ID.nl logo
Zo kook je extra zuinig op een inductiekookplaat
© alfa27 - stock.adobe.com
Huis

Zo kook je extra zuinig op een inductiekookplaat

Steeds meer Nederlanders koken op inductie. Logisch, want inductie is een stuk zuiniger dan gas. Maar hoe energiezuinig je daadwerkelijk bezig bent, hangt deels samen met hoe je kookt. Door je inductiekookplaat slim(mer) te gebruiken, valt jouw energierekening nóg lager uit. Fijn, toch?

Hoewel koken op inductie zuiniger is dan op gas, is het belangrijk om ook tijdens het koken rekening te houden met je energieverbruik. In dit artikel bespreken we vijf manieren om energiezuinig(er) te koken die specifiek ingaan op het gebruik van inductiekookplaten:

  1. Koop een energiezuinige kookplaat
  2. Leer je kookplaat kennen
  3. Gebruik de timer op je kookplaat
  4. Maak gebruik van restwarmte
  5. Vermijd krassen en vlekken op je kookplaat

Ook interessant voor jou: Overstappen van gasfornuis naar inductieplaat: de voor- en nadelen

Inductiekookplaten zijn zo energiezuinig doordat ze de magnetische straling tussen de plaat en de pan omzetten in warmte. Dit heeft als voordeel dat de pan efficiënt wordt opgewarmd en er nauwelijks warmte verloren gaat aan de omgeving. Toch betekent dat niet meteen dat je met een inductieplaat automatisch energiezuinig kookt. Als je de kookplaat regelmatig onnodig hard laat werken of de kookplaat niet goed onderhoudt, heeft dat alsnog invloed op je energieverbruik.

Met deze vijf tips ga je (energie)zuinig om met je inductiekookplaat.

Tip 1: Koop een energiezuinige kookplaat

Extra energiezuinig koken op een inductiekookplaat begint al bij de aankoop. Zo zijn er kookplaten met vier en zes kookzones, waarbij meer kookzones als vanzelfsprekend hand in hand gaan met een hoger energieverbruik. Kijk ook goed naar het vermogen van de kookplaat. Een hoog vermogen (meer dan 7600 kW) is eigenlijk alleen nodig in professionele keukens waar eten snel moet worden bereid of wanneer je thuis geregeld grote groepen over de vloer krijgt. Tot slot is het handig om een kookplaat met timer aan te schaffen: deze schakelt zichzelf vanzelf uit na de ingestelde tijd.

Tip 2: Leer je kookplaat kennen

De ene inductiekookplaat reageert sneller op veranderingen dan de andere, en ook het vermogen bij de verschillende warmtestanden kan sterk variëren. Om onnodig energieverbruik zoveel mogelijk te voorkomen, is het dus slim om de warmte-instellingen van je kookplaat goed te leren kennen. Ontdek welke warmtestanden het best werken bij verschillende kooktechnieken, zoals stoven, garen en koken op laag en (middel)hoog vuur. En kijk goed hoe jouw kookplaat reageert op het verlagen of verhogen van de warmtestanden, zodat je daar tijdens het koken rekening mee kunt houden.

©Joe-L - stock.adobe.com

Tip 3: Gebruik de timer op je kookplaat

Als je een inductiekookplaat met timer hebt aangeschaft, wil je natuurlijk gebruikmaken van die extra functie. Een timer is immers niet alleen handig om energieverlies te voorkomen, maar zorgt er ook voor dat je eten niet aanbrandt.

Koken met een of meerdere timers is daarnaast een stuk relaxter. Zo hoef je minder te multitasken en kun je je focussen op andere dingen, zoals het dekken van de tafel, het wegwerken van whatsappjes of gewoon een goed gesprek met je partner.

Tip 4: Maak gebruik van restwarmte

Een mogelijk voordeel aan een inductiekookplaat ten opzichte van een gasfornuis is dat deze na het uitschakelen nog even warm blijft. Die restwarmte kun je goed gebruiken om je eten verder te garen zonder dat daarbij energie verloren gaat. Zet hiervoor de kookplaat ongeveer een minuut eerder uit en laat de deksel op de pan, zodat de hitte niet kan ontsnappen. Zolang er een ‘H’ wordt weergegeven op je inductieplaat, is-ie nog heet. Raak de kookplaat dan dus niet aan!

Tip 5: Vermijd krassen en vlekken op je kookplaat

Krassen en aangekoekte etensresten kunnen de werking van je inductiekookplaat verminderen. De kookplaat moet dan namelijk harder werken om warmte te genereren, wat resulteert in een hoger energieverbruik. Maak daarom je kookplaat na ieder gebruik goed schoon, het liefst als de zones nog een beetje warm zijn. Dit doe je het best met een vochtig microvezeldoekje en een mild sopje of een schoonmaakmiddel speciaal voor inductiekookplaten. Vergeet niet de kookplaat goed droog te maken, anders kunnen er vlekken achterblijven.  

Lees ook: Inductiekookplaat schoonmaken? Dit moet je wel doen en dit niet

©Lazy_Bear

Schuursponsjes, schuurmiddelen, allesreiniger en soda kun je beter vermijden: deze middelen en producten zijn te agressief voor inductiekookplaten en kunnen krassen en vlekken op het oppervlak veroorzaken. Ook schoonmaakmiddelen met citroen zijn niet goed voor je kookplaat.

Krassen voorkomen kan op nog meer manieren. Til pannen op wanneer je ze verplaatst naar een andere zone, vermijd harde korrels (zoals zout) en ander vuil op het oppervlak (dit kan gaan schuren) en gebruik een speciale kookplaatschraper om hardnekkige etensresten te verwijderen. Er zijn ook speciale beschermers voor inductiekookplaten, een soort placemats, die je kookplaat ook beschermt op de momenten dat je niet in de keuken staat.

Met print of foto: bescherm je kookplaat

Een speciale placemat voorkomt krassen en ziet er leuk uit!

Algemene tips voor energiezuinig koken

Onze tips hebben specifiek betrekking op het gebruik van inductiekookplaten, maar voor energiezuinig koken bestaan natuurlijk ook allerlei universele technieken. Koken met het deksel op de pan bijvoorbeeld, of niet meer water gebruiken dan nodig. Het regelmatig bereiden van eenpansgerechten is ook een prima manier om je energieverbruik in de keuken te verminderen. En vergeet niet te investeren in kwalitatieve pannen, want hoe beter een pan de warmte verdeelt, hoe sneller jouw eten klaar is (en hoe lekkerder het is).  


▼ Volgende artikel
3 Windows-instellingen die je direct moet aanpassen voor een snellere en veiligere pc
© ID.nl
Huis

3 Windows-instellingen die je direct moet aanpassen voor een snellere en veiligere pc

Frustraties over een trage pc of ongewenste advertenties? Grote kans dat de standaard Windows-instellingen de boosdoener zijn. Met drie simpele ingrepen optimaliseer je direct de snelheid, privacy en veiligheid van je systeem. Wij zetten de belangrijkste aanpassingen op een rij, zodat je direct weer vlot en zorgeloos aan de slag kunt!

Of je nu net een gloednieuwe laptop uit de doos haalt of al jaren op dezelfde vertrouwde desktop werkt, de standaardinstellingen van Windows zijn zelden optimaal. Microsoft kiest vaak voor opties die hun eigen diensten promoten in plaats van jouw gebruiksgemak centraal te stellen. Gelukkig kun je met een paar gerichte ingrepen direct winst behalen. Pas deze drie essentiële instellingen aan voor meer privacy, snelheid en overzicht.

Schakel onnodige opstart-apps uit

Niets is zo frustrerend als een computer die er minutenlang over doet om startklaar te zijn. De grootste boosdoener hiervoor is vaak een overdaad aan programma's die automatisch opstarten zodra je de pc aanzet. Veel applicaties, van Spotify tot samenwerkingstools als Microsoft Teams, nestelen zich tijdens de installatie ongevraagd in je opstartproces. Dat vreet direct aan je systeemgeheugen en vertraagt de opstarttijd aanzienlijk.

Je lost dit eenvoudig op door naar de instellingen van Windows te navigeren en te zoeken naar de optie Opstart-apps. Hier zie je een duidelijk overzicht van alle software die met Windows mee start, inclusief de impact die elk programma heeft op de prestaties. Loop kritisch door deze lijst heen. Programma's die je niet dagelijks direct na het inloggen nodig hebt, kun je zonder risico uitschakelen door het schuifje om te zetten. Je verwijdert de software hiermee niet; je voorkomt alleen dat ze op de achtergrond draaien zonder dat je erom gevraagd hebt. Je pc zal hierdoor merkbaar vlotter reageren.

Weg met die advertenties en suggesties!

Windows is in de loop der jaren steeds meer veranderd in een platform waarop Microsoft eigen en gesponsorde diensten probeert te verkopen. Dat uit zich in zogenaamde 'suggesties' in je Startmenu, op je vergrendelingsscherm en zelfs in de Verkenner. Voor de meeste gebruikers voelt dat – terecht – als ongewenste reclame binnen een besturingssysteem waarvoor al betaald is. Het zorgt bovendien voor ruis en leidt af van waar je eigenlijk mee bezig bent.

Om deze stroom aan prikkels te stoppen, duik je in het menu Persoonlijke instellingen. Bij de instellingen voor het Startmenu en het Vergrendelingsscherm vind je opties die verwijzen naar het tonen van suggesties, tips of leuke weetjes. Vink deze opties uit om een schonere, rustigere interface te krijgen. Vergeet ook niet bij de privacy-instellingen de optie uit te zetten die Windows toestaat om je Instellingen-app te gebruiken voor het tonen van voorgestelde inhoud. Het resultaat is een professionelere werkomgeving die doet wat hij moet doen, zonder je continu te proberen te verleiden tot extra klikken.

Maak bestandsextensies zichtbaar

Een van de meest riskante standaardinstellingen in Windows is het verbergen van bestandsextensies voor bekende bestandstypen. Standaard zie je alleen de naam van een bestand, bijvoorbeeld 'factuur', maar niet of het een .pdf, .docx of een .exe is. Cybercriminelen maken daar dankbaar gebruik van door virussen te vermommen als onschuldige documenten. Een bestand dat 'foto.jpg.exe' heet, wordt door Windows dan getoond als 'foto.jpg', waardoor je denkt een afbeelding te openen terwijl je in werkelijkheid schadelijke software installeert.

Je kunt dit veiligheidsrisico direct verhelpen via de Bestandsverkenner. Zoek in de menubalk naar de optie Weergeven en navigeer vervolgens naar de instellingen voor weergeven. Hier vind je een optie genaamd Extensies voor bestandsnamen. Zorg dat deze optie aangevinkt staat. Hoewel het in het begin even wennen kan zijn om achter elk bestand een punt en drie of vier letters te zien staan, geeft het je volledige controle en inzicht. Je ziet nu in één oogopslag met wat voor type bestand je écht te maken hebt, en dat verkleint de kans op een succesvolle malware-infectie drastisch.

Populaire merken voor Windows-laptops

Wie op zoek is naar hardware die het meeste uit Windows haalt, komt al snel uit bij een aantal gevestigde namen die de markt domineren. Een van de grootste spelers is Lenovo, dat met name met de ThinkPad-serie een ijzersterke reputatie heeft opgebouwd in de zakelijke markt dankzij robuuste bouwkwaliteit en uitstekende toetsenborden. Voor consumenten die design en innovatie zoeken, is HP (Hewlett-Packard) een veelgekozen merk, mede dankzij de Omnibook- en Envy-lijnen die esthetiek combineren met krachtige prestaties. Ook Acer blijft een vaste waarde, waarbij vooral de Aspire-modellen steevast hoge ogen gooien in reviews vanwege hun interessante prijs-kwaliteitverhouding. Tot slot biedt het Taiwanese ASUS vaak veel rekenkracht voor een scherpe prijs en durven zij met hun ZenBook-serie vaak te experimenteren met nieuwe technologieën zoals dubbele schermen.

▼ Volgende artikel
Dekbed in de wasdroger: helpt een tennisbal echt?
© ID.nl
Huis

Dekbed in de wasdroger: helpt een tennisbal echt?

Wanneer je je dekbed gewassen hebt, wil je dat het natuurlijk weer lekker dik en luchtig aanvoelt. Maar wanneer je hem gewoon in de droger gooit, kan de vulling gaan klonteren, zodat er dunne stukken en dikke stukken ontstaan. Dat slaapt niet echt lekker. Om dat te voorkomen, gooien veel mensen er een paar tennisballen bij. Helpt dat echt?

In dit artikel

Je leest wat tennisballen in de droger doen en bij welke dekbedden dat wel of juist minder goed werkt. We leggen uit hoeveel ballen je nodig hebt, waar je op let bij het type tennisbal en waarom voldoende ruimte in de trommel belangrijk is. Ook staan we stil bij alternatieven zoals speciale drogerballen en geven we praktische tips om je dekbed gelijkmatig te laten drogen en mooi in vorm te houden.

Lees ook: 9 veelgemaakte fouten bij het drogen van je was

Wat tennisballen in de droger doen

Tijdens het drogen raken de tennisballen telkens het dekbed. Dat helpt vooral bij dons en veren. Als die nat zijn, blijven ze aan elkaar plakken en zakt de vulling in. Door de constante beweging vallen die samengepakte delen weer uiteen, waardoor de vulling zich opnieuw verspreidt. Zo kan de warme lucht overal beter bij en droogt het dekbed gelijkmatiger. De droogtijd wordt er niet korter van, maar het dekbed komt wel duidelijk voller uit de droger.

Hoe vaak moet je je dekbed eigenlijk wassen?

Een dekbed hoeft niet vaak in de was. Voor de meeste mensen is één tot twee keer per jaar genoeg. Dat komt omdat het meeste vuil (denk bijvoorbeeld aan zweet of huidschilfers) niet in het dekbed zelf terechtkomt, maar in het dekbedovertrek. Dat overtrek was je regelmatig, meestal eens per één à twee weken. Het dekbed blijft daardoor relatief schoon.

Soms is vaker wassen wel logisch. Bijvoorbeeld als je veel zweet in je slaap, last hebt van een huisstofmijtallergie of het overtrek niet zo vaak verschoont. Ook na ziekte of bij zichtbare vlekken is een extra wasbeurt verstandig.

Hoe vaak je kunt wassen, hangt ook af van de vulling. Niet elk dekbed kan namelijk even goed tegen veel wasbeurten. Dons- en verendekbedden kunnen meestal in de wasmachine, mits je het waslabel volgt en ze daarna goed laat drogen. Synthetische dekbedden zijn in dat opzicht wat vergevingsgezinder en kunnen vaak vaker gewassen worden zonder dat de vulling daaronder lijdt.

Twijfel je of wassen echt nodig is? Dan is luchten een goed alternatief. Hang je dekbed regelmatig buiten of bij een open raam. Daarmee kun je een wasbeurt vaak nog maanden uitstellen.

View post on TikTok

Hoeveel tennisballen zijn genoeg?

Met één tennisbal in de wasdroger merk je vaak weinig, zeker bij een groot dekbed. Die verdwijnt al snel in de stof en heeft dan weinig effect. Met twee tot vier ballen werkt het beter, omdat ze het dekbed op meerdere plekken tegelijk in beweging houden. Zolang de ballen vrij kunnen bewegen en niet vast blijven zitten in de vulling, doen ze hun werk.

Kun je elke tennisbal gebruiken bij het drogen van een dekbed in de droger?

iet elke tennisbal is even geschikt. Vooral nieuwe of felgekleurde ballen kunnen bij hogere temperaturen kleur afgeven en kleine pluisjes verliezen van de vilten buitenlaag. Dat komt niet vaak voor, maar het risico is wel aanwezig. Gebruik je oudere tennisballen, dan is de kans hierop kleiner. Wil je dat verder beperken, dan kun je de ballen in een oude witte sok stoppen en die dichtknopen. Het effect blijft grotendeels hetzelfde, al is het iets minder uitgesproken dan met losse ballen.

Speciale drogerballen

Er bestaan ook speciale drogerballen van wol of kunststof. Die zijn bedoeld voor gebruik in de droger en geven geen kleur af. Ze doen hetzelfde als tennisballen: ze zorgen dat het dekbed tijdens het drogen in beweging blijft. Wolballen maken minder lawaai en zijn milder voor stoffen. Stop je je dekbed regelmatig in de droger? Dan kun je beter deze speciale bollen gebruiken in plaats van tennisballen.  

Geef het dekbed genoeg ruimte in de droger

Tennisballen helpen alleen als het dekbed voldoende ruimte heeft om te bewegen. Is de trommel te vol, dan draait alles als één geheel rond en gebeurt er weinig. Wil je grote tweepersoonsdekbedden drogen, dan heb je een droger met een ruime trommel nodig. Heb je die niet zelf? Kijk dan of er een wasserette bij je in de buurt is. Meer ruimte zorgt voor meer beweging en daarmee voor een beter eindresultaat.

Niet elk dekbed kan in de droger

Tennisballen hebben vooral effect bij dons- en verendekbedden. Bij synthetische vulling is dat verschil kleiner en kan de constante beweging van de ballen de vulling na verloop van tijd zelfs vervormen. Wol, zijde en andere natuurlijke materialen mogen meestal helemaal niet in de droger. Check daarom altijd eerst het waslabel voordat je het dekbed in de trommel legt.

Even tussendoor opschudden helpt

Haal het dekbed halverwege het programma even uit de droger en schud het los, alsof je het bed opmaakt. Leg het daarna omgedraaid terug in de trommel. Zo verdeelt de vulling zich opnieuw en kan het dekbed gelijkmatiger drogen.

Wat kun je van het eindresultaat verwachten?

Tennis- of drogerballen zijn vooral een hulpmiddel, geen vervanging voor de juiste drooginstellingen. Droog het dekbed niet te vaak of te heet: kies een lage of middelhoge temperatuur en selecteer een speciaal dons- of beddengoedprogramma als dat op je droger zit. Zorg ook voor voldoende ruimte in de trommel. Als je dan ook nog eens ballen laat meedraaien, heb je er alles aan gedaan om te zorgen dat je dekbed weer lekker vol uit de droger komt!