ID.nl logo
Zo beveilig je je bestanden, schijven en clouddata met encryptie
© Reshift Digital
Huis

Zo beveilig je je bestanden, schijven en clouddata met encryptie

Privacygevoelige gegevens houd je natuurlijk het liefste voor jezelf en daar heb je ook alle recht toe. De beste manier om je data af te schermen is stevige encryptie. In dit artikel tonen we je hoe je niet alleen afzonderlijke mappen en bestanden op je pc beveiligt, maar ook complete (systeem)schijven, usb-sticks en je data in de cloud.

Wanneer je op internet naar tools zoekt om data weg te houden van pottenkijkers kom je vaak uit bij technieken die je gegevens op een of andere manier aan het oog onttrekken. Dat gaat van eenvoudige ingrepen als het (tijdelijk) weghalen van een stationsletter in de module Schijfbeheer van Windows, over het toepassen van ADS (alternate data streams), tot commerciële tools met een fraaie grafische interface zoals Secret Disk of Wise Folder Hider.

Al deze methodes hebben met elkaar gemeen dat de eigenlijke data-inhoud onveranderd blijft; alleen de toegang wordt op een of andere manier gemaskeerd. Deze aanpak biedt alleen onvoldoende garanties (zie ook kadertekst).

Vooralsnog de beste manier om je data echt ontoegankelijk te maken voor onbevoegden is betrouwbare encryptie. In dit artikel focussen we ons daarom op (gratis) tools die zich van beproefde encryptiealgoritmes bedienen. We bekijken eerst enkele oplossingen om afzonderlijke mappen en bestanden te versleutelen. Vervolgens gaan we na hoe je complete (systeem)partities en usb-sticks encrypteert en ten slotte reiken we je ook een tool aan waarmee je je data bij diverse cloudopslagproviders veilig stelt.

©PXimport

Security by obscurity

Er bestaan diverse tools die bedoeld zijn om je gegevens af te schermen tegen onbevoegden. Jammer genoeg zitten er ook heel wat applicaties tussen die slechts schijnveiligheid bieden. Het gaat dan meestal om propriëtaire technieken die je data op een of andere manier trachten te verbergen (security by obscurity). Eén voorbeeld slechts: Secret Disk. Deze tool brengt je data onder in een virtuele map die in principe alleen zichtbaar wordt met het juiste wachtwoord. Met een gratis tool als Process Monitor kom je al snel achter de locatie van deze verborgen map uit (C:\Users\

©PXimport

01 AES Crypt

Een van de betere tools om afzonderlijke mappen en bestanden te versleutelen is het gratis AES Crypt (beschikbaar voor Windows 32- en 64 bit, macOS en Linux). Dat heeft natuurlijk veel te maken met het gebruikte encryptiealgoritme: 256 bit Advanced Encryption Standard, dat officieel is goedgekeurd door het NIST (National Institute of Standards and Technology). Bovendien is de broncode van AES Crypt openbaar gemaakt, wat maakt dat iedereen op potentiële achterdeuren kan controleren.

Na de installatie tref je AES Crypt aan in het contextmenu van de Verkenner: klik met de rechtermuisknop op een bestand(sselectie) en kies AES Encrypt. Geef tweemaal een sterk wachtwoord op en bevestig met OK. Nu wordt een versleuteld exemplaar van je bestand(en) aangemaakt met de extensie aes. Houd er wel rekening mee dat je desgewenst zelf de originele data nog moet verwijderen. Je decrypteert je data op vergelijkbare manier: klik zo’n aes-bestand met de rechtermuisknop aan, kies AES Decrypt en vul het betreffende wachtwoord in. AES Crypt laat zich overigens ook vanaf de opdrachtregel aansturen.

©PXimport

02 Challenger: standaard

De gratis tool Challenger is iets complexer maar ook flexibeler. Het programma is alleen beschikbaar voor Windows; de gratis versie maakt gebruik van 128bit-versleuteling. Tijdens de setup kun je kiezen tussen een daadwerkelijke installatie of een portable versie. Deze laatste biedt het voordeel dat die zich ook vanaf een usb-stick laat bedienen.

Bij de eerste opstart vul je als start-password het standaardwachtwoord Berlin in. Na je bevestiging verschijnt een nieuw dialoogvenster. Druk hier op de knop Manage passphrases, selecteer Channel A – Masterphrase en klik op New, waarna je een sterk wachtwoord invult (2x). Bevestig met OK en met Close. Je komt nu terecht in het hoofdvenster waar je op Activate passphrase klikt en het wachtwoord invult dat je zonet had voorzien.

Je kunt nu de gewenste data versleutelen door de bestanden of zelfs een complete map naar het pictogram Drag&Drop op het hoofdvenster te verslepen. Daarna bevestig je met Encrypt. Gezien op dit moment kanaal (met Passphrase) A actief is, zal Challenger hiervoor automatisch het wachtwoord van dat kanaal gebruiken. De betrokken bestanden krijgen de extensie cha mee en anders dan bij AES Crypt worden meteen ook de originele data ‘gewipet’. Wil je cha-bestanden decrypteren, versleep die dan eveneens naar Drag&Drop, klik op Decrypt en vul het wachtwoord in als daarom wordt gevraagd.

©PXimport

03 Challenger: kanalen

Er zijn in Challenger acht kanalen beschikbaar en elk kanaal kun je zien als een opslagplaats die telkens met een ander wachtwoord wordt beveiligd. Via de knop Manage passphrases koppel je een wachtwoord aan een geselecteerd kanaal. Wil je ook kanaal B gebruiken, dan doe je er wel goed aan het standaardwachtwoord (Berlin) door een eigen exemplaar te vervangen.

Je hebt wellicht opgemerkt dat het bij kanalen A en B om ‘Masterphrase’-kanalen gaat, terwijl de overige kanalen (C tot H) gewone ‘Passphrase’-kanalen zijn. Dat houdt in dat wie het wachtwoord van A en/of B kent, automatisch ook toegang krijgt tot de data die met (het wachtwoord van) een van de andere kanalen zijn versleuteld. Omgekeerd geldt dat niet: het wachtwoord van kanaal C bijvoorbeeld is alleen bruikbaar voor dat ene kanaal. Dat maakt scenario’s mogelijk waarbij ouders of werkgevers een ‘masterphrase’ kennen, maar de kinderen of werknemers alleen een gewone ‘passphrase’.

Ook handig om te weten: het is perfect mogelijk in één keer een station(sletter) met Challenger te versleutelen. De bestanden in dit station worden dan wel afzonderlijk versleuteld.

©PXimport

04 VeraCrypt: volumes

Is het inderdaad je bedoeling een complete schijf(partitie) te encrypteren dan kijk je beter uit naar een tool als het gratis VeraCrypt (beschikbaar voor Windows, macOS en Linux). We bekijken hier de Windows-variant. Veracrypt is de officieuze opvolger van het ter ziele gegane en ooit zo populaire TrueCrypt.

Je kunt met Veracrypt weliswaar ook je systeempartitie versleutelen, maar aangezien je waarschijnlijk vooral je datapartitie wilt beschermen, beperken we ons daartoe.

Na de installatie start je VeraCrypt op en druk je op de knop Maak volume. Selecteer vervolgens Codeer een niet-systeempartitie/station, druk op Volgende en kies Standaard VeraCrypt volume. Een andere mogelijkheid is nog een Verborgen VeraCrypt volume: dat is een volume dat zich geheel binnen een ander, niet-verborgen volume nestelt. Afhankelijk van het wachtwoord dat je opgeeft, zal VeraCrypt het buitenste, niet-verborgen volume koppelen, dan wel het binnenste, verborgen volume. Word je ooit gedwongen het wachtwoord prijs te geven, dan geef je natuurlijk alleen het wachtwoord van het buitenste volume prijs: dat bevat dummy- of niet-privacygevoelige data.

©PXimport

05 VeraCrypt: formatteren

Wij kiezen hier voor een standaard volume. Een volgende stap is logischerwijze het aanduiden van het gewenste volume, dat overigens ook een usb-stick kan zijn. Selecteer na je bevestiging Aanmaken en formatteren gecodeerd volume. Houd er evenwel rekening mee dat eventuele bestaande bestanden worden overschreven met toevallig gegenereerde data! Zo nodig moet je die dus eerst naar een andere locatie veilig stellen en na het aanmaken van het volume terugzetten, zodat je gegevens alsnog worden versleuteld. Druk nogmaals op Volgende en laat gerust AES als Codering Algoritme geselecteerd – een combinatie van meerdere algoritmes is overigens ook mogelijk. Ook het Hash algoritme kun je rustig ingesteld laten op SHA-512. Druk alweer op Volgende (2x) en vul een complex wachtwoord in (2x). Kies Ja indien je bestanden groter dan 4 GB op dit volume wilt plaatsen, zodat VeraCrypt een aangepast bestandssysteem kan voorzien. In het volgende venster beweeg je enkele keren willekeurig met de muisaanwijzer. Eventueel plaats je een vinkje bij Snel formatteren waarna je op Formatteer klikt. Ben je zeker van je zaak, bevestig dan met Ja en wacht tot de formattering is voltooid.

©PXimport

06 VeraCrypt: (ont)koppelen

Bevestig met OK en met Sluiten, waarna je opnieuw in het hoofdvenster van VeraCrypt belandt. In de kolom Station selecteer je een vrije stationsletter en klik je op Selecteer apparaat. Verwijs naar het gewenste volume – dat zich intussen niet meer door de Verkenner laat benaderen; probeer je dat toch, ga dan in elk geval niet in op de suggestie om het te formatteren – en druk op de knop Koppel, waarna je het wachtwoord invult en bevestigt met OK. Even later heeft VeraCrypt je volume aan die stationsletter gekoppeld. Zolang deze koppeling actief is, kun je het volume ook vanuit de Verkenner benaderen: alle data die je hier plaatst, worden automatisch versleuteld. Verbreek je de koppeling met Ontkoppel, dan zijn alle data op dat volume op slag weer ontoegankelijk.

©PXimport

07 VeraCrypt: portable

Zoals vermeld in tip 05 kun je dus ook een complete usb-stick versleutelen met VeraCrypt. Wil je die versleutelde stick ook op andere computers benaderen waar VeraCrypt niet op is geïnstalleerd, dan ga je anders tewerk. Je kiest in de aanmaakwizard dan Maak een gecodeerde bestandscontainer, waarna je bij Volumelocatie een niet bestaande bestandsnaam op de stick invult. Na je bevestiging stel je een geschikte volumegrootte in en volg je de verdere instructies van de wizard.

De stick dient ook nog enkele andere bestanden te bevatten. Zorg dat het volume op de stick is gekoppeld (zie tip 06), open het menu Tools en kies Traveler disk aanmaken. Verwijs naar (de rootmap van) de usb-stick met de knop Bladeren; eventueel vink je de optie Start VeraCrypt aan bij AutoRun configuratie – afhankelijk van de Windows-configuratie op het toestel zal VeraCrypt dan automatisch starten na het inpluggen van de stick. Bevestig met de knop Aanmaken en sluit het venster af. Houd er evenwel rekening mee dat je op het toestel waar je de stick inplugt over administratorrechten moet beschikken om met VeraCrypt in portable modus aan de slag te kunnen.

©PXimport

BitLocker

Beschik je over Windows Pro, Enterprise of Education, dan hoef je niet noodzakelijk een externe tool aan te spreken om een (systeem)partitie of een usb-stick te versleutelen. Je kunt namelijk het standaard meegeleverde BitLocker inzetten. Je activeert deze functie als volgt. Open het Windows Configuratiescherm, ga naar de rubriek Systeem en beveiliging, klik op BitLocker-stationsversleuteling en kies bij het gewenste station BitLocker inschakelen. Kies je voor een verwijderbaar opslagmedium, zoals een usb-stick, dan merk je dat de technologie hier BitLocker To Go heet (what’s in a name). Er verschijnt nu een dialoogvenster waarin je de verdere instructies volgt. Het komt erop neer dat je een wachtwoord invult dat je ergens veilig bewaart en aangeeft of je de volledige schijf dan wel alleen de gebruikte schijfruimte versleutelt. Ten slotte druk je op de knop Met Versleutelen starten. Wil je je systeempartitie versleutelen, dan moet je computer in principe over een TPM-module beschikken. Klaagt BitLocker hierover, dan kun je dat ook wel softwarematig oplossen. Instructies hiervoor vind je online.

©PXimport

08 Usb-stick

Vind je de werkwijze van VeraCrypt iets te omslachtig om je usb-stick veilig te versleutelen, of voorziet je stick niet in een hardwarematige oplossing om je data te versleutelen (beveiligd met een vingerafdruk of met een cijferblok, zoals bij de Corsair Padlock)? Dan kom je ook weg met een tool als Rohos Mini Drive of het al wat oudere SecurStick. In tegenstelling tot het portable VeraCrypt vereisen deze tools geen administratorrechten.

Rohos Mini Drive creëert hiervoor een virtuele, met AES-256 versleutelde partitie die zich, na het intikken van het wachtwoord, via een eigen stationsletter laat benaderen. De gratis versie beperkt je wel tot een partitie van maximaal 8 GB.

SecurStick gaat geheel anders te werk (beschikbaar voor 32- en 64-bit Windows, macOS en Linux). Je plaatst het exe-bestand op je stick en je start het van daaruit op. Je browser opent nu automatisch de lokale pagina http://127.0.0.1/login, gezien SecurStick zich als een WebDAV-server installeert. Zodra je een wachtwoord hebt ingevoerd, wordt een met AES 256-bit versleutelde container op je stick gecreëerd. Na je bevestiging kun je die zowel via je browser (via http://localhost/X) of via de Verkenner benaderen. Deze grootte van de container past zich automatisch aan de daarin geplaatste data aan.

©PXimport

09 Cryptomator: start

De kans is natuurlijk groot dat je niet al je data uitsluitend lokaal bewaart en dat je een of meerdere cloudopslagservices gebruikt. Sommige aanbieders laten je weliswaar toe die data te versleutelen, maar in de meeste gevallen heeft (ook) de aanbieder de decryptiesleutel in handen. Voel je je daar niet zo comfortabel bij, dan kun je een gratis tool als Cryptomator overwegen (beschikbaar voor Windows, macOS, Linux). Die zorgt er namelijk voor dat de gegevens in je lokale synchronisatiemap worden versleuteld voor ze naar de cloudopslagdienst worden verstuurd. We bekijken hier kort de Windows-variant van Cryptomator. De installatie heb je met een paar muisklikken voor elkaar en wanneer je het programma voor de eerste keer opstart is het venster leeg. Logisch, want je moet eerst nog een ‘kluis’ creëren.

©PXimport

10 Cryptomator: kluis

Daartoe klik je het plusknopje aan en selecteer je Maak Nieuwe Kluis. Er verschijnt een Verkenner-venster waarin je naar een map verwijst. Dat kan een standaardmap op je schijf zijn, maar net zo goed een (sub)map binnen de synchronisatiemap van je cloudopslagdienst, zoals Dropbox, OneDrive of Google Drive.

Voorzie een gepaste bestandsnaam voor je kluis, klik op Opslaan, vul een stevig wachtwoord in en bevestig met Creëer kluis. Zodra je nu het wachtwoord invult en Ontgrendel kluis hebt ingedrukt, komt de kluis beschikbaar als virtueel station in de Verkenner. De stationsletter wordt automatisch toegekend, tenzij je via de knop Meer Opties zelf een andere letter voorziet.

Deze functie is trouwens ook via WebDAV beschikbaar: selecteer de kluis, klik het pijltje aan naast Vergrendel kluis en kies Kopieer WebDAV URL. Deze url kun je vervolgens in de adresbalk van je Verkenner plakken. Standaard wordt dat iets als http://localhost:42427/<...>/<naam_van_kluis>, maar via het tandwielpictogram onderaan je kluisoverzicht kun je alsnog het poortnummer aanpassen.

Zodra je op Vergrendel kluis klikt, zie je alleen nog maar met AES 256-bit versleutelde data. Op gelijkaardige manier kun je nu nog andere kluizen creëren, ook voor andere cloudopslagservices.

©PXimport

▼ Volgende artikel
Docker op je NAS: zo draai je Plex, Home Assistant en meer
© Andrii - stock.adobe.com
Huis

Docker op je NAS: zo draai je Plex, Home Assistant en meer

Een NAS is voor de meeste gebruikers veel meer dan een netwerkschijf. Je kunt er eenvoudig extra toepassingen op draaien, bijvoorbeeld voor extra back-upmogelijkheden, productiviteit, multimedia en thuisautomatisering. Daarvoor is het vaak ook krachtig genoeg. Toepassingen kunnen bovendien bestanden op je NAS benutten. De makkelijkste manier om toepassingen te installeren en beheren is via Docker. We laten zien hoe je hiermee werkt op een NAS van Synology of QNAP.

In dit artikel

Je leest hoe Docker op een NAS werkt en waar je op moet letten bij Synology en QNAP. Je ziet hoe je images binnenhaalt, containers opzet en opslag goed regelt met bind mounts en volumes, zodat configuratie en data netjes op je NAS blijven staan. Ook leggen we uit hoe poortkoppelingen werken, wanneer Docker Compose handiger is dan losse containers en hoe je met Portainer het beheer overzichtelijker maakt.

Lees ook: Bouw je eigen dashboard met Homepage: al je webapplicaties overzichtelijk op één plek

Je hebt meestal geen zware server nodig voor toepassingen als Plex, Jellyfin, SABnzbd of Home Assistant. Een NAS is meestal krachtig genoeg. Soms is hooguit wat extra geheugen wenselijk. Zo heb je behalve je opslag ook al je toepassingen centraal. Mis je softwareopties op je NAS, bijvoorbeeld voor back-up of synchronisatie, dan is dat óók eenvoudig op te lossen met extra software. Maar hoe installeer je zulke toepassingen? Soms kun je een pakket installeren, bijvoorbeeld van SynoCommunity. Maar je moet dan precies de juiste variant vinden en er kunnen afhankelijkheden zijn, zoals php of Apache. Met Docker ben je veel flexibeler. Toepassingen zijn niet meer afhankelijk van de inrichting van je NAS en worden bovendien sneller bijgewerkt. Maar hoe werk je hier in de praktijk mee op een NAS? In dit artikel laten we dat zien. We beginnen met algemene uitleg over het werken met Docker op een NAS. Daarna behandelen we het downloaden van images en het maken en configureren van containers. We richten ons daarbij voornamelijk op Synology en QNAP. Heb je een NAS van een ander merk, dan zul je merken dat veel principes hetzelfde zijn. Bij het merk Ugreen lijkt de software bovendien sterk op die van Synology.

Containers of virtuele machines

Bij Docker draait een toepassing in een lichte en geïsoleerde container. De image, het uitgangspunt van een container, bevat alles wat de toepassing nodig heeft. Gegevens worden buiten de container opgeslagen, bijvoorbeeld in een gedeelde map op de NAS zelf. Een update is eenvoudig: je herbouwt gewoon de container op basis van een nieuwe image. Er zijn ook alternatieven, zowel bij QNAP als Synology. Zo kun je met virtuele machines werken, via Virtual Machine Manager (Synology) of Virtualization Station (QNAP). Maar in zo'n virtuele machine moet je een heel besturingssysteem installeren. Daar is een NAS niet altijd krachtig genoeg voor. Iets praktischer zijn de lichtgewicht Linux-containers die je bij QNAP kunt opzetten, maar dat vraagt meer technische kennis. Gevorderde gebruikers kunnen daarnaast bij QNAP vaak Kubernetes inzetten voor containerbeheer. Dat biedt veel mogelijkheden voor schaalbare omgevingen, maar is voor de meeste thuistoepassingen onnodig complex. Om snel een toepassing op je NAS te installeren, is Docker vrijwel ongeslagen.

Wat heb je nodig?

Niet alle modellen van Synology en QNAP ondersteunen Docker. Synology vereist een model met x86-cpu van Intel of AMD. Bij ARM-modellen kun je het soms via een omweg installeren, maar dat is niet officieel en ook niet zonder risico's. Verder hangt het van het model af. Vooral de Plus-series (zoals de DS224+ en DS923+) en hogere modellen ondersteunen Docker. Je kunt het eenvoudig controleren door in Synology Package Center te zoeken naar Container Manager (DSM 7.2 of hoger) of (als je een oudere DSM-versie hebt) naar Docker. Bij QNAP is de toepassing, onder de naam Container Station, beschikbaar via App Center. Het is geschikt voor de meeste niet al te oude modellen. Zowel bij Synology als QNAP is 2 GB werkgeheugen aanbevolen, maar we raden minimaal 4 GB RAM aan. Voor dit artikel gebruiken we een wat oudere Synology DS918+ en QNAP TS-453Be. Beide komen nog goed mee en beschikken over recente software.

Container Manager kun je vinden in Synology Package Center.

Opslag bij Docker

Belangrijke gegevens zoals configuratiebestanden, databases en cachebestanden worden in principe buiten een container bewaard. Dat kan op twee manieren. Normaal zal Docker voor de paden in de container die persistent moeten zijn een anoniem volume gebruiken. Dat krijgt een lange hash als naam. Je kunt ook zelf een naam toewijzen. We noemen dat dan een named volume. Die kun je makkelijker herkennen of hergebruiken in andere containers. De tweede optie is een zogeheten bind mount. Je koppelt dan de persistente paden in de container aan mappen op de host (het systeem waarop Docker draait), zoals je NAS. Zeker bij een NAS van Synology is dat het meest praktisch. Synology verbergt in de webinterface namelijk volumes, ook al zijn ze er wel! Bij een bind mount zie je de bestanden altijd netjes in de gedeelde mappen, zodat jij ze zelf kunt raadplegen of back-uppen.

QNAP maakt volumes met opslag voor een container wél zichtbaar.

Opslag bij een NAS

Voor het organiseren van je bestanden op een NAS gebruik je standaard al gedeelde mappen. Ga je met Docker werken, dan zul je óók zo'n map gebruiken voor de opslag voor je containers. Synology maakt die map standaard onder /docker. Bij QNAP is dat (meestal) /Container. Stel dat je WordPress wilt installeren. Het persistente pad in de container is in dit geval /var/www/html. Daar worden alle websitebestanden opgeslagen. Bij Synology zul je dan een map zoals /docker/wordpress maken die je bij de configuratie koppelt aan het container-pad /var/www/html. Er kunnen ook meerdere paden zijn. SearXNG gebruikt in de container bijvoorbeeld /etc/searxng voor de configuratie (zoals settings.yml) en /var/cache/searxng voor data en cachebestanden. Beide kun je dan koppelen met de NAS, bijvoorbeeld onder /docker/searxng/config en /docker/searxng/cache. Gebruik eventueel de bestandsbeheerder (zoals File Station) om de mappen vooraf aan te maken of aangemaakte bestanden te bekijken!

Het is handiger om gegevens van containers in een gedeelde map te bewaren.
Bestanden op je NAS gebruiken

Het mooie van Docker op een NAS is dat je een container toegang kunt geven tot bestanden op die NAS, zoals foto's, video's, documenten en back-ups. Je koppelt daarvoor gewoon de gewenste gedeelde mappen of submappen. Op die manier kun je bijvoorbeeld de muziekspeler NaviDrome direct toegang tot de muziek op de NAS geven. De muziek kun je daarna netjes georganiseerd bekijken en afspelen via de vlotte webinterface. Het werkt ook samen met verschillende bekende apps. Ook bijvoorbeeld voor video's zijn goede toepassingen beschikbaar, zoals Plex en Jellyfin. Of probeer eens een toepassing als Immich of Photoprism voor je fotobibliotheek.

Met NaviDrome kun je heel handig de muziek op je NAS beluisteren.

Werken met poorten

Containers gebruiken vaak één of meerdere poorten voor bijvoorbeeld een webinterface. Een voorbeeld is de webserver nginx met http-poort 80. Bij de configuratie koppel je die interne poort 80 aan een poort op de host en daarmee je lokale netwerk. Je kunt soms hetzelfde poortnummer (in dit voorbeeld 80) kiezen, maar dat hoeft niet. In dit geval is dat ook af te raden. Liever gebruik je een hogere, vrije poort. Let goed op de bezette poorten van de NAS zelf. Dat zijn er vaak best veel. Een voorbeeld is de veelgebruikte poort 8080 die QNAP voor de webinterface gebruikt. Bij Synology zie je een overzicht van gebruikte poorten in Configuratiescherm / Infocenter op het tabje Service. Bij QNAP ga je naar Systeem / Systeemstatus / Systeemdiensten. Een blok als 6000-6999 is bij beide merken een goede optie. Heb je een container gestart, dan moet je deze vaak even de tijd geven om te starten voordat je de webinterface kunt benaderen via de ingestelde poort.

Je maakt een koppeling tussen poorten op de host en poorten in de container.

Docker Compose

Bij een NAS kun je een container relatief makkelijk via een wizard starten. Maar de details die je opgeeft, zoals poorten en volumes, kun je naderhand niet aanpassen. Wil je iets veranderen, dan zul je een nieuwe container moeten maken met de juiste instellingen. Bij zowel Synology als QNAP kun je ook werken met Docker Compose. Bij Synology heet dit een project, QNAP noemt het een toepassing. Je kunt dan de instellingen voor één of meerdere containers beheren in één yaml-bestand, meestal met de naam docker-compose.yml. Een groot voordeel is dat je dan eenvoudiger achteraf de configuratie kunt aanpassen. Het werken met meerdere containers is bovendien veel overzichtelijker. Je groepeert ze samen in één bestand, ook wel 'stack' genoemd. En je kunt alle containers in één handeling starten, stoppen of verwijderen. Bij problemen zul je overigens wel nog steeds de individuele containers moeten inspecteren (zie kader 'Problemen oplossen').

Via een wizard kies je vooraf de gewenste instellingen voor een container.
Problemen oplossen

Heb je een probleem met een container? Open dan het overzicht met containers. Klik vervolgens op de naam van de container. De logboeken die je hier kunt bekijken, geven vaak goede aanwijzingen voor problemen. Ook als je met Docker Compose werkt, zul je bij problemen de individuele containers moeten inspecteren. Soms is het ook weleens handig om opnieuw te beginnen. Stop daarvoor eerst de relevante containers, verwijder de volumes én bestanden die in de gekozen gedeelde mappen zijn gemaakt en start je project opnieuw.

Synology: Docker installeren

Docker is meestal niet standaard geïnstalleerd. Je logt eerst in bij DSM, het besturingssysteem van je NAS. Vervolgens installeer je de toepassing via

Package Center. De toepassing heet Container Manager (sinds DSM 7.2) of (bij een eerdere versie) Docker. Bij de installatie wordt gevraagd om een brugnetwerk te configureren. Dat is het netwerk waarop containers intern communiceren. Je hoeft dit subnet (172.17.0.0/16) niet te veranderen, tenzij dit conflicteert met jouw eigen netwerk (wat heel zeldzaam is).

Installeer de toepassing via de downloadtool van je NAS.

Synology: images downloaden

Om een container met een bepaalde toepassing te starten, heb je een image nodig. Open daarvoor Container Manager en ga naar Register. Hier kun je images op naam opzoeken. Dubbelklik dan op een image om deze te downloaden. Vaak zul je de officiële of populairste optie kiezen. De images van LinuxServer.io zijn ook altijd goed. Omdat ze dezelfde opbouw en documentatie volgen, zijn ze herkenbaar en makkelijk te gebruiken. Je kunt bij het downloaden een tag kiezen. Vaak kies je latest voor de laatste stabiele versie. Alle images die je hebt gedownload, vind je terug onder Image. Als er updates zijn, kun je die daar ook downloaden. Je containers blijven overigens draaien op de versie waarmee ze zijn gemaakt. Pas als je een nieuwe container start, wordt de nieuwe image gebruikt.

Je kunt direct binnen Container Manager de gewenste images downloaden.

Synology: container maken

We gaan als voorbeeld een container voor SearXNG maken, een privacyvriendelijke zoekmachine die live resultaten bij andere zoekmachines ophaalt. Ga hiervoor naar Container en kies Maken. We gebruiken de image searxng/searxng. Bij het maken van de container hoef je bij Algemene instellingen niet veel te veranderen. Wel handig is de optie Automatisch opnieuw starten inschakelen, voor hogere beschikbaarheid. Op het tweede scherm, bij Geavanceerde instellingen, zie je onder het kopje Poortinstellingen dat deze toepassing in de container poort 8080 gebruikt. Bij Lokale poort kies je de lokale poort (op de host), zoals 8080 (of iets anders, als deze al in gebruik is). Na het maken van de container kun je de zoekmachine bereiken via de gekozen lokale poort, zoals http://ip-NAS:8080. Onder het kopje Volume-instellingen maak je zoals eerder toegelicht een bind mount. Koppel /docker/searxng/config met /etc/searxng en koppel /docker/searxng/cache met /var/cache/searxng. Via het venster kun je naar de map op de NAS bladeren om deze aan te wijzen (en eventueel ook aan te maken).

We maken koppelingen tussen gedeelde mappen en volumes in de container.

Synology: lokale bestanden gebruiken

Een van de voordelen is dat toepassingen bestanden op de NAS kunnen gebruiken. We noemden NaviDrome al, een populaire muziekspeler. Bij het maken van deze container koppel je poort 4533 aan de lokale poort, zoals 4533. Bij de volumes moet je opletten. NaviDrome gebruikt /data voor gegevensopslag en /music voor muziek. Koppel bij Volume-instellingen daarom bijvoorbeeld /docker/navidrome/data aan /data. Staat je muziek op de NAS onder /music/albums, dan koppel je precies die map aan /music in de container. Kies hier eventueel voor alleen leestoegang, omdat deze toepassing geen bestanden hoeft te wijzigen. Na het starten van de container zul je het programma even de tijd moeten geven om alle muziek te indexeren.

We geven NaviDrome toegang tot muziek op de NAS.

Synology: project maken

Wil je bij Synology met Docker Compose werken dan ga je naar Project en kies je Maken. Je kunt bij Bron kiezen om zelf een docker-compose.yml te uploaden, maar ook een nieuw bestand maken. Dat laatste heeft meestal de voorkeur. Je kunt de configuratie dan in het venster plakken en meteen nog wat persoonlijke aanpassingen maken. We nemen WordPress als voorbeeld dat twee containers heeft: één voor WordPress zelf en één voor een database (zoals MySQL of MariaDB). Je zet ze samen in één project en beheert ze daarna als geheel, in plaats van als twee losse containers. Bij Naam van project vullen we in wordpress (alleen kleine letters). Bij Pad kiezen we een gedeelde map op de NAS, zoals /docker/wordpress. Bij Bron kiezen we voor het maken van een docker-compose.yml. Hieronder zie je het voorbeeld voor de officiële image voor WordPress, waar we wat aanpassingen in gaan maken voor de NAS:

services:

  wordpress:

    image: wordpress

    restart: always

    ports:

      - 8080:80

    environment:

      WORDPRESS_DB_HOST: db

      WORDPRESS_DB_USER: exampleuser

      WORDPRESS_DB_PASSWORD: examplepass

      WORDPRESS_DB_NAME: exampledb

    volumes:

      - wordpress:/var/www/html

  db:

    image: mysql:8.0

    restart: always

    environment:

      MYSQL_DATABASE: exampledb

      MYSQL_USER: exampleuser

      MYSQL_PASSWORD: examplepass

      MYSQL_RANDOM_ROOT_PASSWORD: '1'

    volumes:

      - db:/var/lib/mysql

volumes:

  wordpress:

  db:

Begin met het maken van een nieuw project.

Synology: configuratie aanpassen

Hoewel de configuratie werkt, zijn enkele aanpassingen wel wenselijk. In het voorbeeld worden twee named volumes gebruikt, terwijl bind mounts handiger zijn, zeker bij Synology. Daarom halen we de onderste drie regels weg. We maken op de NAS de mappen /docker/wordpress/db en /docker/wordpress/html aan. Ten slotte passen we het volume aan voor de twee containers. Voor WordPress wordt dit als volgt:

- /volume1/docker/wordpress/html:/var/www/html

Voor de database passen we het aan naar:

- /volume1/docker/wordpress/db:/var/lib/mysql

Controleer op jouw NAS of de volumenaam volume1 klopt. Kies ook een betere gebruikersnaam en een sterker wachtwoord voor de database. Let wel op: wat je bij WORDPRESS_DB_USER en WORDPRESS_DB_PASSWORD invult, moet hetzelfde zijn als bij MYSQL_USER en MYSQL_PASSWORD. MySQL maakt met die toegangsgegevens de database, terwijl WordPress ze gebruikt om daar toegang toe te krijgen.

Je kunt de configuratie via een YAML-bestand aanpassen.

Nieuwe NAS? Kijk en vergelijk op Kieskeurig.nl

QNAP: Docker installeren

Om Docker te installeren op je NAS van QNAP log je eerst in bij het besturingssysteem QTS. Daarna installeer je de toepassing via App Center. Je vindt het onder de naam Container Station. De installatie wijst zichzelf. Als je de toepassing de eerste keer start, wordt gevraagd waar je gegevens van containers op wilt slaan. Je kunt de standaardmap /Container accepteren.

Installeer de toepassing via de downloadtool van je NAS.

QNAP: image zoeken en gebruiken

Voor het zoeken van een image open je Container Station en klik je op Verkennen. Hier kun je images op naam opzoeken. Voor Docker gebruik je de resultaten van Docker Hub, de centrale verzamelplek voor Docker-images. Kies bij de gewenste image de optie Implementeer. Je kunt dan een tag kiezen (zoals latest). Vervolgens kun je direct de container configureren. Dit behandelen we in de volgende stap. Voor een overzicht van alle gedownloade images kun je naar Installatiekopieën. Wij installeren ook in dit voorbeeld een container voor SearXNG.

Gebruik voor Docker de resultaten van Docker Hub.

QNAP: container configureren

Bij de configuratie van de container kan de optie Standaardpoort voor web-URL wat verwarrend zijn. In feite maakt Container Station op basis van die poort een klikbare link die je in de webinterface ziet om de container te openen in je browser. Je kunt het dus zien als een soort shortcut. Je moet daaronder dus nog steeds de benodigde poorten openstellen. In dit voorbeeld vul je dus achter Host een poortnummer in, zoals 8000 (8080 is bij QNAP bezet!). Verander de poort bij Container (8080) niet. Vul bij Standaardpoort voor web-URL ook 8000 in, zodat de shortcut ook werkt.

Om andere opties in te kunnen stellen, zoals opslag, klik je op Uitgebreide instellingen.

Let bij de configuratie van de container vooral op de lokale poort.

QNAP: opslag configureren

SearXNG heeft in de container de persistente paden /etc/searxng en /var/cache/searxng. Bij QNAP kun je prima met (anonieme of named) volumes werken. In dit voorbeeld zullen we dat doen voor de wegwerpbare cachebestanden. Voor de configuratiebestanden maken we via File Station vooraf een map aan onder /Container/searxng/config. Achter Volume vullen we nu de naam searxngcache in, in het deel waar bij Container het pad /var/cache/searxng staat. Hier wordt dan een named volume voor gemaakt. We verwijderen de andere optie (met het pad /etc/searxng). Via het pijltje achter Voeg volume toe kiezen we Gekoppelde hostlocatie binden. Blader dan achter Host naar de zojuist gemaakte map (/Container/searxng/config). Achter Container vul je het pad /etc/searxng in. SearXNG zal zijn configuratie nu in de gekozen map bewaren en de cache in een named volume. Rond het maken van de container af. Die zal daarna worden gestart. Onder Volumes zie je alle volumes die zijn gemaakt, zoals searxngcache. Merk op dat In gebruik hier betekent dat het volume is gekoppeld aan een container, en dus niets over de status van de container zegt! Je kunt ongebruikte volumes eventueel verwijderen.

We gebruiken een named volume voor cache en een bind mount voor de configuratie.

QNAP: toepassingen

QNAP ondersteunt het werken met Docker Compose. Hiervoor ga je naar Toepassing en kies je Maken. Bij Naam van de toepassing vul je een herkenbare naam in. Daaronder kun je de yaml-code invullen. Voor SearXNG, ingesteld zoals hiervoor met een bind mount voor de configuratiebestanden en een named volume voor cache, vul je het in zoals hieronder. Let op het absolute pad /share/Container/searxng/config. Dat is hoe je naar die map moet verwijzen. De code is als volgt:

services:

  searxng:

    image: searxng/searxng

    container_name: searxng

    restart: unless-stopped

    ports:

      - "8000:8080"

    volumes:

      - /share/Container/searxng/config:/etc/searxng

      - searxngcache:/var/cache/searxng

volumes:

  searxngcache:

Het maken van eventuele aanpassingen is niet heel intuïtief. Je gaat hiervoor naar Toepassingen en klikt achter de toepassing op het instellingenicoontje. Kies dan de optie Opnieuw maken. Je kunt nu de yaml-code bewerken. Na het maken van de aanpassingen zal een nieuwe container worden opgebouwd met deze nieuwe configuratie.

QNAP ondersteunt ook het werken met Docker Compose.
Beheer containers op je NAS met Portainer

Het kan om meerdere redenen praktisch zijn om Portainer te installeren op je NAS, een grafische webinterface voor het beheer van je containers. Het is wat overzichtelijker en er blijft, zeker in vergelijking met Container Manager van Synology, minder verborgen. Je kunt Portainer gewoon via Docker installeren. Het is handig eerst een map te maken voor Portainer, waar het zijn configuratie persistent kan bewaren. Maak dan een project in Container Manager met de onderstaande configuratie:

services:

  portainer:

    image: portainer/portainer-ce:latest

    container_name: portainer

    restart: always

    ports:

      - "9443:9443"   # HTTPS toegang

      - "9000:9000"   # (optioneel, oudere HTTP-poort)

    volumes:

      - /var/run/docker.sock:/var/run/docker.sock

      - /volume1/docker/portainer:/data

Bij QNAP kun je dezelfde configuratie gebruiken, maar vervang dan /volume1/docker/portainer:/data door /share/Container/portainer:/data. Na het starten zie je op https://ip-NAS:9443 (of http://ip-NAS:9000) de webinterface van Portainer. De eerste keer wordt gevraagd om een wachtwoord aan te maken. Portainer heeft (ook) een kleine leercurve, maar het geeft je veel opties, en werkt op elk systeem hetzelfde.

Je kunt nu in Portainer alles rondom Docker beheren, zoals containers en images.
▼ Volgende artikel
Liebherr IRd 3900: waarom dit de favoriete inbouwkoelkast van 2025 is
Huis

Liebherr IRd 3900: waarom dit de favoriete inbouwkoelkast van 2025 is

Wat maakt een koelkast de allerbeste van het jaar? Niet een glanzende folder vol beloftes, maar de dagelijkse ervaringen van echte gebruikers. De Liebherr IRd 3900 is door consumenten van Kieskeurig.nl bekroond met de prestigieuze Best Reviewed van het Jaar-award 2025. Van de slimme EasyFresh-technologie tot het fluisterstille ontwerp en de praktische indeling: lees waarom dit model als de absolute favoriet uit de bus kwam en waarom gebruikers er zo enthousiast over zijn.

Partnerbijdrage - in samenwerking met Liebherr

Wie een inbouwkoelkast zoekt, heeft enorm veel keuze, maar één model wist het afgelopen jaar de harten van de Nederlandse consument echt te veroveren. Met zijn doordachte design, gebruiksvriendelijke bediening en bewezen betrouwbaarheid is de Liebherr IRd 3900 uitgeroepen tot Best Reviewed van het Jaar 2025. In dit artikel lees je wat deze inbouwkoelkast zo bijzonder maakt – en waarom gebruikers er zo lovend over zijn.

De stem van de consument: Best Reviewed 2025

De beste keuze volgens consumenten – dat is waar het bij Best Reviewed 2025 om draait. Want niets zegt zo veel als de ervaring van andere gebruikers. Jaarlijks delen duizenden consumenten hun eerlijke mening op Kieskeurig.nl. Hun reviews vormen de basis voor de Best Reviewed-awards. De producten die deze titel verdienen, hebben zich een heel jaar lang bewezen in de praktijk: ze blinken uit in kwaliteit, gebruiksgemak en klanttevredenheid. Absolute consumentenfavorieten dus – en in de categorie inbouwkoelkasten is de Liebherr IRd 3900 de winnaar geworden.

Van EasyFresh tot verstelbare indeling

De Liebherr IRd 3900 is een inbouwkoelkast die laat zien waarom het Duitse merk al jaren bekendstaat om betrouwbaarheid en technische vernieuwing. Deze koelkast combineert een strak, tijdloos design met praktische functies die het dagelijks leven makkelijker maken. Dankzij het EasyFresh-systeem blijven groenten en fruit langer vers: de ideale luchtvochtigheid in de lade voorkomt uitdroging en zorgt dat smaak en textuur behouden blijven. Dat maakt het apparaat niet alleen zuinig in gebruik, maar helpt ook voedsel langer goed te houden en verspilling te beperken.

©Liebherr

Wie de deur opent, merkt direct de doordachte indeling. Het interieur en de deurvakken zijn over de volledige hoogte verstelbaar, zodat je er moeiteloos alles in kwijt kunt wat koel moet blijven: of dat nu hoge flessen zijn of een brede ovenschotel. Fijn daarbij is dat de glazen draagplateaus tot wel 30 kg kunnen dragen. Daarbij zorgt de heldere LED-plafondverlichting voor een perfect overzicht, zelfs wanneer de koelkast vol is. De bediening verloopt via een intuïtief Touch-display, waarmee je supersnel de temperatuur of functies kunt aanpassen. Bovendien is de IRd 3900 voorbereid op SmartHome-toepassingen (accessoire). Liebherr biedt, na registratie, maar liefst 10 jaar garantie op dit model – dat doe je als merk natuurlijk alleen maar wanneer je helemaal overtuigd bent van je product.

©Liebherr

Waarom gebruikers enthousiast zijn

Die combinatie van slimme technologie en gebruiksgemak is ook precies wat consumenten zo waarderen. Uit tientallen reviews op Kieskeurig.nl blijkt dat gebruikers de IRd 3900 een uitzonderlijk hoge gemiddelde score van 9,1 geven. De koelkast wordt geroemd om zijn stille werking – "Dan zet je hem aan en hoor je nagenoeg niets! Heerlijk stille koelkast!" – en om de praktische indeling die volgens velen "fijn en flexibel" is. Ook wat betreft dagelijks gemak scoort de IRd 3900 hoog. "Door het digitale display makkelijk in te stellen naar de gewenste koeltemperatuur", zegt een van de reviewers. Een ander voegt daar nog aan toe: "Mooie heldere verlichting … Makkelijke display, goed zichtbaar en makkelijk te bedienen." Daarnaast valt op dat veel reviewers de energiezuinigheid en afwerking noemen als pluspunten: het apparaat voelt degelijk aan en doet precies wat het belooft.

©Liebherr

Een optelsom van kwaliteiten

De reden dat de Liebherr IRd 3900 de titel Best Reviewed van het Jaar 2025 heeft gewonnen, ligt dus in de optelsom van al deze kwaliteiten. Hij combineert gedegen techniek met praktische voordelen die in het dagelijks leven écht verschil maken. Of het nu gaat om de versheid van producten, het handige display of het overzichtelijke interieur: deze inbouwkoelkast weet consumenten te overtuigen in alles wat ertoe doet. En dat maakt de Liebherr IRd 3900 niet alleen een technisch sterk product, maar vooral een betrouwbare huisgenoot waar mensen jarenlang plezier van hebben.

Een eerlijk oordeel

Natuurlijk is geen enkel product perfect. Gebruikers op Kieskeurig.nl zijn ook kritisch: sommige kopers vinden de groente- en fruitlade aan de kleine kant of noemen dat er sneller condens kan ontstaan. Een paar mensen geven ook aan dat je even moet wennen aan het instellen via het display, en dat de montage van de deur wat meer aandacht vraagt. Tegelijk zie je waarom dat voor de meeste kopers geen struikelblok is. Ze benadrukken vooral hoe stil de koelkast is, hoe ruim hij aanvoelt en hoe makkelijk je de indeling aanpast aan wat je in huis haalt. Daardoor wegen die minpunten voor veel mensen niet op tegen wat je dagelijks merkt: rust in de keuken, goed overzicht en een indeling die je naar eigen wens kunt aanpassen.

Ontdek alle pluspunten van de Liebherr IRd 3900

Op Kieskeurig.nl