ID.nl logo
Review Honor 70 – Aantrekkelijk en redelijk compleet
Huis

Review Honor 70 – Aantrekkelijk en redelijk compleet

Als je de specificaties van de Honor 70 bekijkt, lijkt het een aantrekkelijke mid-range smartphone voor een schappelijke prijs. Bovendien ziet het toestel er ook nog eens goed uit. Maar is de Honor 70 de juiste keuze voor jou? Je leest het in deze Honor 70 review.

Goed
Conclusie

Onderaan de streep heeft de Honor 70 twee grote nadelen: de software voelt achterhaald (en er zijn veel vooraf geïnstalleerde apps) en de camera maakt in de avond gewoonweg slechte foto’s. Dan heb je nog wat andere elementen die wat tegenvallen, zoals het gebrek aan een waterbestendigheidscertificaat, het gebrek aan stereospeakers en een koptelefoonaansluiting en dat het toestel best fragiel is. Sommige dingen kun je zelf oplossen, maar in andere gevallen moet je wellicht investeren in accessoires om het gemis op te vangen. Dat is wel vervelend. Maar als je door die punten kunt heen kijken, dan houd je een premium ogende smartphone over die een mooie prijs-kwaliteitverhouding aanbiedt. Dat komt onder meer door het gewicht, het design en het fantastische oled-scherm – en ja, ook de camera, die overdag mooie kiekjes maakt. Alternatieven voor dit toestel zijn de Oppo Reno 8 Pro (met iets betere software) of de Xiaomi 12 (met vergelijkbare hardware) en anders, voor soms een paar tientjes meer, de Pixel 7 van Google. Dat toestel biedt de beste software-ervaring en het beste camerasysteem aan van dit moment.

Plus- en minpunten
  • Design
  • Oled-scherm
  • Snel en krachtig
  • Camerasysteem (overdag)
  • Prijs-kwaliteitverhouding
  • Geen waterdichtheidscertificaat
  • Geen koptelefoonaansluiting
  • Fragiel
  • Camerasysteem (avond)
  • Geen stereospeakers
  • Karig updatebeleid
  • Gedateerde softwareschil

Honor was al lange onderdeel van Huawei. Maar sinds vorig jaar is dat niet meer het geval en trekt het dochtermerk, nu als zelfstandig bedrijf, haar eigen plan. Dat is meteen terug te zien aan het design van de Honor 70. Het toestel oogt behoorlijk premium met zijn slanke, metalen design en gebogen schermranden. Toegegeven, het ziet er fantastisch en oogstrelend uit, maar het design heeft wel altijd een groot nadeel gehad. Omdat de schermranden doorlopen, kan het zijn dat die aanrakingen registreren via je handpalm. En dat heeft invloed op de directe bediening van de smartphone.

Mooie maar fragiele smartphone

Het ontwerp maakt de smartphone ook erg kwetsbaar, waardoor het eigenlijk een must is om een hoesje aan te schaffen voor de duurzaamheid. Dat is op zich al geen gek idee, aangezien je bijna altijd beter een hoesje kunt nemen. Opvallender is dat de Honor 70 geen waterbestendigheidscertificaat heeft. Ook is het enigszins vreemd dat er geen koptelefoonaansluiting zit. Meestal zie je die wel bij toestellen in dit segment. Hier vinden we alleen een usb-c-poort aan de onderkant.

Gelukkig ligt het toestel lekker in de hand. De hoeken zijn niet scherp en met 178 gram voelt het nooit zwaar aan. Wat vooral direct opvalt is het indrukwekkende scherm. Honor hecht daar duidelijk veel waarde aan. Het is een 6,67 inch oled-scherm met een verversingssnelheid van 120Hz, HDR10-certificaat en een hoge resolutie van 1080 bij 2400 pixels. De maximale helderheid haalt een indrukwekkende 900 nits. Alles bij elkaar levert dat een extreem kleurrijk, gedetailleerd, scherp en helder display op.

Dagelijkse alleskunner

Het toestel is uitgerust met een midrange processor van de bovenste plank. Dat betekent dat je er prima nieuwe Android-games op kunt spelen en veel apps tegelijkertijd kunt laten draaien en zonder gestotter allerlei dagelijkse taken mee uitvoert. Dit is typisch zo’n toestel dat laat zien dat je geen duizend euro of meer voor een dagelijkse alleskunner meer hoeft neer te tellen . Verder is de Honor 70 uitgerust met 128 of 256 GB aan opslagruimte en 8 GB aan werkgeheugen. In beide gevallen zijn dat prima configuraties voor de genoemde prijs.

Qua accuduur zit het ook wel snor met de Honor 70. Je komt met gemak de dag door (tenzij je natuurlijk heel de dag Call of Duty Mobile of Horizon Chase zit te spelen). Wanneer je het gebruik minimaliseert dan kun je zelfs de anderhalve dag aantikken met 4.800 mAh aan vermogen. Mocht je toch juice tekort komen, dan kun je met dertig minuten opladen ongeveer tachtig procent aan energie terugkrijgen. En met 45 tot 50 minuten opladen is de accu weer helemaal vol. In beide gevallen moet je rekenen vanaf nul procent accu, tot aan de genoemde accupercentages.

Software valt tegen

Eén van de grootste nadelen van de Honor 70 is de software. Niet alleen voelt de software-omgeving aan als een gedateerde Huawei-skin, ook is het zo dat er heel veel apps vooraf geïnstalleerd worden. Gelukkig kun je een hoop van die apps gewoon verwijderen, maar het is stom dat dat moet. Het niveau van de beveiligingspatch staat nog op 1 juli, dus ook dat kan beter. Het is wachten totdat Honor de beloofde Magic UI-softwareskinupdate uitbrengt. Dat moet in december gebeuren. Verder is de belofte van twee Android-upgrades en drie jaar aan beveiligingsupdates best karig.

Daarnaast is er nog iets dat een beetje tegenvalt. Dit is echter niet iets dat per se roet in het eten hoeft te gooien. De Honor 70 beschikt niet over stereospeakers. Dat betekent dat wanneer je ergens naar kijkt of luistert, het altijd minder goed klinkt dan op vergelijkbare smartphones die daar wél over beschikken. Denk dan bijvoorbeeld aan de Oppo Reno 8 Pro- en Xiaomi 12-smartphones, met vergelijkbare verkoopprijzen. Tel daar het gebrek van een koptelefoonaansluiting bij op en je wordt haast gedwongen te investeren in een goed setje draadloze oordoppen of een koptelefoon.

Camera maakt mooie kiekjes

Over het algemeen zijn we te spreken over de camerakwaliteit. De 54 megapixelsensor kan heel goed omgaan met een breed bereik aan kleuren, dankzij de HDR-ondersteuning. In dit geval houdt dat in dat je ook details in schaduwen kunt zien, uiteraard wanneer er genoeg belichting is. Soms kunnen details juist ook weer een beetje wegvallen, bijvoorbeeld in een breed wolkendek. Maar dat is verwaarloosbaar, aangezien details die er echt toe doen juist mooi opvallen. Kleuren spatten echt van het oled-scherm en zien er tevens mooi uit wanneer je de foto’s overzet naar een pc.

Waar we minder over te spreken zijn: de kwaliteit van de avondmodus. Wanneer de zon ondergaat en je buiten, met beperkt licht foto’s maakt, dan is de kwaliteit niet top. De relatief grote lens kan op zich veel licht doorlaten waar dat beschikbaar is en vier pixels tot één pixel combineren voor een mooi effect. Maar het gebrek aan een optische beeldstabilisator zorgt ervoor dat foto’s in de avonden een beetje uitgewassen overkomen. De groothoeklens heeft last van vervormingen, maar in de macromodus legt die juist fantastisch veel details vast.

Conclusie

Onderaan de streep heeft de Honor 70 twee grote nadelen: de software voelt achterhaald (en er zijn veel vooraf geïnstalleerde apps) en de camera maakt in de avond gewoonweg slechte foto’s. Dan heb je nog wat andere elementen die wat tegenvallen, zoals het gebrek aan een waterbestendigheidscertificaat, het gebrek aan stereospeakers en een koptelefoonaansluiting en dat het toestel best fragiel is. Sommige dingen kun je zelf oplossen, maar in andere gevallen moet je wellicht investeren in accessoires om het gemis op te vangen. Dat is wel vervelend.

Maar als je door die punten kunt heen kijken, dan houd je een premium ogende smartphone over die een mooie prijs-kwaliteitverhouding aanbiedt. Dat komt onder meer door het gewicht, het design en het fantastische oled-scherm – en ja, ook de camera, die overdag mooie kiekjes maakt. Alternatieven voor dit toestel zijn de Oppo Reno 8 Pro (met iets betere software) of de Xiaomi 12 (met vergelijkbare hardware) en anders, voor soms een paar tientjes meer, de Pixel 7 van Google. Dat toestel biedt de beste software-ervaring en het beste camerasysteem aan van dit moment.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.