ID.nl logo
Veilig boren: alle voorzorgsmaatregelen op een rij
© Reshift Digital
Huis

Veilig boren: alle voorzorgsmaatregelen op een rij

In dit artikel leggen we je uit hoe je veilig kunt boren. Ondanks dat het zo'n simpel klusje lijkt, is het slim om een aantal voorzorgsmaatregelen bij boren te nemen! We bespreken onder meer het dragen van de juiste bescherming, het bevestigen van het bitje of de boor en het vastklemmen van losse delen. Ook hebben we het in dit artikel over veilig boren een aantal tips voor het omgaan met leidingen of bedrading in de muur. Natuurlijk is voorzichtigheid ook geboden bij het omgaan met het snoer van je boormachine.

Draag de juiste lichaamsbescherming bij het boren

Voordat je gaat boren, is het belangrijk een aantal voorzorgsmaatregelen te nemen! Het belangrijkste is natuurlijk dat je zelf veilig blijft. Daarvoor heb je drie dingen nodig: oogbescherming, oorbescherming en een stofmasker om je luchtwegen te beschermen.

Oorbescherming boren

Het is tegenwoordig algemeen bekend dat je vrij gemakkelijk permanente gehoorschade kunt oplopen. Dat geldt niet alleen bij het luisteren naar harde muziek, ook boorgeluiden kunnen enorm luid zijn. Een pneumatische boor kan bijvoorbeeld gemakkelijk 115 decibel produceren. Er zijn verschillende manieren om je oren te beschermen. Je kunt bijvoorbeeld kiezen voor een oorkap. Een oorkap is verstelbaar en heeft een schuimrubberen voering, zodat deze vorm van gehoorbescherming comfortabel draagt. Als je slechts incidenteel boort, kun je ook kijken naar oordopjes. Dit is veelal de voordeligste vorm van gehoorbescherming.

Oogbescherming boren

Ook oogbescherming is eigenlijk onmisbaar tijdens het boren. Oogbescherming helpt beschermen tegen rondvliegend materiaal en zorgt ervoor dat je geen stof in je ogen krijgt. Met een beetje pech kunnen je ogen flink beschadigd raken, zelfs dusdanig dat je slechtziend of blind wordt. De bekendste optie op het gebied van oogbescherming is waarschijnlijk de veiligheidsbril, die je net als een gewone bril op je neus zet. Ben je brildragend en past een veiligheidsbril niet goed over je gewone bril? Dan is het goed om te weten dat een veiligheidsbril ook met lenzen op sterkte uitgevoerd kan worden. Een andere optie is een gelaatsscherm, dat je gehele gezicht beschermt.

Stofmasker boren

Ten slotte is het belangrijk je luchtwegen te beschermen met een stofmasker. Stof, splinters en gruis kunnen allemaal voor irritaties en benauwdheid zorgen. Stofmaskers schermen je mond en neus af, en filteren de lucht voordat je deze inademt. Het belangrijkste kenmerk van stofmaskers is de kwaliteit van het filter. Tegen het soort grove stof dat vrijkomt bij boren biedt een zogenoemd P1 stofmasker voldoende bescherming. Bekijk echter per situatie goed welke bescherming je nodig hebt en controleer regelmatig of je een filter moet vervangen. Wegwerpstofmaskers kun je sowieso slechts één keer gebruiken.

Kies de juiste boor-bit en bevestig deze naar behoren

Bits zijn opzetstukjes voor je boormachine, waarmee je kunt schroeven. Bitjes zijn er in verschillende soorten en maten. Welk bitje je voor jouw klus nodig hebt, is afhankelijk van de schroef die je wilt vastdraaien. Bits worden meestal gebundeld in een bit-borenset. Datzelfde geldt voor de boren, waarbij verschillende boren gebundeld worden in een borenset. In zo'n set vind je bijvoorbeeld verschillende formaten van eenzelfde type boor, of juist een combinatie van verschillende soorten boren, zoals een houtboor, metaalboor, steenboor en betonboor. Er zijn echter nog veel meer soorten boren. Denk maar eens aan een speedboor, slangenboor en een verzinkboor. Welke boor je nodig hebt, is afhankelijk van het materiaal waarin je wilt boren en het formaat van het gewenste gat.

Ook de boorkop (of boorhouder) van je boormachine is bepalend voor welke bits en boren je nodig hebt. In principe zijn er twee veelvoorkomende boorkoppen: de snelspan- en de SDS-boorkop. Beide boorkoppen vragen andere bits en boren, die zonder speciale adapter niet uitwisselbaar zijn. Het belangrijkste verschil tussen deze twee boorhouders is namelijk de manier waarop je een bit of boor vastzet. Vroeger werd er voornamelijk gebruik gemaakt van de tandkrans-boorkop. Dit systeem wordt tegenwoordig bijna niet meer gebruikt.

©PXimport

Ga veilig om met het eventuele boorsnoer

De accuboormachine is op dit moment de meest verkochte en gebruikte boormachine. Logisch, aangezien je dankzij het ontbreken van een snoer veel bewegingsvrijheid hebt. Voor een boormachine met snoer is echter ook best wel wat te zeggen. Zo weet je in ieder geval zeker dat je lekker door kunt werken en niet gehinderd wordt door een lege accu. Mocht je voor een snoerboormachine kiezen dan moet je natuurlijk wel voorzichtig zijn met het snoer! Zorg ervoor dat je deze goed uit de buurt van de boorkop houdt en pas op in vochtige ruimtes.

Pas op voor eventuele leidingen of bedrading

Onze tweede tip staat in het teken van leidingen en bedrading. Om te voorkomen dat je leidingen raakt, gebruik je een zogenoemde leidingzoeker. Een leidingzoeker spoort ijzerhoudend materiaal op, zodat je kunt bepalen waar leidingen (en eventuele betonwapeningen) lopen. Boren zonder leidingzoeker kan ernstige gevolgen hebben. Niemand zit erop te wachten zijn hele muur open te moeten breken om de schade te herstellen! Boren mét leidingzoeker is dan ook ons advies.

Een aanverwante voorzorgsmaatregel staat in het teken van de dieptestop. Nadat je weet waar de leidingen lopen, is het namelijk zaak niet te diep te boren en per ongeluk dwars door het materiaal heen te schieten. Om je hierbij te helpen, kun je een dieptestop gebruiken. Een dieptestop is een stang die je voorop de boormachine bevestigt. Je vindt deze vaak standaard op de meeste boorhamers. Heb je geen dieptestop? In dat geval kun je ook je boor markeren met een stukje ducttape.

©PXimport

©PXimport

Heb je een kolomboor? Klem losse delen vast voor je gaat boren

Een kolomboor is een heel specifieke soort boormachine. Het is namelijk niet mogelijk om er gaten mee in de muur te boren. In plaats daarvan staat een kolomboormachine vast op een werkbank. Daartussenin hangt een verstelbare tafel, waarop je het materiaal legt waarin je wilt boren. Een kolomboormachine is dus alleen geschikt voor materiaal dat je naar de machine toe kunt brengen. Het is daarbij natuurlijk belangrijk om dit materiaal vast te klemmen met een gereedschapsklem, zodat het niet verschuift tijdens het boren. Dat is sowieso veiliger, maar het helpt ook de nauwkeurigheid bij het boren te vergroten.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.