ID.nl logo
Roomba Combo j7+ - laat dweilen over aan de pro’s
Huis

Roomba Combo j7+ - laat dweilen over aan de pro’s

De Roomba Combo j7+ is een robotstofzuiger en dweilmachine in één. Dat zijn dus twee vervelende huishoudtaken die je mogelijk niet meer hoeft uit te voeren. Maar kun je de vloeren van je huis wel toevertrouwen aan dit model? We bekijken het in de Roomba Combo j7+-review.

Goed
Conclusie

Laten we vooropstellen dat de Roomba Combo j7+ geen verkeerde robotstofzuiger is. In de basis is dit het eerder gelanceerde j7+-model en dat viel immers goed in de smaak. Die robotstofzuiger biedt veel van dezelfde functies als de s9 aan, maar dan voor een lagere prijs. Maar als dweilmachine valt de Combo goed tegen. Natuurlijk kun je hem inzetten als ondersteuning voor wellicht een dagelijkse dweilbeurt; maar als je echt wil dat alles goed gaat en netjes gebeurt, dan moet je daar zelf voor zorgen. Of je huurt daarvoor gewoon een professional in, dat kan ook voor die prijs.

Plus- en minpunten
  • Slimme robotstofzuiger
  • Veel opties voor minder geld
  • Vermijdt obstakels (en poep)
  • Clean Base
  • Dweilfunctie laat te wensen over
  • Kleine bakken voor water en stof
  • Slaat hoekjes over
  • Borstel wordt sneller vies
  • Duur systeem
  • Ziet minder in het donker

De laatste maanden brengen fabrikanten van robotstofzuigers steeds vaker hybride modellen op de markt: apparaten die geheel zelfstandig kunnen stofzuigen én dweilen tegelijkertijd. En dan levert – afhankelijk van een aantal factoren – tot nu toe een gemengd resultaat op. Over het algemeen zijn dit soort apparaten goed in het stofzuigen, maar minder goed in het dweilen. Dat dweilen kun je beter aan jezelf, een huishoudhulp of een echte autonome dweiler overlaten. Is dat ook het advies dat we gaan geven na drie weken met de Roomba Combo j7+ doorgebracht te hebben?

Lees ook: Wat is de beste robotstofzuiger voor jou?

Roomba j7+ als basis

Voordat we naar het onderdeel Combo kijken (oftewel: de mechanische arm met daaraan de afneembare dweil), kijken we eerst naar de basis van de robotstofzuiger. Dit is namelijk een ietwat opgevoerde Roomba j7. Dit is een uitstekende slimme stofzuiger die veel waar voor zijn geld biedt. In een aantal opzichten is die bijna net zo slim als het duurdere s9-model en zitten de grootste verschillen hem in de zuigkracht en wendbaarheid. De s9 is beter geschikt voor woningen met vloerbedekking of tapijten, terwijl de j7 beter presteert in huizen met harde vloeren.

Net zoals zijn voorganger beschikt de Combo j7+ over PrecisionVision Navigation. Niet alleen detecteert de camera aan boord allerlei verschillende objecten, hij onthoudt hun positie ook. Mettertijd zal de robot daardoor sneller, preciezer en soepeler door je huis bewegen, aangezien hij dan precies weet waar die wel of niet bij kan. Aanvankelijk zal de Combo j7+ een beetje zigzaggend z’n werk doen, maar geef hem wat tijd om je omgeving in kaart te brengen. Die kaart bekijk je in de gratis app, waar je hem ook tevens kunt indelen in kamers (en die kamers een naam geeft).

De Roomba op de Clean Base, voor het opladen en leegzuigen. | Foto: Wesley Akkerman
Stofzuigerzakjes zitten erbij. Maar als die op zijn, moet je nieuwe kopen. | Foto: Wesley Akkerman

Overzichtelijke app

Het systeem wordt geleverd met een uitgebreide en overzichtelijke app, waarmee je een aantal zaken instelt. Zo bepaal je wanneer de stofzuiger schoonmaakt. Bijvoorbeeld wanneer je niet thuis bent (je moet hiervoor je locatiediensten inschakelen) of op basis van een schema. Maar je kunt zo’n taak ook gewoon handmatig starten binnen de app of door op de ronde knop op het apparaat te drukken. Leuk feitje: die knop kun je blokkeren, zodat peuters, kleuters en huisdieren niet per ongeluk of voor de grap de knop indrukken, waardoor ze de robot activeren.

Tot slot behandelen we nog even de + in de naam van de Roomba Combo j7+. Die staat namelijk voor de Clean Base die je erbij krijgt. Als er geen + in de merknaam staat, dan koop je dus een versie zonder die Base (maar wel met thuisbasis voor het opladen) die voor jou de opvangbak van de robot leegzuigt. Dit gebeurt iedere keer wanneer de robot terugkeert (tenzij je dit aanpast binnen de app) en dat levert een lawaai van jewelste op. Desondanks blijft dit een fijne functie, ook al betaal je hier wel de hoofdprijs voor. Je hebt de Clean Base echter niet nodig optimaal gebruik te kunnen maken van dit slimme systeem.

©Wesley Akkerman

De Roomba Combo j7+ laat strepen achter op het tapijt. | Foto: Wesley Akkerman
Het achterklepje zit nu onderop de Roomba, zodat de dweil z'n werk kan doen. | Foto: Wesley Akkerman

Dan komen we aan bij de Combo

Nu we in vogelvlucht nog even de Roomba j7+ doorgenomen hebben, is het tijd om te kijken naar wat de nieuwe versie uniek maakt: dweilen. Eerder dit jaar legden we de Eufy RoboVac X8 Hybrid op de pijnbank en daar kwam uit dat het dweilen meer als een bijzaak gezien wordt. Fijn dat zoiets kan, zodat je niet zelf altijd in de weer hoeft met zo’n ding, maar echt schoonmaken doet het systeem niet. Dus wat gebeurt er dan uiteindelijk: je laat de dweilfunctie links liggen en pakt zelf maar weer dat emmer sop erbij (of niet, natuurlijk, wij veroordelen niemand). Hoe zit dat bij Roomba?

Van de maker van Braava-dweilrobotreeks mag je best wat verwachten, natuurlijk. Maar als je dat doet, dan kom je al gauw van een koude kermis thuis. Laten we positief beginnen. Wanneer je de Roomba Combo j7+ instelt dat die lekker veel water mag gebruiken, dan krijgt die best wat vlekken van de vloer. Ook is het ontzettend fijn dat die een zachte ondergrond herkent en op dat moment het klepje van de dweil omhoog trekt via z’n uitschuifbare armen. Je hoeft je dus nooit zorgen te maken om het idee dat de robotstofzuiger een kleed, tapijt of vloerbedekking nat maakt.

Hier nog een keer van dichtbij: het klepje dat eerst bovenop zat, hangt nu onderop de Rooma. | Foto: Wesley Akkerman
De Roomba ondersteboven, zodat we de borstel kunnen bekijken. | Foto: Wesley Akkerman

Je kunt hem niet alleen laten

Maar daar houden de positieve dingen wel bij op. Want er zijn een hoop zaken die beter kunnen. Zo is het waterreservoir heel klein. Heb je een wat groter huis en stel je de stofzuiger niet op de ecostand in (waarin die minder water verbruikt), dan moet je soms tijdens een schoonmaakbeurt de bak aanvullen. Anders kan die de dweiltaak niet uitvoeren. En dat betekent dat je het apparaat dus niet geheel zelfstandig en alleen het werk voor je uit handen kunt laten nemen. Je moet dan altijd aanwezig zijn om de machine te helpen en dat gaat een beetje het doel voorbij.

Daarnaast vragen we ons sterk af waarom iRobot, het moederbedrijf van Roomba, gekozen heeft voor een systeem met één bak. De delen zijn weliswaar afgesloten, maar allebei niet heel groot. Bovendien is het zo dat de borstel onderop ook nat wordt, waardoor er snel viezigheid en haren tussen en achter blijven plakken. Natuurlijk moet je geregeld een stofzuiger schoonmaken in het kader van onderhoud, maar dit is vragen om problemen. Haren kunnen namelijk echt goed vastzitten. En dan komen we ook nog geregeld strepen tegen op de grond; niet ideaal, dus.

Er zit veel viezigheid achter de borstel, omdat alles nat wordt. | Foto: Wesley Akkerman
En hier nog even goed de dweil in beeld. | Foto: Wesley Akkerman

En in het donker?

Wat ook niet ideaal is: de dweil zelf. Dat is een lapje stof dat de Roomba achter zich aan kan slepen. Die moet je mettertijd schoonmaken, want anders gaan de prestaties verder achteruit. Je hebt dus best wat onderhoud aan het apparaat dat je eigenlijk in huis haalt om geen vervelende taakjes meer te hoeven uitvoeren. Verder vinden we het vervelend dat de Clean Base geen extra waterbak aanbiedt waar de Roomba zijn reservoir mee kan vullen wanneer die leeg is. Dat zou echt al enorm schelen; moet-ie tussendoor opladen? Dan zou die ook meteen het waterniveau kunnen checken.

Tot slot heeft de Roomba Combo j7+ veel van dezelfde nadelen als de reguliere variant. De prijs van 999 euro is behoorlijk hoog, hij slaat soms hoekjes over en hij laat flinke strepen achter op een hoogpolig tapijt. Ook is het zo dat wanneer het net even te donker wordt in huis, dat de robot het moeilijk heeft. Hij kan dat rare fouten maken, meldingen geven of na verloop van tijd midden in de kamer tot stilstand komen. Dan is de accu gewoon leeg. Hij kan immers de Clean Base of het oplaadstation niet meer vinden en dan raakt die gewoonweg buiten adem.

Conclusie: Roomba Combo j7+ kopen?

Laten we vooropstellen dat de Roomba Combo j7+ geen verkeerde robotstofzuiger is. In de basis is dit het eerder gelanceerde j7+-model en dat viel immers goed in de smaak. Die robotstofzuiger biedt veel van dezelfde functies als de s9 aan, maar dan voor een lagere prijs. Maar als dweilmachine valt de Combo goed tegen. Natuurlijk kun je hem inzetten als ondersteuning voor wellicht een dagelijkse dweilbeurt; maar als je echt wil dat alles goed gaat en netjes gebeurt, dan moet je daar zelf voor zorgen. Of je huurt daarvoor gewoon een professional in, dat kan ook voor die prijs.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.