ID.nl logo
De belangrijkste vragen over het installeren van slimme gordijnen
© Luxaflex
Huis

De belangrijkste vragen over het installeren van slimme gordijnen

Je wekker gaat af met het weerbericht van de dag en terwijl je uit bed stapt om je pantoffels aan te doen, gaan de gordijnen automatisch open om het eerste zonlicht binnen te laten. Het klinkt als een scenario uit een luxehotel of een huis van de toekomst, maar onze eigen huizen worden steeds slimmer, waaronder ook onze gordijnen. Hoe haal je het gemak van slimme gordijnen in huis? We zetten de belangrijkste zaken op een rij.

Na het lezen van dit artikel weet je het volgende over slimme raambekleding, zoals gordijnen:

Wat zijn slimme gordijnen?

Het vanzelf neerlaten van je rolgordijn of sluiten van je gordijnen met een druk op de knop is fijn, maar vandaag de dag is het eenvoudig om een stapje verder te gaan. Bij wie zijn huis zo slim mogelijk wil maken, mag slimme zonwering niet ontbreken. Met je stem kun je bijvoorbeeld het huis laten verduisteren. Of liever nog: je hoeft helemaal niet om te kijken naar het openen of sluiten van de gordijnen. Als het donker wordt, gaan ze dicht, net als wanneer de zon fel schijnt. En natuurlijk ook andersom. Als je doordeweeks om zeven uur opstaat, gaan de gordijnen voor de tijd vanzelf open en in het weekend blijven ze een uurtje langer dicht. We spreken over slimme rolgordijnen als je ze op basis van een bepaald scenario of via een slimme assistent of app kun instellen en bedienen.

Wat zijn de voor- en nadelen van slimme raamdecoratie?

Net als bij elektrische gordijnen, hoef je niet langer op te staan om de gordijnen met de hand dicht te doen. Handig als je gordijnen ergens hebt hangen waar je moeilijk bij komt, zoals voor een hoog raam of achter de bank, of als je gewoon geen zin hebt om van de bank af te komen. Met een druk op de knop gaan de gordijnen open of dicht. Bij slimme zonwering is de druk op de knop niet meer nodig. Een bijkomend voordeel is dat je door middel van een app of andere software kunt zorgen dat je gordijnen op gezette tijden dichtgaan of met behulp van een sensor reageren op bijvoorbeeld zonlicht.

Het nadeel van slimme zonwering is voornamelijk de prijs. Gordijnen zijn al niet goedkoop en wanneer je ze slim wilt maken, komen daar logischerwijs nog kosten bij. Er zijn oplossingen om je eigen gordijnen slim te maken, maar deze zijn niet altijd toepasbaar op jouw situatie. Zo hebben de meeste systemen nog moeite met gordijnrails die een hoekje om gaan.

IKEA biedt kant-en-klare slimme rolgordijnen aan die je zelf kunt installeren.

Hoe werkt slimme raamdecoratie?

Om een rolgordijn, lamellen of gordijn slim te maken, zijn er drie elementen essentieel. Ten eerste moet het gordijn of de gordijnrails elektrisch gemaakt worden door middel van een motor. Die zorgt ervoor dat het gordijn automatisch beweegt. Ten tweede moet deze motor kunnen communiceren met andere apparaten via wifi of een radiofrequentie, zodat er commando’s verstuurd kunnen worden en als het even kan ook de status van het rolgordijn kan worden uitgelezen. Daardoor kun je via de app bijvoorbeeld nagaan of een gordijn open of dicht is, en hoeveel batterijlading de motor nog heeft.

Tot slot is er een hub of een server nodig om met het slimme gordijn en andere slimme apparaten in huis te communiceren. Vaak hebben fabrikanten, zoals Somfy of IKEA, die kant-en-klare oplossingen aanbieden zelf een hub waarop je verschillende apparaten kunt aansluiten. Wanneer je iets meer kennis en vooral tijd hebt, kun je ook zelf een server opzetten met bijvoorbeeld Home Assistant, waarmee je zelf alle apparaten koppelt. Onder meer IKEA biedt slimme rolgordijnen aan.

Lees ook: Maak je huis slim met Home Assistant

Waar koop je slimme raambekleding?

Veel gevestigde fabrikanten van zonwering voor binnen hebben inmiddels een slimme raamdecoratie-lijn. Zo heeft Luxaflex een range met slimme raamdecoratie en ook Velux biedt allerlei opties voor slimme zonwering bedoeld voor binnenshuis. Daarnaast zijn er ook bedrijven als Somfy die zich specialiseren in smart home-producten en die ook slimme gordijnen aanbieden. En natuurlijk de eerdergenoemde IKEA , die met de kant-en-klare rolgordijnen slimme zonwering voor thuis toegankelijker maakt. Ook op Bol.com vind je tientallen opties voor slimme raambekleding.

Waar moet je op letten bij het kopen van slimme zonwering?

Zoals bij het kopen van alle slimme apparaten, is het belangrijk om te kijken of het gekozen systeem samenwerkt met je huidige ecosysteem of dat je een aparte app nodig gaat hebben. Wanneer je alles in je huis wilt toevoegen aan bijvoorbeeld Google Home of Alexa, moet je goed kijken of het systeem dat je wilt kopen kan worden aangesloten op deze ecosystemen. Anders kun je blijven roepen "Oké Google, doe de gordijnen dicht" tot je een ons weegt.

©PXimport

Als je in huis gebruikmaakt van een slimme assistent, let dan goed op of je gordijnen wel aan dit systeem gekoppeld kunnen worden.

Kan ik mijn eigen gordijnen slim maken?

Wanneer je thuis al mooie gordijnen hebt hangen, is het natuurlijk zonde om die weg te doen, omdat je zo nodig slimme gordijnen wilt. In plaats van een nieuw (rol)gordijn aan te schaffen, kun je ook kijken naar het slim maken van je eigen gordijnen. Als dat mogelijk is, kun je je eigen gordijnen laten hangen, maar heb je toch de luxe van zonwering die automatisch opengaat als je opstaat in de ochtend.

Je kunt hiervoor een slimme motor aanschaffen die je op je huidige gordijnrails bevestigt. Dit kan bijvoorbeeld met het systeem van de Nederlandse fabrikant Slide of Aquara. Hiermee zet je een motor op de gordijnrails die aan de gordijnen wordt bevestigd. Daarna kun je het motortje verbinden met slimme assistenten zoals Google Assistent. Het is ook mogelijk om een slimme gordijnrails aan te schaffen. Onder andere Somfy biedt deze systemen kant-en-klaar aan. Hierin kun je dan je eigen gordijnen ophangen!

Met Slide maak je je eigen gordijnen slim.

Welke kleur moet zonwering binnen hebben?

Bij het kiezen van zonwering binnen is het belangrijk dat de gordijnen, lamellen en andere soorten raamdecoratie ook goed bij het interieur passen. Tegelijkertijd wil je ook dat de zonwering zonlicht buiten houdt, om te zorgen dat het echt donker is binnen of als bescherming tegen warmte. Als je de zon wilt weren om het donker te maken binnen, dan kun je het beste voor donkere kleuren gaan en een materiaal of stof kiezen die licht weert. Zeker als je een slaapkamer wilt verduisteren, is dit aan te raden. In dat geval is het ook slim om te kijken naar verduisterende gordijnen.

Wanneer je binnen zonwering wilt plaatsten om vooral warmte buiten te houden en/of de inkijk te beperken, is het beter om voor een lichte kleur te gaan. In tegenstelling tot zonwering buiten, wil je dat zonwering binnen zo min mogelijk warmte absorbeert. Donkere kleuren absorberen vooral zonlicht, waardoor de warmte in huis blijft hangen. Lichtere kleuren reflecteren meer licht, waardoor het niet in de woning blijft hangen.

Houd de zon buiten en de warmte binnen

Check hier motortjes om je gordijnen automatisch open en dicht te doen

👀Behoefte aan nog meer privacy? Overweeg zonwering!

Vraag een offerte aan voor zonwering:

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.