ID.nl logo
Review Samsung Galaxy A16 - Op belangrijke vlakken verbeterd
© Wesley Akkerman
Huis

Review Samsung Galaxy A16 - Op belangrijke vlakken verbeterd

Als het gaat om betaalbare budgetsmartphones, dan kun je eigenlijk niet om de Samsung Galaxy A16 heen. De A10-serie staat bekend om zijn betrouwbare prestaties. Hoe vergaat het de 219 euro (adviesprijs) kostende A16? Dat lees je in deze review.

Goed
Conclusie

Vergeleken met de Galaxy A15 heeft Samsung de Galaxy A16 op een paar punten verbeterd. Zo is het scherm groter, het updatebeleid verlengd en de processor iets krachtiger. Toch blijft veel onveranderd, zoals de hoeveelheid werkgeheugen, het camerasysteem en de accu. Het grootste struikelblok is ook dit jaar de processor, die constant roet in het eten gooit. Hoewel we minder hoge eisen stellen aan budgetsmartphones, blijft de vraag of dit toestel zonder problemen de zes jaar aan ondersteuning kan doorstaan.

Plus- en minpunten
  • Lang(er) updatebeleid
  • Snellere processor
  • Groter oledscherm
  • Accuduur
  • Acceptabele foto's
  • Niet de snelste
  • Avondfotografie
  • Opladen duurt lang
  • Geen Galaxy AI

De Samsung Galaxy A16 heeft zowel een goedkoop als premium uiterlijk. Als we kijken naar de achterkant van het toestel, dan spreekt het duidelijk de Samsung-designtaal van duurdere Galaxy's, zoals bijvoorbeeld de Galaxy S23-lijn. Het apparaat heeft een strakke vormgeving en cameralenzen die netjes in de behuizing verwerkt zijn. Maar tegelijkertijd is de A16 gemaakt van (hoogwaardig) plastic en zien we voorop dikke schermranden zitten. De kin is behoorlijk aanwezig en de selfiecamera steekt flink af in het gigantische oledpaneel.

Het toestel heeft weinig aspecten die storen. De afgeronde randen voelen zacht aan en zorgen ervoor dat de smartphone prettig in de hand ligt. Dankzij het gebruik van plastic is het toestel bovendien lekker licht. Aan de rechterkant zit een subtiele verhoging, waarmee je eenvoudig de powerknop kunt vinden zonder te kijken. In die knop is ook de vingerafdrukscanner verwerkt. Hoewel deze prima werkt, valt wel op dat hij aan de trage kant is. Snelheid is duidelijk niet de prioriteit van deze smartphone.

©Wesley Akkerman

©Wesley Akkerman

Niet de snelste, maar…

De keuze voor de Samsung Exynos 1330-processor bevestigt dit beeld. Hoewel deze op papier tot veertig procent sneller is dan de Mediatek-processor in de A15, merk je daar in de praktijk niet altijd veel van. De interface reageert soms traag en het openen van apps kost wat tijd. Dit hoort bij de klasse van het toestel en is geen verrassing, gezien de prijs van 219 euro. Het is belangrijk om te realiseren dat dit geen high-end model is. Qua snelheid is dit model vergelijkbaar met de OnePlus Nord CE 4 Lite en Sony Xperia 10 V.

Meestal maakt Samsung een hoop goed met zijn displays. Aanvankelijk stelt die van de Samsung Galaxy A16 niet teleur. Het riante oleddisplay is 6,7 inch groot en biedt diepe zwartwaarden en levendige kleuren. De verversingssnelheid van 90 Hertz is lager dan op concurrerende toestellen (die al op 120 Hertz zitten). Ook de maximale helderheid laat wat te wensen over. Voor binnengebruik is het een prima smartphone, maar toestellen als de Nord CE 4 Lite en Moto G84 presteren beter. Tot slot is het gebrek aan een HDR-certificaat erg jammer.

Acceptabele foto's

De Samsung Galaxy A16 heeft een eenvoudige cameraopstelling. Achterop vind je een hoofdlens van 50 megapixel, een groothoeklens van 5 megapixel en een macrolens van 2 megapixel. Over het algemeen, en onder ideale lichtomstandigheden, maken de camera's prima foto's met veel detail en kleur. Maar zoals we vaker bij Samsung zien, werkt het camerasysteem hard om de beelden te verfraaien, wat kan leiden tot overdreven verzadigde kleuren. Portretfoto's doen het daarentegen goed, met een mooi vervaagde achtergrond.

Wanneer je foto's in de avond maakt, of zonder ideale lichtomstandigheden, dan laat de kwaliteit echter snel te wensen over. Foto's ogen korrelig en missen de dynamische diepte waar Samsung-smartphones vaak om bekendstaan. Nu moeten we zeggen dat de avondmodus daarin een handje kan helpen, maar verwacht geen wonderen. Ook de frontcamera heeft moeite in donkere omstandigheden, wat zichtbaar wordt bij selfies of videobellen. Een ander minpunt is dat video's alleen in 1080p bij 30 fps kunnen worden opgenomen, terwijl sommige concurrenten 4K ondersteunen.

Lang updatebeleid

Iets dat we altijd aan Samsung kunnen waarderen is de consistente software-ervaring over de hele Galaxy-reeks. Ook de Galaxy A16 draait op Android 14 met One UI 6.1 en voelt net zo strak aan als de duurdere modellen. Daarnaast zijn er nauwelijks vooraf geïnstalleerde apps die niet van Google of Samsung zelf afkomstig zijn. Het updatebeleid belooft zes jaar aan Android-upgrades en beveiligingsupdates, wat een sterk punt is. Toch roept dit vragen op, want de huidige prestaties laten al te wensen over. Het is de vraag of dit toestel over zes jaar nog soepel genoeg draait.

Een beperking is het werkgeheugen van 4 GB, waardoor functies als Galaxy AI ontbreken. Voor sommige gebruikers is dat geen gemis, maar het benadrukt wel de kloof tussen de snelheid van de processor en wat de software vraagt. Samsung zou er goed aan doen om de software verder te optimaliseren, zodat het prestatieniveau op peil blijft. Zonder die optimalisaties verliezen de beloofde zes upgrades hun waarde. Wat betreft de batterij: deze houdt het ongeveer een dag vol en laadt in anderhalf uur volledig op..

Samsung Galaxy A16 kopen?

Vergeleken met de Galaxy A15 heeft Samsung de Galaxy A16 op een paar punten verbeterd. Zo is het scherm groter, het updatebeleid verlengd en de processor iets krachtiger. Toch blijft veel onveranderd, zoals de hoeveelheid werkgeheugen, het camerasysteem en de accu. Het grootste struikelblok is ook dit jaar de processor, die constant roet in het eten gooit. Hoewel we minder hoge eisen stellen aan budgetsmartphones, blijft de vraag of dit toestel zonder problemen de zes jaar aan ondersteuning kan doorstaan.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.