ID.nl logo
5 reddingssloepen voor Nokia
© Reshift Digital
Huis

5 reddingssloepen voor Nokia

Nokia lijkt het lot van RIM beschoren: ooit groot en schijnbaar onmisbaar, nu bloedend en opgegeven. Maar Nokia kan zichzelf nog redden. 5 sloepen om mee voort te varen.

Nu is het Microsoft menens

Een voorganger van deze reddingssloep is letterlijk een jaar geleden ook al aan komen varen. Maar dat vermeende slagschip bleek een lekke tobbe te zijn. Waarvan de scheepsmaker zelf ook uiteindelijk heeft toegegeven dat het geen serieuze reddingspoging was. De sloep Windows Phone 7(.5) was een tussendoortje. Bedoeld om iets verder te dobberen, om tijd te winnen.

Maar nu is het Microsoft menens. Windows Phone 8 is er, gebaseerd op dezelfde kernel als pc- en tabletbesturingssysteem Windows 8. En dit zijn de platformen van de toekomst. Waar zowel Microsoft als Nokia hun toekomst op inzetten.

Ja, beiden hebben dit al eerder gezegd, voor Windows Phone 7.5. Vergeet echter niet dat Microsoft er een handje van heeft om koppig vol te blijven houden, en vaak uiteindelijk toch succes te boeken. De aanhouder wint? En Nokia vaart mee.

De breedte opzoeken

De Finse telefoonfabrikant heeft weliswaar zijn andere schepen verbrand. Het opgekochte Symbian, het zelf ontwikkelde Maemo, diens (met Intels Moblin gefuseerde) opvolger MeeGo, en ook Nokia's meest recent afgekapte Linux-poging Meltemi. Allen zijn getorpedeerd door Nokia zelf. Ten gunste van Windows Phone 8, dat op de korte termijn nog geen land in zicht brengt.

Nokia gokt echter niet alleen op Microsofts mobiele platform. Nee, het gaat niet toch - of wéér - een ander platform cultiveren of erop na houden. Nee, de telefoonmaker zoekt het hogerop en ontpopt zich tot leverancier van online-diensten. En dan niet alleen bovenop Windows Phone, maar ook op platformconcurrenten als iOS, Firefox OS en Android.

Voor Windows Phone heeft Nokia al aanvullende diensten in de aanbieding of in petto. Zoals een muziekwinkel met Spotify-beconcurrerende streaming-optie. Zoals landkaarten en stadsplattegronden met routenavigatie. Zoals aanvullende locatiediensten plus daarbij de augmented reality van City Lens. Nokia brengt zijn 'locatiecloud', genaamd Here, ook naar de mobiele platformen van Apple, Mozilla en Google. Content is koning, mobiel is de toekomst, en locatie is leidend?

Ondergang van HTC

De recente historie van HTC vormt ook een vorm van reddingssloep; het geeft hoop. Die Taiwanese smartphonefabrikant is opgekomen met Windows Mobile-toestellen. Is vervolgens meer voor Android gegaan en heeft daarmee hoogtij gevierd.

En toen is het bedrijf onderuit gegaan. HTC verkoopt nu zelfs minder toestellen dan Sony, die zijn mislukte joint venture met Ericsson heeft opgeslokt. De neergang van Nokia lijkt er niets bij. Wie het verleden niet kent, en dat soort wijsheden.

HTC probeert het nu met Windows Phone 8, naast toch ook nog Android. Voor gebruik van dat Google-platform moet de Aziatische fabrikant overigens betalen, aan Microsoft én aan Apple. Nokia maakt in ieder geval niet de fouten waar HTC voor moet betalen, naar verluidt flink voor betalen. Nokia heeft zijn schip beter op orde.

Opkomst van Samsung

Een ander lesje recente geschiedenis wat Nokia hoop op een behouden vaart geeft, is Samsung. Die Zuid-Koreaanse fabrikant domineert in zijn eentje de markt voor Android-smartphones; het is groter dan zijn directe Android-concurrenten bij elkaar opgeteld. Bovendien heeft dat mobiele besturingssysteem inmiddels driekwart van de markt veroverd en is het daarmee groter dan iOS van Apple.

En dat terwijl Samsung enkele jaren terug nog nergens was op de mobiele markt, laat staan de smartphonemarkt. De fabrikant van goedkope, middelmatige magnetrons en tv's is in rap tempo opgerukt. Begin 2011 is Samsung nog afgeschreven door zakenblad The Economist wat betreft de wereldwijde smartphonemarkt.

Nu is het de marktleider, die 50 miljoen stuks heeft verkocht in het tweede kwartaal en 56 miljoen in het derde kwartaal. In diezelfde periodes heeft het veelgeroemde Apple slechts 26 miljoen en 27 miljoen iPhones weten te verkopen. Alleen al van Samsungs toptoestel Galaxy S III zijn er in een half jaar tijd 30 miljoen exemplaren verkocht.

Android-aanvoerder Samsung wordt dan ook flink belaagd door Apple. En die Amerikaanse concurrent boekt daarin wel enig succes. Wie weet gaat deze Aziatische reus zijn streekgenoot HTC of landgenoot LG achterna? Stuivertje wisselen, is zó gebeurd op de mobiele markt. Zie Samsung, zie HTC, zie RIM, en zie Apple dat vóór 2007 niets was op die grote en groeiende markt met woelige baren.

Patentpantsering

De vijfde Nokia-reddingssloep is er eentje die concurrenten ontberen. Een goed gepantserde boot tegen de escalerende patentoorlog op de mobiele markt. Met Apple als bekendste aggressor, maar met niet te onderschatten strijdmachten als Samsung, Google/Motorola, Windows-maker Microsoft en ook gsm-pionier Nokia zelf.

Deze participanten in de patentoorlog bezitten octrooien die ze offensief en ook defensief kunnen inzetten. Jij schendt mijn patent! Maar ook in reactie: ik heb hier vast ergens een patent waarmee ik het jou moeilijk kan maken. Nokia heeft als oudgediende telecompartij een interessant patentportfolio. Net als het door Google gekochte Motorola, het in stukken opgeknipte Nortel, de royalty-opstrijkende chipmaker Qualcomm en het vooralsnog stil gebleven Alcatel en Ericsson.

Waar Linux-kruisvaarder SCO FUD over dat open source-besturingssysteem wist te zaaien, daar doen de vele participanten in de patentoorlog dat ook. Met name voor het op Linux gebaseerde Android. Dat jaagt toestelmakers op kosten, of jaagt ze in de armen van Microsoft. Waar Nokia zich al in heeft genesteld.

iOS is voor derden buiten Apple immers geen optie. Een eigen platform (op)bouwen en onderhouden is een kostbare inspanning, die bovendien erg risicovol is. Levert dat wel snel genoeg een ROI (return on investment) op? BlackBerry-maker RIM gokt van wel. Vele anderen van niet, niet meer. De terugkomstbelofte van Nokia-ceo Stephen Elop hoeft dus geen misplaatst optimisme of holle grootspraak te zijn. De Canadees is jarenlang bij Microsoft in de leer geweest, een bedrijf dat ook meerdere malen verloren op zee is verklaard. Recht zo die gaat, kapitein Elop?

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.