ID.nl logo
Groene alternatieven om onkruid te bestrijden
© stopabox - stock.adobe.com
Huis

Groene alternatieven om onkruid te bestrijden

Onkruid: een constante bron van ergernis voor tuiniers en tuinliefhebbers. Het lijkt soms uit het niets tevoorschijn te komen, en het groeit en verspreidt zich razendsnel. Als je er niets aan doet, raakt je tuin in korte tijd overwoekerd. Hoewel chemische bestrijdingsmiddelen een optie zijn, zijn er ook milieuvriendelijker manieren om onkruid te bestrijden. Met behulp van de volgende tips geniet je op een duurzame manier van een prachtige, onkruidvrije tuin.

Dit artikel presenteert milieuvriendelijke methoden om onkruid te bestrijden:

  • Gebruik mulch om het onkruid van zonlicht af te schermen

  • Bodembedekkers voorkomen de groei van onkruid

  • Bedek de grond met folie om langdurig onkruidvrij te blijven

  • Kalk, verticuteren en bemesten van het gazon helpen bij de bestrijding van onkruid

  • Onkruid houdt niet van heet water

  • Kies voor afbreekbare middelen

  • Verwijder onkruid tussen tegels met behulp van vuur

  • Begin vroeg in het jaar met onkruid verwijderen

  • Een onkruidsteker, hark en schoffel zijn onmisbare gereedschappen in de tuin

  • Lees ook: Acht manieren om je tuin te beschermen tegen ongedierte

Geen ontkiemende onkruidzaden meer

Voorkomen is beter dan genezen. Dit bereik je door bijvoorbeeld te mulchen. Daarvoor bedek je de bodem van je tuin met een laag organisch materiaal, zoals compost, bladeren, grasmaaisel, stro of houtsnippers. Deze mulchlaag voorkomt dat zonlicht het onkruid bereikt en vermindert de groei doordat onkruidzaden niet kunnen ontkiemen. Onkruidzaden die door vogels en de wind worden verspreid, belanden óp de mulchlaag, waardoor die ook minder snel ontkiemen. Als er toch onkruid ontkiemt, gebeurt dat in de luchtige bodem onder de mulchlaag, waardoor je het gemakkelijk verwijdert.

©Jon - stock.adobe.com

Mulchen beschermt je planten tijdens droge periodes en geeft je tuin een gezonde boost.

Bodembedekkers laten geen ruimte over voor onkruid

Bodembedekkers zijn planten die horizontaal in plaats van in de hoogte groeien. Ze bedekken de bodem van je tuin en sluiten deze volledig af met hun kruipende twijgen en bladeren. Hierdoor bereikt het zonlicht de bodem niet en ontkiemen onkruidzaden niet. Plant deze bodembedekkers in de herfst, zodat ze in het voorjaar snel en goed groeien. Op die manier creëer je een dichtbegroeid tapijt waarin onkruid geen kans krijgt. Er zijn talloze soorten bodembedekkers, zoals maagdenpalm en schaduwkruid, dus er is altijd wel een bodembedekker die je mooi vindt.

De grond afdekken met folie

Een mulchlaag verteert na ongeveer vijf maanden, waardoor het vermogen om onkruid tegen te gaan afneemt. Als je geen zin hebt om elke vier tot vijf maanden opnieuw mulch aan te brengen, kies je voor een afbreekbare folie. Dat heeft een langere levensduur en vereist slechts één keer aanbrengen. Het ziet er misschien minder mooi uit in je tuin, maar het werkt goed als bescherming tegen onkruid.

Helpt anti-worteldoek als preventief middel tegen onkruid? De meningen zijn verdeeld over het gebruik van anti-worteldoek om onkruid te voorkomen. Het doek werkt effectief tegen wortelonkruiden zoals zuring, brandnetel, haagwinde en paardenbloem. Maar het helpt niet tegen álle soorten onkruid. Het worteldoek onder bestrating voorkomt ook niet dat onkruid van bovenaf groeit.

Tips voor het gazon

Ook je gazon kan onkruid bevatten, zoals mos. Dat gebeurt vaak wanneer het gazon in slechte staat verkeert en kale plekken heeft. Je voorkomt dat door kalk over het gras te strooien, omdat mos graag groeit op een zure bodem. Maai het gras niet te kort (niet korter dan 3 centimeter), zodat er niet te veel zonlicht doordringt en onkruid meer kans krijgt om te groeien. Verticuteer het gazon minstens één keer in het voorjaar of najaar om onkruid en mos te verwijderen. Zaai kale plekken opnieuw in.

Het bemesten van het gazon is ook belangrijk, omdat onkruid minder kans heeft om te groeien in een gezonde en dichte grasmat. Bemest het gazon in het voorjaar, de zomer en het najaar met speciale gazonmest.

Gooi heet water in de strijd om onkruid te verwijderen

Heb je voorzorgsmaatregelen genomen, maar staat er nu nog wel onkruid in de tuin? Giet dan warm of heet water over het onkruid. Onkruid houdt niet van warm water, omdat het de eiwitten in de plant beschadigt. Hierdoor dood je ook het onkruid dat nog niet zichtbaar is met het blote oog. Let wel op dat je geen heet water over de planten en bloemen giet die je wilt behouden, want dat is zonde!

Met de hand wieden

Je kunt ook handmatig onkruid verwijderen door het met je handen uit te trekken. Draag hierbij wel tuinhandschoenen. Trek het onkruid met de wortel uit de grond en tussen de tegels vandaan, zodat het minder snel terug groeit. Een speciale onkruidborstel is ook handig om het onkruid tussen de voegen van tegels weg te borstelen.

©Elena Masiutkina

Onkruid met de hand verwijderen kan natuurlijk ook.

Brand het onkruid weg

Een andere optie is het wegbranden van onkruid. Het vuur zorgt ervoor dat het onkruid tot aan de wortel wegbrandt, waardoor je het definitief verwijdert. Deze methode is alleen geschikt voor onkruid tussen de tegels. Wees voorzichtig om gras en planten niet per ongeluk te verbranden.

Natuurlijke onkruidverdelgers

Tegenwoordig zijn er ook onkruidverdelgers op de markt die 100 procent afbreekbaar zijn. Hiermee kun je het onkruid gemakkelijk besproeien zonder schadelijke stoffen in de bodem achter te laten. Gebruik in elk geval geen schoonmaakazijn om onkruid te verwijderen. Hoewel het vanwege de zure eigenschappen effectief is tegen onkruid, is het schadelijk voor planten en insecten in je tuin.

De beste periode om onkruid te bestrijden

Begin vroeg met het bestrijden van onkruid – bij voorkeur in het voorjaar – en blijf dat doen tot minstens oktober. Op deze manier voorkom je dat het onkruid bloeit en zich verder verspreidt. Verwijder het onkruid wanneer het net opkomt en nog niet bloeit. Als je een natuurlijk onkruidbestrijdingsmiddel gebruikt, doe dat dan bij temperaturen tussen 10 en 20 graden Celsius, en met nachttemperaturen niet lager dan 5 graden Celsius. Een warme, droge en windstille dag is ideaal voor dit klusje.

©JorKel

Handig gereedschap om onkruid te verwijderen

Er zijn verschillende hulpmiddelen die je helpen bij het bestrijden van onkruid. Een onkruidsteker is handig bij het handmatig verwijderen van onkruid, zodat je niet continu hoeft te bukken. Zo voorkom je rugklachten. Een hark en schoffel zijn ook onmisbaar bij het handmatig wieden van onkruid, net als een onkruidkrabber. Als je ervoor kiest om het onkruid weg te branden, is een elektrische onkruidbrander de beste keuze. Deze heeft geconcentreerdere hitte dan een gasbrander en je hebt geen gasflessen nodig.

Een goede afwatering helpt om groene aanslag en mos op je tegels te voorkomen. Heb je toch last van groene tegels? Met deze tips verwijder je groene aanslag.

Professionele hulp nodig in jouw tuin?

Vraag een offerte aan voor hovenier:

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.