ID.nl logo
Review Samsung Galaxy Tab A9+ - tablet voor basisgebruik
© ID.nl
Huis

Review Samsung Galaxy Tab A9+ - tablet voor basisgebruik

Tablets zijn veel minder populair dan tien jaar geleden, maar verkopen nog steeds goed genoeg om fabrikanten te motiveren af en toe nieuwe modellen uit te brengen. De Samsung Galaxy Tab A9+ is zo’n exemplaar en kost nog geen 250 euro. Wat kun je voor die scherpe prijs verwachten? Je leest het in deze review van de Samsung Galaxy Tab A9+.

Goed
Conclusie

De Samsung Galaxy Tab A9+ is een voordelige tablet met een prima scherm, lange accuduur en vijf jaar beveiligingsupdates. De technische functies van de tablet hebben ons niet positief verrast, maar zijn ons ook niet tegengevallen. Hoewel het apparaat sneller had mogen zijn, werkt hij naar behoren en kun je er voor 250 euro geen buil aan vallen.

Plus- en minpunten
  • Degelijk ontwerp
  • Heeft alle belangrijke functies aan boord
  • Geen serieuze tegenvallers
  • Vrij langzaam in gebruik
  • Onduidelijkheid over versie-updates
  • Opladen duurt erg lang

De Tab A9+ is een 11-inch tablet en hiermee de grotere variant van de Tab A9 met 8,7-inch scherm. Een belangrijk verschil dus. Ook goed om te weten is dat Samsung de Tab A9+ niet alleen in meerdere kleuren, maar ook in verschillende uitvoeringen verkoopt. Je kunt de tablet kopen met 4 GB werkgeheugen en 64 GB opslagcapaciteit, maar ook met 8 GB RAM en 128 GB opslag. De meerprijs bedraagt enkele tientallen euro’s.

Beide uitvoeringen zijn te koop als wifi-variant, maar ook met wifi en 5G-ondersteuning. Met een 5G-tablet en los verkrijgbaar data-abonnement kun je overal mobiel internetten, zonder smartphone. Samsung stuurde ons een wifi-variant van de Galaxy Tab A9+ met 4 GB RAM en 64 GB opslag op voor deze review.

©Rens Blom

Wij hebben de goedkoopste versie van de Tab A9+ getest.

Ontwerp en scherm

Pak je de Tab A9+ vast, dan merk je niet direct dat je een goedkope Android-tablet in handen hebt. De tablet is dun (6,9 millimeter) en met 480 gram van gemiddeld gewicht. De metalen behuizing komt ook luxe en degelijk over, al trekt hij wel vingerafdrukken aan.

©Rens Blom

De behuizing van de Galaxy Tab A9+ trekt vingerafdrukken aan.

Het 11-inch Full-HD-scherm oogt scherp genoeg en is binnenhuis goed af te lezen. Omdat het scherm niet heel fel kan, is het af te raden deze tablet op een zonnige dag buiten te gebruiken. Dan zie je weinig. Qua kleuren en contrast kan de Tab A9+ absoluut niet tippen aan het scherm van een duurdere tablet, maar dat is logisch en niet heel storend.

De vier luidsprekers aan de zijkanten bieden aardig geluid, maar vervormen de klanken bij een hoger volume. Gelukkig kun je ook een hoofdtelefoon aansluiten op de 3,5mm-poort.

Basale specificaties

Van een betaalbare tablet kun je – ook anno 2024 – geen heel krachtige specificaties verwachten. Dat laat de Tab A9+ ook zien. Het werkgeheugen is met 4 GB aan de krappe kant, de opslagcapaciteit houdt met 64 GB ook niet over. Wel prettig is dat je de opslagcapaciteit kunt uitbreiden met een microSD-kaartje.

De Tab A9+ gebruikt een Qualcomm Snapdragon 695-processor. Die is al een paar jaar oud en dat merk je: de tablet werkt naar behoren, maar voelt nooit ‘snel’ aan. Bij het wisselen tussen veel tabbladen in de Google Chrome-browser moet de tablet echt even nadenken en ook populaire games stotteren af en toe.

©Rens Blom

Door de verouderde processor stottert de tablet weleens bij het internetten.

Als de Tab A9+ je serieus aanspreekt, is het de moeite waard om toch een paar tientjes meer te betalen voor de uitvoering met 8 GB werkgeheugen en 128 GB opslagcapaciteit. Deze versie schakelt dankzij het veel grotere werkgeheugen soepeler tussen recent gebruikte apps én heeft standaard dus twee keer zo veel opslagruimte voor apps, games en andere bestanden. Als je jaren met de tablet wilt doen, is dat een prima investering.

De camera’s voor- en achterop de tablet zijn van gebruikelijke kwaliteit. Niet bijzonder dus. Wel fijn is dat de selfiecamera horizontaal in de schermrand zit, wat wij de meest logische positie vinden omdat je de tablet vaak zo vasthoudt of neerzet bij het videobellen.

©Rens Blom

De webcam zit op de horizontale zijde: een fijne plek, vinden wij.

Tab A9+ laadt traag op

Een tablet gebruik je waarschijnlijk anders dan je smartphone, die je de hele dag vanuit je broekzak gebruikt. Een smartphone moet daarom een hele dag meegaan. Maar een tablet, die raak je misschien alleen na werktijd aan. Of geef je juist een paar uur aan de kinderen. Goed om te weten is dat de 7040mAh-accu in de Samsung Galaxy Tab A9+ bij afwisselend gebruik wel een paar dagen meegaat. Gebruik je de tablet echt achter elkaar, bijvoorbeeld tijdens een lange vlucht of autorit? Dan gaat hij zo’n tien uur mee, behalve als je gamet.

©Rens Blom

Rond de usb-c-poort zitten twee van de vier speakers

Een oplader moet je zelf regelen, want Samsung stopt om milieuredenen alleen een usb-c-kabel in de doos. De tablet laadt op met maximaal 15 watt en dat is erg langzaam voor een tablet. Overigens ook voor een smartphone. Concreet betekent het dat de Tab A9+ met een 15W-oplaadadapter ruim drie uur nodig heeft om volledig op te laden. Dat doe je idealiter dus als je de tablet een periode niet gebruikt, bijvoorbeeld als je aan het werk bent.

Vijf jaar updates

Samsung levert de Galaxy Tab A9+ met Android 13, de versie uit 2022. Gek genoeg ontbreekt Android 14 van vorig jaar, dat wel via een update naar de tablet komt en dan nieuwe functies toevoegt. Of het bij die ene update blijft of dat je ook op Android 15 kunt rekenen, vertelt Samsung niet. De fabrikant geeft wel aan dat je vijf jaar beveiligingsupdates kunt verwachten, namelijk tot januari 2029. Dat vinden we een nette periode voor een betaalbare tablet.

©Rens Blom

De DeX-computermodus

De software zelf is compleet in functies en bevat zelfs een desktopmodus genaamd DeX. Deze computermodus laat je productiever werken, zeker als je de tablet koppelt aan een (draadloos) toetsenbord, muis en eventueel externe monitor. Houd er rekening mee dat de tablet vrij langzaam blijft. Wat ons betreft mag Samsung trouwens minder apps van zichzelf en partners als Microsoft leveren. En minder nadruk leggen op het aanmaken van een Samsung-account om bepaalde diensten te gebruiken.

©Rens Blom

Samsung wil héél graag dat je een Samsung-account aanmaakt. Dat is echter niet verplicht.

Conclusie: Samsung Galaxy Tab A9+ kopen?

De Samsung Galaxy Tab A9+ is een voordelige tablet met een prima scherm, lange accuduur en vijf jaar beveiligingsupdates. De technische functies van de tablet hebben ons niet positief verrast, maar zijn ons ook niet tegengevallen. Hoewel het apparaat sneller had mogen zijn, werkt hij naar behoren en kun je er voor 250 euro geen buil aan vallen.  

▼ Volgende artikel
Beeldverversing versus pixels: waarom soepel gamen beter is dan scherp
© Gorodenkoff Productions OU
Huis

Beeldverversing versus pixels: waarom soepel gamen beter is dan scherp

Resolutie is marketing, refreshrate is beleving. Waar 4K zorgt voor een mooi plaatje, zorgt een hoge verversing (Hz) ervoor dat je daadwerkelijk wint. Hieronder lees je waarom snelheid in feite de échte koning is in gaming.

Veel gamers staren zich blind op 4K-resolutie. Ze kopen een duur scherm, zetten de settings op Ultra en vragen zich vervolgens af waarom hun spel stroperig aanvoelt. De misvatting is dat 'mooier' gelijkstaat aan 'beter'. In werkelijkheid is de vloeibaarheid van het beeld – de refreshrate, oftewel verversingssnelheid – veel bepalender voor hoe direct en responsief een game aanvoelt. Aan het eind van dit artikel weet je precies of jij moet kiezen voor pixels of snelheid.

Hoe je ogen bedrogen worden door Hertz

Stel je voor dat je snel met je muis over je bureaublad beweegt. Op een standaard 60Hz-scherm zie je de cursor in schokjes over het beeld springen; je hersenen vullen de gaten in. Op een 144Hz- of 240Hz-gaming-monitor verdwijnen die gaten.

Het technische verschil zit hem in de verversingssnelheid: het aantal keren per seconde dat het beeld wordt vernieuwd. Bij 60 Hz krijg je elke 16,6 milliseconden een nieuw beeld. Bij 144 Hz is dat elke 6,9 milliseconden. Dat klinkt als een klein verschil, maar je voelt het direct. Het gestotter dat je onbewust gewend bent verdwijnt. Bewegingen voelen boterzacht aan, alsof de cursor (of je crosshair) aan je hand vastgeplakt zit in plaats van er achteraan zwemt. Dit effect wordt motion clarity genoemd: objecten blijven scherp, zelfs als ze snel door het beeld bewegen.

©Framestock

De winst in shooters en snelle actie

Wanneer werkt dit in je voordeel? Vooral in competitieve shooters zoals Call of Duty, Counter-Strike of Valorant. In dit soort games telt elke milliseconde. Een hogere refreshrate vermindert de input lag, oftewel de tijd tussen jouw klik en de actie op het scherm.

Stel, je draait je personage snel om. Bij een lage refreshrate wordt de vijand een fractie later getoond en zie je veel bewegingsonscherpte (motion blur). Met een hoge refreshrate zie je de vijand eerder en scherper, waardoor je sneller kunt reageren. Je hebt letterlijk actuelere informatie dan je tegenstander. Om dat te bereiken heb je wel een krachtige videokaart nodig die genoeg beelden per seconde (FPS) kan genereren om je snelle scherm bij te houden.

Wanneer resolutie het toch wint van snelheid

Is snelheid altijd heilig? Nee. Als je vooral tragere, meer verhalende games speelt (zoals Cyberpunk 2077 in de 'sightseeing' modus), Microsoft Flight Simulator of grafische RPG's, dan voegt 240 Hz weinig toe. In deze titels kijk je vaak naar stilstaande of langzaam bewegende omgevingen.

In dat geval wil je juist de texturen van de bomen, de reflecties in het water en de details in gezichten zien. Een 4K-monitor op 60 of 120 Hz is dan een logischer keuze dan een onscherp 1080p-scherm op 360 Hz. De visuele pracht weegt hier zwaarder dan de milliseconden reactietijd. Ook voor console-gamers die op de bank zitten, is een goede televisie met 4K en HDR vaak indrukwekkender dan puur de hoogste framerates.

Situaties waarin een hoge refreshrate zinloos is

Er zijn momenten dat investeren in een snel scherm weggegooid geld is. Dat gebeurt bijvoorbeeld als je hardware de snelheid niet kan leveren; als je videokaart maar 50 frames per seconde kan leveren, heeft een 144Hz-scherm geen nut omdat het scherm wacht op de computer. Daarnaast beperken oude kabels je bandbreedte, waardoor je monitor soms terugvalt naar 60 Hz zonder dat je het doorhebt. Ook op oudere consoles zoals de Nintendo Switch of de standaard PS4 heb je niets aan snelle schermen, omdat deze hardware fysiek gelimiteerd is op 60 Hz of lager.

Bepaal wat jouw setup aankan

Kijk dus kritisch naar je huidige situatie voordat je naar de winkel rent. Heb je een high-end pc die makkelijk 120+ FPS haalt in jouw favoriete games? Dan is een upgrade naar een 144- of 165Hz-monitor de grootste sprong in spelplezier die je kunt maken. Speel je op een PlayStation 5 of Xbox Series X? Zoek dan specifiek naar een scherm met HDMI 2.1-ondersteuning om 120 Hz op 4K mogelijk te maken. Zit je ver van je scherm af en speel je relaxed? Investeer dan liever in resolutie en kleurdiepte.

©Proxima Studio

Kortom: snelheid is de sleutel tot succes!

Verversingssnelheid is belangrijker dan resolutie voor iedereen die actie- of competitieve games speelt. Het zorgt voor een vloeiender beeld, minder input lag en betere motion clarity, wat je direct een voordeel geeft in het spel. Resolutie is vooral luxe voor het oog, maar refreshrate is pure prestatie voor de speler.

▼ Volgende artikel
Column: A Knight of Seven Kingdoms is wat Game Of Thrones nooit durfde te zijn
© HBO Max
Huis

Column: A Knight of Seven Kingdoms is wat Game Of Thrones nooit durfde te zijn

Game of Thrones kennen we als een reeks brute, grootschalige verhalen, maar A Knight of Seven Kingdoms is het tegenovergestelde. Wat blijkt? Met een schattig, kleinschalig verhaal voelt Westeros alleen maar groter.

Het regent. Op een heuvel, onder een boom, zien we een kast van een vent in de weer met een schop. Een ridder, lijkt het. Hij graaft een graf. Tegelijkertijd praat de ridder in zichzelf: er is in de buurt een toernooi, en we kijken waarschijnlijk naar de winnaar. De muziek zwelt op, terwijl onze held vastberaden in de verte staart. De iconische Game of Thrones-muziek lijkt ons te gaan overspoelen, klaar om naar een prachtig geanimeerde intro te gaan. In plaats daarvan, knippen we naar een shot waarin onze held achter een boom staat te poepen.

Watch on YouTube

De boodschap is duidelijk: de serie heeft schijt aan de verwachtingen die je van Game of Thrones hebt. De serie stond er ooit immers om bekend dat het brak met de conventies van mainstream fantasy. Nu de reeks daar inmiddels zelf toe behoort, is het aan A Knight on Seven Kingdoms om er weer een flinke draai aan te geven.

Een ridder van de heg

Nog een spin-off? George R. R. Martin is toch die schrijver die nooit schrijft? Tja, dat valt wel mee. Hoewel de beste man zich al tien jaar uit een hoekje probeert te schrijven met het langverwachte Winds of Winter, heeft hij een hoop andere verhalen in Westeros verteld.

Zo komen de verhalen van House of the Dragon uit het boek Fire and Blood, waarin we volgen hoe de Targaryen-familie zichzelf met generaties aan ruzies ten val brengt. Maar George R. R. Martin heeft de schaal ook wel eens flink verkleind: in het korte boek The Hedge Knight, dat nog stamt uit de vorige eeuw, volgen we een ridder en zijn schildknaap.

©HBO Max

Daarin volgen we de ridder Dunk - niet onze eigen Dunke, maar Ser Duncan The Tall. Hij is een ‘hagenridder’: een ridder zonder verwantschap aan een heer. Of, in andere woorden: een freelancer die, als hij niet werkt, in de heg mag slapen. Dunk blijft niet lang een zzp’er: hij ontmoet de kale stadsjongen Egg, die dolgraag zijn schildknaap wil zijn.

Vrede!?

De verhalen van dit geliefde tweetal bieden de basis van A Knight of the Seven Kingdoms. De twist? Er is vrede in Westeros - ja, het kan echt - en we volgen een nobody, dus er is ineens ruimte voor een gezellig, klein verhaal. Dat wordt gereflecteerd in de afleveringen: geen dik uur, maar een comfortabel halfuurtje.

©HBO Max

De ridder Dunk wil dolgraag bewijzen dat hij een eervolle ridder is, maar dat is in het brute Westeros best een uitdaging. Al helemaal als je een lompe lieverd als Dunk bent. Dan komt zo’n slimme, wereldwijze schildknaap als Egg ineens goed van pas.

Het wordt al helemaal lastig als je niet eens kan bewijzen dat je een ridder bent. Dan mag je namelijk niet eens meedoen aan een toernooi - eentje waarbij Dunk overigens zijn paard en zijn spullen kwijtraakt, mocht hij verliezen.

Meneer, mag ik meedoen?

Met dat toernooi wordt een van de Game of Thrones-clichés lekker op zijn kop gezet. In de oorspronkelijke serie zagen we in aflevering vier een heftig toernooi en House of the Dragon opende er zelfs mee: het is vaak een goede manier om zonder grote verhaalconsequenties te laten zien hoe gewelddadig Westeros is.

©HBO Max

In A Knight of the Seven Kingdoms komen we dat toernooi niet eens bínnen. Eerst moet Dunk maar eens bewijzen dat hij een ridder is, uitzoeken hoe zo’n toernooi werkt en een heer overtuigen hem te helpen - maar ook dansen, touwtje trekken en een poppenspel aanschouwen. Het is een fantastische stap terug van al die grootschalige oorlogen.

Doordat het verhaal zo’n piepkleine focus heeft, begin je om iedereen te geven: iemand die z’n paard verkoopt in A Knight of Seven Kingdoms is vele malen pijnlijker dan een draak die wordt doodgeschoten in Game of Thrones. We bevinden ons nog steeds in de brute wereld, maar het komt allemaal wat harder aan omdat we ook zien hoe grappig en gezellig het kan zijn.

©HBO Max

Een fossiele brandstof

Toch loopt ook A Knight of Seven Kingdoms een zeker risico. De kwaliteit van Game of Thrones kelderde toen de makers het bronmateriaal inhaalden. Ook die van House of the Dragon nam wat af, toen showrunner Ryan Condal besloot George R.R. Martin niet langer te raadplegen en de grote climax werd doorgeschoven naar het volgende seizoen.

Er zijn momenteel drie korte boeken rondom Dunk en Egg, waarvan dit eerste seizoen het eerste boek beslaat. George R.R. Martin zegt nog twaalf verhalen in zijn hoofd te hebben, maar volgens HBO-baas Casey Bloys moeten de seizoenen van A Knight of Seven Kingdoms jaarlijks verschijnen: dat klinkt goed, maar dan mag Martin wel even doorschrijven. Zijn verhalen voelen nu als een fossiele brandstof: het is een enorm waardevolle bron, maar die wordt niet echt meer aangevuld.

©HBO Max

Gelukkig lijken showrunner Ira Parker en George R.R. Martin goed bevriend. De schrijver heeft Parker een outline gegeven van de twaalf verhalen, dus in theorie kan de serie daarmee verder - maar laten we niet vergeten dat dit bij de laatste seizoenen van Game of Thrones óók het geval was.

Bombastisch gefluit

Toch verdient Ira Parker ons optimisme, want A Knight of Seven Kingdoms is een fenomenale toevoeging aan de wereld van A Song of Ice and Fire. Verhalen hebben contrast nodig: door het klein te houden, voelt de wereld groot. Door het lief te houden, komen de gemene momenten keihard aan.

©HBO Max

De muziek is hier een spectaculair voorbeeld van. De bombastische muziek wordt ons aan het begin als wortel voorgehouden, maar dat is het ook wel - in plaats daarvan moeten we het doen met een gezellig gitaartje, iemand die fluit en het gezang van de vogeltjes.

Als het balletje dan eenmaal gaat rollen, neemt de muziek toch een bombastischer formaat aan - maar op dat moment voelt het verdiend. En, het allerbelangrijkste: in die epische muziek zit óók gewoon nog dat schattige gefluit.

Afleveringen van A Knight of Seven Kingdoms verschijnen wekelijks op HBO Max.