ID.nl logo
Review Apple iPhone 16e – Lekker lange accuduur
© Jeroen Boer - ID.nl
Huis

Review Apple iPhone 16e – Lekker lange accuduur

Apple had als goedkoopste iPhone jarenlang de iPhone SE in het assortiment, maar die was door het ontbreken van usb-c echt niet meer bij de tijd. De plek van goedkoopste iPhone is overgenomen door de iPhone 16e. Het recept lijkt hetzelfde: Apple pakt een oudere behuizing en stopt daar moderne snellere hardware in. In hoeverre dat geslaagd is, lees je in deze review.

Goed
Conclusie

De iPhone 16e is geen heel spannende smartphone, maar wel gewoon een goed toestel voorzien van een snelle processor, prima scherm en goede camera. Vergeleken met de iPhone SE maakt de 16e echt een heel grote sprong, maar helaas wel tegen een significant hogere prijs. Vergeleken met Android-smartphones is de prijs hoog voor de mogelijkheden die je krijgt. Het is alsnog wel de goedkoopste iPhone in Apples huidige assortiment en de straatprijs ligt zo'n 100 euro onder die van de iPhone 16. Wil je een nieuwe iPhone, dan is dit simpelweg de goedkoopste optie. Afhankelijk van je wensen kunnen de duurdere iPhone 15 of 16 vanwege de camera's en MagSafe een betere keus zijn, al biedt de 16e ten opzichte van beide toestellen wel een betere accuduur. En ten opzichte van de 15 ook snellere hardware. Kun je leven met de missende features, dan haal je met de iPhone 16e een fijne smartphone in huis.

Plus- en minpunten
  • Goed scherm
  • Snelle hardware
  • Uitstekende accuduur
  • Prima camera
  • Geen MagSafe en ultra wideband
  • Geen groothoekcamera
  • Duurder dan iPhone SE
  • Scherm zonder hoge verversingssnelheid

De iPhone 16e kun je beschouwen als opvolger van de derde generatie iPhone SE. Toch noemt Apple het nieuwe toestel geen SE en valt het duidelijk in de iPhone 16-reeks. Het toestel lijkt dan ook meer op de normale huidige iPhone dan de SE dat deed. Want waar de iPhone SE kleiner was dan andere iPhones waarnaast deze verkocht werd, geldt dat voor de 16e niet. De afmetingen zijn vrijwel identiek aan die van de normale iPhone 16. Gebruikers die voor een iPhone SE kozen omdat deze extra klein was, hebben dus pech. Al zouden we een 6,1 inch-toestel als deze iPhone 16e tegenwoordig als klein en compact aanmerken; de meeste smartphones zijn immers groter.

©Jeroen Boer - ID.nl

De iPhone 16e heeft een 6,1 inch-scherm en is hierdoor net niet volledig met één hand te bedienen.

Het ontwerp is gebaseerd op de iPhone 14 uit 2022 met een tweetal wijzigingen om de smartphone aan te laten sluiten bij de rest van de huidige reeks. Zo heeft de iPhone 16e een usb-c-poort en een actieknop waar de iPhone 14 nog een Lightning-poort en belsignaal-schakelaar had. Ten opzichte van andere nieuwere iPhones mis je de aanraakgevoelige Camera-regelaar, maar dat is een knop die we zelf niet echt missen. Qua knoppen en aansluitingen is de 16e hiermee vergelijkbaar met de iPhone 15 die je ook nog in het assortiment van Apple vindt.

©Jeroen Boer - ID.nl

De randen zijn van aluminium terwijl de achterkant is gemaakt van mat glas.

Een verschil met de overige duurdere iPhones is dat de iPhone 16e alleen in het zwart of wit verkrijgbaar is. De zwarte variant is geheel zwart, de witte variant heeft een buitenrand van normaal aluminium en aluminiumkleurige cameraring. De achterkant is van mat glas. De bouwkwaliteit is uitstekend; het toestel voelt net als andere iPhones bijzonder stevig aan. Wat kleur kun je natuurlijk toevoegen met een hoesje. Apples bijbehorende siliconen hoesje (45 euro) is in een paar kleuren verkrijgbaar.

©Jeroen Boer - ID.nl

De iPhone 16e is er alleen in zwart of wit, maar met een hoesje kun je wat kleur toevoegen.

Dat de goedkoopste iPhone meer dan ooit op de andere modellen lijkt, zie je (helaas) terug in de prijs. Want waar de iPhone SE vanaf 529 euro verkrijgbaar was, betaal je voor de iPhone 16e officieel minimaal 719 euro (hoewel hij te vinden is vanaf 669 euro). Al had die goedkoopste SE slechts 64 GB opslag, met 128 opslag kwam die telefoon op 599 euro. Maar instappen in het Apple-ecosysteem is alsnog duurder geworden. In de verpakking vind je naast de iPhone alleen een usb-c-laadsnoer, een oplader zul je zelf moeten verzorgen.

Snelle hardware

Net als de normale iPhone 16 bevat de iPhone 16e een Apple A18 SoC voorzien van een processor met 6 cores. Wel bevat de A18 in de 16e een gpu-core minder dan in de iPhone 16, maar daar zul je in de praktijk weinig en waarschijnlijk niks van merken. Het is vermoedelijk een manier om chips die net niet aan de eisen voldoen toch te gebruiken. Net als de andere recente iPhones bevat de 16e 8 GB RAM, de hoeveelheid die nodig is om Apple Intelligence te kunnen gebruiken. Apple Intelligence was op het moment van testen nog niet in het Nederlands beschikbaar, maar de krachtige processor en ruime hoeveelheid RAM zorgt bij alle taken voor een soepele ervaring. Ook als je veel apps hebt openstaan blijft iOS soepel reageren. De belangrijkste praktische verschillen ten opzichte van de iPhone 16 vind je in het scherm, de camera en draadloos opladen.

De iPhone 16e heeft nog een hardwarematige verandering waar je zelf niets van merkt, maar die voor Apple wel heel belangrijk is. Het is namelijk de eerste iPhone die voorzien is van een door Apple zelf ontworpen modem in de vorm van de C1. In andere recente iPhones waaronder de iPhone 16 is de modem afkomstig van Qualcomm. We hebben hier verder niks van gemerkt. Tijdens onze test hadden we gewoon een goede 5G-verbinding met het KPN-netwerk waarbij we geen verschil hebben gemerkt ten opzichte van andere smartphones. Vermoedelijk doet de iPhone 16e dienst als testcase voor deze modem en worden ook toekomstige iPhones hiermee uitgerust. De test is wat ons betreft geslaagd.

Goed oled-scherm

Het scherm is hetzelfde oled-scherm als op de iPhone 14 en heeft, in tegenstelling tot moderne iPhones, nog een inkeping voor de camera en voor Face ID benodigde overige sensors. De 16e mist dus het Dynamic Island dat je vindt op bijvoorbeeld de iPhone 15 of 16, inclusief de handige notificatiemogelijkheden die dat 'eilandje' biedt. Hierdoor oogt de 16e dus wat ouderwetser, maar met een oled-scherm voorzien van een hoge resolutie (2532 x 1170 pixels) wordt er wel een grote sprong gemaakt ten opzichte van de iPhone SE. Het oled-scherm op de normale iPhone 16 is wel helderder, maar ook de iPhone 16e is buiten goed af te lezen. Alleen in de echt felle zon zul je verschil merken. Iets wat de iPhone 16e net als de 16 mist ten opzichte van concurrerende Android-smartphones is een hogere verversingssnelheid van 90 of 120 Hz; het blijft op dit toestel 60 Hz. Dat is binnen het iPhone-speelveld begrijpelijk, maar wel een verschil met andere gelijk geprijsde of zelfs goedkopere Android-smartphones.

©Jeroen Boer - ID.nl

Het oled-scherm heeft in tegenstelling tot andere moderne iPhones nog een inkeping.

Slechts één camera

Achterop zie je direct dat dit een goedkopere iPhone is, want waar andere iPhones voorzien zijn van twee of zelfs drie camera's vind je er op de iPhone 16e slechts één in de vorm van een 48megapixel-exemplaar. Dat lijkt wellicht dezelfde camera als op de iPhone 16, maar het is een wat kleinere sensor met een minder geavanceerde beeldstabilisatie. Wat je mist ten opzichte van de normale iPhone 16 is de ultragroothoek-camera die eveneens de mogelijkheid biedt om macro-foto's te maken. Extra uitgezoomde foto's of macro-foto's maken is dus niet mogelijk. Afhankelijk van je wensen kan dat een dealbreaker zijn.

©Jeroen Boer - ID.nl

De iPhone 16e heeft achterop slechts één camera.

Apple noemt de wel aanwezige camera een 2-in-1-camera voorzien van een 2x telelens. Je kunt in de camera-app inderdaad 2x zoomen, maar dat is geen optische zoom. Er wordt simpelweg een 12megapixel-uitsnede van een grotere foto gemaakt. De normale foto's worden standaard verwerkt op 24 megapixel. Technisch krijg je een minder goede camera dan op andere moderne iPhones. Tegelijkertijd schiet je hier overdag gewoon prima plaatjes mee en dat is voor het gros van de gebruikers waarschijnlijk het belangrijkste. Foto's zijn scherp en ook de kleuren zijn goed.

©Jeroen Boer - ID.nl

Je kunt met de camera buiten prima foto's schieten.

©Jeroen Boer - ID.nl

Soms zou een tweede camera met een bredere beeldhoek wel van pas komen.

In het donker zijn de foto's wel minder goed dan op andere vergelijkbaar geprijsde smartphones of een duurdere iPhone als de iPhone 16. Een prettige bijkomstigheid van de slechtere camera is wel dat deze minder ver uitsteekt. In combinatie met het hoesje ligt de telefoon plat op tafel en dat is wel prettig.

©Jeroen Boer - ID.nl

In minder goede lichtomstandigheden zouden de foto's beter kunnen.

Lekker lange accuduur

De missende camera en Apples eigen energiezuinigere C1-modem vormen de basis van een verbetering waar je zeker wat van merkt. De iPhone 16e heeft namelijk een uitstekende accuduur en dat komt doordat er fysiek plek is voor een 12 procent grotere accu dan in de iPhone 16. De accuduur van iPhone 16e is dan ook gewoon uitstekend. Een dag overleven zonder bijladen is probleemloos mogelijk en als je de telefoon slechts een paar uurtjes actief per dag gebruikt, is twee dagen ook goed haalbaar. Opladen kan via usb-c of draadloos via Qi. Via usb-c wordt snelladen ondersteund en met een 20 watt-lader kun je de accu binnen 30 minuten met 50 procent opladen.

©Jeroen Boer - ID.nl

Je laadt de iPhone 16e op via de usb-c-poort.

Mist 'luxe' mogelijkheden

Er is ook ondersteuning voor draadloos laden, maar enkel het normale Qi met een laadvermogen van maximaal 7,5 watt wordt ondersteund. De Qi2-standaard die met 15 watt laadvermogen werkt of MagSafe dat met 25 watt laadt, worden niet ondersteund. Jammer, zeker ook omdat de voor MagSafe benodigde magneten ontbreken. Hierdoor kun je geen MagSafe-accessoires gebruiken en helpt de telefoon je niet om hem goed op een draadloze lader te leggen. Eventueel kun je een MagSafe-hoesje van een derde partij met de benodigde magneten kopen zodat je de telefoon wel op MagSafe-accessoires kunt plakken, maar daarmee kun je alsnog alleen maar relatief langzaam draadloos laden. MagSafe en snel draadloos laden zijn voor Apple ondanks dat het al jarenlang gebruikt wordt kennelijk echt onderscheidende eigenschappen.

Iets dat vreemd genoeg ook mist, is ondersteuning voor ultra wideband. Hiermee kun je Apple AirTags en AirPods fijnmaziger lokaliseren. Je kunt dus wel AirTags gebruiken, maar de laatste meters zul weer ouderwets zelf goed moeten zoeken. Dat vinden we net als het gemis van MagSafe toch wel een vreemde beperking.

Conclusie

De iPhone 16e is geen heel spannende smartphone, maar wel gewoon een goed toestel voorzien van een snelle processor, prima scherm en goede camera. Vergeleken met de iPhone SE maakt de 16e echt een heel grote sprong, maar helaas wel tegen een significant hogere prijs. Vergeleken met Android-smartphones is de prijs hoog voor de mogelijkheden die je krijgt. Het is alsnog wel de goedkoopste iPhone in Apples huidige assortiment en de straatprijs ligt zo'n 100 euro onder die van de iPhone 16. Wil je een nieuwe iPhone, dan is dit simpelweg de goedkoopste optie. Afhankelijk van je wensen kunnen de duurdere iPhone 15 of 16 vanwege de camera's en MagSafe een betere keus zijn, al biedt de 16e ten opzichte van beide toestellen wel een betere accuduur. En ten opzichte van de 15 ook snellere hardware. Kun je leven met de missende features, dan haal je met de iPhone 16e een fijne smartphone in huis.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.