ID.nl logo
Sidecar in Catalina: extra scherm en tekentablet
© Reshift Digital
Huis

Sidecar in Catalina: extra scherm en tekentablet

Ongetwijfeld dé highlight van het onlangs verschenen macOS Catalina is Sidecar. Hiermee maak je van je iPad een extra beeldscherm, draadloos en zonder gedoe of het hoeven installeren van extra apps. En het extra scherm is meer dan alleen een monitor!

Normaal gesproken is het niet gebruikelijk dat je voor onderweg een extra monitor meesleept voor bij je MacBook. Niet alleen is het onhandig, ook heb je er altijd een stopcontact voor nodig. Met de komst van macOS Catalina kun je echter je iPad inzetten als extra beeldscherm. De resolutie van Apple's tablet is daarvoor ruim voldoende. Tegelijkertijd biedt de iPad extra mogelijkheden. Ten eerste zorgt de Sidecar-modus zoals de koppeltechniek officieel heet voor dus een uitbreiding van je beeldscherm. Verder krijg je er ook een touchbar bij, ideaal voor als jij een Mac zonder dat onderdeel aan boord hebt. En tot slot kun je het scherm ook als tekentablet gebruiken. Dat werkt helemaal mooi in combinatie met de Apple Pencil, waarmee je dan in elke macOS-fotobewerker of tekenprogramma heel precies kunt werken. Sidecar werkt simpel, maar vereist op je Mac macOS Catalina en op je iPad iPadOS (ofwel iOS 13 voor de iPad). Vervolgens is het zaak om Bluetooth in te schakelen op je iPad. Je ziet dan in macOS op je computer of laptop een nieuw pictogram in de menubalk verschijnen. Het ziet er - meestal - uit als een gestileerd beeldscherm, maar al even vaak is het een liggende iPad. Klik hierop en klik dan in het geopende contextmenu onder Verbind met op iPad (Pro) van... Nadat je scherm even heel kort op zwart flitst zie je nu op je iPad het extra scherm, klaar om te gebruiken!

©PXimport

Rangschikken schermen

Standaard gaat macOS Catalina ervan uit dat je iPad rechts van je computer staat. Is dat bij jou nou net niet het geval, klik dan weer op het Sidecar-pictogram in de menubalk, en dan in het contextmenu op Open beeldschermvoorkeuren. Klik in het daarop geopende venster op de knop Rangschikking en sleep je het iPad-scherm naar de gewenste positie. Je kunt het instellingenvenster vervolgens sluiten. Beweeg je de cursor nu met de muis of trackpad in de richting van je iPad, dan zie je dat die vervolgens daar verschijnt. Vensters zijn eenvoudig naar het iPad-scherm te verslepen. Wat in ieder geval opvalt is dat het - ook draadloos - allemaal ongelooflijk soepel oogt. Geen haperingen, niks. Overigens: loopt het in jouw geval draadloos nou net wat minder soepel (vanwege storende frequenties bijvoorbeeld), dan is ook een kabelverbinding mogelijk.

©PXimport

Sidecar opties

Sidecar biedt een paar opties. Klik hiervoor weer op het Sidecar-pictogram in de menubalk en kies deze keer voor Open Sidecar-voorkeuren. Je kunt nu aangeven of je wel of geen touchbar wilt zien, of wel of geen navigatiekolom. De touchbar is overigens app-gevoelig, ofwel toont afhankelijk van waar je mee bezig bent verschillende opties. En ach ja: reageert jouw touchbar nergens op? Probeer dan eens het volgende: klik in de menubalk op de appel en dan Systeemvoorkeuren. Klik in het geopende venster op Beveiliging en privacy. Vervolgens klik je op Firewall. Als deze is ingeschakeld, klik je op het hangslot en voer je je systeemwachtwoord in of gebruik je de vingerafdruklezer. Klik nu op Firewallopties en schakel de optie Sta automatisch toe dat ingebouwde software inkomende verbindingen ontvangtuit. Mocht het straks nóg niet werken, dan kun je ook de optie daaronder (Sta automatisch toe dat gedownloade ondertekende software inkomende verbindingen ontvangt) uitzetten, maar in principe moet de eerste optie uitzetten volstaan. Grote kans dat het dan wel werkt!

©PXimport

Navigatiekolom

De Navigatiekolom links op het iPad-scherm biedt toegang tot extraatjes als een schermtoetsenbord en speciale toetsen. Ook is er een knop - de onderste om precies te zijn - om vanaf je iPad Sidecar te stoppen. Al die extraatjes kunnen van pas komen als je vanaf de bank je bij bijvoorbeeld aan de tv in de huiskamer gekoppelde MacBook wilt bedienen! Ook zijn ze handig in een ander scenario, namelijk als je gebruik wilt maken van de Pencil om nauwkeurig te tekenen in bijvoorbeeld Photoshop. Dat kan op twee manieren. Ten eerste door simpelweg het Photoshop-venster naar het iPad-scherm te slepen en daarin te werken. Feitelijk is dat de beste manier, ook al omdat dialoogvenster dan op het scherm van je Mac worden getoond en je optimaal gebruik maakt van beide schermen. Tijdens het tekenen zul je zien dat het niet alleen heel nauwkeurig werkt, maar ook dat de drukgevoeligheid van de Pencil beschikbaar is (in ieder geval in Photoshop)! Het maakt dat je geen aparte tekentablet meer nodig hebt. Bovendien voelt het op deze manier werken logischer aan, omdat je direct onder de je pen ziet gebeuren wat je doet. De andere manier is om op het Sidecar-pictogram in de menubalk te klikken en te klikken op de op Synchrone weergave ingebouwd Retina-scherm. Er is ook een synchrone weergave voor het Sidecar-scherm beschikbaar (vaak pas na het overschakelen), maar die zorgt dat de resolutie van je Mac-scherm (tijdelijk) wordt verlaagd naar de iPad-resolutie. Voor tekenen op de iPad werkt dat trouwens prima, maar het levert een wat beroerder ogend geheel op. Het best kun je dus gebruik maken van de allereerste optie: de iPad als extra scherm en vervolgens het Photoshop-venster daarheen slepen.

Het mooie van Sidecar is dat alle opties 'on the fly' werken. Soepel en snel, als ware het een echte externe monitor. Je kunt - als je de navigatie- en touchbalk niet gebruikt trouwens nog wat extra schermruimte creëren door deze simpelweg uit te zetten. Sidecar is zonder meer de meest waardevolle feature van macOS Catalina! Tot slot: om de verbinding met je iPad als extern scherm weer te verbreken klik je op het Sidecar-pictogram in de menubalk, gevolgd door een klik op Verbreek.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.