ID.nl logo
OnePlus Open maakt positieve eerste indruk
© Wesley Akkerman | ID.nl
Huis

OnePlus Open maakt positieve eerste indruk

De OnePlus Open is de eerste vouwtelefoon van het Chinese OnePlus. Met het toestel wil het bedrijf een smartphone uitbrengen die op geen enkel vlak concessies doet. Een blik op de specs en onze eerste week met het apparaat bevestigen dat beeld grotendeels.

De slogan ‘Never Settle’ heeft in de begindagen van OnePlus veel goeds gedaan. Als een soort David nam het destijds onbekende merk het in 2014 op tegen allerlei Goliath-merken als Samsung, Apple en Sony. En dat ging het aardig goed af met de OnePlus One, die in 2014 in de markt werd gezet als een flagship killer. Maar sinds het samengaan met zustermerk Oppo, dat duidelijk de leiding over de productie en richting heeft, leiden de telefoons met OxygenOS aan boord een beetje aan zuurstofgebrek.

Nee, de smartphones van OnePlus zijn niet slecht, maar je merkt duidelijk dat het gebrek aan een eigen identiteit het merk parten speelt. Een nieuw soort smartphone kan daar (in elk geval in theorie) verandering in brengen. De OnePlus Open wordt als een derde pilaar naast de reguliere OnePlus- en OnePlus Nord-toestellen gepositioneerd. Voor het imago van het merk hangt er dus veel van af. Dat de OnePlus Open in feite dezelfde smartphone is als de Oppo Find N3 hoeft daar niets aan af te doen.

©Wesley Akkerman

©Wesley Akkerman | ID.nl

OnePlus Open, Oppo Find N3 en Galaxy Z Fold 5

Tenminste, in de basis is het natuurlijk wel jammer. Want het maakt de vouwtelefoon minder uniek en minder spannend. Ja, dit is een eerste poging van OnePlus als merk, maar daarvoor leunt het wel stevig op de twee eerdere pogingen van Oppo. Het marketingteam probeert er van alles aan te doen om daar overheen te stappen, concluderen we als we naar de teksten in de persberichten kijken. We hebben een specifieke regel hieronder overgenomen. Maar een échte eerste poging is het dus niet.

Conceptualized with the sole purpose of redefining what it means to be a modern flagship in 2023, the OnePlus Open is an uncompromising achievement that have struck a perfect balance between device portability, durability and flagship imaging, all with a first attempt.

(Vrij vertaald: "Met als enig doel het herdefiniëren van wat een modern vlaggenschip in 2023 inhoudt, is de OnePlus Open een ongeëvenaarde prestatie die een perfect evenwicht heeft gevonden tussen draagbaarheid, duurzaamheid en de beste camera-technologie, allemaal in een eerste poging.")

Maar goed, los daarvan is de vouwtelefoon gelukkig best indrukwekkend te noemen. Maar voor niets minder hoeven we geen genoegen te nemen, kijkende naar de prijs van 1.799 euro. Niettemin is de OnePlus Open daarmee iets goedkoper dan de Samsung Galaxy Z Fold 5. Voor deze prijs krijg je wel twee keer zo veel opslagruimte (512 ten opzichte van 256 GB) en iets meer werkgeheugen (16 ten opzichte van 12 GB). Op de Samsung-website kost de Samsung Galaxy Z Fold 5 nu 1.879 euro.

Ook zijn de schermen iets groter dan die van Samsung. De OnePlus Open beschikt over een extern amoledscherm van 6,3 inch (6,2 op de Samsung) en een intern display van 7,8 inch (7,6 op de Fold 5). De resolutie en daarmee de pixeldichtheid zijn ook net iets hoger, maar dat verschil zul je met het blote oog niet snel opmerken. Zelfs wanneer je de toestellen naast elkaar zou liggen, wordt dat nog lastig. En met 1.400 tot 2.800 nits zijn beide displays ontzettend helder.

©Wesley Akkerman | ID.nl

De eerste week met de OnePlus Open

Op de ID.nl-redactie hebben we het toestel reeds ontvangen. We gebruiken het apparaat nu iets meer dan een volle week. Hoewel de eerste indrukken positief zijn, moeten we er ook meteen bij vermelden dat de verschillen met de Samsung Galaxy Z Fold 5 niet enorm zijn. Dat heeft met verschillende aspecten te maken. Aan het ontwerp (aan de buitenkant) ligt het niet. De cameramodule is volledig anders en die groene kleur tref je niet snel bij Samsung aan.

Van de iets grotere schermen merk je niet zo heel veel. Technisch gezien krijg je ‘meer smartphone’ voor een iets lager bedrag, maar dat verschil is verwaarloosbaar. Dat neemt niet weg dat alles er prachtig uitziet. Teksten zijn haarscherp leesbaar, foto’s laten flink wat detail en kleuren zien, en games spelen ontzettend soepel. Bovendien beschikt de smartphone over hoge lees- en schrijfsnelheden, waardoor je nooit lang hoeft te wachten op data-overdacht of installaties.

©Wesley Akkerman | ID.nl

Software en vouwmechanisme

Met 239 gram is het toestel vooral dichtgeklapt wat zwaar, maar nog steeds lichter dan de 253 gram van de Z Fold 5. Het verschil in dikte is iets minder dan 2 millimeter merkbaar, zeker wanneer je hem in je broekzak of handtas propt. Openvouwen gaat met twee handen behoorlijk soepel. Je merkt dat de OnePlus Open direct naar één van de twee standen wil: de net geen 90 graden hoek en de volledig open stand. Het toestel dichtdoen voelt bevredigend aan.

En hoe zit het precies met dat vouwmechanisme, de plooi en de opening? Je raadt het al: vergelijkbaar met de Samsung Galaxy Z Fold 5. Achter de schermen (deze keer letterlijk) pakt OnePlus het net even anders aan, bijvoorbeeld qua hitte-afvoer. En aan de voorkant zie je de plooi zitten en voel je hem wanneer je er met je vinger overheen gaat, maar die effecten zijn wel minimaal. Het dichtgevouwen toestel heeft een bijna even grote opening als de Fold 5.

Aangezien beide smartphones op Android draaien en van veel dezelfde functies gebruikmaken (die Google zelf in het besturingssysteem bakt), zul je daar ook weinig verschil in merken. Beide fabrikanten hebben echter hun eigen softwarefuncties en -uiterlijk, waardoor het gebruik in de diepte net even anders zal zijn. Hoewel de Open in de eerste week nog niet gek anders aanvoelt dan de concurrentie, laat die qua bouwkwaliteit en design een positieve eerste indruk achter.

Tot zover onze eerste indruk. Binnenkort verschijnt er een uitgebreide review van de OnePlus Open op ID.nl!

▼ Volgende artikel
Column: Overwatch 2 heeft juist nu een PvE-modus nodig
© Blizzard
Huis

Column: Overwatch 2 heeft juist nu een PvE-modus nodig

Liveservicegames en hero shooters waren in 2016 niet per se nieuw. Destiny ging al twee jaar hard, en hoewel nieuwkomer Overwatch erg goed ontvangen werd, trokken sommigen al snel vergelijkingen met Valve’s inmiddels oude Team Fortress 2. Toch wist de hero shooter van Blizzard een Game of the Year Award voor de neus van onder andere Uncharted 4: A Thief’s End weg te grissen. Het was een glorieus begin van een moeizaam traject.

In de afgelopen tien jaar onderging Overwatch grote veranderingen. Na een groot succes met ruim 50 miljoen totale spelers in de eerste drie jaar kondigde Blizzard in 2019 aan dat er een vervolg zou komen, dat ‘naast het originele Overwatch’ moest bestaan en uitgebreid werd met Player-versus-Environment-content. De 6-tegen-6 Player-versus-Player-gameplay waar Overwatch om bekendstaat, zou blijven bestaan en voorzien worden van dezelfde content in de twee games. Ook zou Overwatch 2 een exclusieve PvE-modus met een verhaallijn en skill-trees krijgen, waarmee ieder personage op zowel grote als subtiele wijze aangepast kon worden.

©Blizzard

Nee, toch niet

Wie Overwatch 2 sinds de early access-verschijning eind 2022 heeft gespeeld, weet dat daar maar bar weinig van is waargemaakt. Overwatch en Overwatch 2 werden ten eerste geen aparte titels: laatstgenoemde heeft de plaats van het origineel simpelweg ingenomen. Die verhaalmodus? Voor 15 euro kreeg je met de 1.0-release van Overwatch 2 in augustus 2023 toegang tot drie missies. Die verkochten niet goed genoeg voor Blizzard – volgens bronnen Bloomberg - waarmee de mogelijkheid van meer PvE-content direct werd begraven.

Het was toen zelfs al bekend dat de PvE-modus grotendeels geschrapt was, gezien de modus volgens regisseur Aaron Keller ‘de focus tijdens het ontwikkelproces van de game belemmerde’. Dat is geen vreemde redenering, maar PvE was wel juist datgene dat Overwatch 2… nou ja, Overwatch 2 maakte. Uiteindelijk was de lancering van de ‘nieuwe’ game vooral een grote update, met drie nieuwe personages, wat extra arena’s en een nieuwe 5v5-opzet in plaats van 6v6. Er stond nu slechts een ‘2’ achter.

©Blizzard

Een alternatieve toekomst

Recent werd aangekondigd dat Overwatch 2 het cijfer van de naam afknipt met het twintigste seizoen en dus weer gewoon Overwatch heet – we zijn dus weer terug bij af. Ik stapte zelf destijds op de Overwatch-trein door juist de belofte van PvE in het vervolg, en heb uiteindelijk pakweg 300 uren tussen beide games verdeeld. Hoewel ik naarmate de tijd vorderde wat uren in de competitieve modus stak, maakte het spelen met vrienden de ervaring écht vermakelijk.

Gezellig kletsen, schreeuwen tegen willekeurige teamgenoten en de mix van tactiek en variatie die de vele personages in Overwatch bieden: dat staat mij bij. Een PvE-modus waarin juist dat samenspel en de speelwijze van de verschillende heroes aan te passen zijn naar jouw speelstijl was een soort heilige graal, die uiteindelijk dus nooit verscheen. Dat is eeuwig zonde. De competitieve e-sportscene van Overwatch is al sinds het begin een belangrijk aspect van de game, dus ergens is het begrijpelijk dat het team dit niet uit het oog wilde verliezen.

©Blizzard

Maar juist in de laatste jaren zien we een interessante verschuiving naar PvE, of in ieder geval multiplayer-ervaringen die niet geheel om competitie draaien. Denk aan Helldivers 2 van een paar jaar terug, waarin vrienden en willekeurige spelers het opnemen tegen legioenen aan vijanden – en zelfs wereldwijd samen naar een doel werken. Of de explosie aan zogenaamde ‘friendslop’ games als Peak en Lethal Company, die geheel draaien om het samen uitvoeren van taken als een berg beklimmen of het verzamelen van schroot. Een game als Arc Raiders bevat daarbij ook PvP-elementen, maar staat ook bij omdat meerdere spelers samen kunnen komen om een gigantische robot te verslaan. Video’s waarbij spelers plots oude vrienden tegenkomen in de game tonen aan waarom PvE momenteel zó ontzettend leuk kan zijn.

De realiteit

Het is achteraf makkelijk te zeggen, maar de originele visie voor Overwatch 2 had best een prominente rol in het huidige gamelandschap kunnen bekleden. Met de aankondiging werden uitgebreide skilltrees getoond voor de verschillende personages waar Overwatch om bekendstaat.

©Blizzard

Een van Mei’s speciale vaardigheden is bijvoorbeeld het veranderen in een ijspegel, om zo health terug te verdienen en een paar seconden onverwoestbaar te zijn. Met een van de skills die getoond werd veranderde deze ijspegel in een ijsbal, waarmee ze op spectaculaire wijze door groepen vijanden kan kegelen. De PvE-modus had de potentie om een soort zandbak voor dergelijke ideeën en ingrijpende veranderingen voor het klassieke Overwatch te worden. Een speelsere mix van skills en samenwerking om juist die avonturen uit bijvoorbeeld een Helldivers 2 te nabootsen. De tactische teamgameplay had dan ook niet hoeven verdwijnen, het zou juist vet geweest zijn om met vrienden verschillende skills af te stemmen en los te laten op de robots van Null Sector.

Dat is nog zoiets: de lore en verhaallijn van Overwatch zijn ontzettend interessant, en had meer in de schijnwerpers kunnen staan met de PvE-insteek. Nog voordat ik de games überhaupt had aangeraakt, verslond ik de prachtig geanimeerde filmpjes van Blizzard en verhalen die ze voor de personages uitbrachten.

Watch on YouTube

Wat ik dan ook zie van de nieuwe update wringt met mijn gevoel. Ja, het lijkt erop dat Blizzard een inhaalslag maakt en sneller met nieuwe personages komt om de game fris te houden. Het wekt de indruk dat we weer terug zijn bij het ‘oude’ Overwatch, en dat de ontwikkelaar nog altijd een sterke hero shooter wil behouden nu concurrenten als Marvel Rivals het speelveld hebben betreden. Toch kan ik het niet laten om te fantaseren over hoe Overwatch meer had kunnen zijn dan een hero shooter.

De realiteit is dat het Overwatch-team geen goede balans wist te vinden tussen het bijhouden van de PvP- en competitieve scene van Overwatch en de ontwikkeling van de PvE. Zonde, want zeker in het huidige multiplayerklimaat, waar mensen steeds meer achterover lijken te hangen om met elkaar te spelen in plaats van tegen elkaar, had het originele Overwatch 2 perfect gepast.

▼ Volgende artikel
We geven Mario Tennis Fever weg voor de Switch 2
Huis

We geven Mario Tennis Fever weg voor de Switch 2

Samen met onze vrienden van bol geven we wekelijks een nieuwe game weg, en deze week is dat natuurlijk Mario Tennis Fever.

Fever verscheen namelijk deze week voor de Nintendo Switch 2 en is volgens onze Simon een uitstekende Mario-sportgame. Met z'n Fever Rackets - die speciale slagen vol onvoorspelbare effecten mogelijk maken - goede basisgameplay en flink wat content weet Fever boven de afgelopen delen uit te stijgen:

Mario Tennis Fever barst van de content. De vele personages, banen en rackets geven unieke, diepere lagen aan de gameplay en multiplayerpotjes gaan met grote glimlach en een berg vertier gespeeld worden. Jammer voor de wat volwassenere spelers dat die volgende laag diepgang nét niet geraakt wordt. Daarvoor is het singleplayeraanbod niet genoeg, de tegenstanders niet uitdagend genoeg en ontbreekt er hier en daar net wat finesse. Maar ga zo door, Nintendo. Mario Tennis Fever zit namelijk wél in de richting van die tijdloze Camelot-klassiekers waar we zo naar hunkeren.

Winnen

Wat moet je doen om te winnen? Ga naar de website van bol, vind de productcode in de url (bestaande uit zestien cijfers) en vul die hieronder in het invulformulier in! Vergeet ook niet je naam en emailadres in te vullen, dan sturen we je zo snel mogelijk een code om de game fysiek op bol.com te bestellen!

Werkt het formulier niet? Klik dan hier.

Watch on YouTube