ID.nl logo
Je tablet als laptopvervanger
© Reshift Digital
Huis

Je tablet als laptopvervanger

Op iedere tablet kun je Angry Birds spelen, maar het apparaat kan natuurlijk nog veel meer. Gebruik je tablet als werkcomputer met behulp van deze tips.

Een tabletcomputer is geen speeltje. Steeds meer gebruikers leggen hun laptop ten faveure van de tablet terzijde om op de platte mini-computer hun werk te doen. Dit heeft consequenties. Een tablet kent een aantal zwakke punten, zoals het gebrek van een fysiek toetsenbord en ondermaats bestandsbeheer. Die nadelen zul je moeten overwinnen voordat je met een iPad of Android tablet onder je arm naar werk kunt gaan. Hieraan zul je moeten denken voordat je de definitieve overstap maakt.

Lees ook:

Slecht idee: een Windows 7 tablet-pc

5 Fonkelnieuwe tablets

10 Direct beschikbare tablets

Dossier: tablets

Groot blijft relatief klein

Zoals iedere netbook-gebruiker heeft geleerd, heb je meer aan een groter apparaat dan aan een kleine. Zo'n kleintje kun je beter thuis laten. Kies voor een groot scherm, zoals bijvoorbeeld de Apple iPad en Motorola Xoom hebben. Zelfs de grootste tablets passen met gemak in een laptoptas (zelfs in een damestas), dus de grootte hoeft geen beperkende factor te zijn.

Zorg voor connectiviteit

Je tablet kan je bevrijden van de beperkingen die een traditionele pc met zich meebrengt op gebied van connectiviteit, maar niet als je constant van de ene wifi-hotspot naar de andere moet wisselen. Iedere belangrijke tabletleverancier biedt een 3G-versie van het apparaat waarmee je moeiteloos over het telefoonnetwerk kunt surfen. Als je een tablet serieus wilt gebruiken, is een data-abonnement voor je mobiele vriend geen slecht idee. Eventueel kun je jezelf met behulp van een smartphone aan tethering wagen, maar daar zijn de mobiele operators niet zo blij mee.

Zorg voor enig bestandsbeheer

De grootste uitdaging bij het werken met een iPad of andere tablet is het bestandsbeheer, vooral als je om wilt kunnen gaan met Microsoft Office-bestanden: de de facto standaard binnen het bedrijfsleven. Je zult als bijlagen Excel-spreadsheets en Word-bestanden ontvangen en daar zul je een applicatie voor moeten hebben die deze bestanden niet alleen kan inzien, maar ook wijzigen. Een goede oplossing is Documents to Go van Datawiz, een applicatie van enkele euro's waarmee je Microsoft Office-bestanden niet alleen kunt bewerken, maar ook op je tablet kunt opslaan. Een synchroniseersysteem binnen de software zorgt ervoor dat de veranderingen die je op je tablet maakt, ook op je pc thuis of op werk worden doorgevoerd. Documents to Go is beschikbaar voor de iPad, Android en BlackBerry PlayBook.

Gebruik de cloud

Vaak het ontbreekt het op een tablet aan opslagcapaciteit, waardoor je gebaat bent met een mogelijkheid om via de cloud je belangrijke bestanden te kunnen benaderen. Een oplossing daarvoor is het gratis Dropbox, waarmee je gemakkelijk bestanden via de cloud uitwisselt. Ook Dropbox is beschikbaar voor de iPad, Android en de BlackBerry PlayBook.

Houd een verbinding naar de pc

Zelfs al heb je Dropbox ingesteld, wat doe je dan wanneer je een presentatie moet oprakelen waarvan je nooit overwogen hebt deze in de cloud te plaatsen? Gebruik in zo'n geval software waarmee je een (werk)pc op afstand benadert. LogMeIn Ignition (23,99 euro) voor de iPad laat je een pc of Mac gebruiken alsof je ervoor zit en maakt bestandsbeheer tussen beide apparaten een fluitje van een cent. Als je een zakelijke applicatie moet gebruiken waarvoor geen app bestaat, is dit de manier om daar toch bij te kunnen. Alternatieven zijn voor LogMeIn zijn TeamViewer (iPad / Android) en VNC Viewer (Android).

Sneller typen

Zelfs de snelste touchscreen-typisten halen niet meer dan 25 of 30 woorden per minuut op een tablet. Dat is OK, maar op lange termijn schaadt deze snelheid je productiviteit en ga je sneller fouten maken. De makkelijkste manier om je typsnelheid te verbeteren is door een fysiek toetsenbord aan je tablet toe te voegen. Een oplossing als de Kensington KeyFolio voor de iPad is dan wel vrij prijzig (ongeveer 70 euro), maar werkt ook als hoes en zorgt ervoor dat je sneller kunt werken. Enige nadeel: je mist een muis op de iPad, dus je moet het scherm blijven aanraken als je bijvoorbeeld de cursor wilt verplaatsen.

Op Android zijn de mogelijkheden groter. Je kunt via de USB-poort namelijk ook een muis aansluiten of via slimme software als Swype sneller typen.

Apple's eigen apps

Apple weet dat gebruikers hun iPad ook voor het echte werk willen gebruiken, dus heeft het bedrijf een aantal volledig uitgeruste tools beschikbaar gesteld voor iOS. Pages, Numbers en Keynote zijn de equivalenten van respectievelijk Word, Excel en PowerPoint. Ze kosten 7,99 euro per stuk en vormen daarmee slechts een kleine investering voor de zakelijke gebruiker. Vooral Keynote is enorm handig voor presentaties en laat je vanaf de iPad zonder projector prachtig presenteren.

Houd je taken bij

Een drukke agenda bijhouden vereist het bijhouden van een kalender, het kunnen maken van lijstjes en andere zaken die met taakbeheer te maken hebben. Het veelgeprezen Things (7,99 euro) laat de ingebouwde kalender van iOS ver achter zich. Het is niet ontworpen voor gebruik met meerdere accounts of agenda's, maar om je eigen werkzaamheden bij te houden is het prima. Voor Android-gebruikers is ActionComplete Pro met afstand de beste keuze.

Vergeet 'm niet op slot te zetten

Als je tablet zakelijk gebruikt wordt, wil je niet dat de informatie erop in verkeerde handen terecht komt. Je kunt je iPad eenvoudig beveiligen doormiddel van een wachtwoord. De standaard vier cijferige pincode is een goed begin, maar een zelf ingesteld wachtwoord is nog beter. Ook kun je instellen dat de iPad zichzelf wist wanneer de pincode te vaak verkeerd wordt ingetoetst. Android en BlackBerry bieden binnen hun beveiligingsinstellingen soortgelijke opties.

Houd 'm opgeladen

Als je je tablet belangrijk maakt, zul je er ook voor moeten zorgen dat de batterij van het apparaat voldoende energie levert om er een dag op te kunnen computeren. Het goede nieuws is dat de meeste tablets meer dan zeven uur accuduur kennen, maar het kan geen kwaad om een externe batterij aan te schaffen die je tablet wanneer nodig een impuls kan geven. Apparaten als de Artwizz PowerBat (79,95 euro) kunnen de accuduur van je iPad of Android tablet aanzienlijk verlengen en zijn compatible met smartphones. Een hoes met ingebouwde accu is ook een echte aanrader, zeker wanneer je vaak in het vliegtuig of de trein doorwerkt.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.