ID.nl logo
Review OnePlus Open - Hoe goed is goed genoeg?
Huis

Review OnePlus Open - Hoe goed is goed genoeg?

De OnePlus Open is de eerste vouwtelefoon van het Chinese merk die direct aan een aantal belangrijke eisen voldoet. Maar zijn die aspecten ook overtuigend genoeg voor een aanbeveling, en zo ja: kies jij dan voor een opvouwbaar toestel of een reguliere smartphone? De Open heeft een adviesprijs van 1.799 euro, een prijs die net onder de beschikbare concurrentie ligt.

Fantastisch
Conclusie

Onderaan de streep zijn we erg enthousiast over de OnePlus Open. Misschien nog wel enthousiaster dan over de Z Fold 5, omdat dit technisch gezien OnePlus’ eerste poging is. Het toestel voldoet aan allerlei voorwaarden op het gebied van ontwerp, snelheid, hardware, software en camera’s. Wat dat betreft is het fijn om te weten dat je niet alleen geld uitgeeft aan het vouwmechanisme als je de OnePlus Open in huis haalt. Je betaalt daadwerkelijk voor een high-end smartphone-ervaring, die op dit moment heel weinig concurrentie heeft. Maar dan rest nog de vraag: hoe goed is goed genoeg? Foldables worden voornamelijk omarmd door powerusers en early adopters. Met prijzen van minimaal 1.799 euro is het ook niet zo dat de Open voor Jan en alleman bereikbaar is. Daarnaast maakt het vouwtoestel een hoop dingen gemakkelijk en leuk, maar we zijn er nog niet van overtuigd dat de ervaring per se beter is dan die van platte smartphones. Dat neemt niet weg dat de foldable de laatste vijf jaar grote stappen heeft gezet, en de OnePlus Open is daar het beste voorbeeld van.

Plus- en minpunten
  • Een echte premium smartphone
  • Solide bouwkwaliteit
  • Elegant design
  • Niet zwaar of log
  • Vouwen voelt fijn aan
  • Processor en andere specs
  • Kwaliteit van de schermen
  • Software-ondersteuning
  • Duurzaamheid
  • Camerasysteem
  • Geen draadloos laden
  • Hoge aanschafprijs
  • Niet geschikt voor elke app
  • Niet in elke hoek te plaatsen

Hoewel we al vijf jaar allerlei soorten vouwtelefoons tegenkomen en ze elk jaar beter worden, laat een grote doorbraak op zich wachten. Hoe vaak zie je bijvoorbeeld iemand daadwerkelijk met een Samsung Galaxy Z Fold 5 rondlopen? Dit soort smartphones zijn vooralsnog gericht op zakelijke gebruikers en powerusers, waardoor de doelgroep relatief beperkt is. Die andere vouwtelefoons, van die klaptelefoons met een horizontale vouwlijn, doen het wat beter. Die zijn we wel degelijk weleens 'in het wild' tegengekomen.

De uitdaging voor OnePlus Open

Dat betekent een flinke uitdaging voor de OnePlus Open. Om een serieuze kans op deze jonge markt te maken, moet je meteen van goeden huize komen. Niet dat Samsungs toestellen slecht zijn (collega Rens Blom was immers best te spreken over de Z Fold 5), maar het Zuid-Koreaanse bedrijf heeft al vijf jaar de tijd gehad om de formule van dit type smartphone te verfijnen. Deze Open is de eerste poging van het Chinese merk om een vouwtelefoon uit te brengen (die sterk lijkt op de Oppo Find N3, een toestel van het zusterbedrijf dat z’n derde foldable uitbrengt).

In onze eerste week met het vouwtoestel zijn we positief verrast (en maken we directe vergelijkingen met marktleider Z Fold 5). En die positieve indrukken hebben we gelukkig niet meer hoeven loslaten. We zijn met name te spreken over het feit dat de vouwlijn in het midden van het opengeklapte scherm nagenoeg onzichtbaar is. Tijdens normaal gebruik zie je die lijn simpelweg niet zitten. Valt het licht net even anders, dan wil de lijn zich soms nog weleens laten zien, maar dat komt omdat die rimpels nog niet helemaal zijn weg te werken. Niettemin is dat bij dit toestel minimaal.

Het vouwen/dichtklappen zelf voelt na bijna een maand gebruik nog steeds bevredigend aan. Het kost heel weinig moeite het toestel open en dicht te vouwen, omdat de OnePlus Open het werk na een bepaalde hoek voor je uit handen neemt. Dan klapt-ie ineens open (of juist dicht), zonder dat je ervan schrikt. Dat gaat geleidelijk maar vlot. Helaas betekent dat ook dat je het toestel niet in elke hoek kunt openvouwen. Na een bepaald aantal graden heeft het scharnier de behoefte om helemaal opgevouwen te worden. Je kunt het scherm dus niet in elke hoek plaatsen die je wil, en dat is best jammer.

Solide, stevig en… betrouwbaar?

Aan de bouwkwaliteit ligt het in elk geval niet. Vouwtelefoons hebben de reputatie breekbaar te zijn. En ja, in vergelijking met traditionele smartphones kan er potentieel meer misgaan, maar je moet hoe dan ook zuinig zijn op je smartphone. De OnePlus Open heeft in elk geval een metalen frame om onder meer het bijzondere scharnier te beschermen. Dat scharnier zorgt tevens voor minimale openingen. Daardoor is de kans zeer klein dat er bijvoorbeeld stof of andere viezigheid in het toestel terechtkomt, waardoor het vouwmechanisme mogelijk kan beschadigen.

Ook heeft het scherm binnenin een beschermlaag die je er niet af mag halen. Dat is meer dan een simpele screenprotector. We komen dezelfde soort lagen ook bij de concurrentie tegen, dus dat zijn geen vreemde praktijken. Gelukkig oogt de OnePlus Open ontzettend premium. Niet alleen vanwege het metalen chassis, maar ook vanwege de groene kleurvariant die we inmiddels weken gebruiken. Het toestel weegt met ongeveer 250 gram ook veel meer dan andere toestellen van dit formaat. OnePlus lijkt qua ontwerp, beleving en scharnier de basis in elk geval perfect op orde te hebben.

De grote vraag is nu: hoe betrouwbaar is het toestel? Als in: hoelang gaat het mee en wanneer kun je problemen verwachten? OnePlus belooft dat het scharnier in staat is minimaal een miljoen vouwbewegingen te overleven. Dat is genoeg voor tien jaar gebruik, aangezien je het apparaat niet elke dag honderden keren openvouwt en weer dichtklapt. Natuurlijk kunnen er altijd problemen optreden, maar we hebben niet het idee dat die dan schering en inslag zijn. Daarvoor voelt het toestel te solide aan, en willen we – aangezien dit in feite al een derde iteratie is – het bedrijf de voordeel van de twijfel geven.

Twee beeldschermen, één telefoon

Dat OnePlus de basis op orde heeft, blijkt ook wel uit het dagelijks gebruik met de OnePlus Open. Zo is het heel prettig dat het scherm voorop bijvoorbeeld 6,3 inch groot is. Dat is iets kleiner dan andere premium smartphones, maar nog steeds groot genoeg voor comfortabel gebruik. Over de kwaliteit van het scherm kunnen we kort zijn: kleurrijker en helderder komen we ze zelden tegen. De kijkhoek is groot en alles oogt fijnscherp. De resolutie bedraagt 1.116 bij 2.484 pixels; met een pixeldichtheid van 431 pixels per inch (ppi) verbaast de kwaliteit ons dus niet.

Het display binnenin is even indrukwekkend. Dat is 7,8 inch groot en heeft een resolutie van 2.268 bij 2.440 pixels (en een ppi van 426). In beide gevallen is er ondersteuning voor Dolby Atmos-content en een maximale helderheid van 2.800 nits. Ook kunnen de schermen schakelen tussen 1 en 120 Hz, afhankelijk van de content. OnePlus wil met de Open echt een premium toestel van de bovenste plank presenteren, en tot nu toe lukt dat aardig: we zijn behoorlijk onder de indruk. Maar goed, daar is de prijs dan ook naar.

©WA | ID.nl

Niet elke app is geoptimaliseerd

Wanneer je van beeldscherm wisselt, beweegt de content vrolijk met je mee. Heb je dus een app open op het ene scherm, dan is die tevens beschikbaar op dat andere scherm. Ga je van binnen naar buiten, dan moet je nog een korte veegbeweging maken, maar voor de rest verloopt alles naadloos. Het enige wat er wel kan gebeuren, is dat bepaalde apps worden uitgerekt als ze niet zijn geoptimaliseerd voor tabletschermen. Vooral een app als Instagram is een doorn in het oog, maar mogelijk kom je dat probleem niet tegen met de juiste apps.

Maar wanneer heb je zo’n groter beeld nou echt nodig? We merken dat artikelen lezen heel plezierig is, en ook het tikken van berichten en mails gaat lekker op dat brede scherm. Daarnaast zijn de multitask-opties uitgebreid en kun je twee of drie apps naast elkaar draaien. Je kunt snel van app wisselen in het handige overzicht, en daardoor snel veel gedaan krijgen. Maar hoewel we de snelheid kunnen waarderen (daar is de processorkracht ook naar), echt levensveranderend is het gebruik niet.

Die gigantische cameraheuvel achterop

Misschien dat die gigantische camera daar nog verandering in kan brengen. Want voor veel mensen is een goede camera een must, en bepalend voor de aanschaf. Achterop zitten drie lenzen: een hoofdcamera van 48, een telelens van 64 en een ultragroothoeklens van 48 megapixel. Met het systeem kun je onder meer drie keer optisch en zonder kwaliteitsverlies inzoomen. Het zal niemand verbazen dat je met de camera’s op de OnePlus Open bij ideale omstandigheden prachtige foto’s maakt. Kleuren spatten van het scherm en details worden fijn vastgelegd.

Kleuren ogen veelal natuurgetrouw en levensecht, in tegenstelling tot de vaak wat kunstmatig aanvoelende beelden van een Samsung (en ja, ook zelfs Google of Apple). Verder is het tof dat je digitaal zelfs tot 120x keer kunt inzoomen. Maar of je dat wilt, is een tweede. Ergens na de 20x digitale zoom wordt het kwaliteitsverlies zo groot dat foto’s in feite onbruikbaar worden. Maar goed, smartphones hebben vaker dergelijke functies ‘omdat het kan’, en niet omdat ze per se handig zijn.

Daarnaast moet je er rekening mee houden dat de groothoeklens de zwakste camera is. Die laat het minste licht door en kan niet zo heel veel zonder kwaliteitsverlies inzoomen. Het contrast valt ook wat tegen, en daardoor ogen foto’s over het algemeen wat onnatuurlijk. De avondmodus maakt daarentegen wel indruk, zeker in combinatie met de hoofdlens. Het toestel is in staat om toch nog details vast te leggen wanneer het ergens volledig donker is. Verder is de kwaliteit van avondfotografie vergelijkbaar met andere OnePlus-toestellen.

0,5x
1x
4x
6x
120x

Prima software-ondersteuning

Tot slot kijken we nog even naar Android. Sowieso is het goed om te weten dat je mag rekenen op vier Android-upgrades; je krijgt tot en met medio 2027 de nieuwste Android-versies. Dat klinkt beter dan het is, aangezien Android 14 al om de hoek staat en OnePlus het toestel levert met Android 13. Qua beveiligingsupdates mag je rekenen op een extra jaar aan support; dat is dan wel weer prima. Hiermee ligt OnePlus op dezelfde lijn als Samsung, die eenzelfde updatebeleid garandeert. Prima software-ondersteuning dus; zo kan de OnePlus Open lekker lang mee.

OnePlus Open kopen?

Onderaan de streep zijn we erg enthousiast over de OnePlus Open. Misschien nog wel enthousiaster dan over de Z Fold 5, omdat dit technisch gezien OnePlus’ eerste poging is. Het toestel voldoet aan allerlei voorwaarden op het gebied van ontwerp, snelheid, hardware, software en camera’s. Wat dat betreft is het fijn om te weten dat je niet alleen geld uitgeeft aan het vouwmechanisme als je de OnePlus Open in huis haalt. Je betaalt daadwerkelijk voor een high-end smartphone-ervaring, die op dit moment heel weinig concurrentie heeft.

Maar dan rest nog de vraag: hoe goed is goed genoeg? Foldables worden voornamelijk omarmd door powerusers en early adopters. Met prijzen van minimaal 1.799 euro is het ook niet zo dat de Open voor Jan en alleman bereikbaar is. Daarnaast maakt het vouwtoestel een hoop dingen gemakkelijk en leuk, maar we zijn er nog niet van overtuigd dat de ervaring per se beter is dan die van platte smartphones. Dat neemt niet weg dat de foldable de laatste vijf jaar grote stappen heeft gezet, en de OnePlus Open is daar het beste voorbeeld van.

▼ Volgende artikel
Column: Overwatch 2 heeft juist nu een PvE-modus nodig
© Blizzard
Huis

Column: Overwatch 2 heeft juist nu een PvE-modus nodig

Liveservicegames en hero shooters waren in 2016 niet per se nieuw. Destiny ging al twee jaar hard, en hoewel nieuwkomer Overwatch erg goed ontvangen werd, trokken sommigen al snel vergelijkingen met Valve’s inmiddels oude Team Fortress 2. Toch wist de hero shooter van Blizzard een Game of the Year Award voor de neus van onder andere Uncharted 4: A Thief’s End weg te grissen. Het was een glorieus begin van een moeizaam traject.

In de afgelopen tien jaar onderging Overwatch grote veranderingen. Na een groot succes met ruim 50 miljoen totale spelers in de eerste drie jaar kondigde Blizzard in 2019 aan dat er een vervolg zou komen, dat ‘naast het originele Overwatch’ moest bestaan en uitgebreid werd met Player-versus-Environment-content. De 6-tegen-6 Player-versus-Player-gameplay waar Overwatch om bekendstaat, zou blijven bestaan en voorzien worden van dezelfde content in de twee games. Ook zou Overwatch 2 een exclusieve PvE-modus met een verhaallijn en skill-trees krijgen, waarmee ieder personage op zowel grote als subtiele wijze aangepast kon worden.

©Blizzard

Nee, toch niet

Wie Overwatch 2 sinds de early access-verschijning eind 2022 heeft gespeeld, weet dat daar maar bar weinig van is waargemaakt. Overwatch en Overwatch 2 werden ten eerste geen aparte titels: laatstgenoemde heeft de plaats van het origineel simpelweg ingenomen. Die verhaalmodus? Voor 15 euro kreeg je met de 1.0-release van Overwatch 2 in augustus 2023 toegang tot drie missies. Die verkochten niet goed genoeg voor Blizzard – volgens bronnen Bloomberg - waarmee de mogelijkheid van meer PvE-content direct werd begraven.

Het was toen zelfs al bekend dat de PvE-modus grotendeels geschrapt was, gezien de modus volgens regisseur Aaron Keller ‘de focus tijdens het ontwikkelproces van de game belemmerde’. Dat is geen vreemde redenering, maar PvE was wel juist datgene dat Overwatch 2… nou ja, Overwatch 2 maakte. Uiteindelijk was de lancering van de ‘nieuwe’ game vooral een grote update, met drie nieuwe personages, wat extra arena’s en een nieuwe 5v5-opzet in plaats van 6v6. Er stond nu slechts een ‘2’ achter.

©Blizzard

Een alternatieve toekomst

Recent werd aangekondigd dat Overwatch 2 het cijfer van de naam afknipt met het twintigste seizoen en dus weer gewoon Overwatch heet – we zijn dus weer terug bij af. Ik stapte zelf destijds op de Overwatch-trein door juist de belofte van PvE in het vervolg, en heb uiteindelijk pakweg 300 uren tussen beide games verdeeld. Hoewel ik naarmate de tijd vorderde wat uren in de competitieve modus stak, maakte het spelen met vrienden de ervaring écht vermakelijk.

Gezellig kletsen, schreeuwen tegen willekeurige teamgenoten en de mix van tactiek en variatie die de vele personages in Overwatch bieden: dat staat mij bij. Een PvE-modus waarin juist dat samenspel en de speelwijze van de verschillende heroes aan te passen zijn naar jouw speelstijl was een soort heilige graal, die uiteindelijk dus nooit verscheen. Dat is eeuwig zonde. De competitieve e-sportscene van Overwatch is al sinds het begin een belangrijk aspect van de game, dus ergens is het begrijpelijk dat het team dit niet uit het oog wilde verliezen.

©Blizzard

Maar juist in de laatste jaren zien we een interessante verschuiving naar PvE, of in ieder geval multiplayer-ervaringen die niet geheel om competitie draaien. Denk aan Helldivers 2 van een paar jaar terug, waarin vrienden en willekeurige spelers het opnemen tegen legioenen aan vijanden – en zelfs wereldwijd samen naar een doel werken. Of de explosie aan zogenaamde ‘friendslop’ games als Peak en Lethal Company, die geheel draaien om het samen uitvoeren van taken als een berg beklimmen of het verzamelen van schroot. Een game als Arc Raiders bevat daarbij ook PvP-elementen, maar staat ook bij omdat meerdere spelers samen kunnen komen om een gigantische robot te verslaan. Video’s waarbij spelers plots oude vrienden tegenkomen in de game tonen aan waarom PvE momenteel zó ontzettend leuk kan zijn.

De realiteit

Het is achteraf makkelijk te zeggen, maar de originele visie voor Overwatch 2 had best een prominente rol in het huidige gamelandschap kunnen bekleden. Met de aankondiging werden uitgebreide skilltrees getoond voor de verschillende personages waar Overwatch om bekendstaat.

©Blizzard

Een van Mei’s speciale vaardigheden is bijvoorbeeld het veranderen in een ijspegel, om zo health terug te verdienen en een paar seconden onverwoestbaar te zijn. Met een van de skills die getoond werd veranderde deze ijspegel in een ijsbal, waarmee ze op spectaculaire wijze door groepen vijanden kan kegelen. De PvE-modus had de potentie om een soort zandbak voor dergelijke ideeën en ingrijpende veranderingen voor het klassieke Overwatch te worden. Een speelsere mix van skills en samenwerking om juist die avonturen uit bijvoorbeeld een Helldivers 2 te nabootsen. De tactische teamgameplay had dan ook niet hoeven verdwijnen, het zou juist vet geweest zijn om met vrienden verschillende skills af te stemmen en los te laten op de robots van Null Sector.

Dat is nog zoiets: de lore en verhaallijn van Overwatch zijn ontzettend interessant, en had meer in de schijnwerpers kunnen staan met de PvE-insteek. Nog voordat ik de games überhaupt had aangeraakt, verslond ik de prachtig geanimeerde filmpjes van Blizzard en verhalen die ze voor de personages uitbrachten.

Watch on YouTube

Wat ik dan ook zie van de nieuwe update wringt met mijn gevoel. Ja, het lijkt erop dat Blizzard een inhaalslag maakt en sneller met nieuwe personages komt om de game fris te houden. Het wekt de indruk dat we weer terug zijn bij het ‘oude’ Overwatch, en dat de ontwikkelaar nog altijd een sterke hero shooter wil behouden nu concurrenten als Marvel Rivals het speelveld hebben betreden. Toch kan ik het niet laten om te fantaseren over hoe Overwatch meer had kunnen zijn dan een hero shooter.

De realiteit is dat het Overwatch-team geen goede balans wist te vinden tussen het bijhouden van de PvP- en competitieve scene van Overwatch en de ontwikkeling van de PvE. Zonde, want zeker in het huidige multiplayerklimaat, waar mensen steeds meer achterover lijken te hangen om met elkaar te spelen in plaats van tegen elkaar, had het originele Overwatch 2 perfect gepast.

▼ Volgende artikel
We geven Mario Tennis Fever weg voor de Switch 2
Huis

We geven Mario Tennis Fever weg voor de Switch 2

Samen met onze vrienden van bol geven we wekelijks een nieuwe game weg, en deze week is dat natuurlijk Mario Tennis Fever.

Fever verscheen namelijk deze week voor de Nintendo Switch 2 en is volgens onze Simon een uitstekende Mario-sportgame. Met z'n Fever Rackets - die speciale slagen vol onvoorspelbare effecten mogelijk maken - goede basisgameplay en flink wat content weet Fever boven de afgelopen delen uit te stijgen:

Mario Tennis Fever barst van de content. De vele personages, banen en rackets geven unieke, diepere lagen aan de gameplay en multiplayerpotjes gaan met grote glimlach en een berg vertier gespeeld worden. Jammer voor de wat volwassenere spelers dat die volgende laag diepgang nét niet geraakt wordt. Daarvoor is het singleplayeraanbod niet genoeg, de tegenstanders niet uitdagend genoeg en ontbreekt er hier en daar net wat finesse. Maar ga zo door, Nintendo. Mario Tennis Fever zit namelijk wél in de richting van die tijdloze Camelot-klassiekers waar we zo naar hunkeren.

Winnen

Wat moet je doen om te winnen? Ga naar de website van bol, vind de productcode in de url (bestaande uit zestien cijfers) en vul die hieronder in het invulformulier in! Vergeet ook niet je naam en emailadres in te vullen, dan sturen we je zo snel mogelijk een code om de game fysiek op bol.com te bestellen!

Werkt het formulier niet? Klik dan hier.

Watch on YouTube