ID.nl logo
Samsung Galaxy A71: beste midrange smartphone van nu?
© Reshift Digital
Huis

Samsung Galaxy A71: beste midrange smartphone van nu?

Samsungs Galaxy A-serie is erg populair vanwege de scherpe prijs-kwaliteitsverhouding. De A71 is het duurste en grootste model, maar maakt dat 'm ook de beste koop? Je leest het in deze Samsung Galaxy A71 review.

De Samsung Galaxy A71 is de opvolger van de populaire Galaxy A70 uit 2019. Het toestel doet denken aan de Galaxy A51, maar heeft een groter scherm, betere specificaties en daarom ook een hogere prijs. Ik testte de smartphone twee weken. Interessant is dat hij in een paar maanden tijd al flink in prijs is gedaald. Op moment van publicatie haal je de Galaxy A71 voor zo’n 380 euro in huis, terwijl de adviesprijs 469 euro bedraagt.

Ontwerp en scherm

De Galaxy A-serie heeft een herkenbaar ontwerp dat grotendeels kan bekoren. De Galaxy A71 oogt modern en premium door de smalle randen rond het scherm en het gaatje voor de selfiecamera in het display. Achter het scherm zit een vingerafdrukscanner die in de meeste gevallen goed werkt. Desalniettemin zijn er in dit prijssegment smartphones met een snellere en meer accurate scanner. Het toestel heeft een usb-c-poort en een 3,5mm-aansluiting en is gemaakt van plastic. Dat heeft voor- en nadelen. De behuizing kan tegen een stootje en is relatief licht, waardoor de grote smartphone prettiger vasthoudt en minder voelbaar is in je broek- of jaszak. Het plastic voelt echter wel goedkoop aan en zit al snel onder de vingerafdrukken. Een grappig detail is dat de achterkant verschillende kleuren toont als het licht erop schijnt.

©PXimport

Met zijn 6,7inch-scherm is de Galaxy A71 één van de grootste smartphones van dit moment. Dat merk je: het toestel is niet met één hand te bedienen. Een eenhandige modus in de software brengt hier verandering in, maar is vooral bedoeld als je snel wat wil doen terwijl je een tas in je andere hand hebt. Het scherm oogt scherp door de full-hd-resolutie en oogt prachtig door het amoled-paneel. Dat is afkomstig van Samsung zelf, en een pluspunt in dit prijssegment. Sommige concurrerende smartphones hebben namelijk een minder fraai lcd-display.

Samsung Galaxy A71 specificaties

Onder de motorkap van de Galaxy A71 draait een Qualcomm Snapdragon 730-processor. Dat is opvallend, want deze processor kennen we vooral uit smartphones van ongeveer driehonderd euro. De A71 is aanzienlijker duurder. In vergelijking met concurrerende smartphones voelt hij daarom iets langzamer aan, iets wat je vooral merkt bij het spelen van zware games. Storend is het niet: de A71 voelt snel genoeg aan en draait alle populaire apps en games prima. Dit is deels te danken aan het werkgeheugen van 6GB; standaard voor dit type toestel.

©PXimport

Het opslaggeheugen is 128GB groot, eveneens gangbaar in dit prijssegment. Voor de meeste gebruikers is het genoeg en wie meer ruimte nodig heeft, kan een micro-sd-kaartje in de smartphone stoppen. Positief ben ik over de accuduur. De (niet-verwisselbare) batterij van 4500 mAh houdt het probleemloos anderhalve dag vol. Zelfs bij zwaar gebruik lukte het me niet om de batterij voor het slapengaan leeg te trekken. Ook prettig is dat de batterij snel oplaadt via de usb-c-stekker met een vermogen van 25W. Dat is even snel als de Galaxy S20, een veel duurdere smartphone.

Camera's

Op de achterkant van de Galaxy A71 zit een vierdubbele camera. De meeste foto’s maak je met de primaire camera van 64 megapixel, die standaard 16 megapixel plaatjes schiet voor betere resultaten. Overdag levert de camera scherpe en kleurrijke beelden af. In het donker volstaat de camera ook maar vertonen de foto’s meer ruis en minder natuurlijke kleuren.

©PXimport

©PXimport

Met de groothoekcamera (12 megapixel) schiet je wijde beelden van bijvoorbeeld landschappen en gebouwen. Dit werkt naar behoren en de fotokwaliteit is goed. Fijn is dat je ook met de groothoekcamera kan filmen. De derde lens is een 5 megapixel macrocamera om foto’s van heel dichtbij te maken. Ook deze camera werkt naar behoren, maar doet het eigenlijk alleen goed bij voldoende daglicht. Door de lagere resolutie kun je de macrofoto’s niet scherp op groot formaat uitprinten. Tot slot heeft de Galaxy A71 een dieptesensor die de achtergrond vervaagt op portretfoto’s. Samsung noemt die stand ‘Live Focus’. De functie doet wat ‘ie moet doen, en helpt je persoon of object beter naar voren te komen.

©CIDimport

Software en updates

De Samsung Galaxy A71 draait op Android 10 met de OneUI-schil van Samsung. Die werkt naar behoren en is gebruiksvriendelijk. Het enige waar ik me aan blijf storen is dat de fabrikant zijn eigen dienst opdringt. Je hoeft gelukkig geen gebruik te maken van al die apps en diensten. De vooraf geïnstalleerde apps OneDrive, Netflix en Facebook zijn helaas niet te verwijderen, alleen uit te schakelen. Samsung belooft minstens twee jaar updates voor de Galaxy A71. Dat is gangbaar in dit prijssegment en betekent dat de telefoon Android 11 en waarschijnlijk ook Android 12 ontvangt.

©CIDimport

Conclusie: Samsung Galaxy A71 kopen?

De Samsung Galaxy A71 is een smartphone zonder poespas, die doet wat hij belooft. Het toestel heeft een fraai scherm, complete specificaties en gaat langer dan een dag mee op een acculading. De software is gebruiksvriendelijk en je kan rekenen op twee jaar updates. Aandachtspunten zijn de goedkope plastic behuizing en de vingerafdrukscanner en algemene prestaties, die niet kunnen tippen aan sommige concurrenten. Houd er ook rekening mee dat je de Galaxy A71 niet met één hand kan bedienen. Als je met de aandachtspunten kan leven en een grote, ‘gewoon goede’ Android-smartphone zoekt, is de Samsung Galaxy A71 zeker het overwegen waard. Interessante alternatieven zijn de Samsung Galaxy A51, Oppo Reno2 en Xiaomi Mi 9T.

Uitstekend
Conclusie

**Adviesprijs** € 469,- **Kleuren** Zwart, zilver en blauw **OS** Android 10 (OneUI) **Scherm** 6,7 inch oled (2400 x 1080) 60Hz **Processor** 2,2 GHz octacore (Snapdragon 730) **RAM** 6GB **Opslag** 128GB (uitbreidbaar) **Batterij** 4.500 mAh **Camera** 64, 12, 5 en 5 megapixel (achter), 32 megapixel (voor) **Connectiviteit** 4G (LTE), Bluetooth 5.0, wifi 5, nfc, gps **Formaat** 16,3 x 7,6 x 0,77 cm **Gewicht** 179 gram **Website** [www.samsung.com](https://www.samsung.com/nl/smartphones/galaxy-a71/SM-A715FZBUPHN/buy/)

Plus- en minpunten
  • Complete specificaties
  • Camera's
  • Software(beleid)
  • Groots en fraai scherm
  • Eenvoudigere processor
  • Behuizing komt wat goedkoop over
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.