ID.nl logo
Mijn eerste iPhone: 4 dingen die ik ontdekte na twee weken gebruik
© Wesley Akkerman | ID.nl
Huis

Mijn eerste iPhone: 4 dingen die ik ontdekte na twee weken gebruik

ID-redacteur Wesley Akkerman: "Geloof het of niet, maar ik heb nog nooit een iPhone gebruikt. Ik heb geen enkel Apple-product en gebruik eigenlijk pas sinds de zomer mijn eerste Apple-dienst: Apple TV+. De redactie vond het daarom leuk om mij, als verstokte Android-gebruiker, kennis te laten maken met de iPhone 15 Plus."


Af en toe is het leuk om een uitstapje te maken naar iets wat je nog niet kent. Daarom hebben we ID-redacteur Wesley Akkerman een iPhone in zijn handen gedrukt, om te zien wat er dan gebeurt. In dit artikel vertelt hij over z’n ervaringen, waarbij hij vooral gelet heeft op gebruik, camera’s en software.


Hoelang ik al precies Android gebruik, weet ik niet meer. Volgens mij was het eerste toestel dat ik met dat besturingssysteem gebruikte een gaming-telefoon, de Sony Xperia Play. Dat was omstreeks 2011. We zijn nu in 2023 en ik heb me sindsdien nooit afgevraagd hoe het er aan de andere kant aan toe gaat. Bijna nooit dan, want tussendoor maakte ik nog wel een kort uitstapje naar Windows Phone. Maar verder heb ik me alleen beziggehouden met iPhone als het om nieuws of achtergrondartikelen ging. Dat levert nu de unieke kans op om als verstokte Android-gebruiker de moderne iPhone te leren kennen.

Ongeveer drie weken geleden (geteld vanaf het moment van schrijven van dit artikel) heb ik de iPhone 15 Plus van mijn collega Jeroen in ontvangst genomen. Hij kwam hem met het enthousiasme van een deur-tot-deurverkoper langsbrengen. Tot nu toe begreep ik niet echt waarom mensen voor een iPhone zouden kiezen. iOS als besturingssysteem is behoorlijk gesloten, en Apple maakt er echt de dienst uit. En hoewel je inmiddels wel wat persoonlijke dingen kunt aanpassen, is dat op Android toch echt beter geregeld.

Deze vier dingen vielen me op na twee weken met de 15 Plus doorgebracht te hebben.

©Wesley Akkerman | ID.nl

De bouwkwaliteit en het ontwerp

Waar ik mee wil beginnen is het ontwerp. Misschien komt het door de kleur die ik heb gekregen, maar ik vind het een prachtig apparaat. De hoeken zijn ontzettend rond, hij voelt solide aan en de kwaliteit voelt extreem hoogwaardig. Ik ben echt heel blij met mijn Pixel 8 Pro en zijn fluweelzachte achterkant en oogstrelende crèmekleur, maar deze iPhone oogt heel tof. In het verlengde daarvan ben ik erg te spreken over het dynamische eiland. Ik ben geen fan van notches, maar de manier waarop Apple hier vorm aan geeft is haast magisch te noemen. De grenzen tussen hard- en software vervagen compleet.

Het is echt heel cool om te zien hoe dat eiland zich tijdens het gebruik van de iPhone 15 Plus aanpast aan jouw gebruik. Speel je muziek af, dan verschijnt er een groot notificatieblok in beeld, en anders zie je een kleine waveform staan. Word je gebeld als je het apparaat gebruikt? Dan wordt de balk wat breder en zie je staan wie je lastig valt. En zo zijn er heel veel toepassingen te bedenken. Het mooie is dat de zwarte balk nagenoeg net zo zwart is als de Face ID-camera die erachter zit, waardoor het echt lijkt alsof die breder, langer of groter wordt en weer inkrimpt.

©Wesley Akkerman | ID.nl

Welke wordt het?

De iPhone 15 Pro

Powered by Kieskeurig.nl

De applicaties zijn net anders

Daarnaast vind ik het opmerkelijk dat bepaalde apps er overzichtelijker uitzien dan op Android (mede dankzij dat magische eiland), en soms extra opties bevatten. Ik gebruik bijvoorbeeld Stack als cloudopslagdienst, en die heeft op de iPhone een extra sectie bovenaan de app staan met recente gebruikte mappen. Echt megachill, want op Android moet ik daar altijd helemaal naartoe navigeren. Meestal gaat hem om vier tikjes voordat ik ergens ben, maar op iOS ben ik er meteen. Dit is slechts een enkel voorbeeld, maar dat soort dingen vielen me her en der op. Het zijn de kleine dingen …

©Wesley Akkerman | ID.nl

Lees ook: Onbekende buitenlandse WhatsApp-beller? Dit moet je (niet) doen

Overzichtelijk is anders

Ondertussen valt het me ook op dat ik flink wat overzicht mis. Sure, als Android-gebruiker sinds minimaal 2011 ben ik gewend hoe het er in het Google-kamp aan toe gaat. Maar ik had niet gedacht dat ik me zo hopeloos verdwaald zou voelen. iOS heeft veel dezelfde functies, maar die staan vaak allemaal op andere plekken. Je hebt verschillende widgets voor het thuis- en lockscherm, en de geïnstalleerde apps staan onder de instellingen. Je doet alles door naar links of rechts te scrollen (net zoals dat vaak het geval is op Android-toestellen van Xiaomi of Oppo, vreselijk).

Dat je het snelle menu alleen via de rechterhoek kunt oproepen, daar zou ik nog aan kunnen wennen. En de functies die daar staan, begrijp ik. Gelukkig kun je ook via de Instellingen dat paneel heel gemakkelijk personaliseren. Maar waar ik maar niet aan gewend raak, is de manier waarop Apple notificaties presenteert op het vergrendelde scherm. Die staan allemaal onder elkaar, op elkaar. En ze zijn niet altijd standaard zichtbaar. Android pakt dit wat mij betreft veel logischer en meer geordend aan, door notificaties slimmer te groeperen. Enfin, ook dit zal ergens een kwestie van smaak zijn.

Tot slot heb ik nog een opmerking over de directe bediening. Op Android is het zo dat je altijd terug kunt gaan naar het thuisscherm door op Terug te tikken (of vanaf de rand van het scherm naar het midden te vegen). Maar op iOS werkt dat niet. Iedere keer wanneer ik een app wil afsluiten, dan moet ik van beneden naar boven vegen. Dat heeft echt flinke ergernissen opgeleverd, omdat ik het idee had dat het systeem niet werkte. Maar het werkt dus wel: alleen behoorlijk anders dan ik gewend was. Niet per se slechter, maar gevoelsmatig wel minder intuïtief dan ik had verwacht van Apple.

Op zoek naar een Xiaomi smartphone?

Oudere modellen vind je al voor minder dan 100 euro

Het camerasysteem

Tot slot richt ik mijn pijlen op de camera’s op de iPhone. De gewone camera-app vind ik uitgebreid doch standaard, en biedt niet per se opties aan die ik niet op Android aantref. Ik hoorde altijd dat iPhone ontzettend mooie foto’s maakt. Maar ik heb niet het idee dat die per se mooier zijn dan de foto’s van mijn Pixel 8 Pro. Natuurlijk: de kleuren zijn prettig verzadigd en de onderwerpen ogen altijd scherp, maar dat mag je ook wel minimaal verwachten. Apple heeft Google wel ingehaald op het gebied van avondfotografie; beelden ogen vaak kleurrijker en helderder, en niet minder natuurlijk.

Opvallend is dat de camera’s op de iPhone 15 Plus objecten vaak veel scherper vastleggen dan Google doet. En dan heb ik het over kleinere details, zoals druppels of kleine blaadjes. Op de Pixel-beelden kunnen die nog wel eens een beetje opgaan in de achtergrond of wat pluizig ogen, terwijl je ze op de iPhone-foto’s heel goed kunt onderscheiden van de rest van de omgeving. Maar verder wil ik niet stellen dat de foto’s van de iPhone 15 Plus echt heel veel beter zijn dat de Pixel 8 Pro. Ik denk dat mijn collega Rens terecht vaststelt dat dit nog altijd de beste camerasmartphone is van dit moment.

©Wesley Akkerman | ID.nl

De conclusie na twee weken

Twee weken een nieuwe smartphone uitproberen is te kort. Maar het doel van het experiment was om kennis te maken met de iPhone. Als zelfstandig product voelt de iPhone wel iets meer bijzonder aan dan een doorsnee Android-smartphone, en dat komt voornamelijk door dat magische eiland. Maar voor de rest wijken er voor mij – aanvankelijk – te veel dingen zodanig af dat ik het toch op Android wil houden. Niet dat iOS echt zo veel slechter is, maar het zou mij meer energie kosten om me aan te passen dan het me waard is. Daarvoor voelt het systeem te anders (al zal ik dat coole achtergrondeffect van het vergrendelde scherm wél gaan missen).

Watch on YouTube
▼ Volgende artikel
Review: In Reanimal mag je samen naar de gemuteerde kinderboerderij
© Tarsier Studios/Tijn Kranen
Huis

Review: In Reanimal mag je samen naar de gemuteerde kinderboerderij

Achtpotige mottenballen, levende huidplooien en gemuteerde pelikanen: in het ‘schattige’ Reanimal kom je het allemaal tegen. Gelukkig sta je er niet alleen voor, want je kunt er voor kiezen om samen met een medespeler via coöp dit levende schilderij in te duiken - al is het resultaat vooral dat je sámen geen snars van het verhaal snapt.

Het Zweedse Tarsier Studios heeft al even geoefend met het concept van Reanimal. De game heeft namelijk een hoop weg van hun vorige games, Little Nightmares 1 en 2: ook hier wandel je door een stel surrealistische, levende horrorschilderijen.

Hoewel het niet letterlijk om een schilderij gaat, kan ik het gevoel niet anders beschrijven. Je beweegt je door een reeks prachtige omgevingen gevuld met bizarre monsters, die vooral de logica volgen van nachtmerries en kinderangsten. Reanimal lijkt in de verte wel een verhaal te willen vertellen, maar Tarsier beseft dondersgoed dat minimalisme het alleen maar griezeliger maakt.

Watch on YouTube

Simpel doch effectief

De mist hangt over het waterlichaam. Er zit een kind in een bootje. Als je aan de knoppen zit te morren, heb je door dat jij het kind bestuurt - tijd om naar dat rode licht in de verte te varen. Als je dichterbij komt, blijkt het een boei te zijn, met daarnaast spartelend in het water een vriendje. Ze klimt bij je in de boot. Als je een tweede controller aansluit of online speelt, is dit je coöp-partner. Zo niet, dan blijft het een computergestuurde vriend die vooral gezelschap biedt.

Terwijl je samen van boei naar boei vaart, doemt er in de verte een rotspartij op. Oh, die ziet er groot uit. Wacht, die is écht groot! Als je eenmaal bij het strand komt, ram je je bootje het zand in. Zo, die ligt lekker stevig.

Als je een dichte deur tegenkomt, snap je als gamer wel wat je missie is: zoek maar naar een sleutel. Vervolgens blijf je zonder echte reden maar een pad volgen, al kom je er gaandeweg achter dat je andere kinderen probeert te redden van monsters.

©THQ Nordiq/Tarsier Studios

Een versleten screenshotknop

Het verhaal staat dus niet echt voorop - en eerlijk gezegd staat diepgaande gameplay óók niet echt voorop. Maar wat maakt deze game dan in godsnaam zo indrukwekkend? Dat komt allemaal neer op fenomenaal ontworpen omgevingen en geniaal ontworpen monsters.

Het helpt daarbij dat Reanimal een ontzettend goed gevoel van schaal weet over te brengen: je voelt je piepklein, en grote dingen in de spelwereld voelen gigantisch. Daar komt ook een sterk staaltje camerawerk bij kijken. Op precies de juiste momenten wordt de camera naar achteren getrokken om te onthullen dat er in de achtergrond al de hele tijd een of ander gemuteerd boerderijdier op je ligt te wachten.

Op de PlayStation 5, waar we de game op hebben gespeeld, ziet Reanimal er prachtig uit. Op een zeldzame lelijke texture na is het spel gevuld met visuele meesterwerkjes. Je kunt op ieder willekeurig moment een screenshot maken, en het bij wijze van spreken inlijsten en ophangen. In vijf uur speeltijd heb ik 108 screenshots gemaakt, mede vanwege de mooie lichtinval.

Slide
Slide
Slide
Slide

Niet meer dan een middag

Daar is dan ook meteen het grootste struikelblok: in vijf uurtjes was ik wel door de game heen, terwijl ik het best rustig aan deed. Het spel gaat voor vier tientjes over de toonbank - toch best een hoge prijs voor zo’n korte game. In coöp doe je er misschien nog iets langer over, maar ik zou er niet op rekenen.

In de omgeving zijn er nog enige collectibles te vinden: posters met concept art en dierenmaskers, waar je je personages mee kan aankleden. Dat is best leuk, want die art is belachelijk mooi en die maskers worden steeds absurder. Gelukkig spat de kwaliteit er wel van af, want iedere omgeving is een kunstwerk op zich.

©Tarsier Studios/Tijn Kranen

Lekker rondkijken

Om nog even op die coöp-gameplay terug te komen: we hebben hier niet te maken met een game als Portal 2, waarbij de puzzels zijn gebouwd om als duo op te lossen. Hoewel de functie een van de selling points is, heb je absoluut geen tweede speler nódig.

De coöp-modus is zowel online als lokaal beschikbaar, al is er geen matchmaking. Je moet de lobbycode invoeren van de persoon met wie je wil spelen, dus met een vreemdeling spelen is er niet bij. We hebben de functie daardoor niet uitvoerig kunnen testen, maar het lijkt prima te werken.

Voor de puzzels heb je ook geen twee sets hersenen nodig: het zijn vrij simpele puzzels die er vooral voor zorgen dat je aandacht naar de mooie locaties getrokken wordt. Ingewikkelder hoeft het ook niet te zijn, want als je echt je hersens had moeten gaan kraken, dan had het die melancholische droomsfeer misschien wel kapotgemaakt.

©Tarsier Studios/Tijn Kranen

Hypnotiserend

Tarsier Studios weet precies wat Reanimal moet zijn: hypnotiserend, surrealistisch, schattig en tegelijkertijd doodeng. Het minimalistische verhaal is lastig te volgen, maar de gevoelens raken wél - al is het einde wat abrupt. Het grijpt je niet bij de keel, maar glijdt langzaam om je strot heen en knijpt zonder dat je het doorhebt.

Het voelt als de vreemdste plekken uit Silent Hill, of de Dark Place uit Alan Wake 2, maar het heeft ook weer wat weg van Coraline en Guillermo Del Toro’s Pinocchio. Het deed me misschien nog het meest denken aan deze concept trailer van Silent Hills, een game die helaas nooit het daglicht heeft mogen zien.

Stel je voor dat je door een bioscoop heen loopt, waar een dood (of gehypnotiseerd) publiek zit te kijken naar iets dat je alleen kan vergelijken met de videoband uit The Ring. Als je naar buiten komt, staat er een grote spinachtige man met een ijscowagen op je te wachten om je op te grissen. Als je eenmaal aan hem bent ontsnapt, wordt je geconfronteerd met de volgende griezelige omgeving en een nieuw, prachtig, tragisch en doodeng gemuteerd monster. In Reanimal snap je misschien niet precies wat er gebeurt, maar je gaat het zeker niet vergeten.

Reanimal is vanaf 13 februari verkrijgbaar voor PlayStation 5, Xbox Series-consoles, Nintendo Switch 2 en pc. Voor deze review is de game op PlayStation 5 gespeeld.

Goed
Conclusie

De visie achter Reanimal is duidelijk: geen ingewikkelde puzzels of verhaallijnen, maar een gestroomlijnde, sfeervolle koortsdroom met gedetailleerde plaatjes (en monsters) die nog lang in je hoofd blijven hangen. Tarsier Studios had de game kunnen opvullen met meer omgevingen of meer simplistische puzzels, maar dat zou wellicht alleen maar aan de ervaring af doen. Reanimal is daardoor wat aan de simpele en korte kant, maar de game blijft na het uitspelen wel nog veel langer door je hoofd spoken.

Plus- en minpunten
  • Kunstzinnige monsters en omgevingen
  • Mooie graphics
  • Co-op-functie is een welkome toevoeging
  • Gameplay maar weinig diepgaand
  • Kort en een tikje anticlimactisch
  • Niet erg uitdagend
▼ Volgende artikel
De iPad als smarthome-hub is verleden tijd: dit moet je weten
© DENYS PRYKHODOV
Huis

De iPad als smarthome-hub is verleden tijd: dit moet je weten

Met de introductie van een nieuwe Home-architectuur heeft Apple de ondersteuning voor de iPad als centrale woninghub stopgezet. Gebruikers moeten nu overstappen op een Apple TV of HomePod om hun slimme apparaten op afstand te bedienen en automatiseringen uit te voeren.

Het idee was altijd zo handig: die oude tablet die toch maar in de kast lag te verstoffen kreeg een tweede leven als het brein van je woning. Je plakte hem tegen de muur of zette hem op een standaard in de keuken, en plotseling kon je overal ter wereld je lampen bedienen. Toch merkten veel gebruikers dat de betrouwbaarheid vaak te wensen overliet, met apparaten die niet reageerden of automatiseringen die simpelweg weigerden te starten. Apple heeft nu de knoop doorgehakt en de tablet officieel uit de lijst van ondersteunde hubs geschrapt. In dit artikel leggen we uit waarom deze besluitvorming logisch is en wat dat voor jouw huidige opstelling betekent.

Overstap naar een stabiele architectuur

De reden dat de tablet niet langer als hub fungeert, ligt diep in de softwarematige fundering van de Woning-app verborgen. Met de komst van de nieuwe architectuur in iOS 16.2 heeft Apple de manier waarop apparaten met elkaar communiceren volledig herzien. Waar de iPad voorheen als een soort tussenstation fungeerde dat af en toe signalen doorgaf, vereist het nieuwe systeem een apparaat dat altijd aan de stroom hangt en een constante, bekabelde of zeer stabiele draadloze verbinding heeft.

We hebben in onze tests gemerkt dat een iPad die in de slaapstand gaat of waarvan de batterij net onder een bepaald percentage zakt, de communicatie met de rest van het huis direct verstoort. Bovendien ontbreekt in de iPad de hardware voor Thread, een netwerkprotocol dat zorgt dat apparaten razendsnel en zonder vertraging op elkaar reageren. Wanneer je nu op een knop drukt, hoor je bij een moderne hub direct de klik van de schakelaar, terwijl de iPad daar voorheen merkbare seconden over kon doen.

©PHILIPPE RAMAKERS

Soms werkte het wel...

In een heel specifieke context kon de iPad nog wel dienstdoen, mits je geen behoefte had aan de nieuwste snufjes. Voor een simpel huishouden met slechts een paar lampen die alleen via bluetooth of een eigen bridge werkten, was de tablet een prima interface. Het gaf toch een gevoel van controle om een visueel overzicht te hebben op een groot scherm in de woonkamer. Je kon de iPad inzetten als een soort veredelde afstandsbediening die ook toevallig de automatiseringen draaide wanneer je zelf niet thuis was.

Dit werkte vooral goed in kleine appartementen waar de afstand tussen de tablet en de slimme verlichting minimaal was, waardoor de bluetooth-verbinding stabiel bleef. De koopintentie voor een iPad was in die tijd vaak gebaseerd op deze multifunctionaliteit, maar die vlieger gaat met de huidige eisen voor een modern slim huis niet meer op.

Mobiliteit is niet goed voor een hub

Een centraal zenuwstelsel van een woning hoort niet verplaatsbaar te zijn, en dat is precies waar het in de praktijk misging met de iPad. Zodra iemand de tablet van de lader haalde om even op de bank een video te kijken, liep de verbinding met de beveiligingscamera buiten gevaar. We zien vaak dat een hub die op wifi werkt in plaats van via een ethernetkabel, kwetsbaar is voor storingen van andere apparaten in de buurt.

De iPad is ontworpen als een persoonlijk apparaat dat energie bespaart zodra het scherm uitgaat, wat natuurlijk haaks staat op de rol van een server die 24 uur per dag paraat moet staan. In grotere woningen merkten we bovendien dat de iPad simpelweg het bereik niet had om apparaten op de bovenverdieping aan te sturen, iets wat een systeem met meerdere verdeelde hubs veel beter oplost.

©IHAR ULASHCHYK

Signalen om over te stappen

Er zijn een paar duidelijke situaties waarin je de iPad als hub direct moet vervangen door een volwaardige slimme speaker of mediaspeler. Als je van plan bent om apparaten aan te schaffen die met de Matter-standaard werken, heb je eigenlijk geen keuze meer, aangezien de iPad dit protocol niet ondersteunt als hub. Ook wanneer je merkt dat je automatiseringen vaker niet dan wel werken zodra je de voordeur achter je dichttrekt, is dat een teken dat de iPad de verbinding niet stabiel kan houden.

Een ander breekpunt is de behoefte aan beveiligde video-opslag in iCloud. Voor het streamen en analyseren van beelden van je deurbel is simpelweg meer rekenkracht en een constantere verbinding nodig dan een (vaak oudere) tablet kan bieden. Tot slot is het onmogelijk om de woning te upgraden naar de nieuwste softwareversies zonder een ondersteunde hub, waardoor je bijvoorbeeld nieuwe functies en beveiligingsupdates misloopt.

De juiste opvolger kiezen

Het toetsen van je eigen woonsituatie begint bij de vraag hoeveel apparaten je wilt aansturen en of je ook behoefte hebt aan een fysieke interface. Voor de meeste mensen is een mediaspeler zoals de Apple TV de beste keuze, omdat deze (de duurdere versies in elk geval) met een kabel aan je router verbonden kan worden voor de meest betrouwbare verbinding.

Heb je echter geen televisie in de buurt van je slimme apparaten, dan is een compacte speaker die ook als hub fungeert een slimmer alternatief. Je plaatst deze eenvoudig op een centrale plek in huis waar de microfoons ook je stemcommando's kunnen opvangen. Kijk hierbij goed naar de ruimte die je hebt; een kleine speaker past op elk nachtkastje, terwijl een volwaardige mediaspeler vaak een vaste plek in het tv-meubel vereist.

Nee, de iPad is definitief geen woninghub meer

De iPad kan officieel niet meer als hub worden ingesteld in de vernieuwde Woning-app van Apple omdat de hardware niet voldoet aan de eisen van de nieuwe woningarchitectuur. Voor het bedienen van je huis op afstand en het configureren van automatiseringen heb je nu minimaal een HomePod of een Apple TV nodig (mocht je wel bij Apple willen blijven). Deze apparaten bieden ondersteuning voor Thread en Matter, wat zorgt voor een snellere en betrouwbaardere communicatie tussen je slimme apparaten. Hoewel de iPad een handig bedieningspaneel blijft voor op de muur, vinden de processen achter de schermen nu plaats op hardware die altijd met het stroomnetwerk en internet is verbonden.