ID.nl logo
De hoofdpijnbezorgende ICT-dreigingen in 2012
© Reshift Digital
Huis

De hoofdpijnbezorgende ICT-dreigingen in 2012

Ook dit jaar viel er voor cybercriminelen en hackers weinig te klagen. Voor systeembeheerders en ontwikkelaars des te meer. Webwereld bekijkt een paar hoofdpijnbezorgende ict-herinneringen van 2012.

De wereld van systeembeheerders kent zijn nodige ict-crises. Wie herinnert zich het virus Jerusalem niet dat in de jaren 80 de wereld zou verlammen door massaal op vrijdag de dertiende te activeren? Of de millenniumbug die ons - letterlijk en figuurlijk - een eeuw terug dreigde te zetten? Dit jaar was zeker geen uitzondering. We zetten een aantal van de dreigingen die beheerders kopzorgen gaven op een rij.

Militaire malware

Twee jaar geleden dook Stuxnet op, de malware die zich specifiek richt op de productie van verrijkt uranium in Iran. Omdat dit een wel heel specifiek doelwit is, werd vrij snel algemeen aangenomen dat het hier ging om malware die speciaal voor militaire doeleinden is ontwikkeld. Stuxnet maakte gebruik van een aantal tot dan toe onbekende zero-days, de gaten die in de regel worden ontdekt door beveiligingsonderzoekers en dan pas misbruikt worden.

Dit jaar werd Flame ontdekt. Deze malware schokte de IT-wereld, mede omdat hij al vele jaren in omloop is - al ver voor Stuxnet werd ontdekt. Om de infectie van Flame onopgemerkt te houden, werd de malware voorzien van een vervalst Microsoft-certificaat. Om deze certificaten te faken is een geavanceerde cryptoaanval uitgevoerd.

De Nederlandse onderzoeker Marc Stevens publiceerde enkele jaren geleden een proefschrift over zo'n zogeheten collision-aanval waarmee een hashwaarde kan worden nagebouwd om een nepcertificaat te creëren. Flame gebruikte echter een andere methode, waardoor Stevens met enige zekerheid kan stellen dat de makers van Flame zelf een hash-collision hebben ontworpen. Dat had niet gehoeven als Stevens' proefschrift er al was geweest, dus dat vormt aanvullend bewijs dat Flame en zijn certificaatmethode al jaren bestaan.

Ook Flame neemt het Midden-Oosten op de korrel. Wederom wordt aangenomen dat de VS erachter zit. Eerder dit jaar publiceerde een Witte Huis-journalist van de New York Times een boek waarin wordt beschreven hoe president Obama de aanval met Stuxnet - die al door zijn voorganger Bush in gang was gezet - uitvoerde.

Flame-varianten als Wiper en Shamoon richten nog steeds schade aan, onder meer onlangs bij de Arabische olieproducent Aramco. Deze varianten dienen als digitale spionnen. Ze sturen de verzamelde gegevens door naar een C&C en wissen vervolgens de bootsector van het geïnfecteerde systeem. Het is momenteel nog niet helemaal duidelijk waar deze varianten vandaan komen, het zou kunnen dat cybercriminelen de broncode hebben aangepast om hun eigen aanval uit te voeren. Ook een hacktivistencollectief dreigde Shamoon in te zetten tegen Iran. Anderen denken dat de Stuxnet-makers achter Flame zitten (oftewel de Amerikaanse overheid). Of de Mossad. Of Iran zelf.

Waar het ook vandaan mag komen, de effecten van militaire malware zijn groot. Overheden zitten met de handen in het haar over de potentiële fall-out van cyberwarfare - iets waar ook Obama mee zit. De VS werkt aan nieuwe securitywetten die een tegenaanval mogelijk maken, maar walsen daarmee over de privacy van burgers heen. Omdat de voorstellen daarom steedsstranden in het Congres, heeft Obama een presidentieel bevel uitgevaardigd om de nationale infrastructuur in te kunnen zetten bij een 'cyberramp'. Op deze manier is alvast een pakket maatregelen doorgedrukt om netwerken officieel in te kunnen zetten bij een tegenaanval of juist af te sluiten bij een cyberdreiging.

De eerste tekenen van een tweede effect van de nieuwe oorlogsvoering zagen we ook dit jaar: cybercriminelen vorderen de malware om zelf in te kunnen zetten voor financieel gewin. Het was een kwestie van tijd voor militaire malware door zou breken in de maatschappij en 2012 was het jaar dat we praktijkvoorbeelden zagen van de gevolgen van deze digitale oorlogsvoering.

Op de volgende pagina: afhankelijkheid van de cloud en hét gat dat bedrijven over het hoofd zien.

Instabiele cloud

Dat een uptime van 100 procent een utopie is, moet anno 2012 niemand meer verrassen. Al jaren treffen - over het algemeen kleinschalige - storingen clouddiensten waardoor gebruikers even zonder hun data zitten en dit jaar wasnietanders. Dit jaar kwam een onderzoeker met een waarschuwing dat nu diensten van elkaar afhankelijk worden, dergelijke dependencies kunnen leiden tot een instortende cloud. De professor van Yale werd enkele maanden later van een klein praktijkvoorbeeld voorzien toen orkaan Sandy in New York enkele datacenters omknikkerde, waarna diverse diensten onderuit gingen.

Een cloudcrash bij Google duurde maar kort, maar had een behoorlijke impact. Het demonstreerde niet alleen hoe afhankelijk we aan het worden zijn van onze online gegevens, maar onderstreepte ook nog eens hoezeer diensten van elkaar afhankelijk zijn. Het onderuitgaan van Google-diensten duurde maar 18 minuten, maar trof Gmail, Google Documenten, Google Drive en Google Apps.

Ook Chrome-gebruikers meldden vastgelopen browsers tijdens de storing vanwege de synchronisatiefeature. Google maakte een configuratiefout in de synchronisatieservers, waardoor het dataverkeer daarop werd afgeknepen om overbelasting te voorkomen. Waarna clients als Chrome en Gmail geen contact meer kregen met de server.

Netwerkapparatuur

Hackers ontdekken de netwerkapparatuur als potentiële ingang voor het bedrijfsnetwerk. Gaten in clients en servers worden meestal op tijd gepatcht, maar IT-apparatuur als printers en telefoons wordt vaak over het hoofd gezien. Ook appliances die bijvoorbeeld een firewall draaien, blijven lange tijd ongepatcht en zijn volgens sommige deskundigen daarom soms juist onveiliger dan serverruimtes waar deze dozen niet draaien, vindt beveiligingsonderzoeker Roger A. Grimes.

Printers van Samsung bleken onlangs een beheerdersaccount te hebben die hardcoded is in de apparatuur. Daarmee leverde Samsung effectief een handige ingang voor hackers om het bedrijfsnetwerk te scannen. Cybersnoodaards kunnen het printergeheugen uitlezen en daarmee verwerkte prints bekijken, wat een goudmijn is voor digitale bedrijfsspionnen. Het probleem bleef niet beperkt tot apparaten van de Zuid-Koreaans fabrikant, ook printers van Dell die de Amerikaanse producent overneemt van Samsung zaten met het ingebakken beheerdersaccount te kijken.

Er is inmiddels een patch beschikbaar, maar bedrijven lijken patches voor netwerkapparatuur te negeren. Zo werd vorig jaar een groot beveiligingsgat in HP-printers ontdekt en een jaar later blijkt dat 1 tot 2 procent van de printers zijn gepatcht. Via dergelijke kernelgaten zijn ingebedde netwerksystemen, zoals routers en printers, een potentieel gevaar voor bedrijfsnetwerken. Bedrijfsrouters van Hauwei bleken op hackerscongres Defcon 2012 meerdere gaten te bevatten die aftappen van netwerkverkeer een koud kunstje maken. En grote bedrijven, waaronder internetproviders, bleken dit jaar bedrijfsrouters open te zetten via UDP-poort 161 en daarop schrijfbare SNMP-data toestaan.

Een interessant gat dook deze maand op in VoiP-telefoons van Cisco. De onderzoeker die vorig jaar het lek in HP aantoonde en gefrustreerd was dat een overweldigende meerderheid het probleem negeert, beet zich vast in een kwetsbaarheid in de UNIX-kernel van Cisco. Via dit lek is het mogelijk om het toestel te pwnen en bijvoorbeeld in te zetten als afluisterapparatuur. De aanvaller schakelt dan ook het ledlampje uit dat aangeeft dat de microfoon aanstaat en ontvangt alles wat er gezegd wordt - of er nu gebeld wordt of niet - op zijn smartphone.

Cisco patcht het lek - als het tenminste niet in een toestel zit dat niet wordt ondersteund - maar afgaand op het HP-gat zou het geen verrassing moeten zijn als in december 2013 blijkt dat het gat nauwelijks gepatcht is. Kortom, een handige ingang voor hackers die waarschijnlijk lange tijd te gebruiken is.

Op de volgende pagina: wat hebben banners, Nederlandse gemeenten en Apple-computers gemeen?

Hadiemalware

Malware komt naar de massa, met betere verspreiding van schadelijke software door drive-by-aanvallen op populaire Nederlandse sites, zoals eerder dit jaar op Nu.nl en later Weeronline.nl. In het eerste geval injecteerden hackers malafide code in het contentmanagementsysteem van de populaire nieuwssite om een Java-elementje te starten. Bij weeronline werd er ingebroken op een advertentieplatform. Advertentieplatforms droegen dit jaar wel vaker hun steentje bij aan de verspreiding van virussen. Ook de website van Vrij Nederland werd gepwnd via een gat in een advertentieplatform.

Het advertentieplatform OpenX kwam opnieuw in de kijker tijdens de Java-affaire die de gemoederen afgelopen zomer flink bezig hield. Via het platform werden bezoekers belaagd door diverse drive-by's. Drive-by malware installeert zich via ongedichte gaten in de browser, dus voorheen was het advies om de browser zo goed mogelijk bijgewerkt te houden. Dit jaar kwam daar een opvallend advies bij: gebruik een andere browser.

Onder meer de Duitse overheid adviseerde om Internet Explorer maar even niet te gebruiken toen een Java-lek werd ontdekt in IE. De gebouwde exploit richtten zich allemaal op de browser van Microsoft en daarom werden Firefox en Chrome een stuk veiliger bevonden. Andere organisaties namen het advies over, grappig genoeg zelfs als er intern geen alternatief voorhanden was.

Malware voor Windows is niks nieuws. Het is niet meer dan logisch dat exploits zich richten op het populairste platform, dus schadelijke software richt zich vooral op het besturingssysteem van Microsoft. Maar in 2012 was de malware voor Mac in opkomst. De afgelopen jaren richtte een enkel stukje ongewenste programmatuur zich nog op Apple, inmiddels is er sprake van een stabiele aanvoer van Mac-malware.

De beruchte Mac-trojan Flashback greep dit jaar flink om zich heen onder Apple-gebruikers die zich in het verleden niet hoefden te verdiepen in removal tools waar Windows-gebruikers zo door geplaagd worden. Malware voor Windows nestelt zich trouwens ook op Apple-computers. Daar kan het verder niet veel kwaad, maar de besmetting zorgt er wel voor dat de schadelijke software zich verder kan verspreiden op Windows-pc's.

Wat ons brengt bij het botnet. Dat is een oud verschijnsel. Een scherp groeiend netwerk van overgenomen pc's is ZeroAccess dat vooral gespecialiseerd is in klikfraude. Beheerders slepen dagelijks gezamenlijk bijna 1 miljoen dollar binnen via allerlei frauduleuze praktijken. Botnets in het algemeen traden dat dit jaar wel heel erg in het spotlight van de landelijke pers toen gemeenten deze zomer besmet raakten met het Office-virus Dorifel.

Dorifel sloeg begin augustus opeens wild om zich heen, net toen de dienstverlening trager was vanwege de vakantie. De bedrijfsvoering bij enkele gemeenten kwam zelfs plat te liggen, waardoor bijvoorbeeld geen paspoorten konden worden uitgegeven. Dorifel vond zijn weg via het relatief onbekende botnet Citadel. Webwereld schreef in het begin van 2012 over de nieuwe aanpak van Citadel waarbij gebruikers via een open source-model bijdroegen aan de ontwikkeling van het botnet.

Bovendien worden botnets net als exploitkits inmiddels als een dienst gedraaid: cybercriminelen huren het product volgens een licentiemodel en zetten het in voor het doeleinde dat ze op het oog hebben. Met een leger zombies zijn bijvoorbeeld bankgegevens te verzamelen, bitcoins te delven, virussen uit te rollen of DDoS-aanvallen uit te voeren. Een botnetbeheerder heeft daarmee behoorlijk wat opties en macht en daarom is de malware behoorlijk lucratief.

Beveiligingsdeskundigen spreken al einge jaren van CaaS, Cybercrime-as-a-Service. Citadel is gegroeid uit een open source-project, ging underground toen het voldoende verbeterd was en blijft ondertussen evolueren. Daarbij komt nog dat er diverse zombies rondwaren bij Nederlandse overheden waardoor de kans op een herhaling van een incident als Dorifel ook in 2013 een dreiging blijft.

▼ Volgende artikel
Review Tefal Easy Fry Infrared - Supersnel, maar wel goed schoonmaken
© Tefal | Bewerking Saskia van Weert
Huis

Review Tefal Easy Fry Infrared - Supersnel, maar wel goed schoonmaken

De belofte is duidelijk: sneller op temperatuur, krokanter van buiten, malser van binnen. Met de Easy Fry Infrared zet Tefal als eerste bekende fabrikant infraroodtechnologie in bij een airfryer. De warmte van boven zorgt voor snelle opwarming; het klassieke element onderin zou garant moeten staan voor gelijkmatiger garing. ID test deze noviteit uit.

Uitstekend
Conclusie

De Easy Fry Infrared doet precies wat Tefal belooft: hij is razendsnel op temperatuur en levert mooi krokante resultaten met een sappige binnenkant. In de praktijk win je echt tijd, zonder te hoeven voorverwarmen, en de stille werking en het kijkvenster maken 'even tussendoor checken' prettig. De ruime 7-liter mand is fijn voor gezinnen of grotere porties, en de extra crispy-optie is een bruikbare bonus voor wie nét wat meer bite wil. Daar staat tegenover dat dit een apparaat is dat aandacht vraagt bij schoonmaken. De mand en het rooster kunnen relatief snel inbranden, en vetspetters tegen het niet-losneembare kijkvenster zijn lastig of niet te verwijderen, iets om rekening mee te houden als je veel vette gerechten maakt. Kortom: zoek je vooral snelheid, krokant resultaat en een ruime bak met handig zicht op de voortgang, dan is de Tefal Easy Fry Infrared een sterke keuze.

Plus- en minpunten
  • Supersnel op temperatuur
  • Eten knapperig vanbuiten, mals vanbinnen
  • Ruime bakmand
  • Stil in gebruik
  • Kijkvenster + crispy finish
  • Gevoelig voor inbranden (mand & rooster)
  • Kijkvenster niet uitneembaar (vetspetters)
  • Rare piep na stand-by
CategorieSpecificatie
PrestatiesVermogen van 2020 W met een temperatuurbereik van 80 °C tot 240 °C
CapaciteitInhoud van 7 l, geschikt voor circa 1,2 kg frietjes of een gebraden kip van 1,5 kg
Programma's8 automatische kookprogramma's waaronder friet, snacks en vlees
GebruiksgemakTouchscreen bediening, timer, warmhoudfunctie en automatische uitschakeling
OnderhoudVaatwasserbestendige uitneembare non-stick binnenmand
Bouw & ontwerpKunststof behuizing met cool wall, doorzichtig deksel en uitschuiflade
VeiligheidOverhittingsbeveiliging, BPA-vrij, PFAS-vrij en bodem met antislip
Afmetingen & gewicht31,3×27,9×42,1 cm (H x B x L); 5,32 kilo

Wat is er écht nieuw?

Airfryers zijn er in allerlei uitvoeringen. Eén bakmand, twee, naast elkaar, boven elkaar, met stoom, zonder stoom. De meeste modellen zijn varianten op een eerder model met net een extra toevoeging of snufje. Tefal kwam recent met iets wat wel nieuw te noemen is, en dat is de combinatie van hitte via een element en hitte via infraroodlampen. De IR-straling komt van boven, de hitte van het metalen element van onderen. Samen zouden ze moeten zorgen voor enerzijds snelle opwarming en anderzijds gelijkmatige garing. Infraroodlampen kun je kennen vanuit warmtelampen of sauna's. Ze verwarmen vooral het oppervlak waarop ze schijnen. Zou dit een slimme combinatie zijn?

©Tefal

Formaat, bouw en mand: 7 liter

Eerst wat praktische informatie. De Tefal Easy Fry Infrared is een apparaat van 27,9 × 31,3 × 42,1 cm (B/H/D). Hij weegt iets meer dan 5 kilo en heeft een snoer van 1,20 meter. De bakmand trek je in zijn geheel uit het apparaat, onderin zit een verwijderbaar roostertje voor luchtcirculatie. De inhoud van de mand is 7 liter en je zou er 1,5 kilo aan eten in kunnen bereiden. Dat is theorie, in de praktijk werken lagere hoeveelheden beter - maar dit geldt voor elke airfryer. Bovenop zitten de aan-uitknop, twee tiptoetsen voor tijd en temperatuur, toetsen voor de voorkeuzeprogramma's en een extra knop voor een extra crispy finish (daarover verderop meer).

Wat meteen opvalt, is de grote bakmand. Die biedt ruim plaats aan bijvoorbeeld vier kaiserbroodjes of een royale hoeveelheid groenten om te grillen. De bak is rechthoekig, en het rooster onderin zorgt voor een kleine verhoging. Je etenswaren liggen niet direct op de bodem van de mand maar iets erboven; dit is nodig voor de circulatie van lucht.

©Saskia van Weert

Kijkvenster met led: handig meekijken of gimmick?

Opvallend is het transparante kijkvenster boven de lade. Hierdoor zie je de inhoud van de mand liggen en kun je de garing in de gaten houden. Dat werkt goed, en is ook handig om bij te houden of je je eten al moet omdraaien.

©Tefal

Bediening en programma's: snel kiezen, extra crispy-knop

De bediening wijst zichzelf, zeker na doornemen van de gebruiksaanwijzing. Je kiest zelf een combinatie van tijd en temperatuur, of een van de voorkeuzeprogramma's. Standaard start het apparaat in de stand Airfryer. De andere opties zijn roosteren, grillen, toasten, opwarmen, bakken, dehydrateren, en tot slot knapperige finish (crispy finish). Dit laatste is een leuk snufje. Je voegt deze optie met een druk op de knop toe aan een gekozen programma en de bereidingstijd wordt uitgebreid met 2 minuten extra op 230 graden. Speciaal bedoeld voor eten dat je extra krokant wilt hebben.

De voorkeuzeprogramma's zijn instellingen met een vastgestelde tijd en temperatuur. Zo start Airfryen met 190 graden en 10 minuten. Zowel tijd als temperatuur pas je eventueel aan voordat de bereiding start, en tijdens de bereiding gaat dat ook prima. Het programma om te drogen (dehydrate) heeft een vaste temperatuur van 70 graden, dit kun je niet zelf aanpassen. Je start het programma met de startknop. Als je tussentijds de bak opent om je eten op te schudden of om te keren, pauzeert het programma. Het gaat automatisch verder als je de bak weer sluit.

©Tefal

Merkbaar sneller zonder voorverwarmen

De airfryer is opvallend stil en ook het piepje als het eten klaar is, is bescheiden. Prettig, want airfryers maken vaak best een hoop herrie. Na einde van het programma staat de machine in stand by-stand. Na een minuut of vijf piept hij nog eens. Het doel daarvan is ons onduidelijk. Om ongewenste geluiden te voorkomen, is het aan te raden na gebruik de stekker uit het stopcontact te halen.

Prestaties: van kip en friet tot broodjes en groente

Dan de prestaties. Die zijn zonder meer goed. In enkele weken tijd is er van alles in deze airfryer bereid. Van kippendijen tot frites en snacks, van groenten tot aan afbakbroodjes. Voorverwarmen is niet nodig, want de airfryer is zeer snel warm. De resultaten zijn meer dan uitstekend en het eten is ook daadwerkelijk sneller klaar dan in eerder geteste machines. Reken op een tijdsbesparing van zo'n 20 procent. Dit hangt natuurlijk af van wat je precies maakt en hoeveel, maar gerechten waren in de testperiode eigenlijk altijd sneller klaar dan vooraf verwacht.

Na bereiding haal je je eten met een siliconen tang uit de bak. In de gebruiksaanwijzing staat dat je de bak niet ondersteboven mag houden om eten in een schaal te kieperen, vanwege eventuele hete olie of heet vocht dat zich onder het rooster verzamelt. Een nuttig advies, zeker voor de bereiding van vlees, maar bij iets als broodjes afbakken natuurlijk wat overbodig.

Met een siliconen tang haal je eten veilig uit de airfryer

De coating blijft mooi en je houdt ook je handen schoon!

Schoonmaken: vaatwasser kan, maar let op inbranden

Zowel de bak als het uitneembare rooster kan na gebruik en afkoelen in de vaatwasser. Wat betreft schoonmaken komt eigenlijk het enige (relatieve) nadeel aan het licht. Beide onderdelen bakken snel aan. Al na enkele keren ontstonden er zwarte aanbaksels op het rooster en in de bakmand. Deze zijn gelukkig met bbq-reiniger wel weg te krijgen uit de mand, maar het is wel een aandachtspunt. Ook de behuizing, het gedeelte waar de mand op staat in de airfryer, vertoont al wat zwarte inbrandplekken die niet weg te poetsen zijn.

©Saskia van Weert

Duurzaamheid & onderhoud

Let verder op met spetterend eten. Als vetspetters vanaf de binnenzijde tegen het transparante venster komen, zijn deze niet meer te verwijderen. Het venster is namelijk niet los te halen. Op de lange termijn kunnen we ons voorstellen dat er daardoor vlekken ontstaan, waardoor je minder zicht hebt op je voedsel.

©Tefal

Conclusie

De Easy Fry Infrared doet precies wat Tefal belooft: hij is razendsnel op temperatuur en levert mooi krokante resultaten met een sappige binnenkant. In de praktijk win je echt tijd, zonder te hoeven voorverwarmen, en de stille werking en het kijkvenster maken 'even tussendoor checken' prettig. De ruime 7-liter mand is fijn voor gezinnen of grotere porties, en de extra crispy-knop is een bruikbare bonus voor wie nét wat meer bite wil.

Daar staat tegenover dat dit een apparaat is dat aandacht vraagt bij schoonmaken. De mand en het rooster kunnen relatief snel inbranden, en vetspetters tegen het niet-losneembare kijkvenster zijn lastig of niet te verwijderen, iets om rekening mee te houden als je veel vette gerechten maakt.

Kortom: zoek je vooral snelheid, krokant resultaat en een ruime bak met handig zicht op de voortgang, dan is de Tefal Easy Fry Infrared een sterke keuze.


▼ Volgende artikel
Call of Duty: Warzone Mobile vanaf 17 april niet meer speelbaar
Huis

Call of Duty: Warzone Mobile vanaf 17 april niet meer speelbaar

De servers van Call of Duty: Warzone Mobile gaan op 17 april voorgoed offline, waardoor de game vanaf dat moment niet meer speelbaar is.

Dat heeft Activision aangekondigd. Afgelopen jaar werd de game al uit app-winkels gehaald en werd de komst van nieuwe seizoensgebonden content al stopgezet, en het voorgoed offline halen van de servers is de laatste stap in het verdwijnen van de game. Mensen kunnen tot 17 april de game gewoon blijven spelen en hun verdiende in-game geld opmaken.

"We zijn enorm dankbaar voor de spelers die Call of Duty: Warzone Mobile hebben ondersteund, alsmede de ontwikkelaars die de ervaring tot leven hebben gewekt", aldus Activision. "De passie van spelers en hun feedback blijft de toekomst van de Call of Duty-franchise vormgeven, en we kijken er naar uit om betekenisvolle seizoensgebonden content en updates naar Call of Duty: Mobile te brengen."

Call of Duty: Mobile blijft er wel

Call of Duty: Warzone Mobile kwam in 2024 beschikbaar als mobiele versie van Call of Duty: Warzone, de battle royale-game voor consoles en pc. Op die platforms blijft Warzone wel speelbaar.

Activision zei het al: voor een mobiele Call of Duty-ervaring kunnen spelers terecht bij Call of Duty: Mobile. Die game kwam in 2019 uit op smartphones en geniet nog altijd van populariteit. Call of Duty: Mobile heeft ook een battle royale-modus - waar Warzone Mobile juist om draaide - alsmede modi als reguliere multiplayer en Zombies.

Activision Blizzard - en dus ook Call of Duty - werd enkele jaren geleden overgenomen door Microsoft. Buiten het feit dat de jaarlijkse nieuwe Call of Duty-game vanaf release ook meteen op Xbox Game Pass verschijnt, heeft dat echter niet veel aan de Call of Duty-franchise veranderd. Wel leek het meest recente deel, het vorig najaar uitgekomen Call of Duty: Black Ops 7, minder populair dan voorgaande delen. Mogelijk heeft dit te maken met dat het jaar daarvoor nog Black Ops 6 uitkwam, en spelers niet zo snel op een direct vervolg zaten te wachten.