ID.nl logo
Programmeren op iPad met Textastic
© Reshift Digital
Huis

Programmeren op iPad met Textastic

Voor de iPad is een berg aan serieuze en desktopwaardige apps beschikbaar. Zoals bijvoorbeeld Textastic, een tekst- én code-editor waarmee je serieus aan de slag kunt. Wel is het verstandig om voor dit soort gebruik een fysiek toetsenbord aan te schaffen, en een muis komt ook best van pas. Programmeren op iPad ermee werkt als volgt.

Textastic is een uitgebreide teksteditor die ook bij uitstek geschikt is voor programmeerwerk. De app herkent namelijk de syntaxis van maar liefst 80 programmeertalen, inclusief HTML. Al je code wordt dus – desgewenst- keurig netjes gemarkeerd. Dat maakt het niet alleen makkelijker om het overzicht te behouden, maar ook fouten opsporen wordt zo een stuk efficiënter. 

Met een prijskaartje van €9,99 is het zeker niet de goedkoopste app, maar voor de doelgroep is ie elke cent waard. Ook al omdat er (nog?) geen gezanik met verplichte abonnementen en extra in-app-aankopen gaande is. Eén keer betalen en je hebt al het beloofde in handen. 

Je kunt er vanzelfsprekend platte teksten als notities en aantekeningen mee maken. Maar de grote kracht ligt in code-herkenning. En voor een selectie aan talen zelfs automatische aanvulling. Die truc werkt voor HTML, CSS, JavaScript, C, Objective-C, en PHP.

Veel extra functies aan boord

Het blijft niet alleen bij tekst- en code-editen, maar er is ook voorzien in tal van extra tools. Zoals bijvoorbeeld FTP, FTPS (FTP over SSL), SFTP (SSH connection), WebDAV, Dropbox en Google Drive clients. Tegelijkertijd is tevens gedacht aan een SSH-client, en daarmee is het een wel heel compleet geheel. Waarmee inderdaad al je programmeerwensen wat editen, code delen en desnoods via SSH compileren en uitproberen in een klap zijn afgedekt. 

Als je de app start, zie je links een balk met opties. Ten eerste bestandsbeheer, maar door de knoppen linksonder kun je ook andere functies starten. Van links naar rechts: bestandsoverdracht naar een server (druk op de + om te kiezen uit (S)FTP, Dropbox, Google Drive en WebDAV. Per item dienen de benodigde aanmeldgegevens en andere benodigde zaken ingevoerd te worden. 

©PXimport

Een WebDav-server start je met het tweede knopje onderaan de kolom links op, gevolgd door helpbestanden via het vraagteken. Tot slot is er het instellingentandwiel. Klik je hierop, dan kun je de app helemaal aan je wensen aanpassen. Denk aan bijvoorbeeld een licht of een donker thema onder UI Theme of een wachtwoord voor de app. Loop alles eens rustig door, iedere ‘coder’ heeft zo z’n eigen specifieke voorkeuren.

Leesbaarheid code

Hoeveel gemarkeerde code het lezen makkelijker maakt laten we zien aan de hand van een simpel voorbeeldje: een machine-gegenereerde html-pagina van computertotaal.nl. Daar is geen mooie vormgeving met regels en lussen in te zien, wat het lezen van de platte tekst in een reguliere teksteditor tot een nachtmerrie maakt. 

Voorzien van gekleurde code-elementen wordt het – zoals je hieronder kunt zien – al een heel stuk duidelijker. Natuurlijk is handgetikte code nog veel duidelijker, maar hier valt in ieder geval iets mee aan te vangen.

©PXimport

Ga je zelf HTML-code tikken – wat soms best handig kan zijn, al was het maar om hier of daar snel wat handmatig aan te passen – dan komt de preview-functie van Textastic prima van pas. Tik of klik daarvoor op het brilletje in de knoppenbalk bovenaan (rechts). Je ziet nu een preview van wat je noeste arbeid aan resultaat biedt. Daarvoor intern een webserver gebruikt. 

Daardoor is het mogelijk de webpagina ook in de standaardbrowser Safari te bekijken, mocht je dat willen. Tik daarvoor – in de preview-weergave – eerst op Done om deze te sluiten. Houdt dan de knop met het brilletje wat langer ingedrukt of aangeklikt. In het menu dat daarop opent tik of klik je op Preview in Safari.

©PXimport

Code-herkenning

Zoals beloofd kan Textastic ook – voor en aantal talen – code herkennen. In de bovenstaande afbeelding zie je naast de knoppen < en > een streepjesknop met daarin een van een getal voorzien balletje. Klik daar op en je ziet een lijst van aangetroffen fouten. Om direct naar een probleem te springen, klik je op een fout en dan op Open (gevolgd door bestandsnaam en regelnummer). Je springt dan in de broncode meteen naar de aangetroffen fout. 

In dit heel specifieke voorbeeld bestaat het oplossen van de fouten simpelweg uit verwijderen van nog meer overbodige code. Uiteindelijk zouden we in dit geval dan nagenoeg basis-HTML-code overhouden, waarna je vervolgens weer kunt beginnen met ‘opbouwen’ betreffende onder meer letterype, tussenkoppen enzovoorts.

©PXimport

Delen, printen en meer

Via de knop met de drie puntjes helemaal rechtsboven krijg je toegang tot een extra menu. Met daarin onder meer de mogelijkheid tot delen, mailen, afdrukken en een handige Copy All-functie. Zoals gezegd kun je ook gebruik maken van online opslag en SSH, waardoor je in principe rechtstreeks aan code op een server kunt werken. En daarmee is Textastic een stuk gereedschap dat in geen enkele virtuele gereedschapstas van een coder zou mogen ontbreken. 

Meer weten over je iPad als laptopvervanger? We raden je ook de cursus Doe alles met de iPad aan!

▼ Volgende artikel
Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard
Huis

Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard

Het Zuid-Koreaanse zou een shooter gebaseerd op Starcraft in ontwikkeling hebben voor IP-eigenaar Blizzard.

Dat claimt The Korean Economic Daily. Een team binnen Nexon dat gespecialiseerd is in shooters zou zich op dit moment volledig richten op de nog onaangekondigde game. De ontwikkeling zou nog niet lang geleden zijn gestart, en dus zou de shooter nog lang op zich laten wachten.

Verdere details zijn er nog niet, behalve dat Choi Jun-ho ook bij het project betrokken zou zijn. Hij maakte eerder de populaire Shinppu-mapmod voor Starcraft.

Starcraft

Er gaan al langer geruchten over een shooter gebaseerd op Starcraft. Vorig jaar meldde Bloomberg-journalist Jason Schreier al in zijn boek 'Play Nice: The Rise, Fall and Future of Blizzard Entertainment' dat Blizzard aan een shooter zou werken. Volgens Schreier is de shooter van Nexon echter niet gerelateerd aan de shooter van Blizzard - het zouden om twee afzonderlijke projecten gaan.

De Starcraft-reeks bestaat uit real-time strategygames. De eerste verscheen in 1998, en een vervolg kwam in 2010 uit. Blizzard heeft al vaker geprobeerd shooters gebaseerd op de Starcraft-franchise te maken, maar die werden vooralsnog altijd geannuleerd.

Mogelijke onthulling op Blizzcon

Voor het eerst in enkele jaren organiseert Blizzard op 12 en 13 december de Amerikaanse beurs Blizzcon, waar alles rondom de uitgever wordt gevierd. Het is mogelijk dat één van de hierboven genoemde shooters daar wordt onthuld.

▼ Volgende artikel
Review: Mario Tennis Fever is een leuke set
Huis

Review: Mario Tennis Fever is een leuke set

Je vraagt je bij elke Mario-sportgame toch weer af: bereikt het de highs van die oeroude Game Boy-games van Camelot, zoals Mario Tennis en Mario Golf)? Het antwoord is, wat mij betreft, steevast  ‘nee’. Maar tussen ‘perfect’ en ‘niet perfect’ zit nog altijd een breed spectrum aan kwaliteit. En Fever? Die nestelt zich moeiteloos aan de betere kant van dat spectrum.

De drie toernooien die deze game rijk is, daar ben je een uurtje zoet mee. Waarschijnlijk zonder een set te verliezen. De Adventure Mode? Een paar uurtjes meer dan dat, en hoewel ook die nergens uitdagend wordt vertelt het wel een vermakelijk verhaal over Mario en Luigi die als baby’s hun tennis-skills moeten oppoetsen vanwege… bijzondere redenen.

Er zijn ook drie Challenge Towers met allerlei unieke uitdagingen die eventjes vermaken. In mix-up vinden we tennis, maar dan met regels en omstandigheden die alleen het Mushroom Kingdom kan bieden, en dat was het wel zo’n beetje. Wie Mario Tennis Fever alleen speelt is een weekend zoet en heeft zich prima vermaakt. Maar sportgames zijn er, natuurlijk, om je competitieve aard los te laten op vrienden, familie, kroost of online uitdagers.

Leuk

Daarom wil ik het ook niet al te uitgebreid over die singleplayermodi hebben. Ja, Nintendo heeft z’n best gedaan. Ja, er is weinig aan te merken op de minigames en kleine tussenscènes die de Tennis Academy te bieden heeft en de ontwikkelaars verdienen het dat het hier even aangestipt wordt. Nooit sla je stijl achterover van briljante ideeën of concepten, en er wordt geen druppeltje zweet gemorst van de spanning. Maar ‘leuk’ is eigenlijk een perfect, allesomvattend begrip om deze kant van de game te omschrijven.

De echte graadmeter echter, is de kern van de gameplay. Hoe speelt het? Hoe diep gaat het? Hoeveel personages, gekke rackets en super-power-mega-skillmoves zijn er in dit pakketje gepropt en hoe verhouden die zich tot elkaar? Na mening middag ballen overslaan of in dubbelspel terugslaan met mijn zoontje van 9, zijn we eruit: Mario Tennis Fever heeft ontzettend lekkere gameplay.

Content is king

Content is in de eerste instantie de name of the game. Er zitten bijna veertig personages in de game, meer dan een dozijn verschillende banen en de hoofdattractie is de aanwezigheid van tientallen Fever-rackets, die elk hun eigen unieke skill met zich meebrengen. De bananentros die Donkey Kong een ‘racket’ noemt strooit bananen over de baan, met het vulkaanracket plopt er een (je raadt het nooit) vulkaan op uit de baan en het Thwomb-racket zorgt ervoor dat het iconische stenen blok uit de Mario-serie plots uit de lucht valt – hopelijk op een tegenstander. Een zogeheten Fever-shot is verder ook geen hogere wiskunde. Om de zoveel tijd is je metertje vol en ram je dat ding over de baan heen.

Extra fijn is dat het gros van dit alles vrij te spelen is waar je maar wil. Laat je de singleplayermodi links liggen en speel je gewoon wat potjes tegen elkaar? Geen probleem, om de zoveel potten krijg je een nieuw racket, personage, of kleurtjes voor je favoriete tennissers.  

Watch on YouTube

Plak er een voldoende op

Enfin, tot zover de uitleg en alles wat hier te vinden is. Leuk spelletje, plak er een voldoende op en klaar, toch? Nou nee, want hoewel alles hierboven zijn eigen rol speelt, zijn het de diepere lagen daaronder die Mario Tennis  Fever tot grotere hoogten dan ‘plak er even een voldoende op’ stuwen. Al die personages? Die beschikken over hun eigen stats en eigenaardigheden. Wario laadt z’n powershots razendsnel op, Bowser Jr. legt veel meer precisie in z’n topspincurve dan anderen en Shy Guy slaat zijn topspins zonder gehinderd te worden door zijn positie op de baan.

En die banen? Die hebben elk hun eigen ondergrond, waar ballen anders op stuiteren en doorschieten, terwijl spelers zelf ook sneller of minder snel zijn, gebaseerd op het gras of het hardcourt waar ze op spelen. Die Fever-rackets? Oprecht allemaal een andere smaak. Ook daar merk dat extra stukje diepgang waar een wat luiere Mario-sportgame niet aan zou denken: wanneer je een Fever-shot terugslaat vóórdat op jouw zijde van het net landt, kun je met een stuit op de helft van de tegenstander zomaar eens het bijbehorende effect teruggeven. Prettig vervelend als je denkt die koter een modderplas op zijn helft te bezorgen, om ‘m vervolgens zelf om je oren te krijgen als hij de bal vakkundig over je heen lobt en ‘ie alsnog op jouw achterveld terecht komt. Een (modder)koekje van eigen deeg noemen ze dat geloof ik.

Mario Tennis Fever

Slide
Slide
Slide
Slide

Geen Lego, wel Duplo

Al die extra aandachtspuntjes en omstandigheden zijn ook nog eens gebouwd op een fundering van onkreukbare basisgameplay. Topspins, slices, curveballen, lobs en powershots: alles wat je van een tennisgame mag verwachten zit erin. De grote maar is alleen: het gebeurt allemaal zonder de nuance van een échte topgame. Vergelijk het een beetje met Lego en Duplo. Zelfde principe, zelfde soort blokken, maar iets vets bouwen met Lego hit net even anders dan iets vets bouwen met die grote Duplo-blokken. Zo verhoudt deze game zich ook tot de toppers uit het tennisgenre, zoals Virtua Tennis en Topspin. Is veelgevraagd, ik weet het, maar het is wel het verschil tussen goed of geweldig. En Mario Tennis Fever eindigt in het eerste kamp.

Is mijn zoontje naar school, dan heb ik namelijk geen enkele reden om Mario Tennis Fever verder te spelen. Zoals gezegd is al die singleplayercontent niet meer dan ‘even leuk’. En computergestuurde tegenstanders geven zelfs op het hoogste niveau nooit écht tegengas. Bovendien zijn de personages net te groot voor deze banen om het volgende niveau van verfijning te bereiken. Top, zo’n lob. Maar vanwege de dus relatief kleine banen blijft het geen zekerheidje dat je iemand ermee verschalkt die tegen het net aan staat. Aanzienlijke kans dat ie gewoon op tijd de achterlijn haalt, als ie ook maar een klein beetje inzicht heeft. Het zorgt ervoor dat Mario Tennis Fever een absoluut geslaagde game is, met heerlijke multiplayer. Maar wie de eindeloze diepgang en speeluren van, bijvoorbeeld, een Mario Kart World hier zoekt, staat sneller dan gewenst buitenspel. Oh wacht, verkeerd sport…

Mario Tennis Fever is vanaf 11 februari beschikbaar voor Nintendo Switch 2.

Goed
Conclusie

Mario Tennis Fever barst van de content. De vele personages, banen en rackets geven unieke, diepere lagen aan de gameplay en multiplayerpotjes gaan met grote glimlach en een berg vertier gespeeld worden. Jammer voor de wat volwassenere spelers dat die volgende laag diepgang nét niet geraakt wordt. Daarvoor is het singleplayeraanbod niet genoeg, de tegenstanders niet uitdagend genoeg en ontbreekt er hier en daar net wat finesse. Maar ga zo door, Nintendo. Mario Tennis Fever zit namelijk wél in de richting van die tijdloze Camelot-klassiekers waar we zo naar hunkeren.

Plus- en minpunten
  • Flinke hoeveelheid content en modi
  • Sterke basisgameplay
  • Uiteenlopende Fever-rackets
  • Nog altijd sterke multiplayer
  • Daagt je nooit écht uit
  • Diepgang niet eindeloos