ID.nl logo
De beste apps voor je iPad en iPhone
© Reshift Digital
Huis

De beste apps voor je iPad en iPhone

Er zijn zo van die extreem handige apps die eigenlijk iedere iPhone- en iPad-gebruiker zou moeten hebben. We zetten in dit artikel een stel exemplaren op rij die hier veel in gebruik zijn!

Fing

Fing is een netwerktool die – helaas binnen de limiteringen van iOS en iPadOS (daarover zo meer) – je netwerk in kaart brengt. Ofwel: start de app en tik vervolgens bovenaan op de knop Op apparaten scannen. Na even wachten zie je een overzicht van alle actieve aan het netwerk gekoppelde apparaten verschijnen. Per apparaat kun je vervolgens een poortscan uit laten voeren om nog meer soms heel handig van pas komende informatie te achterhalen. Verder biedt Fing de mogelijkheid om dingen als je internetsnelheid te controleren, maar ook het pingen van afzonderlijke apparaten is mogelijk. Een bescheiden Zwitsers zakmesje dus dat altijd wel een keer van pas komt. 

Een tekortkoming is, dat Fing geen mac-adressen kan opvragen van apparaten. Dat ligt niet aan de app zelf, maar aan de wat vreemde restricties die Apple wat dat betreft heeft opgelegd. In oudere versies van iOS was het opvragen van die mac-adressen overigens wel mogelijk. Diezelfde Apple-restricties zorgen er ook voor dat je allerlei wifi-mappers zoals bekend van Android vergeefs zult zoeken in de Apple app store: die trucs zijn simpelweg niet toegestaan. Om die restricties te omzeilen kun je eventueel een externe adapter aanschaffen, maar of dat het voor jou waard is moet je voor jezelf beslissen…

©PXimport

AIDA64

Om maar meteen met de deur in huis te vallen: AIDA64 is minder veelzijdig dan de desktop-evenknie van de software. Écht veel getest wordt er op de achtergrond namelijk niet, maar er wordt gebruik gemaakt van een database aan gegevens zodra je apparaat herkend wordt. Logisch, want Apple laat ‘peuren’ in de hardware om veiligheidsredenen niet toe. Het betekent dat AIDA64 een gloednieuw verschenen apparaat soms niet ‘herkend’. Geen nood: dat wordt snel met een app-update verholpen. De kracht van deze app zit ‘m wat ons betreft trouwens ook in iets heel anders. Je kunt er namelijk schermtesten mee uitvoeren. Tik in de kolom links op Screen Tests en tik in ieder geval eens op White Color Test en daarna op Black Color Test. Dit is bij een nieuw apparaat eigenlijk een min of meer verplichte procedure, want hiermee achterhaal je snel dode of altijd oplichtende pixels. Eventueel kun je de andere kleuren ook nog doorlopen als je wel iets meent te zien maar net niet duidelijk genoeg. Deze zelfde tool kan ook gebruikt worden voor bijvoorbeeld een beamer.

©PXimport

FileBrowser (Pro)

Oké, we vallen maar meteen weer met de deur in huis: er is een gratis, betaalde basisversie en een betaalde Pro-versie van de app File Browser beschikbaar. Geloof ons: als je serieus met bestandsbeheer op je NAS'en en andere (al dan niet externe) gedeelde mappen aan de slag wilt is het verstandig om de Pro-versie aan te schaffen. Ja: die is duurder, maar je gaat er heel veel plezier aan beleven. Dat komt met name door het feit dat deze versie SMB3 ondersteunt en dus snellere bestandsoverdracht mogelijk maakt. Extra gouden tip in verband daarmee: investeer voor je iPad (of desnoods iPhone) in een ethernet-adapter. Dat versnelt het overpompen van bestanden aanzienlijk! Via wifi grote bestanden overhevelen kost veel tijd, waarschijnlijk omdat wegens energiebeheer de maximale snelheid geknepen wordt in combinatie met SMB. Hoe dan ook, Filebrowser geeft je naadloos toegang tot zowel je gedeelde NAS-shares als lokale bestanden en de Filmrol. Tegelijkertijd is het een multimedia-capabele viewer voor een scala aan bestandsformaten. Zonder deze app zou een iPhone of iPad maar magertjes bruikbaar zijn voor serieuze toepassingen!

©PXimport

Remotix

Vergéét die halfgare RD Client van Microsoft, maar ga voor Remotix. Dat is dé tool om verbinding met externe computers mee te maken. Gebruik een remote Windows op je iPad, zonder ingewikkeld gedoe en met een beeldkwaliteit om je vingers bij af te likken. Dat komt doordat Remotix desgewenst de volledige ‘Retina’ schermresolutie ondersteunt. Dat komt uiteraard alleen volledig tot z’n recht als je een iPad gebruikt, maar op een smartphone aan remote desktops doen is sowieso natuurlijk een vorm van zelfkwelling. 

Verder geldt (natuurlijk) dat voldoende snel internet aan zowel de serverende als consumerende kant nodig is. In de meeste gevallen zal dat tegenwoordig met de huidige generatie breedbandverbindingen geen probleem zijn, dus maak gebruik van die ‘superresolutie’ zouden we zeggen. Met name voor langduriger (thuiswerk)sessies ideaal. 

Indien gewenst kun je bij deze app ook nog een desktop-versneller op de host-pc installeren; in dat geval kun je zelfs 3D-apps en dergelijke snel streamen. Die app is echter niet verplicht en de ervaring leert dat ook zonder versneller het geheel rap functioneert. Prettige bijkomstigheid is verder dat Remotix zowel RDP als VNC ondersteunt, wat betekent dat je ook Linux-desktops op afstand kunt benaderen en gebruiken. Om een nieuwe verbinding op te zetten is voorzien in een wizard; kwestie van op het plusje linksboven in het rechtse paneel tikken en de gevraagde gegevens invoeren. Het is ook hier dat je de schermresolutie naar wens aanpast.

©PXimport

PDF Expert

PDF Expert is niet alleen een uitgebreide en snelle PDF-viewer, maar heeft bijvoorbeeld ook een annotator aan boord en een hulpje voor het organiseren van pagina’s. Of maak gebruik van de bestandsbeheerder om al je documenten overzichtelijk in mappen te organiseren. Een setje zippen om via mail te versturen? Geen probleem. Erg aardig is dat het overgrote deel van de functies gratis is. Pas voor extraatjes als het bewerken van een PDF (da’s wat anders dan aantekeningen toevoegen via de kosteloze annoteer-optie) en optimaliseren van PDF moet je een jaarabonnement afsluiten. Waarvan de prijs wat ons betreft best iets scherper gesteld mag worden. Maar niet getreurd: het overgrote deel van de gebruikers zal meer dan gecharmeerd zijn van de basisversie die geen cent kost!

©PXimport

Textastic

Ben je iemand die veel met code in al z’n verschijningsvormen bezig is? En (of) bijvoorbeeld regelmatig aan de html-broncode van een pagina sleutelt? Dan is een ‘code aware’ teksteditor onontbeerlijk. Textastic is er eentje van die soort. Code van een scala aan talen wordt herkend en van kleurtjes voorzien. Zo houd je overzicht in zelfs de meest complexe projecten. Uitwisselen van bestanden met de desktopversie van het programma is eveneens geen enkel probleem. Ofwel: je werkt onderweg in de trein op je iPad aan een project, om vervolgens thuis of op de zaak naadloos over te stappen op een reguliere computer (als je daar überhaupt behoefte aan hebt). En voor even onderweg wat kleinigheidjes in code aan te passen kun je de app ook op je iPhone inzetten.

©PXimport

▼ Volgende artikel
Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard
Huis

Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard

Het Zuid-Koreaanse zou een shooter gebaseerd op Starcraft in ontwikkeling hebben voor IP-eigenaar Blizzard.

Dat claimt The Korean Economic Daily. Een team binnen Nexon dat gespecialiseerd is in shooters zou zich op dit moment volledig richten op de nog onaangekondigde game. De ontwikkeling zou nog niet lang geleden zijn gestart, en dus zou de shooter nog lang op zich laten wachten.

Verdere details zijn er nog niet, behalve dat Choi Jun-ho ook bij het project betrokken zou zijn. Hij maakte eerder de populaire Shinppu-mapmod voor Starcraft.

Starcraft

Er gaan al langer geruchten over een shooter gebaseerd op Starcraft. Vorig jaar meldde Bloomberg-journalist Jason Schreier al in zijn boek 'Play Nice: The Rise, Fall and Future of Blizzard Entertainment' dat Blizzard aan een shooter zou werken. Volgens Schreier is de shooter van Nexon echter niet gerelateerd aan de shooter van Blizzard - het zouden om twee afzonderlijke projecten gaan.

De Starcraft-reeks bestaat uit real-time strategygames. De eerste verscheen in 1998, en een vervolg kwam in 2010 uit. Blizzard heeft al vaker geprobeerd shooters gebaseerd op de Starcraft-franchise te maken, maar die werden vooralsnog altijd geannuleerd.

Mogelijke onthulling op Blizzcon

Voor het eerst in enkele jaren organiseert Blizzard op 12 en 13 december de Amerikaanse beurs Blizzcon, waar alles rondom de uitgever wordt gevierd. Het is mogelijk dat één van de hierboven genoemde shooters daar wordt onthuld.

▼ Volgende artikel
Review: Mario Tennis Fever is een leuke set
Huis

Review: Mario Tennis Fever is een leuke set

Je vraagt je bij elke Mario-sportgame toch weer af: bereikt het de highs van die oeroude Game Boy-games van Camelot, zoals Mario Tennis en Mario Golf)? Het antwoord is, wat mij betreft, steevast  ‘nee’. Maar tussen ‘perfect’ en ‘niet perfect’ zit nog altijd een breed spectrum aan kwaliteit. En Fever? Die nestelt zich moeiteloos aan de betere kant van dat spectrum.

De drie toernooien die deze game rijk is, daar ben je een uurtje zoet mee. Waarschijnlijk zonder een set te verliezen. De Adventure Mode? Een paar uurtjes meer dan dat, en hoewel ook die nergens uitdagend wordt vertelt het wel een vermakelijk verhaal over Mario en Luigi die als baby’s hun tennis-skills moeten oppoetsen vanwege… bijzondere redenen.

Er zijn ook drie Challenge Towers met allerlei unieke uitdagingen die eventjes vermaken. In mix-up vinden we tennis, maar dan met regels en omstandigheden die alleen het Mushroom Kingdom kan bieden, en dat was het wel zo’n beetje. Wie Mario Tennis Fever alleen speelt is een weekend zoet en heeft zich prima vermaakt. Maar sportgames zijn er, natuurlijk, om je competitieve aard los te laten op vrienden, familie, kroost of online uitdagers.

Leuk

Daarom wil ik het ook niet al te uitgebreid over die singleplayermodi hebben. Ja, Nintendo heeft z’n best gedaan. Ja, er is weinig aan te merken op de minigames en kleine tussenscènes die de Tennis Academy te bieden heeft en de ontwikkelaars verdienen het dat het hier even aangestipt wordt. Nooit sla je stijl achterover van briljante ideeën of concepten, en er wordt geen druppeltje zweet gemorst van de spanning. Maar ‘leuk’ is eigenlijk een perfect, allesomvattend begrip om deze kant van de game te omschrijven.

De echte graadmeter echter, is de kern van de gameplay. Hoe speelt het? Hoe diep gaat het? Hoeveel personages, gekke rackets en super-power-mega-skillmoves zijn er in dit pakketje gepropt en hoe verhouden die zich tot elkaar? Na mening middag ballen overslaan of in dubbelspel terugslaan met mijn zoontje van 9, zijn we eruit: Mario Tennis Fever heeft ontzettend lekkere gameplay.

Content is king

Content is in de eerste instantie de name of the game. Er zitten bijna veertig personages in de game, meer dan een dozijn verschillende banen en de hoofdattractie is de aanwezigheid van tientallen Fever-rackets, die elk hun eigen unieke skill met zich meebrengen. De bananentros die Donkey Kong een ‘racket’ noemt strooit bananen over de baan, met het vulkaanracket plopt er een (je raadt het nooit) vulkaan op uit de baan en het Thwomb-racket zorgt ervoor dat het iconische stenen blok uit de Mario-serie plots uit de lucht valt – hopelijk op een tegenstander. Een zogeheten Fever-shot is verder ook geen hogere wiskunde. Om de zoveel tijd is je metertje vol en ram je dat ding over de baan heen.

Extra fijn is dat het gros van dit alles vrij te spelen is waar je maar wil. Laat je de singleplayermodi links liggen en speel je gewoon wat potjes tegen elkaar? Geen probleem, om de zoveel potten krijg je een nieuw racket, personage, of kleurtjes voor je favoriete tennissers.  

Watch on YouTube

Plak er een voldoende op

Enfin, tot zover de uitleg en alles wat hier te vinden is. Leuk spelletje, plak er een voldoende op en klaar, toch? Nou nee, want hoewel alles hierboven zijn eigen rol speelt, zijn het de diepere lagen daaronder die Mario Tennis  Fever tot grotere hoogten dan ‘plak er even een voldoende op’ stuwen. Al die personages? Die beschikken over hun eigen stats en eigenaardigheden. Wario laadt z’n powershots razendsnel op, Bowser Jr. legt veel meer precisie in z’n topspincurve dan anderen en Shy Guy slaat zijn topspins zonder gehinderd te worden door zijn positie op de baan.

En die banen? Die hebben elk hun eigen ondergrond, waar ballen anders op stuiteren en doorschieten, terwijl spelers zelf ook sneller of minder snel zijn, gebaseerd op het gras of het hardcourt waar ze op spelen. Die Fever-rackets? Oprecht allemaal een andere smaak. Ook daar merk dat extra stukje diepgang waar een wat luiere Mario-sportgame niet aan zou denken: wanneer je een Fever-shot terugslaat vóórdat op jouw zijde van het net landt, kun je met een stuit op de helft van de tegenstander zomaar eens het bijbehorende effect teruggeven. Prettig vervelend als je denkt die koter een modderplas op zijn helft te bezorgen, om ‘m vervolgens zelf om je oren te krijgen als hij de bal vakkundig over je heen lobt en ‘ie alsnog op jouw achterveld terecht komt. Een (modder)koekje van eigen deeg noemen ze dat geloof ik.

Mario Tennis Fever

Slide
Slide
Slide
Slide

Geen Lego, wel Duplo

Al die extra aandachtspuntjes en omstandigheden zijn ook nog eens gebouwd op een fundering van onkreukbare basisgameplay. Topspins, slices, curveballen, lobs en powershots: alles wat je van een tennisgame mag verwachten zit erin. De grote maar is alleen: het gebeurt allemaal zonder de nuance van een échte topgame. Vergelijk het een beetje met Lego en Duplo. Zelfde principe, zelfde soort blokken, maar iets vets bouwen met Lego hit net even anders dan iets vets bouwen met die grote Duplo-blokken. Zo verhoudt deze game zich ook tot de toppers uit het tennisgenre, zoals Virtua Tennis en Topspin. Is veelgevraagd, ik weet het, maar het is wel het verschil tussen goed of geweldig. En Mario Tennis Fever eindigt in het eerste kamp.

Is mijn zoontje naar school, dan heb ik namelijk geen enkele reden om Mario Tennis Fever verder te spelen. Zoals gezegd is al die singleplayercontent niet meer dan ‘even leuk’. En computergestuurde tegenstanders geven zelfs op het hoogste niveau nooit écht tegengas. Bovendien zijn de personages net te groot voor deze banen om het volgende niveau van verfijning te bereiken. Top, zo’n lob. Maar vanwege de dus relatief kleine banen blijft het geen zekerheidje dat je iemand ermee verschalkt die tegen het net aan staat. Aanzienlijke kans dat ie gewoon op tijd de achterlijn haalt, als ie ook maar een klein beetje inzicht heeft. Het zorgt ervoor dat Mario Tennis Fever een absoluut geslaagde game is, met heerlijke multiplayer. Maar wie de eindeloze diepgang en speeluren van, bijvoorbeeld, een Mario Kart World hier zoekt, staat sneller dan gewenst buitenspel. Oh wacht, verkeerd sport…

Mario Tennis Fever is vanaf 11 februari beschikbaar voor Nintendo Switch 2.

Goed
Conclusie

Mario Tennis Fever barst van de content. De vele personages, banen en rackets geven unieke, diepere lagen aan de gameplay en multiplayerpotjes gaan met grote glimlach en een berg vertier gespeeld worden. Jammer voor de wat volwassenere spelers dat die volgende laag diepgang nét niet geraakt wordt. Daarvoor is het singleplayeraanbod niet genoeg, de tegenstanders niet uitdagend genoeg en ontbreekt er hier en daar net wat finesse. Maar ga zo door, Nintendo. Mario Tennis Fever zit namelijk wél in de richting van die tijdloze Camelot-klassiekers waar we zo naar hunkeren.

Plus- en minpunten
  • Flinke hoeveelheid content en modi
  • Sterke basisgameplay
  • Uiteenlopende Fever-rackets
  • Nog altijd sterke multiplayer
  • Daagt je nooit écht uit
  • Diepgang niet eindeloos