ID.nl logo
5G, Sub-6 en mmWave: dit zijn de verschillen
© Reshift Digital
Huis

5G, Sub-6 en mmWave: dit zijn de verschillen

Je kunt er niet meer onderuit: 5G. Die netwerktechnologie wordt langzaam maar zeker wereldwijd, ook in Nederland, uitgerold. Maar wanneer je zo’n abonnement hebt, dan maak je (voorlopig) verbinding met één van de twee beschikbare netwerken: Sub-6 of mmWave. Maar wat is precies het verschil?

Laten we beginnen met Sub-6. Je kunt in principe uit de naam halen in welk spectrum dit netwerk actief is: alle frequenties onder de 6 GHz. Dat is hetzelfde spectrum als voor 3G- en 4G-netwerken. Bovendien is de kans groot dat je de komende vijf jaar gebruik gaat maken van dit type netwerk.

Sub-6: dit wil je weten

Sommige providers adverteren met het feit dat ze in staat waren razendsnel een 5G-netwerk op te zetten, door gebruik te maken van bestaande zendmasten. Voor Sub-6 heb je namelijk geen nieuwe torens nodig: door bestaande torens te upgraden, kan er een 5G-netwerk aangeboden worden.

Daardoor bieden veel van die zendmasten zowel 4G als 5G aan, aangezien beide netwerken verspreid worden. Bovendien is het zo dat providers veelal in het bezit zijn van meerdere frequenties, waardoor de omslag ook zeer snel gemaakt kon worden. Dat klinkt voordelig, maar helaas heeft deze manier van werken een groot nadeel. Sommige gebruikers hebben het al gemerkt, maar het huidige 5G-aanbod is niet per se veel sneller dan het 4G-alternatief. 

©PXimport

Hoe komt dat nou? Sub-6 5G-netwerken bieden gewoonweg niet de beloofde snelheid die we in eerdere verhalen vanuit providers gehoord hebben, ómdat het van bestaande zendmasten gebruikmaakt. Dit 5G-netwerk heeft namelijk te maken met veel van dezelfde nadelen als de huidige 4G-netwerken. Dergelijke netwerken zijn ietsjes sneller en hebben een ietwat lagere latency, maar echt wereldschokkend zijn die elementen helaas niet.

Maar er valt nog winst te behalen, gelukkig. Dit type 5G-netwerk kan namelijk veel doen met ongebruikte ruimte tussen 2 GHz en 6 GHz. Daar maken 4G-netwerken geen gebruik van. Dat wordt ook wel de midband genoemd. Dergelijke netwerken bieden hogere snelheden aan, met een acceptabel bereik. Deze technologie wordt in de toekomst dus heel belangrijk.

Maar wat is mmWave dan?

mmWave staat voor millimeter wave en is actief op frequenties tussen de 30 GHz en 300 GHz. Tot nu zijn providers actief tussen 30 GHz en 40 GHz, maar binnenkort wordt het spectrum mogelijk uitgebreid naar 48 GHz. Het 60 GHz-spectrum is ongereguleerde netwerkruimte, terwijl 70 GHz vaak gebruikt wordt voor specifieke draadloze netwerken die echt van punt tot punt werken.

Deze netwerktechnologie is voor smartphones volledig nieuw. Dat betekent dus ook dat er volledig nieuwe zendmasten gebouwd moeten worden voor het bereik; je kunt bestaande toren niet zomaar upgraden. Daardoor duurt het ook wat langer voordat dit netwerk echt opgezet is.

Door gebruik te maken van een volledig ongebruikt spectrum, kan mmWave hoge snelheden en super lage latency aanbieden. Dat klinkt mooi, maar biedt nieuwe uitdagingen. Het netwerk maakt gebruik van hoge frequenties, die een beperkt bereik hebben. Hoe hoger de frequentie, hoe korter het bereik van de radiogolf is.

©PXimport

Dat houdt dus in dat je ontzettend veel zendmasten moet bouwen voor een goed bereik. Of nou ja, een ‘mast’ is misschien een te groot woord voor de kleinere ‘smart cells’ die nodig zijn voor dit netwerk. Dit zijn kleine cellen die op heel veel verschillende plekken in een omgeving geïnstalleerd dienen te worden. Hoe meer cellen er zijn, hoe hoger het bereik uiteindelijk wordt.

Maar dan nog biedt dat geen garantie voor succes, omdat dit type netwerk ook last heeft van objecten die in de weg staan. Gebouwen, auto’s en zelfs bomen kunnen de radiosignalen verstoren. Je hebt dus honderden, zo niet duizend cellen nodig om een volledige stad te kunnen voorzien van mmWave-technologie. Dit technische obstakel zorgt er nu dus voor dat het installeren van die smart cells, en het uitrollen van het netwerk, vertraging oploopt.

Sub-6 en mmWave in de toekomst

Resumé: als je nu van een 5G-netwerk gebruikmaakt, dan is dat dus het Sub-6 5G-netwerk. Dat is het 5G-netwerk van vandaag de dag, terwijl mmWave dus het netwerk van de toekomst wordt.

Maar uiteindelijk is het ook weer niet zo simpel, omdat beide netwerken zo zijn voordelen (en natuurlijk nadelen) hebben, die invloed hebben op de uitrol van 5G. Je hebt Sub-6 nodig voor consistentie en het bereik, terwijl je mmWave nodig hebt voor de hogere snelheden en de lage latentie. Beide netwerken kunnen naast elkaar bestaan en een smartphone, of wel smart device dan ook, zou automatisch tussen de netwerken moeten kunnen wisselen, afhankelijk van beschikbaarheid.

▼ Volgende artikel
Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard
Huis

Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard

Het Zuid-Koreaanse zou een shooter gebaseerd op Starcraft in ontwikkeling hebben voor IP-eigenaar Blizzard.

Dat claimt The Korean Economic Daily. Een team binnen Nexon dat gespecialiseerd is in shooters zou zich op dit moment volledig richten op de nog onaangekondigde game. De ontwikkeling zou nog niet lang geleden zijn gestart, en dus zou de shooter nog lang op zich laten wachten.

Verdere details zijn er nog niet, behalve dat Choi Jun-ho ook bij het project betrokken zou zijn. Hij maakte eerder de populaire Shinppu-mapmod voor Starcraft.

Starcraft

Er gaan al langer geruchten over een shooter gebaseerd op Starcraft. Vorig jaar meldde Bloomberg-journalist Jason Schreier al in zijn boek 'Play Nice: The Rise, Fall and Future of Blizzard Entertainment' dat Blizzard aan een shooter zou werken. Volgens Schreier is de shooter van Nexon echter niet gerelateerd aan de shooter van Blizzard - het zouden om twee afzonderlijke projecten gaan.

De Starcraft-reeks bestaat uit real-time strategygames. De eerste verscheen in 1998, en een vervolg kwam in 2010 uit. Blizzard heeft al vaker geprobeerd shooters gebaseerd op de Starcraft-franchise te maken, maar die werden vooralsnog altijd geannuleerd.

Mogelijke onthulling op Blizzcon

Voor het eerst in enkele jaren organiseert Blizzard op 12 en 13 december de Amerikaanse beurs Blizzcon, waar alles rondom de uitgever wordt gevierd. Het is mogelijk dat één van de hierboven genoemde shooters daar wordt onthuld.

▼ Volgende artikel
Review: Mario Tennis Fever is een leuke set
Huis

Review: Mario Tennis Fever is een leuke set

Je vraagt je bij elke Mario-sportgame toch weer af: bereikt het de highs van die oeroude Game Boy-games van Camelot, zoals Mario Tennis en Mario Golf)? Het antwoord is, wat mij betreft, steevast  ‘nee’. Maar tussen ‘perfect’ en ‘niet perfect’ zit nog altijd een breed spectrum aan kwaliteit. En Fever? Die nestelt zich moeiteloos aan de betere kant van dat spectrum.

De drie toernooien die deze game rijk is, daar ben je een uurtje zoet mee. Waarschijnlijk zonder een set te verliezen. De Adventure Mode? Een paar uurtjes meer dan dat, en hoewel ook die nergens uitdagend wordt vertelt het wel een vermakelijk verhaal over Mario en Luigi die als baby’s hun tennis-skills moeten oppoetsen vanwege… bijzondere redenen.

Er zijn ook drie Challenge Towers met allerlei unieke uitdagingen die eventjes vermaken. In mix-up vinden we tennis, maar dan met regels en omstandigheden die alleen het Mushroom Kingdom kan bieden, en dat was het wel zo’n beetje. Wie Mario Tennis Fever alleen speelt is een weekend zoet en heeft zich prima vermaakt. Maar sportgames zijn er, natuurlijk, om je competitieve aard los te laten op vrienden, familie, kroost of online uitdagers.

Leuk

Daarom wil ik het ook niet al te uitgebreid over die singleplayermodi hebben. Ja, Nintendo heeft z’n best gedaan. Ja, er is weinig aan te merken op de minigames en kleine tussenscènes die de Tennis Academy te bieden heeft en de ontwikkelaars verdienen het dat het hier even aangestipt wordt. Nooit sla je stijl achterover van briljante ideeën of concepten, en er wordt geen druppeltje zweet gemorst van de spanning. Maar ‘leuk’ is eigenlijk een perfect, allesomvattend begrip om deze kant van de game te omschrijven.

De echte graadmeter echter, is de kern van de gameplay. Hoe speelt het? Hoe diep gaat het? Hoeveel personages, gekke rackets en super-power-mega-skillmoves zijn er in dit pakketje gepropt en hoe verhouden die zich tot elkaar? Na mening middag ballen overslaan of in dubbelspel terugslaan met mijn zoontje van 9, zijn we eruit: Mario Tennis Fever heeft ontzettend lekkere gameplay.

Content is king

Content is in de eerste instantie de name of the game. Er zitten bijna veertig personages in de game, meer dan een dozijn verschillende banen en de hoofdattractie is de aanwezigheid van tientallen Fever-rackets, die elk hun eigen unieke skill met zich meebrengen. De bananentros die Donkey Kong een ‘racket’ noemt strooit bananen over de baan, met het vulkaanracket plopt er een (je raadt het nooit) vulkaan op uit de baan en het Thwomb-racket zorgt ervoor dat het iconische stenen blok uit de Mario-serie plots uit de lucht valt – hopelijk op een tegenstander. Een zogeheten Fever-shot is verder ook geen hogere wiskunde. Om de zoveel tijd is je metertje vol en ram je dat ding over de baan heen.

Extra fijn is dat het gros van dit alles vrij te spelen is waar je maar wil. Laat je de singleplayermodi links liggen en speel je gewoon wat potjes tegen elkaar? Geen probleem, om de zoveel potten krijg je een nieuw racket, personage, of kleurtjes voor je favoriete tennissers.  

Watch on YouTube

Plak er een voldoende op

Enfin, tot zover de uitleg en alles wat hier te vinden is. Leuk spelletje, plak er een voldoende op en klaar, toch? Nou nee, want hoewel alles hierboven zijn eigen rol speelt, zijn het de diepere lagen daaronder die Mario Tennis  Fever tot grotere hoogten dan ‘plak er even een voldoende op’ stuwen. Al die personages? Die beschikken over hun eigen stats en eigenaardigheden. Wario laadt z’n powershots razendsnel op, Bowser Jr. legt veel meer precisie in z’n topspincurve dan anderen en Shy Guy slaat zijn topspins zonder gehinderd te worden door zijn positie op de baan.

En die banen? Die hebben elk hun eigen ondergrond, waar ballen anders op stuiteren en doorschieten, terwijl spelers zelf ook sneller of minder snel zijn, gebaseerd op het gras of het hardcourt waar ze op spelen. Die Fever-rackets? Oprecht allemaal een andere smaak. Ook daar merk dat extra stukje diepgang waar een wat luiere Mario-sportgame niet aan zou denken: wanneer je een Fever-shot terugslaat vóórdat op jouw zijde van het net landt, kun je met een stuit op de helft van de tegenstander zomaar eens het bijbehorende effect teruggeven. Prettig vervelend als je denkt die koter een modderplas op zijn helft te bezorgen, om ‘m vervolgens zelf om je oren te krijgen als hij de bal vakkundig over je heen lobt en ‘ie alsnog op jouw achterveld terecht komt. Een (modder)koekje van eigen deeg noemen ze dat geloof ik.

Mario Tennis Fever

Slide
Slide
Slide
Slide

Geen Lego, wel Duplo

Al die extra aandachtspuntjes en omstandigheden zijn ook nog eens gebouwd op een fundering van onkreukbare basisgameplay. Topspins, slices, curveballen, lobs en powershots: alles wat je van een tennisgame mag verwachten zit erin. De grote maar is alleen: het gebeurt allemaal zonder de nuance van een échte topgame. Vergelijk het een beetje met Lego en Duplo. Zelfde principe, zelfde soort blokken, maar iets vets bouwen met Lego hit net even anders dan iets vets bouwen met die grote Duplo-blokken. Zo verhoudt deze game zich ook tot de toppers uit het tennisgenre, zoals Virtua Tennis en Topspin. Is veelgevraagd, ik weet het, maar het is wel het verschil tussen goed of geweldig. En Mario Tennis Fever eindigt in het eerste kamp.

Is mijn zoontje naar school, dan heb ik namelijk geen enkele reden om Mario Tennis Fever verder te spelen. Zoals gezegd is al die singleplayercontent niet meer dan ‘even leuk’. En computergestuurde tegenstanders geven zelfs op het hoogste niveau nooit écht tegengas. Bovendien zijn de personages net te groot voor deze banen om het volgende niveau van verfijning te bereiken. Top, zo’n lob. Maar vanwege de dus relatief kleine banen blijft het geen zekerheidje dat je iemand ermee verschalkt die tegen het net aan staat. Aanzienlijke kans dat ie gewoon op tijd de achterlijn haalt, als ie ook maar een klein beetje inzicht heeft. Het zorgt ervoor dat Mario Tennis Fever een absoluut geslaagde game is, met heerlijke multiplayer. Maar wie de eindeloze diepgang en speeluren van, bijvoorbeeld, een Mario Kart World hier zoekt, staat sneller dan gewenst buitenspel. Oh wacht, verkeerd sport…

Mario Tennis Fever is vanaf 11 februari beschikbaar voor Nintendo Switch 2.

Goed
Conclusie

Mario Tennis Fever barst van de content. De vele personages, banen en rackets geven unieke, diepere lagen aan de gameplay en multiplayerpotjes gaan met grote glimlach en een berg vertier gespeeld worden. Jammer voor de wat volwassenere spelers dat die volgende laag diepgang nét niet geraakt wordt. Daarvoor is het singleplayeraanbod niet genoeg, de tegenstanders niet uitdagend genoeg en ontbreekt er hier en daar net wat finesse. Maar ga zo door, Nintendo. Mario Tennis Fever zit namelijk wél in de richting van die tijdloze Camelot-klassiekers waar we zo naar hunkeren.

Plus- en minpunten
  • Flinke hoeveelheid content en modi
  • Sterke basisgameplay
  • Uiteenlopende Fever-rackets
  • Nog altijd sterke multiplayer
  • Daagt je nooit écht uit
  • Diepgang niet eindeloos