelijk verhaal over Mario en Luigi die als baby’s hun tennis-skills moeten oppoetsen vanwege… bijzondere redenen.

Er zijn ook drie Challenge Towers met allerlei unieke uitdagingen die eventjes vermaken. In mix-up vinden we tennis, maar dan met regels en omstandigheden die alleen het Mushroom Kingdom kan bieden, en dat was het wel zo’n beetje. Wie Mario Tennis Fever alleen speelt is een weekend zoet en heeft zich prima vermaakt. Maar sportgames zijn er, natuurlijk, om je competitieve aard los te laten op vrienden, familie, kroost of online uitdagers.

Leuk

Daarom wil ik het ook niet al te uitgebreid over die singleplayermodi hebben. Ja, Nintendo heeft z’n best gedaan. Ja, er is weinig aan te merken op de minigames en kleine tussenscènes die de Tennis Academy te bieden heeft en de ontwikkelaars verdienen het dat het hier even aangestipt wordt. Nooit sla je stijl achterover van briljante ideeën of concepten, en er wordt geen druppeltje zweet gemorst van de spanning. Maar ‘leuk’ is eigenlijk een perfect, allesomvattend begrip om deze kant van de game te omschrijven.

De echte graadmeter echter, is de kern van de gameplay. Hoe speelt het? Hoe diep gaat het? Hoeveel personages, gekke rackets en super-power-mega-skillmoves zijn er in dit pakketje gepropt en hoe verhouden die zich tot elkaar? Na mening middag ballen overslaan of in dubbelspel terugslaan met mijn zoontje van 9, zijn we eruit: Mario Tennis Fever heeft ontzettend lekkere gameplay.

Content is king

Content is in de eerste instantie de name of the game. Er zitten bijna veertig personages in de game, meer dan een dozijn verschillende banen en de hoofdattractie is de aanwezigheid van tientallen Fever-rackets, die elk hun eigen unieke skill met zich meebrengen. De bananentros die Donkey Kong een ‘racket’ noemt strooit bananen over de baan, met het vulkaanracket plopt er een (je raadt het nooit) vulkaan op uit de baan en het Thwomb-racket zorgt ervoor dat het iconische stenen blok uit de Mario-serie plots uit de lucht valt – hopelijk op een tegenstander. Een zogeheten Fever-shot is verder ook geen hogere wiskunde. Om de zoveel tijd is je metertje vol en ram je dat ding over de baan heen.

Extra fijn is dat het gros van dit alles vrij te spelen is waar je maar wil. Laat je de singleplayermodi links liggen en speel je gewoon wat potjes tegen elkaar? Geen probleem, om de zoveel potten krijg je een nieuw racket, personage, of kleurtjes voor je favoriete tennissers.  

Watch on YouTube

Plak er een voldoende op

Enfin, tot zover de uitleg en alles wat hier te vinden is. Leuk spelletje, plak er een voldoende op en klaar, toch? Nou nee, want hoewel alles hierboven zijn eigen rol speelt, zijn het de diepere lagen daaronder die Mario Tennis  Fever tot grotere hoogten dan ‘plak er even een voldoende op’ stuwen. Al die personages? Die beschikken over hun eigen stats en eigenaardigheden. Wario laadt z’n powershots razendsnel op, Bowser Jr. legt veel meer precisie in z’n topspincurve dan anderen en Shy Guy slaat zijn topspins zonder gehinderd te worden door zijn positie op de baan.

En die banen? Die hebben elk hun eigen ondergrond, waar ballen anders op stuiteren en doorschieten, terwijl spelers zelf ook sneller of minder snel zijn, gebaseerd op het gras of het hardcourt waar ze op spelen. Die Fever-rackets? Oprecht allemaal een andere smaak. Ook daar merk dat extra stukje diepgang waar een wat luiere Mario-sportgame niet aan zou denken: wanneer je een Fever-shot terugslaat vóórdat op jouw zijde van het net landt, kun je met een stuit op de helft van de tegenstander zomaar eens het bijbehorende effect teruggeven. Prettig vervelend als je denkt die koter een modderplas op zijn helft te bezorgen, om ‘m vervolgens zelf om je oren te krijgen als hij de bal vakkundig over je heen lobt en ‘ie alsnog op jouw achterveld terecht komt. Een (modder)koekje van eigen deeg noemen ze dat geloof ik.

Mario Tennis Fever

Slide
Slide
Slide
Slide

Geen Lego, wel Duplo

Al die extra aandachtspuntjes en omstandigheden zijn ook nog eens gebouwd op een fundering van onkreukbare basisgameplay. Topspins, slices, curveballen, lobs en powershots: alles wat je van een tennisgame mag verwachten zit erin. De grote maar is alleen: het gebeurt allemaal zonder de nuance van een échte topgame. Vergelijk het een beetje met Lego en Duplo. Zelfde principe, zelfde soort blokken, maar iets vets bouwen met Lego hit net even anders dan iets vets bouwen met die grote Duplo-blokken. Zo verhoudt deze game zich ook tot de toppers uit het tennisgenre, zoals Virtua Tennis en Topspin. Is veelgevraagd, ik weet het, maar het is wel het verschil tussen goed of geweldig. En Mario Tennis Fever eindigt in het eerste kamp.

Is mijn zoontje naar school, dan heb ik namelijk geen enkele reden om Mario Tennis Fever verder te spelen. Zoals gezegd is al die singleplayercontent niet meer dan ‘even leuk’. En computergestuurde tegenstanders geven zelfs op het hoogste niveau nooit écht tegengas. Bovendien zijn de personages net te groot voor deze banen om het volgende niveau van verfijning te bereiken. Top, zo’n lob. Maar vanwege de dus relatief kleine banen blijft het geen zekerheidje dat je iemand ermee verschalkt die tegen het net aan staat. Aanzienlijke kans dat ie gewoon op tijd de achterlijn haalt, als ie ook maar een klein beetje inzicht heeft. Het zorgt ervoor dat Mario Tennis Fever een absoluut geslaagde game is, met heerlijke multiplayer. Maar wie de eindeloze diepgang en speeluren van, bijvoorbeeld, een Mario Kart World hier zoekt, staat sneller dan gewenst buitenspel. Oh wacht, verkeerd sport…

Mario Tennis Fever is vanaf 11 februari beschikbaar voor Nintendo Switch 2.

Goed
Conclusie

Mario Tennis Fever barst van de content. De vele personages, banen en rackets geven unieke, diepere lagen aan de gameplay en multiplayerpotjes gaan met grote glimlach en een berg vertier gespeeld worden. Jammer voor de wat volwassenere spelers dat die volgende laag diepgang nét niet geraakt wordt. Daarvoor is het singleplayeraanbod niet genoeg, de tegenstanders niet uitdagend genoeg en ontbreekt er hier en daar net wat finesse. Maar ga zo door, Nintendo. Mario Tennis Fever zit namelijk wél in de richting van die tijdloze Camelot-klassiekers waar we zo naar hunkeren.

Plus- en minpunten
  • Flinke hoeveelheid content en modi
  • Sterke basisgameplay
  • Uiteenlopende Fever-rackets
  • Nog altijd sterke multiplayer
  • Daagt je nooit écht uit
  • Diepgang niet eindeloos