ID.nl logo
Office voor smartphone: Losse apps of all-in-one?
© Reshift Digital
Huis

Office voor smartphone: Losse apps of all-in-one?

Microsoft heeft al een flinke tijd mobiele versies van de Office-onderdelen in de app stores staan. Sinds een poosje is daar ook een all-in-one Office-pakket bij gekomen. Wil je Office voor smartphones downloaden, dan vraag je je wellicht af welke je moet hebben. De all-in-one-versie of de losse apps? En wat kun je ermee?

We bespreken hier de versie voor Apple-apparaten maar onderstaande informatie geldt in brede lijnen ook voor de Android-versie. Hét voordeel van de universele all-in-one Office-app van Microsoft is, dat deze veel minder opslagruimte in beslag neemt dan de losse onderdelen Word, Excel en PowerPoint. Daarbij zitten er in de all-in-one-versie nog wat extraatjes verstopt. Kortom: een overstap ligt voor de hand.

De onderdelen in het complete pakket werken stuk voor stuk precies hetzelfde als losse onderdelen, dus daar hoef je het alvast niet om te laten. Als je verder bedenkt dat de all-in-one-versie zo ongeveer dezelfde hoeveelheid ruimte inneemt als elk van de losse onderdelen, dan is de keuze in principe snel gemaakt.

Niet rücksichtslos oude apps deleten!

In principe, want alvorens over te stappen en vol enthousiasme de oude, losse onderdelen te wissen moet je je wel bedenken dat daarin aanwezige lokaal opgeslagen bestanden bij een wisactie eveneens verdwijnen. De all-in-one-app heeft niet de ‘intelligentie’ aan boord om documenten uit de app-mappen te importeren. Hoewel dat in het geval van juist de Office-onderdelen wel heel makkelijk was geweest, want elke app heeft simpelweg een eigen map in de app Bestanden van iPad en iPhone. 

Het betekent dat de complete Office-app kaal geïnstalleerd wordt. Wel zagen we dat de inloggegevens voor ons Office 365-abonnement werden overgenomen, dus we hadden wel direct toegang tot de online opgeslagen bestanden. Ben jij iemand die nooit lokaal Office-bestanden bewaard, dan kun je direct aan de slag en verder gaan waar je gebleven was.

©PXimport

Op zoek naar de diverse documentmappen

Omdat velen hun – met name – iPad ook gebruiken onderweg, ongetwijfeld ook op plekken waar even geen internet voorhanden is, is het zaak om voordat je de losse Office-onderdelen verwijdert even checkt wat er in de documentmappen rondzwerft. Start daarvoor de app Bestanden en blader naar Op mijn iPad; te vinden in de kolom links. 

Je ziet nu een hele serie mappen. Waaronder (afhankelijk van welke Office-onderdelen je daadwerkelijk had geïnstalleerd) mappen voor Word, Excel en PowerPoint. Plus een bij de installatie van het complete Office-pakket gemaakte map Office. Mocht die er om een of andere reden niet zijn, maak dan in het net geïnstalleerde Microsoft Office een document in een van de Office-onderdelen aan en bewaar dat lokaal. Dan wordt de map zéker aangemaakt!

©PXimport

Het idee is vervolgens simpel: verplaats alle in de mappen Word, Excel en PowerPoint aanwezige bestanden naar de map Office. Niet onderverdelen in submappen, gewoon alles bij elkaar. Pas als je dat gedaan hebt, kun je de drie genoemde losse Office-apps veilig verwijderen. Start je namelijk nu Office op, dan zie je al je documenten verzameld in de bestandsbeheerder van het complete Office-pakket. 

Waarbij geldt dat de all-in-one-app nog wel even moet ‘warmlopen’. Zo klopt de lijst met Recent gebruikte documenten (nog) niet. Dat komt allemaal in orde als je de app een tijdje gebruikt.

Bestandstype-filter

Omdat Office alle bestandssoorten in één verzamelmap plaatst, is gedacht aan een bestandtype-filter. Klik daarvoor op het knopje helemaal linksboven in beeld. Je kunt nu selecteren welke bestandstypen je wilt zien, meerder typen selecteren is mogelijk. 

Als je klaar bent met de selectie klik je op Toepassen. Vervolgens zijn alleen nog de documenttypen te zien die je hebt ingesteld, denk aan bijvoorbeeld alleen Excel-bestanden.

Nu zou het verdraaid handig geweest zijn als dat filter niet alleen op de lijst met recent gebruikte bestanden toegepast kon worden, maar ook in de Office bestandsbeheerder. Ofwel het onderdeel dat je opent door in de kolom links op het knopje in de vorm van een map te klikken. Vreemd genoeg ontbreekt het daar, met als gevolg dat dit veel meer – naar analogie met Windows – een map Mijn Documentengeworden is. Misschien past Microsoft dat nog eens aan.

©PXimport

Het is sowieso afwachten welke richting Microsoft op wil met z’n Office-apps. Zeker op een iPad doen de huidige versies – ook de all-in-one- behoorlijk tekort aan de mogelijkheden die dit apparaat heeft te bieden. Wel geldt dat door grote besparing van bestandsruimte via de complete app er mogelijkheden tot uitbreiding bestaan. 

Ook onder Android is de sprong naar all-in-one al een tijd terug gemaakt. Waarschijnlijk zullen de losse Office-onderdelen in de toekomst dan ook uitgefaseerd worden, want overbodig inmiddels en verre van efficiënt. Overstappen is dus niet onverstandig.

Bonus-onderdelen

Verder heeft de Office-app zoals gezegd wat bonus-onderdelen aan boord. Tik in de kolom links op de knop met vier balletjes. Je ziet nu diverse verdraaid handige tools, allemaal ingebouwd en klaar voor gebruik. Ze spreken – qua naam – voor zichzelf. Zo kun je bijvoorbeeld een PDF-bestand omzetten naar een bewerkbaar bestand in Word, OCR loslaten op afbeeldingen en daar vervolgens tekst of tabelllen uit halen. Maar ook het maken van een PDF’je van een selectie aan foto’s, QR-codes scannen en formulieren maken behoort tot de mogelijkheden. 

Het maakt de Office-app ook een echte verzamelplek voor een serie aan productieve onderdelen die iedere zakelijke gebruiker vroeger of later zonder meer van pas gaan komen. Allerlei losse apps voor deze zaken installeren is daarmee niet meer nodig, wat natuurlijk ook weer opslagruimte scheelt. Je kunt – na even de kat uit de boom gekeken te hebben wellicht – dan ook apps voor PDF-conversie, OCR enzovoorts van je apparaat verwijderen.

©PXimport

Nog meer Microsoft-apps

Wat we een beetje verwarrend vinden is de knop met puntjesraster in de kolom links. Die leidt naar een overzicht met andere Microsoft-apps, die je vervolgens rechtstreeks vanuit de Office-app kunt installeren. Vreemd genoeg staan daar ook de ‘oude’ losse Office-onderdelen weer tussen, die je juist kwijt wilde. 

Ongetwijfeld zijn er mensen die ze dan alsnog weer gaan installeren in de veronderstelling dat die nodig te zijn. Niet doen, want daarmee pleeg je een zinloze aanslag op de opslagruimte in je apparaat! Dingen als Teams, OneNote of Outlook kun je natuurlijk wel naar wens installeren. Maar vermijd dubbelaars.

Let in de toekomst ook goed op of Microsoft wellicht nog meer onderdelen in het all-in-one-pakket gaat integreren. Als dat daadwerkelijk gebeurd, is het wederom zaak eerst de documenten uit de oude losse app veilig te stellen alvorens deze te verwijderen.

▼ Volgende artikel
Beeldverversing versus pixels: waarom soepel gamen beter is dan scherp
© Gorodenkoff Productions OU
Huis

Beeldverversing versus pixels: waarom soepel gamen beter is dan scherp

Resolutie is marketing, refreshrate is beleving. Waar 4K zorgt voor een mooi plaatje, zorgt een hoge verversing (Hz) ervoor dat je daadwerkelijk wint. Hieronder lees je waarom snelheid in feite de échte koning is in gaming.

Veel gamers staren zich blind op 4K-resolutie. Ze kopen een duur scherm, zetten de settings op Ultra en vragen zich vervolgens af waarom hun spel stroperig aanvoelt. De misvatting is dat 'mooier' gelijkstaat aan 'beter'. In werkelijkheid is de vloeibaarheid van het beeld – de refreshrate, oftewel verversingssnelheid – veel bepalender voor hoe direct en responsief een game aanvoelt. Aan het eind van dit artikel weet je precies of jij moet kiezen voor pixels of snelheid.

Hoe je ogen bedrogen worden door Hertz

Stel je voor dat je snel met je muis over je bureaublad beweegt. Op een standaard 60Hz-scherm zie je de cursor in schokjes over het beeld springen; je hersenen vullen de gaten in. Op een 144Hz- of 240Hz-gaming-monitor verdwijnen die gaten.

Het technische verschil zit hem in de verversingssnelheid: het aantal keren per seconde dat het beeld wordt vernieuwd. Bij 60 Hz krijg je elke 16,6 milliseconden een nieuw beeld. Bij 144 Hz is dat elke 6,9 milliseconden. Dat klinkt als een klein verschil, maar je voelt het direct. Het gestotter dat je onbewust gewend bent verdwijnt. Bewegingen voelen boterzacht aan, alsof de cursor (of je crosshair) aan je hand vastgeplakt zit in plaats van er achteraan zwemt. Dit effect wordt motion clarity genoemd: objecten blijven scherp, zelfs als ze snel door het beeld bewegen.

©Framestock

De winst in shooters en snelle actie

Wanneer werkt dit in je voordeel? Vooral in competitieve shooters zoals Call of Duty, Counter-Strike of Valorant. In dit soort games telt elke milliseconde. Een hogere refreshrate vermindert de input lag, oftewel de tijd tussen jouw klik en de actie op het scherm.

Stel, je draait je personage snel om. Bij een lage refreshrate wordt de vijand een fractie later getoond en zie je veel bewegingsonscherpte (motion blur). Met een hoge refreshrate zie je de vijand eerder en scherper, waardoor je sneller kunt reageren. Je hebt letterlijk actuelere informatie dan je tegenstander. Om dat te bereiken heb je wel een krachtige videokaart nodig die genoeg beelden per seconde (FPS) kan genereren om je snelle scherm bij te houden.

Wanneer resolutie het toch wint van snelheid

Is snelheid altijd heilig? Nee. Als je vooral tragere, meer verhalende games speelt (zoals Cyberpunk 2077 in de 'sightseeing' modus), Microsoft Flight Simulator of grafische RPG's, dan voegt 240 Hz weinig toe. In deze titels kijk je vaak naar stilstaande of langzaam bewegende omgevingen.

In dat geval wil je juist de texturen van de bomen, de reflecties in het water en de details in gezichten zien. Een 4K-monitor op 60 of 120 Hz is dan een logischer keuze dan een onscherp 1080p-scherm op 360 Hz. De visuele pracht weegt hier zwaarder dan de milliseconden reactietijd. Ook voor console-gamers die op de bank zitten, is een goede televisie met 4K en HDR vaak indrukwekkender dan puur de hoogste framerates.

Situaties waarin een hoge refreshrate zinloos is

Er zijn momenten dat investeren in een snel scherm weggegooid geld is. Dat gebeurt bijvoorbeeld als je hardware de snelheid niet kan leveren; als je videokaart maar 50 frames per seconde kan leveren, heeft een 144Hz-scherm geen nut omdat het scherm wacht op de computer. Daarnaast beperken oude kabels je bandbreedte, waardoor je monitor soms terugvalt naar 60 Hz zonder dat je het doorhebt. Ook op oudere consoles zoals de Nintendo Switch of de standaard PS4 heb je niets aan snelle schermen, omdat deze hardware fysiek gelimiteerd is op 60 Hz of lager.

Bepaal wat jouw setup aankan

Kijk dus kritisch naar je huidige situatie voordat je naar de winkel rent. Heb je een high-end pc die makkelijk 120+ FPS haalt in jouw favoriete games? Dan is een upgrade naar een 144- of 165Hz-monitor de grootste sprong in spelplezier die je kunt maken. Speel je op een PlayStation 5 of Xbox Series X? Zoek dan specifiek naar een scherm met HDMI 2.1-ondersteuning om 120 Hz op 4K mogelijk te maken. Zit je ver van je scherm af en speel je relaxed? Investeer dan liever in resolutie en kleurdiepte.

©Proxima Studio

Kortom: snelheid is de sleutel tot succes!

Verversingssnelheid is belangrijker dan resolutie voor iedereen die actie- of competitieve games speelt. Het zorgt voor een vloeiender beeld, minder input lag en betere motion clarity, wat je direct een voordeel geeft in het spel. Resolutie is vooral luxe voor het oog, maar refreshrate is pure prestatie voor de speler.

▼ Volgende artikel
Column: A Knight of Seven Kingdoms is wat Game Of Thrones nooit durfde te zijn
© HBO Max
Huis

Column: A Knight of Seven Kingdoms is wat Game Of Thrones nooit durfde te zijn

Game of Thrones kennen we als een reeks brute, grootschalige verhalen, maar A Knight of Seven Kingdoms is het tegenovergestelde. Wat blijkt? Met een schattig, kleinschalig verhaal voelt Westeros alleen maar groter.

Het regent. Op een heuvel, onder een boom, zien we een kast van een vent in de weer met een schop. Een ridder, lijkt het. Hij graaft een graf. Tegelijkertijd praat de ridder in zichzelf: er is in de buurt een toernooi, en we kijken waarschijnlijk naar de winnaar. De muziek zwelt op, terwijl onze held vastberaden in de verte staart. De iconische Game of Thrones-muziek lijkt ons te gaan overspoelen, klaar om naar een prachtig geanimeerde intro te gaan. In plaats daarvan, knippen we naar een shot waarin onze held achter een boom staat te poepen.

Watch on YouTube

De boodschap is duidelijk: de serie heeft schijt aan de verwachtingen die je van Game of Thrones hebt. De serie stond er ooit immers om bekend dat het brak met de conventies van mainstream fantasy. Nu de reeks daar inmiddels zelf toe behoort, is het aan A Knight on Seven Kingdoms om er weer een flinke draai aan te geven.

Een ridder van de heg

Nog een spin-off? George R. R. Martin is toch die schrijver die nooit schrijft? Tja, dat valt wel mee. Hoewel de beste man zich al tien jaar uit een hoekje probeert te schrijven met het langverwachte Winds of Winter, heeft hij een hoop andere verhalen in Westeros verteld.

Zo komen de verhalen van House of the Dragon uit het boek Fire and Blood, waarin we volgen hoe de Targaryen-familie zichzelf met generaties aan ruzies ten val brengt. Maar George R. R. Martin heeft de schaal ook wel eens flink verkleind: in het korte boek The Hedge Knight, dat nog stamt uit de vorige eeuw, volgen we een ridder en zijn schildknaap.

©HBO Max

Daarin volgen we de ridder Dunk - niet onze eigen Dunke, maar Ser Duncan The Tall. Hij is een ‘hagenridder’: een ridder zonder verwantschap aan een heer. Of, in andere woorden: een freelancer die, als hij niet werkt, in de heg mag slapen. Dunk blijft niet lang een zzp’er: hij ontmoet de kale stadsjongen Egg, die dolgraag zijn schildknaap wil zijn.

Vrede!?

De verhalen van dit geliefde tweetal bieden de basis van A Knight of the Seven Kingdoms. De twist? Er is vrede in Westeros - ja, het kan echt - en we volgen een nobody, dus er is ineens ruimte voor een gezellig, klein verhaal. Dat wordt gereflecteerd in de afleveringen: geen dik uur, maar een comfortabel halfuurtje.

©HBO Max

De ridder Dunk wil dolgraag bewijzen dat hij een eervolle ridder is, maar dat is in het brute Westeros best een uitdaging. Al helemaal als je een lompe lieverd als Dunk bent. Dan komt zo’n slimme, wereldwijze schildknaap als Egg ineens goed van pas.

Het wordt al helemaal lastig als je niet eens kan bewijzen dat je een ridder bent. Dan mag je namelijk niet eens meedoen aan een toernooi - eentje waarbij Dunk overigens zijn paard en zijn spullen kwijtraakt, mocht hij verliezen.

Meneer, mag ik meedoen?

Met dat toernooi wordt een van de Game of Thrones-clichés lekker op zijn kop gezet. In de oorspronkelijke serie zagen we in aflevering vier een heftig toernooi en House of the Dragon opende er zelfs mee: het is vaak een goede manier om zonder grote verhaalconsequenties te laten zien hoe gewelddadig Westeros is.

©HBO Max

In A Knight of the Seven Kingdoms komen we dat toernooi niet eens bínnen. Eerst moet Dunk maar eens bewijzen dat hij een ridder is, uitzoeken hoe zo’n toernooi werkt en een heer overtuigen hem te helpen - maar ook dansen, touwtje trekken en een poppenspel aanschouwen. Het is een fantastische stap terug van al die grootschalige oorlogen.

Doordat het verhaal zo’n piepkleine focus heeft, begin je om iedereen te geven: iemand die z’n paard verkoopt in A Knight of Seven Kingdoms is vele malen pijnlijker dan een draak die wordt doodgeschoten in Game of Thrones. We bevinden ons nog steeds in de brute wereld, maar het komt allemaal wat harder aan omdat we ook zien hoe grappig en gezellig het kan zijn.

©HBO Max

Een fossiele brandstof

Toch loopt ook A Knight of Seven Kingdoms een zeker risico. De kwaliteit van Game of Thrones kelderde toen de makers het bronmateriaal inhaalden. Ook die van House of the Dragon nam wat af, toen showrunner Ryan Condal besloot George R.R. Martin niet langer te raadplegen en de grote climax werd doorgeschoven naar het volgende seizoen.

Er zijn momenteel drie korte boeken rondom Dunk en Egg, waarvan dit eerste seizoen het eerste boek beslaat. George R.R. Martin zegt nog twaalf verhalen in zijn hoofd te hebben, maar volgens HBO-baas Casey Bloys moeten de seizoenen van A Knight of Seven Kingdoms jaarlijks verschijnen: dat klinkt goed, maar dan mag Martin wel even doorschrijven. Zijn verhalen voelen nu als een fossiele brandstof: het is een enorm waardevolle bron, maar die wordt niet echt meer aangevuld.

©HBO Max

Gelukkig lijken showrunner Ira Parker en George R.R. Martin goed bevriend. De schrijver heeft Parker een outline gegeven van de twaalf verhalen, dus in theorie kan de serie daarmee verder - maar laten we niet vergeten dat dit bij de laatste seizoenen van Game of Thrones óók het geval was.

Bombastisch gefluit

Toch verdient Ira Parker ons optimisme, want A Knight of Seven Kingdoms is een fenomenale toevoeging aan de wereld van A Song of Ice and Fire. Verhalen hebben contrast nodig: door het klein te houden, voelt de wereld groot. Door het lief te houden, komen de gemene momenten keihard aan.

©HBO Max

De muziek is hier een spectaculair voorbeeld van. De bombastische muziek wordt ons aan het begin als wortel voorgehouden, maar dat is het ook wel - in plaats daarvan moeten we het doen met een gezellig gitaartje, iemand die fluit en het gezang van de vogeltjes.

Als het balletje dan eenmaal gaat rollen, neemt de muziek toch een bombastischer formaat aan - maar op dat moment voelt het verdiend. En, het allerbelangrijkste: in die epische muziek zit óók gewoon nog dat schattige gefluit.

Afleveringen van A Knight of Seven Kingdoms verschijnen wekelijks op HBO Max.