ID.nl logo
Houd je conditie bij in Google Fit
© Dirima - stock.adobe.com
Huis

Houd je conditie bij in Google Fit

Trainen is leuk, maar het wordt pas echt leuk als je op een goede manier je progressie bij kunt houden. Dat helpt je om je prestaties te verbeteren, en het is goed voor je motivatie. Een van de handigste tools om dat mee te doen is Google Fit, een platform en app op je smartphone waarmee het bijhouden van je statistieken vrijwel automatisch gaat.

In dit artikel leer je:

  • wat Google Fit is;
  • hoe je Google Fit downloadt en instelt;
  • welke gegevens je kunt toevoegen en uitlezen;
  • welke andere apps je kunt koppelen;
  • hoe je je data kunt interpreteren;
  • en natuurlijk ook wat er nog aan de app schort.

Lees ook: Spierpijn – zo komt het en dit kun je eraan doen

De app downloaden

De Google Fit-app staat in veel gevallen voorgeïnstalleerd op smartphones die op Android draaien. Is dat bij jou niet het geval? Dan download je de app op Google Play. Er is ook een iOS-versie, die je in de App Store kunt ophalen. In beide gevallen is de app en het gebruik ervan gratis. 

De app draait als stand-alone, maar er is ook een widget beschikbaar die je op je thuisscherm kunt zetten. Zo krijg je in één oogopslag je prestaties en doelen van die dag te zien, en kun je snel naar de daadwerkelijke app gaan. Tik lang op een lege plek op je thuisscherm, ga naar Widgets en scrol naar Fit. Je kunt kiezen tussen verschillende formaten. 

De app gebruiken

Standaard richt Google Fit zich op twee soorten gegevens. Allereerst is er de ingebouwde stappenteller. Die houdt gedurende de dag bij hoeveel je wandelt. Doorgaans wordt een aantal van 10.000 stappen als goed gemiddelde aangegeven, en Fit geeft per dag aan of je dat aantal haalt. 

De andere dataset is het aantal hartpunten. Hartpunten zijn Googles manier om te berekenen hoe actief je die dag bent geweest. Daar wordt een combinatie van je stappen en je handmatig toegevoegde activiteiten gecombineerd met de intensiteit waarmee je die activiteiten uitvoert. 150 hartpunten per week is volgens Google een goed aantal. Als je gemiddeld aan je 10.000 stappen komt en nog een of twee keer per week een andere sportsessie doet, kom je daar al snel aan. 

Er zijn nog andere metrics die Google Fit bijhoudt. Zo kun je je gewicht invoeren en bijhouden of je vet verbrandt of juist spiermassa kweekt. Hetzelfde geldt voor je bloeddruk en andere gegevens. Ook je gemiddelde energieverbruik wordt aangegeven, al is dat een schatting op basis van je gewicht, leeftijd en je activiteiten. Bovendien kun je, los van het toevoegen van je slaapgegevens, informatie lezen over hoeveel slaap je nodig hebt en hoe je daaraan kunt komen. 

Je conditie en kracht verbeteren zonder sportschool?

Richt thuis een fitnesshoekje in met kleine, effectieve apparaten!

Alles koek en ei? Niets is perfect, en ook Google Fit niet. Een functie die zeker niet zou misstaan, is het toevoegen van sensoren en andere hardware. Nu moet je die aan externe apps hangen, die je dan weer kunt koppelen aan Google Fit. En dan is er natuurlijk nog het aloude privacyvraagstuk dat altijd aan Google-apps hangt. Je mag ervan uitgaan dat Google je gegevens niet gebruikt voor doeleinden waar ze niet voor bedoeld zijn, maar dat blijft altijd onderwerp van discussie. Wordt het je te heet onder de voeten? Dan kun je via de instellingen in de app naar Je gegevens verwijderen gaan en bepaalde (of alle) data verwijderen uit je Google-profiel. 

Apps koppelen en activiteiten toevoegen

Automatiseren kun je leren, en dat geldt zeker ook voor Google Fit. Je kunt de app namelijk koppelen aan andere apps die je misschien al gebruikt. Strava, Runkeeper, MyFitnessPal, je kunt ze allemaal aan Google Fit hangen. Op die manier hoef je niet handmatig iedere activiteit die je doet in te voeren. De sportsessies die je met je andere apps bijhoudt worden gewoon meegerekend in Google Fit. Een overzicht van alle apps die werken met Google Fit vind je hier

Gebruik je een app die je niet aan Fit kunt koppelen, of ben je per ongeluk vergeten om ‘m aan te zetten? Dan kun je met Google Fit ook handmatig activiteiten invoeren. Tik daarvoor op het plusje en vervolgens op Activiteit toevoegen. Geef je activiteit een naam en selecteer in de dropdown de sport die je hebt geoefend. Heb je gegevens over je gemiddelde hartslag of verbruikte energie uit een andere app? Voeg die dan ook toe, of maak een schatting van de intensiteit. Je sessie wordt nu aan je Fit-profiel toegevoegd. 

Een andere optie is om een activiteit die je gaat doen direct bij te houden in Google Fit. Ga via het plusje naar Work-out bijhouden. Selecteer de sport die je gaat beoefenen en tik op de startknop. Je training wordt nu live bijgehouden. 

Data

Onderaan Google Fit zie je vier knoppen staan. Onder de laatste, Profiel, vind je een hub waar je je persoonlijke gegevens kunt invoeren. Die gegevens worden gebruikt om je doelen te bepalen en de intensiteit van je workouts te bepalen. Bovenin vul je het aantal stappen en hartpunten in dat je gemiddeld per dag wil halen. Daaronder vind je basisgegevens als je geslacht, je leeftijd en je gewicht. 

Een knop naar links staan je gezondheidsgegevens. Hier kun je tal van zaken zelf invullen. Dat kan bijvoorbeeld je hartslag of bloeddruk zijn, maar ook je slaap en je voeding kunnen worden bijgehouden. Op die manier krijg je op de lange termijn inzicht in je gezondheid op verschillende niveaus. 

Nog een tandje naar links vind je je persoonlijke dagboek. Daar staan al je activiteiten en wandelingen handig op een rijtje, compleet met schatting van het aantal hartpunten dat je ervoor hebt gekregen. 

Nog meer data

Een van de fijnste manieren om bij te houden hoe je op de langere termijn presteert, is met een agenda, en daar heeft Google ook aan gedacht. Tik in het hoofdscherm op Je dagelijkse doelen. Daar kun je per dag, week of maand precies zien welke activiteiten je hebt ondernomen, en wat dat met je gezondheid heeft gedaan. Ook krijg je één oogopslag inzicht in welke periodes je wel je doelen hebt bereikt, en welke niet, zowel op het gebied van hartpunten als op dat van het aantal stappen. 

Conclusie

Google Fit is een van de handigste manieren om je sportieve prestaties en je lichaamsfuncties op één enkele plek bij te houden. De app houdt zelf bepaalde gegevens bij, maar die kun je zelf uitbouwen met je eigen data. Ook kun je externe fitness- en gezondheidsapps koppelen, zodat al je sportsessies automatisch in het overzicht verschijnen.

Een handig dagboek geeft je overzicht in je prestaties per dag, en de agendafunctie geeft je inzicht in hoe je er op de lange termijn voorstaat. Al met al is Google Fit een app waarmee je je algehele gezondheid goed in kaart kunt brengen, en kunt werken aan de punten waar je nog een tandje moet bijschakelen. 


▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.