ID.nl logo
Samsung Galaxy S7 vs. Apple iPhone 6s
© Reshift Digital
Huis

Samsung Galaxy S7 vs. Apple iPhone 6s

De Galaxy S7 is deze week door Samsung aangekondigd. Een high-end smartphone die dit jaar moet gaan strijden voor de titel 'beste smartphone'. Hoog tijd dus om de eigenschappen en specificaties van de S7 eens naast de succestelefoon van Apple te leggen: de iPhone 6s. Want wat is de beste smartphone?

Het is nooit helemaal eerlijk om een iPhone met een smartphone uit de Galaxy-lijn van Samsung te vergelijken. Dit omdat er normaal gesproken een half jaar zit tussen de aankondigen van beide merken. Toch is het de moeite waard om de half jaar oude iPhone 6s eens naast de nieuwe Galaxy S7 te leggen. Lees ook: Mis niks van het Mobile World Congress met het MWC 2016 Dossier.

Galaxy S7 vs. iPhone 6s: De overeenkomsten

De Galaxy S7 en iPhone 6s kunnen respectievelijk gezien worden als het 'ḱleine broertje van' de S7 edge, en de 6s Plus. Dat neemt echter niet weg dat beide smartphones nog steeds in het hoogste segment vallen, en dat segment zo ongeveer definiëren.

Maar daar houdt de vergelijking, afgezien van de standaardfuncties van een smartphone, wel zo'n beetje op. Apple en Samsung kiezen beide voor een zeer verschillende weg om de ultieme smartphone te maken, en op hun eigen manier komen ze er allebei behoorlijk dicht in de buurt.

©PXimport

Voor welke telefoon je ook kiest, je haalt een van de mooiste smartphones van het moment in huis.

Galaxy S7 vs. iPhone 6s: Prestaties en geheugen

Binnenin de smartphones is het grootste verschil meteen zichtbaar. Samsung kiest ervoor de beste en krachtigste hardware in zijn Galaxy S7 te stoppen, terwijl Apple kiest voor de lichtgewicht-aanpak. Zo draait de S7 heeft een eigengemaakte Exynos 8890-processor in de gelederen. Die processor wordt ondersteund door maar liefst 4GB aan RAM-geheugen. De iPhone 6s heeft de - eveneens zelfgemaakte - A9-chip van Apple en moet het doen met 2GB RAM. Binnenin is het dus een soort David tegen Goliath, waarbij beide een goede kans maken het gevecht te winnen. Dit omdat Apple zelf de ontwikkeling van het iOS-besturingssysteem in handen heeft, en het hierdoor zeer efficiënt kan omspringen met de beschikbare pk's.

Galaxy S7 vs. iPhone 6s: Het beeldscherm

Hetzelfde geldt eigenlijk voor het beeldscherm. Samsung kiest voor groot en sterk, Apple gaat voor finesse. In eerste instantie lijkt het erop alsof Samsung deze slag met twee vingers in de neus wint, met het grotere scherm (5,1 inch tegenover 4,7 inch) en hogere resolutie (1440x2560 pixels tegenover 750x1334).

©PXimport

Het scherm van de Galaxy S7 (edge, in dit geval) is prachtig, zoals dat eigenlijk bij elk Samsung-device het geval is.

Toch valt dat in de praktijk best mee. Apple heeft een goede manier gevonden om de pixels optimaal te benutten, en door het ontwerp van iOS komen de effecten er goed uit. Ook 3D Touch is een fijne extra optie. Maar om tegen het sublieme display van de Galaxy S7 op te boksen is geen makkelijke opgave, en de nieuwe 'altijd aan-functie' van de S7 maakt het nog net even een stukje beter.

Galaxy S7 vs. iPhone 6s: De camera

De camera was altijd het domein van Samsung, maar sinds de iPhone 6 heeft Apple daar een flinke inhaalslag gemaakt. Sinds die tijd vallen beide bedrijven de camera van de concurrent steevast aan op Keynote-presentaties, maar de wapenwedloop zorgt ervoor dat beide steeds dichter naar elkaar toe groeien.

Tegenwoordig ontlopen de twee elkaar dus niet veel meer. Beide smartphones hebben een 12 megapixelcamera met autofocus en een panoramafunctie aan de achterkant, en een selfiecamera van 5MP aan de voorkant. De kwaliteit van de foto's verschilt afhankelijk van de omstandigheden, maar in de praktijk moet straks blijken of het nieuwe f/1.7-diafragma van Samsung (dat leidt tot een vloed aan extra lichtinval) ook daadwerkelijk voor betere foto's in het donker zorgt dan bij de iPhone 6s.

©PXimport

De iPhone 6s behoort nog altijd tot de beste smartphonecamera's.

Galaxy S7 vs. iPhone 6s: Android tegenover iOS

Android versus iOS: de discussie is al jarenlang gaande, en het lijkt er niet op dat die binnenkort ophoudt. Android is perfect te customizen en je zit niet vast aan de iijzeren hand van de Play Store om apps te downloaden. iOS wordt geprezen om zijn simpelheid en uitstraling. Er valt voor beide veel te zeggen, en het is uiteindelijk toch echt een kwestie van smaak.

©PXimport

iOS 9 is een ideaal besturingssysteem, en iOS 10 is niet ver weg meer.

Feit is wel dat Android met versie 6.0 (Marshmallow) voornamelijk voortborduurt op Lollipop, en vooral onder de motorkap verbeteringen heeft uitgevoerd; iets wat Apple met iOS 9 ook gedaan heeft, sinds het besturingssysteem in versie 7 volledig op de schop ging. Een klein nadeel van Android (en specifiek van Samsung-toestellen) is de overmatige bloatware, wat bij de S7 overigens wel minder aanwezig is dan op voorgaande toestellen. Wat je voorkeur ook is, de plank misslaan is er niet meer bij.

Galaxy S7 vs. iPhone 6s: Accu en opslag

Wat betreft de opslagruimte had Samsung altijd een streepje voor, tot het bedrijf vorig jaar besloot het SD-kaartslot te verwijderen, en zo de gebruiker de mogelijkheid extra opslagruimte bij te plaatsen ontnam. Die mogelijkheid is er nu wel weer, waardoor je met de Galaxy S7 makkelijk boven de maximale opslag van 128 GB van de iPhone 6s uit kan komen.

Qua batterij vervallen we weer in het oude patroon. De Galaxy S7 heeft een accu van 3000mAh, terwijl de iPhone 6s het met 1750mAh moet doen. Door de zuinigheid van Apple's hardware en de grootte van Samsungs batterij komt het erop neer dat je beide telefoons 's nachts gewoon moet opladen - het voordeel van de S7 is dat je daar geen kabel meer voor nodig hebt, het toestel ondersteunt namelijk draadloos opladen.

Galaxy S7 vs. iPhone 6s: De voorlopige conclusie

Zowel de Galaxy S7 als de iPhone 6s voert relatief kleine veranderingen door ten opzichte van zijn voorganger. Aan het uiterlijk zal de komende tijd sowieso weinig veranderen: beide bedrijven lijken hun sweet spot gevonden te hebben wat betreft formaat en looks. De wapenwedloop op het gebied van hardware zorgt ervoor dat beide smartphones ruimschoots voldoende kracht hebben om zware games te spelen en te multitasken. Het blijft daarbij wel lastig kiezen tussen Android en iOS, omdat beide systemen pluspunten hebben ten opzichte van de ander. Zoek je een high-end telefoon die je kan perfectioneren naar je eigen eisen en wensen, dan is de Galaxy S7 de beste keus. Wil je een kant-en-klaar toptoestel hebben, dan kun je beter voor de iPhone 6s gaan. Een definitief oordeel kunnen we hier echter pas over vellen zodra we de Galaxy S7 aan een uitgebreide review hebben kunnen onderwerpen.

▼ Volgende artikel
Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?
© Dennis
Huis

Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?

HDMI 2.1 is de nieuwste standaard voor beeldoverdracht, maar lang niet iedereen heeft de extra bandbreedte ook écht nodig. Vooral voor gamers met een PlayStation 5, Xbox Series X of krachtige pc is het relevant. Kijk je alleen films of televisie? Dan volstaat de oudere aansluiting vaak prima. Wij leggen uit waar de grens ligt.

Als je momenteel op zoek bent naar een nieuwe televisie of monitor vlíegen de technische termen je om de oren. HDMI 2.1 wordt door fabrikanten en winkels vaak gepresenteerd als een absolute noodzaak voor een scherm dat klaar is voor de toekomst. Hierdoor ontstaat de angst dat je een miskoop doet als je kiest voor een model met de oudere HDMI 2.0-standaard. Toch is dat in veel Nederlandse huiskamers een misvatting, want de voordelen zijn nogal specifiek. Veel consumenten betalen onnodig extra voor een functie die ze technisch gezien nooit zullen activeren. Na het lezen van dit artikel weet je precies of jij die snelle poort nodig hebt, of dat je dat budget beter aan een groter scherm of beter geluid kunt besteden.

De kern van het probleem: bandbreedte

Het fundamentele verschil tussen de gangbare HDMI 2.0-standaard en de nieuwere 2.1-versie zit 'm in de digitale snelweg die ze bieden. Je kunt het zien als een waterleiding: door een 2.1-kabel kan veel meer water (of dus data) tegelijk worden gepompt (48 Gbit/s in dit geval) dan door de oudere 2.0-variant (die 'maar' 18 Gbit/s kan verwerken). Die extra ruimte is nodig voor 4K-beelden met een zeer hoge verversingssnelheid (120 beelden per seconde) of voor extreem hoge resoluties zoals 8K.

Een hardnekkige mythe is dat HDMI 2.1 het beeld altijd mooier maakt. Dat is onjuist. Als je naar een Netflix-serie kijkt in 4K, ziet dat er via een 2.0-poort exact hetzelfde uit als via een 2.1-poort. De kabel verandert niets aan de kleuren, de scherpte of het contrast; hij zorgt er alleen voor dat het signaal 'erdoor' past. Pas als er een file op de kabel ontstaat (omdat je te veel beelden per seconde wilt versturen) wordt de nieuwe standaard noodzakelijk. Zolang je dataverbruik onder de limiet van HDMI 2.0 blijft, voegt versie 2.1 niets toe aan de beeldkwaliteit.

Wanneer werkt dit wél goed?

HDMI 2.1 komt pas echt tot zijn recht als je de grenzen van beweging en snelheid opzoekt. Dat is vrijwel exclusief het domein van de fanatieke gamer. Heb je een PlayStation 5 of Xbox Series X in huis en wil je games spelen in de hoogste 4K-resolutie met 120 beelden per seconde (120 Hz)? Dan is een HDMI 2.1-aansluiting op je tv onmisbaar. Zonder deze poort blijft je console steken op 60 beelden per seconde, wat minder vloeiend oogt bij snelle shooters of racegames.

Ook pc-gamers met een zware, moderne videokaart (zoals de NVIDIA RTX 40- of 50-serie) profiteren hiervan als ze hun pc op de tv aansluiten. Naast de snelheid biedt de 2.1-standaard ondersteuning voor Variable Refresh Rate (VRR). Dat zorgt ervoor dat de televisie zijn verversingssnelheid continu aanpast aan de spelcomputer, wat haperingen en 'tearing' (waarbij het beeld in tweeën lijkt te breken) voorkomt. Daarnaast is er Auto Low Latency Mode (ALLM), een signaal waardoor je tv automatisch naar de spelmodus schakelt zodra je de console aanzet. Voor wie de maximale prestaties uit een moderne spelcomputer wil halen, is HDMI 2.1 dus een logische en eigenlijk verplichte keuze.

Oké, maar wanneer werkt dit níet goed?

Voor de gemiddelde kijker is de meerwaarde van HDMI 2.1 nagenoeg nihil. Kijk je voornamelijk lineaire televisie (nieuws, talkshows), sportwedstrijden, films op Blu-ray of series via streamingdiensten als Disney+ en Videoland? Dan kom je nooit in de buurt van de bandbreedte die HDMI 2.0 niet meer aankan. Films en series worden vrijwel altijd gemaakt en uitgezonden in 24, 30 of maximaal 60 beelden per seconde. Een standaard HDMI 2.0-aansluiting kan 4K-beeld op 60 Hz fluitend aan, inclusief HDR (High Dynamic Range).

Ook voor bezitters van een oudere of minder krachtige spelcomputer, zoals de PlayStation 4, de Xbox One of de Nintendo Switch, voegt de nieuwe poort niets toe. Het signaal dat deze apparaten uitsturen is simpelweg niet zwaar genoeg om de bredere snelweg nodig te hebben. Je koopt in dat geval een Ferrari om er vervolgens alleen maar mee in een 30-kilometerzone te rijden. Je betaalt voor capaciteit die ongebruikt blijft, terwijl je dat geld wellicht beter had kunnen investeren in een tv met een beter contrast of hogere helderheid.

Dealbreakers

Er zijn specifieke situaties waarin het blindstaren op HDMI 2.1 je keuze onnodig beperkt of zelfs leidt tot een slechtere aankoop. Dit zijn de harde grenzen:

Je zoekt een televisie in het budgetsegment. In de lagere prijsklassen is de term HDMI 2.1 vaak misleidend. Fabrikanten mogen de term soms gebruiken omdat de tv één specifieke feature ondersteunt (zoals ALLM), terwijl het paneel zelf technisch helemaal geen 120 Hz kan weergeven. Je koopt dan een tv met een 2.1-sticker, maar zonder het daadwerkelijke voordeel van vloeiend beeld. In dit segment is beeldkwaliteit altijd belangrijker dan het versienummer van de poort.

Je wilt alleen beter geluid via een soundbar. Vaak wordt gedacht dat je voor de beste geluidsoverdracht (eARC) per se een volledige HDMI 2.1-tv nodig hebt. Hoewel eARC officieel onderdeel is van de 2.1-specificaties, hebben veel fabrikanten deze functie ook toegevoegd aan televisies die verder gewoon op HDMI 2.0 draaien. Als je doel puur het doorsturen van Dolby Atmos-geluid is, is een volledige HDMI 2.1-poort dus geen harde eis, zolang eARC maar specifiek wordt vermeld.

Je kijkt puur films en series. Als je geen gamer bent, is er geen enkel scenario waarin HDMI 2.1 je kijkervaring verbetert. Het sluit een heleboel uitstekende oudere of goedkopere modellen uit die misschien wel een veel mooier OLED- of QLED-paneel hebben, maar niet de nieuwste aansluitingen. Beeldkwaliteit (zwartwaarden, kleur) wint het voor de filmkijker altijd van bandbreedte.

©DC Studio

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om de juiste keuze te maken, moet je kritisch kijken naar wat er in je tv-meubel staat of komt te staan. De vuistregel is eenvoudig: ben jij iemand die elke frame telt in een online shooter en heb je de hardware om dat te genereren? Dan moet HDMI 2.1 bovenaan je wensenlijst staan; zonder die poort knijp je de prestaties van je dure console af en mis je de soepelheid waarvoor je betaald hebt.

Ben je daarentegen een filmliefhebber die geniet van de hoogste beeldkwaliteit in HDR, of kijk je vooral sport? Richt je dan op het contrast, de helderheid en de kleurweergave van het paneel. Een kwalitatief hoogwaardig paneel met een 'oudere' aansluiting geeft een indrukwekkender plaatje bij films dan een middelmatige tv die toevallig wél een 2.1-aansluiting heeft. Laat je niet gek maken door het idee van toekomstbestendigheid als de beloofde toekomst niet aansluit bij jouw kijkgedrag.

Dus...

HDMI 2.1 is essentieel voor gamers met een PS5, Xbox Series X of krachtige pc die willen spelen in 4K bij 120 Hz. Voor filmkijkers, serie-bingers en tv-kijkers biedt de standaard geen zichtbare beeldverbetering ten opzichte van HDMI 2.0. De extra bandbreedte is puur bedoeld voor zeer hoge framerates die videocontent niet gebruikt. Kies alleen voor HDMI 2.1 als je hardware hebt die deze snelheid daadwerkelijk kan benutten. In alle andere gevallen is de kwaliteit van het beeldscherm zelf veel belangrijker dan het type aansluiting.

▼ Volgende artikel
Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?
© Wildlight Entertainment
Huis

Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?

Op 26 januari kan de wereld aan de slag met Highguard. Het lijkt erop dat iedereen weet wat Highguard is, terwijl tegelijkertijd ook niemand precies weet wát Highguard nou precies is. In dit artikel zetten we dus uiteen wanneer je de game kunt spelen, en waarom deze titel van Wildlight Entertainment zoveel aandacht krijgt.

Releasedatrum van Highguard

Highguard is vanaf vandaag, 26 januari, rond 19:00 uur Nederlandse tijd beschikbaar op pc, PlayStation 5 en Xbox Series X en S. De exacte releasetijd is nog niet bekend, maar vermoedelijk zal de game rond die tijd op alle platforms beschikbaar worden.

Daarbij is het spel free-to-play, dus je hoeft niets te betalen om Highguard te spelen. Daarbij ondersteunt de game crossplay en cross-save, dus je kunt de game samen met vrienden op andere platforms spelen en je progressie op andere platforms meenemen. Het spel is niet te preloaden, maar vereist op pc in ieder geval 25 GB aan beschikbare opslagruimte.

Met de lancering van het spel zendt ontwikkelaar Wildlight Entertaiment om 19:00 uur Nederlandse tijd ook direct een zogenaamde Launch Showcase uit op YouTube - ook hieronder te bekijken. De studio belooft in deze showcase een ‘deepdive in de gameplay’ van Highguard te tonen, de contentplannen voor het eerste jaar uit de doeken te doen en nog ‘veel meer’. 

Watch on YouTube

Wat is Highguard?

Aan team-based PvP heroshooters als Overwatch is geen gebrek, maar Highguard lijkt zich bij die groep te scharen. Het spel wordt ontwikkeld door Wildlight Entertainment, dat weer bestaat uit oud-ontwikkelaars van onder andere Titanfall en Apex Legends. Mensen die dus meer dan prima shooters in elkaar hebben gedraaid, waardoor de interesse toch ietwat gewekt wordt. 

Ieder team in de game bestaat uit drie zogenaamde Wardens, waarvoor verschillende personages gekozen kunnen worden. In de trailer zien we bijvoorbeeld een ridderachtige personage, die met een speciale vaardigheid elektrische stokken rond kan gooien. Ook is er een groot ijsmonster dat schijnbaar muren kan laten verschijnen, een soort cowboy met beestachtige klauwen en een personage dat met messen kan gooien. Ook heeft ieder personage schijnbaar toegang tot geweren om het vijandelijke team mee te bevechten.

Het doel van een potje is namelijk het vinden van de ‘Shieldbreaker’, een soort groot zwaard waarmee je de basis van de tegenstanders open kan breken en uiteindelijk overnemen. Wanneer dit lukt is het potje gewonnen. In de context van de game krijgt jouw team op die manier de controle over het continent. 

©Wildlight Entertainment

Waarom is er zoveel om Highguard te doen?

Wildlight positioneert de game in hun marketing als een “nieuw soort shooter”, maar veel spelers zijn op basis van de trailer nog niet overtuigd. Highguard doet qua opzet van de potjes wel een paar dingen anders dan hero-shooters als Overwatch en Marvel Rivals, maar zoals Concord in 2024 liet zien is de huidige markt voor dit subgenre binnen shooters redelijk verzadigd. Velen zijn simpelweg nog niet overtuigd dat Highguard daadwerkelijk iets vernieuwends met zich mee weet te brengen.

Dit valt ook te verwijten aan een opvallend gebrek aan marketing van de game. Zo’n anderhalve maand voor release hoorden we voor het eerst van Highguard, toen de trailer werd getoond als afsluiter van The Game Awards. Normaliter is de laatste aankondiging van die show een van de hoogtepunten, maar Highguard wist mensen niet te enthousiasmeren. 

De gesprekken rondom Highguard werden echter nog vreemder, toen opviel dat Wildlight geruime tijd niets meer plaatste op sociale media over de game. Na de initiële aankondiging van de game werd er wekenlang niets meer geplaatst op het X-account van Highguard, tot drie dagen voor launch - toen het bedrijf een countdown startte. Ook dit maakte het lastig om enthousiast te worden voor Highguard. 

©Wildlight Entertainment

In de afgelopen dagen doken er berichten en geruchten op die stelden dat Geoff Keighley - de presentator en oprichter van The Game Awards - Highguard specifiek had uitgekozen als afsluiter van The Game Awards, omdat hij hier wel iets in zag. Op 25 januari plaatste Keighley een gif op X, waarin John Hammond uit Jurassic Park zegt: “Over 48 uur accepteer ik jullie verontschuldigingen”. 

Natuurlijk gunnen we iedere game waar tijd en passie in heeft gezeten het beste, maar het is ook niet te ontkennen dat het verhaal rondom Highguard op zijn minst frappant te noemen is. Nou ja, vanaf 19:00 uur kunnen we het spel zelf onder handen nemen. Verwacht daarom binnenkort impressies op onze socials en ID.nl.