ID.nl logo
iPad mini met Retina-display - De kleine krachtpatser
© Reshift Digital
Huis

iPad mini met Retina-display - De kleine krachtpatser

De nadelen van de eerste iPad mini lossen op als sneeuw voor de zon met de komst van de iPad mini met Retina-display. Met een haarscherp beeldscherm en sterke processor beschikt deze iPad over dezelfde kenmerken als de iPad Air, maar dan in het klein.

iPad met de hoogste pixeldichtheid

Dit jaar is de iPad mini verbeterd op alle punten waar hij eerst te kort schoot. De tablet beschikt over een mooi, scherp Retina-scherm met een resolutie van 2048 x 1536 pixels. Dat is bijna twee keer zoveel als zijn oudere broertje én hetzelfde aantal pixels als bij de iPad Air (review). En dat terwijl die een stuk groter is. Dit zorgt ervoor dat de nieuwe iPad mini de iPad met de hoogste pixeldichtheid is.

Er is dan ook veel verschil te zien in de scherpte tussen deze iPad mini en die van zijn voorganger. Pixels zijn met het blote oog bijna niet te zien wat zorgt voor heldere kleuren en een haarscherp beeld. Het 7,9 inch-scherm is ook van de zijkant goed te bekijken. De moderne iOS 7 vormgeving komt daarbij erg mooi uit op dit scherm.

©PXimport

Van verschillende kijkhoeken is het Retina-scherm goed te zien.

Makkelijk mee te nemen

De tablet weegt net iets minder dan de iPad Air (331 gram), heeft een afmeting van 134,7 bij 200 millimeter en is 7,5 millimeter dik. Hij is daarmee 3 gram zwaarder dan zijn voorganger en 0,3 millimeter dikker. Alsnog dus te groot om met één hand te kunnen besturen.

Met twee handen is de tablet wel zeer goed te besturen en ligt hij lekker in de hand; niet te zwaar of te groot. Ik krijg enigszins het gevoel van een grote smartphone, maar dan wel in positieve zin. Hierdoor pak je de iPad namelijk snel tevoorschijn en neem je hem ook makkelijk mee: je voelt het apparaat amper in je tas zitten.

Ook is de nieuwe kleurstelling van toepassing op deze iPad. Als je een zwarte versie aanschaft is de achterkant 'space grey' en niet meer het matte zwart dat we kennen van de eerste generatie iPad mini. De door ons geteste witte variant heeft enkele mooie zilverkleurige accenten.

©PXimport

De iPad Mini met Retina-display is 7,5 mm dun

Software

Alle sleutelfuncties die op de andere Apple-producten beschikbaar zijn, zijn nu ook beschikbaar op de iPad mini. Zelfs Siri blijft niet achterwegen. Daarnaast is er een ruim aanbod aan apps beschikbaar dat speciaal ontworpen is voor snelle A7-processor die in de nieuwe mini huist.

Met de introductie van de iPad Air en iPad mini met Retina-display heeft Apple ook hun eigen apps gratis beschikbaar gesteld bij aankoop van een nieuw Apple-systeem. Apps uit het iWorks en iLife-pakket zijn dus gratis te downloaden vanuit de App Store als je bijvoorbeeld deze iPad mini 2 koopt. In het iWorks-pakket zit Pages, Numbers en Keynote, wat voor de meeste gebruikers genoeg is om uit de voeten te kunnen. Ook zijn veel apps grondig vernieuwd, waardoor ze er een stuk moderner uitzien. Wel blijft het een nadeel dat de iOS-software weinig mogelijkheden biedt tot personalisatie.

Paardenkracht

Zoals benoemd is de nieuwe iPad mini een stuk sneller dan zijn voorganger. Door de snelle A7-processor worden taken snel uitgevoerd en kun je gemakkelijk schakelen tussen programma's. Je kunt kiezen voor een opslagcapaciteit van 16, 32, 64 of 128 GB. Let wel op dat er voor ieder capaciteitstapje 90 euro bij de prijs wordt opgeteld.

De iPad mini met Retina-display houdt het zo'n 10 uur vol, maar zorg er dan wel voor dat de helderheid niet voluit staat. De iPad heeft helaas geen gangbare usb-poort of microSD-slot - maar goed, we zijn ook niet anders van Apple gewend natuurlijk. Voor draadloze verbindingen valt de tablet terug op Bluetooth 4.0 en de huidige wifi-standaard. Uiteraard is er ook een iPad mini beschikbaar die 4G-internet voert.

©PXimport

Er zijn verschillende mooie en handige beschermcases beschikbaar voor de iPad mini.

Camera

De iPad mini beschikt over dezelfde camera als de iPad Air. Deze 5 megapixel-camera op de achterkant is van een goede kwaliteit maar haalt het niet bij de camera die je op de laatste generatie iPhones vindt. Nou zou ik er zelf ook eerder voor kiezen met een smartphone te fotograferen dan met een iPad, maar het is wel erg handig voor snelle kiekjes. Ook de camera aan de voorkant is handig voor videogesprekken of het nemen van zogenoemde selfies. De kwaliteit van deze frontcamera is beduidend minder: 1,2 megapixel.

Geluid

Het geluid dat de iPad mini produceert is niet ideaal. Dit kan dan ook zorgen voor een teleurstelling als je bijvoorbeeld een film aan het kijken bent. De speakers zijn nog steeds onder aan de tablet geplaatst, waar simpelweg te weinig ruimte is om een mooi stereo-effect te creëren. Zeker in landscape-modus, wat je vaak zal gebruiken bij het kijken van een film, is het geluid teleurstellend. Wel kan het geluid aardig hard. Leg je de iPad goed neer, dan is deze prima als speaker te gebruiken.

©PXimport

De speakers zitten nog steeds onderaan de tablet.

Conclusie

De iPad mini met Retina-display is alles omschrijvend een 'mooi dingetje'. Door het verbeterde scherm en krachtige processor is deze iPad zeer prettig in gebruik. Het verschil tussen de iPad Air en de iPad mini heeft Apple enorm weten te verkleinen. Het zijn nu feitelijk dezelfde producten, alleen is de iPad mini een slag kleiner en goedkoper. Helaas is de iPad mini met Retina-displey in verhouding met andere tablets nog wel erg aan de prijzige kant. Het berust nu dus slechts op een formaatvoorkeur. Ga je voor deze iPad mini met Retina-display, dan haal je in ieder geval een tablet in huis die ideaal is voor onderweg.

Uitstekend
Conclusie

Apple Mini Retina ----------------- **Prijs** v.a. 338,41 euro **Besturingssysteem** iOS 7 **Beeldscherm** 7,9 inch Retina (2048 x 1536 pixels) **Processor** A7 **Opslag** 16, 32, 64 of 128 GB **Netwerk** Gsm/edge, umts/hspa+. dc-hsdpa, lte **Verbindingen** Wifi 802.11 a/b/g/n, bluetooth 4.0 **Afmetingen** 134,7 x 200 x 7,5 mm (BxHxD) **Gewicht** 331 gram (341 gram voor wifi) **Camera voorkant** 1,2 megapixel, 720p video **Camera achterkant** 5 megapixel, 1080p video **Sensoren** Gyroscoop met 3 assen, versnellingsmeter, Omgevingslichtsensor

Plus- en minpunten
  • Strak design
  • Bouwkwaliteit
  • Snel
  • Volle App Store
  • Compact
  • Reflecterend scherm
  • Speaker aan de onderkant
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.