ID.nl logo
Review Samsung Galaxy A54 5G: processor gooit roet in het eten
Huis

Review Samsung Galaxy A54 5G: processor gooit roet in het eten

Als je niet meer dan 450 euro aan een smartphone wilt uitgeven, kan de Samsung Galaxy A54 5G een puike kandidaat zijn voor je volgende telefoon. Er is een aantal kanttekeningen waar je rekening mee moet houden, en die kunnen aanzienlijke obstakels vormen.

Goed
Conclusie

Daar waar we de Samsung Galaxy A34 5G nog vol enthousiasme kunnen aanbevelen – zeker voor die prijs – hebben we wat meer moeite met de A54 5G. Het toestel heeft een fantastisch premium oledscherm, fijne software en een hulpvaardige hoofdcamera, maar schiet tekort op het gebied van de processor, accuduur, behuizing en een over het algemeen bemoeizuchtig camerasysteem dat veel nadruk legt op kleur en minder op details. 450 euro is niet ontzettend duur, maar voor 100 euro minder kun je wellicht beter toch de Galaxy A34 5G overwegen.

Plus- en minpunten
  • Amoledscherm
  • Verversingssnelheid
  • Software(beleid)
  • Overijverig camerasysteem
  • Accuduur en opladen
  • Voelt een beetje goedkoop aan
  • Matige processor

Als je de Samsung Galaxy A54 5G naast de Samsung Galaxy A34 5G zou leggen, zie je op het eerste gezicht geen verschillen. En je voelt ze ook niet echt. Daarom delen beide smartphones dezelfde nadelen als het aankomt op de materialen die Samsung heeft gebruikt. Rondom het scherm zitten relatief dikke schermranden, die opvallen tijdens het dagelijks gebruik. Daarnaast voelt de plastic achterkant wat goedkoop aan omdat die flexibel is. Je kunt het toestel gevoelsmatig net te ver buigen. Qua ontwerp doen beide smartphones niet onder voor de Galaxy S23-lijn.

Samsung Galaxy A54 5G met 120Hz-scherm

Met een oledscherm van 6,4 inch is de Samsung Galaxy A54 5G net even wat kleiner dan de eerdergenoemde A34 5G. In vergelijking met de Samsung Galaxy S23 is-ie 0,3 inch groter. Net als op dat toestel heeft de A54 5G een variabele verversingssnelheid tot 120 Hz. Dat betekent dat het toestel zelf het aantal benodigde frames kan berekenen. Voorgaande en andere goedkopere toestellen hebben ook 120Hz-schermen, maar die verversingssnelheid staat vast. Je moet zelf kiezen: of 60 Hz of 120 Hz. De Pixel 7a biedt overigens maximaal 90 Hz aan verversing.

De kleuren ogen ontzettend mooi en rijk, het scherm kan zeer helder worden ingesteld (tot 1.000 nits) en de kijkhoek is breed genoeg om je vakantiekiekjes tentoon te stellen. Met een resolutie van 1.080 bij 2.340 pixels ogen teksten uitstekend leesbaar en foto’s superscherp. Ook komt de pixeldichtheid boven de magische grens van 400 pixels per inch uit (met een score van 403 ppi), wat het gedetailleerde en kleurrijke beeld verklaart. Het grootste nadeel heeft betrekking op de in-display vingerafdrukscanner. Die heeft soms moeite met scannen, maar dat gebeurt zelden.

©Wesley Akkerman

Samsungs eigen processor

Onder de motorkap zit Samsungs eigen Exynos 1380-processor, met acht kernen waarvan vier geklokt zijn op maximaal 2,4 GHz. Daarmee is de A54 5G net even wat capabeler dan de A34 5G. Je hebt de keuze uit toestellen met 128 of 256 GB opslagruimte, en allebei beschikken ze over 8 GB werkgeheugen. Mocht die opslagruimte niet genoeg zijn, dan kun je de ruimte uitbreiden met een microSD-kaart. Hoewel de processor niet razendsnel is, functioneert die prima voor dagelijkse taken. Denk aan TikTok- en YouTube-video’s bekijken, whatsappen en natuurlijk browser en e-mailen.

Mocht je van gamen houden, dan zit je ook met de Samsung Galaxy A54 5G goed. Toegegeven, je kunt de verschillende Android-titels niet op het hoogste grafische niveau spelen. Maar met medium instellingen lukt het om zonder gestotter of andere problemen je favoriete games te spelen. Nemen de minimale eisen voor games toe, dan loop je wel snel tegen beperkingen aan. Ook heeft het toestel soms moeite met multitasking en bijvoorbeeld het openen van de camera-app. De processor is redelijk streng begrensd, dus vraag er niet te veel van en doe niet te veel tegelijkertijd.

Net als de Samsung Galaxy A34 5G beschikt de A54 5G over een accu met een vermogen van 5.000 mAh. Gek genoeg presteert dit iets duurdere model minder goed. De processor is niet veeleisend en biedt niet zo heel veel kracht, dus zou die in theorie weinig van de accu moeten vragen. Aan het eind van de dag heb je meestal minder dan 50 procent energie over, waardoor je de twee dagen niet redt. Opladen gaat met maximaal 25 watt ook vrij langzaam – dat kan soms tot twee uur duren. Er is geen optie voor draadloos opladen; die functie legt Samsung weg voor de premium modellen.

Nieuwste Android- en OneUI-versies

Qua software zit het dan weer helemaal goed met de Samsung Galaxy A54 5G. Net als het goedkopere broertje treffen we hier de nieuwste versies van Android (Android 13) en OneUI (OneUI 5.1) aan. Over het algemeen reageert de software lekker snel en de interface heerlijk soepel (dankzij dat scherm dat tot 120 Hz kan gaan). Houd er rekening mee dat er redelijk wat apps vooraf geïnstalleerd worden, maar een groot deel daarvan kun je gelukkig verwijderen. Dat neemt niet weg dat het een vervelende aangelegenheid blijft, dat fabrikanten dit soort dingen doen.

Samsung staat inmiddels bekend om het fijne updatebeleid. En voor de Samsung A54 5G geldt hetzelfde als de A34 5G: beide toestellen kunnen rekenen op vier jaar lang Android-upgrades en vijf jaar beveiligingsupdates. Dat betekent dat je dus Android 17 voorgeschoteld krijgt wanneer die upgrade in 2026 eenmaal verschijnt. De beveiligingspatch werd tijdens de reviewperiode geüpdatet van 1 februari naar die van 1 april, en dat is goed om te zien. Samsung neemt het Android-beveiligingsniveau van je smartphone dus zeer serieus.

1x.
2x.
0,5x.
1x.

Camera met veel nadruk op kleur

De cameramodule is – ten opzichte van zijn voorganger – opgeschoond en verbeterd. De dieptecamera is verdwenen (maar dat is geen probleem), terwijl de hoofdcamera een upgrade heeft gekregen naar een 50 megapixelsensor. Net als met veel andere camerasystemen van Samsung ogen foto’s en video’s behoorlijk verzadigd, maar dat levert wel enorm kleurrijke en heldere foto’s met een mooi contrast op. Heel natuurlijk oogt het niet, maar voor posts op social media is dat ook niet altijd nodig. Foto’s kunnen echt van het scherm spatten door dit systeem.

Als je van een meer realistische weergave houdt, ben je bij Samsung dus aan het verkeerde adres en kun je beter even verder kijken. Door die hoge verzadiging kunnen er nog weleens vlekken ontstaan, waarin kleuren onnatuurlijk samenkomen, en dat wil je niet. Daarnaast is er nog een ultragroothoeklens van 12 megapixel, die veel detail opoffert om volledig de focus op kleuren te kunnen leggen. Dat is zonde, omdat bepaalde foto’s dan niet helemaal tot hun recht komen. Ook is het zo dat de randen van de foto’s meebuigen en niet volledig worden gecorrigeerd.

Dan werpen we nog even een blik op de macrolens en selfiecamera. De eerstgenoemde is perfect in staat close-ups van allerlei objecten te maken, maar kan de randen soms net even te wazig maken, waardoor er dus wederom wat details wegvallen. De selfiecamera, van 32 megapixel heeft de neiging om details op het gezicht weg te vegen of glad te strijken. Het kan zijn dat je bepaalde oneffenheden of misschien wel sproeten mist, omdat de camera die wegpoetst. Ook ogen bepaalde kleuren te verzadigd, waardoor er een onnatuurlijk beeld kan ontstaan als je let op huids- en haarkleur.

0,5x.
1x.
2x.
10x.
Portretmodus.

Samsung Galaxy A54 5G kopen of niet?

Daar waar we de Samsung Galaxy A34 5G nog vol enthousiasme kunnen aanbevelen – zeker voor die prijs – hebben we wat meer moeite met de A54 5G. Het toestel heeft een fantastisch premium oledscherm, fijne software en een hulpvaardige hoofdcamera, maar schiet tekort op het gebied van de processor, accuduur, behuizing en een over het algemeen bemoeizuchtig camerasysteem dat veel nadruk legt op kleur en minder op details. 450 euro is niet ontzettend duur, maar voor 100 euro minder kun je wellicht beter toch de Galaxy A34 5G overwegen.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.